Dinsdag 22/06/2021

EssayThuiswerk

Een ode aan de collega: ‘Lullen over niks maakt mijn werk draaglijk’

Auteur Michiel Martin: ‘Steun van collega’s vermindert zelfs lage rugpijn, klinkt het. Zouden die klachten dan toch niet alleen aan die verrekte keukenstoel liggen?’ Beeld Wouter Van Vooren
Auteur Michiel Martin: ‘Steun van collega’s vermindert zelfs lage rugpijn, klinkt het. Zouden die klachten dan toch niet alleen aan die verrekte keukenstoel liggen?’Beeld Wouter Van Vooren

Het lijken inmiddels alweer lang vervlogen tijden, maar ooit zagen we collega’s vaker dan ons lief (is). Wat maakt de band met hen eigenlijk zo wonderlijk?

Beeld het u even in: u stapt uit lift C, draait naar rechts, houdt uw jas al in de aanslag om een vrij kapstokje te claimen en deelt monter doch niet té enthousiast mee dat u bent aangekomen op uw trouwe habitat, het (landschaps)kantoor. Een simpele “Goeiemorgen” volstaat, en wordt met de regelmaat van een klok beantwoord met de draai van een bureaustoel en een al even zwierige: “Ah, hiersi.” Daar zit hij of zij of die, ‘iemand die werkt in hetzelfde bedrijf’, zoals Van Dale het zo steriel beschrijft.

De collega. Zucht. Als de koffie nu nog niet begint te knetteren tegen uw verhemelte, stopt u best met lezen.

Laatst was ik voor het eerst in lange tijd nog eens op kantoor en u raadt nooit wat er toen gebeurde. Mijn chef Tom zette op het einde van de dag zijn ventiel open en vertelde zowaar iets persoonlijks. Het was een kleine mokerslag, een snaar die voordien nog niet bestond. U moet weten: Tom is aan de slag bij De Morgen sinds 11 mei 2020, in volle crisis, en vertelde toen dat hij een kat en vier kippen bestiert. Ik moest het opzoeken, want de brokjes informatie zijn niet blijven hangen – het stond namelijk in een mail. Tom was op 12 mei al verveld tot een pure functionaliteit in mijn leven, tot lettertjes in het Slack-kanaal en orders via de telefoon. “Oké.” “Ja.” “In orde.” “Thx.”

Collega Freek: ‘Wie ik ben, is mede gevormd door collega’s.’ Beeld Wouter Van Vooren
Collega Freek: ‘Wie ik ben, is mede gevormd door collega’s.’Beeld Wouter Van Vooren

Al meer dan een jaar is telewerk op de redactie de norm, vaak zelfs de verplichting. Maar Tom werd die ene dag vlees en bloed en dat deed meer deugd dan ik had durven te vermoeden. Collega Freek herkent het gevoel. Hij vertelt hoe hij pas luttele weken geleden “te weten kwam dat Tom een grote supporter is van den Antwerp”.

In tempore non suspecto was dat simpele feit wellicht al veel sneller opgeborreld. Het is kleine kennis met grote implicaties. Wie zich bij De Morgen als voetbaladept out, krijgt gratis toegang tot de nabespreking van Extra Time op dinsdagochtend. Of zoals Freek het beschrijft: “We lullen over niks, maar vergis u niet: we hebben aan dat soort omgang veel te danken. Het maakt mijn werk alleszins draaglijk.”

Zuurstof

Professor Elfi Baillien (KU Leuven), gespecialiseerd in psychosociaal welzijn op de werkvloer, ziet dat de waarde van een collega plots heel erg uitgesproken wordt. “Voor de pandemie ging dat weleens verloren in de dagelijkse ratrace, omdat we de neiging hebben om werk vooral als een bron van inkomsten en persoonlijke ontwikkeling te zien. Maar ook de sociale contacten tijdens het werk vervullen een cruciale nood. Veel werknemers kampen nu met een gemis, zelfs als het gaat om collega’s die ze vroeger af en toe een kogel door de kop wilden jagen.”

Die contacten hebben een belangrijke functie, zo toont de wetenschap. “Relaties met collega’s dicteren de werkvloer veel meer dan regels of procedures”, zegt arbeidspsycholoog Rein De Cooman (KU Leuven). Ze wijst op de voorbeeldfunctie van collega’s: werken ze traag of snel, zijn ze geëngageerd of net heel afwezig? “Dat kan erg bepalend zijn voor je eigen gedrag.”

