Woensdag 08/02/2023

OpvoedingHet consult

Een hoog stemmetje opzetten bij kinderen en ouderen: hoe (in)effectief is dat?

null Beeld Zefa
Beeld Zefa

‘Gaan we even een plasje doen?’ Als dit soort zinnen uit je mond komen in bijzijn van je baby, dan is de kans groot dat de toon een octaaf hoger is. Maar ook bij ouderen hebben we die neiging.

Tomas van Dijk

Babytaal kenmerkt zich door korte zinnen, een hoge stem en veel nadruk op klinkers, waardoor zinnen melodieuzer klinken. Het lijkt erop dat deze manier van praten – in wetenschappelijk jargon infant directed speech genoemd – vrij universeel is.

Onderzoekers van de Universiteit van Harvard onderzochten tientallen talen van over de hele wereld, van de meest uiteenlopende taalfamilies – variërend van Indo-Europese en Sino-Tibetaanse talen tot Hadza, een Tanzaniaanse taal die maar door een handvol mensen gesproken wordt. Ze troffen overal vergelijkbare patronen.

Waar is die kinderachtige taal goed voor? Wordt je kind minder slim en taalvaardig als je op een ‘normale’ manier praat? “Waarschijnlijk komt het dan ook wel goed”, zegt linguïst Anne Baker van de Universiteit van Amsterdam.

Toch lijkt babytaal functioneel. Baker verwijst naar Het ManyBabies-project, waarbij een internationaal onderzoeksteam van 69 laboratoria experimenteerde met ruim tweeduizend baby’s. Tegen de kleintjes werd op verschillende toonhoogtes gesproken. Baby’s die infant directed speech voor de kiezen kregen, bleken beter op te letten, constateerden de onderzoekers door hun blikken te volgen.

Huisdieren en ouderen

“Het is aannemelijk dat jonge kinderen sneller de taal leren als er in ‘babytaal’ gesproken wordt”, zegt Baker. “Het hoge geluid zorgt ervoor dat de spraak meer opvalt. Doordat kinderen aandachtiger luisteren, pikken ze meer op van de context.”

“Door de melodie kunnen baby’s de woorden makkelijk van elkaar onderscheiden”, voegt psycholoog Marijn van Dijk van de Rijksuniversiteit Groningen daaraan toe.

Taalverwervingsdeskundige Paula Fikkert van de Nijmeegse Radboud Universiteit deelt die mening. Ze wijst erop dat studies waarbij de hersenactiviteit gemeten wordt, ook suggereren dat baby’s kindgerichte spraak beter volgen. De onderzoekers zien er geen kwaad in om op deze manier tegen kinderen te praten. Of tegen dieren, want ook bij onze huisdieren praten we hoger.

Kleine kinderen zijn waarschijnlijk gebaat bij babytaal, maar we spreken ze ook zo toe omdat we ze aandoenlijk vinden. Onze huisdieren vinden we ook schattig, en hen valt daarom dezelfde eer te beurt. “Een hoog stemmetje, zeker in combinatie met verkleinwoorden, klinkt liefelijk”, zegt Fikkert. Het verklaart volgens haar mogelijk deels waarom zoveel mensen ook op kinderachtige toon tegen ouderen praten. En dat is minder fraai.

Wie in een woon-zorgcentrum woont, of er vaak komt, kan het niet ontgaan. “Ik werk als vrijwilliger in een woon-zorgcentrum”, zegt Baker. “Hoe vaak hoor ik mensen daar wel niet verzuchten dat ze het niet fijn vinden om als driejarige aangesproken te worden.”

Betuttelend

Van Dijk waarschuwt dat er meestal geen kwaad opzet in het spel is. “Het komt deels. doordat we van nature accommoderen: we passen onze spraak aan onze gesprekspartners aan. Ouderen hebben vaak een wat hogere stem.” De stembanden worden na verloop van tijd dunner en het kraakbeen van het strottenhoofd minder flexibel. “Je merkt het ook als met iemand met een accent spreekt. Dan ga je zelf ook anders praten.”

Maar het kan betuttelend overkomen. Hoewel een oudere cognitief helemaal bij de pinken kan zijn, wordt hij of zij vaak toch als minder capabel ingeschat, aandoenlijk en hulpbehoevend. ‘We schatten continu, al dan niet bewust, de cognitieve vermogens van de ander in”, zegt Van Dijk. “Vooroordelen spelen ons parten als het op ouderen aankomt.”

Als mensen dementerend zijn, helpt het wel om wat langzaam te praten, met simpele zinnen. Maar bij een babytaaltje is een volwassen persoon volgens de experts niet gebaat.

Nog zo’n typisch babytaaldingetje: het spreken in meervoud. “Gaan wij vandaag lekker in bad?” Kinderen vinden ‘ik’ en ‘jij’ lastige concepten. “Die wisselen namelijk van perspectief”, legt Fikkert uit. “Als de ander plots spreker wordt, dan verandert ‘ik’ in ‘jij’ en vice versa.”

“De betekenis van ‘wij’ blijft daarentegen meestal hetzelfde. Maar het is natuurlijk heel raar om tegen een volwassen persoon te zeggen ‘Gaan wij vandaag lekker in bad?’, als hij of zij overduidelijk alleen gaat baden. Doe dat niet.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234