Collega’s die steun bieden, zowel inhoudelijk als emotioneel, geven indirect ook een boodschap waarnaar we allemaal snakken, zegt De Cooman. ‘Ik vind het belangrijk om jou te helpen of iets uit te leggen, dus ik vind jou belangrijk.’ Op de juiste manier – steun kan ook opdringerig zijn en stress net doen toenemen – verhoogt die boodschap niet alleen de jobtevredenheid, maar ook de levenstevredenheid. “Het vermindert zelfs fysieke klachten zoals lage rugpijn.”

Kinesisten worden vandaag de dag overrompeld met die klachten. Zou dat dan toch niet alleen aan die verrekte keukenstoel te wijten zijn?

Wanneer ik een belronde doe bij thuiswerkende collega’s, treedt het in elk gesprek alleszins spontaan naar voren: het is toch niet helemaal hetzelfde. “Als je het in tijd zou uitdrukken, heb ik nochtans veel contact met collega’s”, zegt Ann. “Maar je vraagt zo vaak aan iemand: ‘Hoe gaat het?’ Het antwoord is nooit hetzelfde als wanneer je samen bent.” Ze mist ook de “kleine geluksmomentjes”, vertelt ze. Zoals wanneer een discussie vijf meter verder een vreemde bocht neemt over het banale topic ‘Buienradar’ en je plots mee in het bad wordt gesleurd “want Ann is juist dezelfde op dat vlak”. Een minuut verstrooiing. “Dan ben ik weer efkes content.”

Collega’s zijn uiterst bepalend voor het reliëf van mijn dagen, bedenk ik. Thuis voelt een werkdag aan als een beklimming met uitsluitend steile pentes, een recept voor totale verzuring aan de finishlijn. Ik snak vaak naar een klein momentje van verpozing, het knikje bergaf tussen de Col du Télégraphe en de Col du Galibier. Genoeg om de benen weer te laten vollopen en de rest van de klim en danseuse te hervatten. Twitter of een zak snoep bieden die verpozing niet. Een paar setjes pingpongen – letterlijk of figuurlijk – met collega’s wel. Het is zuurstof op eenzame hoogte.

Mopperen over de baas

Toch blijft het een moeilijk vast te pinnen groepje in ons sociale netwerk. Want welke plek neemt een collega nu eigenlijk precies in? We hebben ze niet gekozen en we hangen er niet aan vast, zoals respectievelijk vrienden en familie. Collega’s zweven ergens in het ijle, komen en gaan, lijken soms eerder een kwantitatieve dan een kwalitatieve relatie. Vraag je ze bijvoorbeeld voor een trouwfeest? Er is geen pasklaar antwoord op.

Uit een (niet erg wetenschappelijke) bevraging van het bedrijf Protime in april 2020 blijkt dat ongeveer twee op de drie Vlaamse werknemers persoonlijke dingen deelt met collega’s, zowat een op de zeven rekent sommige collega’s tot de hechte vriendenkring. Freek neemt zelfs meteen het woord “familie” in de mond. Na een moeilijke relatiebreuk waren enkele collega’s er om een schouder te bieden, zelfs heel even onderdak. “Alles wat ik nu ben, is mee vormgegeven door vrienden, ouders maar ook collega’s”, zegt hij. “Al ben ik ook wel iemand die daar heel erg naar op zoek is.”

Anderen, zoals Jan, stellen een volle witte lijn tussen intieme kring en contacten op de werkvloer. Het knagende gevoel is er niet minder om. “Voor de pandemie wist ik veel meer van mijn collega’s, en dat mis ik wel”, zegt Jan. Al elfenhalf jaar werkt hij nauw samen met Pieter op de Cult-redactie. “Dan wisselden we op een dood momentje bijvoorbeeld uit hoe het met de kinderen gaat. Dat is geen belangrijke werkinfo, maar die kennis schept wel een vertrouwensband.”

Collegialiteit biedt volgens de wetenschap alleszins belangrijke voordelen. Je bent bereid om dingen voor de ander te doen zonder een wederdienst te verwachten, geeft eerlijker feedback, komt sneller tot creatieve ideeën. Het geouwehoer aan het bureau gaat in de meeste gevallen trouwens niet over privézaken, maar over het werk waarmee je bezig bent, zo toont onderzoek van Amerikaanse gedragswetenschappers. “Personen die lange tijd in een organisatie aanwezig zijn, gaan dan ook vaker vriendschappelijk om met mensen op de werkvloer”, zegt Rein De Cooman.

Collega Samira: ‘Veel mensen zijn voorlopig enkel een foto of mailadres.’  Beeld Wouter Van Vooren
Collega Samira: ‘Veel mensen zijn voorlopig enkel een foto of mailadres.’Beeld Wouter Van Vooren

Het lijkt me een verschrikking om in deze tijden te starten bij een nieuwe werkgever. Samira, sinds februari bij De Morgen aan de slag, vertelt: “Veel mensen zijn op dit moment niet meer dan een foto of een e-mailadres voor mij. Dat maakt het vooral moeilijk om die persoon in te schatten. Kan ik bijvoorbeeld een grapje maken? Ik weet het soms echt niet.”

Collega’s kunnen bovendien een gat opvullen waar vrienden of familie niet induiken, zegt Elfi Baillien. “Dat komt omdat je met collega’s ervaringen deelt die heel eigen zijn aan het werkvloer. Die ervaringen vormen een sociale identiteit op zich: we begrijpen elkaar, want we zitten in hetzelfde schuitje.” Collega’s weten als geen ander welke knopjes je wel of niet mag induwen, maar die hotkeys van de werkvloer leer je niet aan een thuisbureau kennen. “Samen in de file mopperen over de baas, dat zijn erg betekenisvolle momenten”, zegt socioloog Ignace Glorieux (VUB).

Pesterijen

Ook Glorieux ziet vooral een groot gemis, maar zegt tegelijk: “Ik heb ook al mensen gehoord die heel blij zijn dat ze even niet bij de collega’s zitten. Naarmate relaties concurrentiëler worden in een werkomgeving, zie je dat mensen tegen elkaar opgezet worden. Of er zijn zware pesterijen.” Die pesterijen verdwenen alvast niet met het thuiswerk. Uit cijfers van preventiedienst IDEWE bleek dat het aantal pestdossiers op de werkvloer in 2020 niet lager lag dan anders.

Volgens Baillien, die onderzoek deed naar pestgedrag op de werkvloer, hoeft een conflict niet noodzakelijk kwalijke gevolgen te hebben. “Als het om inhoud draait en je lost het op, kan het zelfs een immense voedingsbodem zijn voor een goede werkrelatie. Maar als het een persoonsconflict is, een spanningsveld tussen ‘wie ben ik’ en ‘wie ben jij’, dan kan het gemakkelijk escaleren. Of je gaat elkaar uit de weg, of je haalt elkaar het bloed onder de nagels vandaan.”

Collega Douglas: ‘Zodra het mag, ga ik echt elke dag op de redactie zitten.’ Beeld Wouter Van Vooren
Collega Douglas: ‘Zodra het mag, ga ik echt elke dag op de redactie zitten.’Beeld Wouter Van Vooren

Beweren dat die spanningen zich niet op mijn werkvloer voordoen – of op de uwe – zou getuigen van een enorme dwaasheid. Er lopen nu eenmaal overal karakters rond wier horoscoop regelmatig botst met de uwe. C’est la vie, en een gezonde dosis zelfrelativering heeft nog nooit iemand een bloedklonter bezorgd. Zelfs een beschonken rondje ‘fuck, marry, kill’ op de afscheidsdrink van een collega kan louterend werken. Oké, je móét een collega vermoorden – en als je er dan geheel impulsief een hoge pief uitkraamt, is dat misschien niet de slimste beslissing – maar we hebben die avond wel ontzettend goed gelachen.

We hebben die avond ook waardig afscheid genomen van een fijne collega. Daar bloedt mijn hart wellicht nog het meest van. Collega’s die mid-pandemie van job veranderen en geruisloos van de werkvloer verdwijnen, zonder een stuk taart of drinkgelag, alsof ze nooit hebben bestaan. Binnen een paar weken is het de beurt aan Freek, zo’n diamant die je graag nog één keer zou zien fonkelen. Helaas.

Zelfs Douglas, ancien van De Morgen, wordt er een tikkeltje weemoedig van. Hij heeft in zijn carrière alle hoogtes en laagtes meegemaakt, is einzelgänger in het diepst van zijn wezen, was precorona eigenlijk al een halftijdse thuiswerker, en toch zucht hij diep: “Er zijn dagen dat ik niet meer vooruit geraak. Als het weer mag, ga ik echt elke dag op de redactie zitten.”

Het ga je goed, collega. Tot straks.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234