Vrijdag 04/12/2020

Reizen

Een groene roadtrip: Met de elektrische wagen door Zweden

Beeld Johan Tuyaerts

Als het op ecologie aankomt, is Zweden een ijverige leerling. Ook toeristen kunnen hier hun duurzame hart ophalen, dankzij massa’s ecolodges en miljoenen hectare bos. Perfecte setting voor een milieuvriendelijke roadtrip met een elektrische wagen.

De Zweden managen hun ­clichés goed. Als we over de iconische Sontbrug (uit The Bridge) vanuit Kopenhagen geruisloos Zweden binnenzoeven, zien we aan de linkerkant meteen een reusachtige Ikea opdoemen. In een vreemd moment van bezwerende synchro­niciteit horen we Avicii op de radio en worden we opgenomen in een karavaan Volvo’s.

Maar als we even later de snelweg verlaten en dieper de provincie Skåne inrijden, maken de clichés snel plaats voor de essentie van dit land: harmonie met de natuur. Glooiende heuvels, dieppurperen heide, een keur aan eikenbomen, dennen en berken, ­zonnebloemen, wilde bessen en ­stengelrozen: onze eerste stop, het kleine Drakamöllan Gårdshotell in Degeberga, dient zich aan als een reclamespot voor het betere onthaastingswerk. We sluiten de auto aan op de laadpaal en trekken meteen de natuur in, langs het goed aangeduide Vlinderpad. Het enige wat je hier hoort, is de concurrentiestrijd van zoemende insecten en het zachte ruisen van de berkenbladeren. Als de zon door de wolken breekt, zien we wilde paarden galopperen.

Het kleine Drakamöllan Gårdshotell in Degeberga.Beeld Johan Tuyaerts

“Het zijn helemaal geen wilde ­paarden”, vertelt eigenares Ingalill ons als we ’s avonds in de tuin genieten van een heerlijk diner met lokaal gekweekte groenten en zalm. “Het zijn allemaal paarden van eigenaars die hun dieren liever hier in de natuur laten ronddraven in plaats van ze op te sluiten in stallen. Wij denken hier in de provincie Skåne gewoon veel ­ruimer dan in de rest van Zweden, omdat we tot 1658 deel uitmaakten van Denemarken. Dat Deense DNA leeft nog altijd in ons voort.”

We volgen de Zweedse zomer langs mooie visserdorpjes als Simrishamn en Vik tot in Kivik. Hier beconcurreren pittoreske, rotsige strandjes, bruingeverfde strandhuizen en appel- en perenboomgaarden elkaar voor de status van ‘mooiste foto-opportunity’. Kivik is bekend om zijn cider, een drankje dat me helaas te veel doet denken aan oude tantes met een ­verdoken alcoholprobleem. Dan ­hebben we het liever wat sterker. Rijd je richting Åhus, dan kun je snel raden waarom het zo populair is onder de Zweden: er is een mooi, lang zandstrand, je eet er heerlijke paling én het is het hoofdkwartier van een van Zwedens meest bekende en geestrijke merken: Absolut Vodka.

Zweedse fish-and-chips

498 kilometer en één laadbeurt verder naar het noorden ligt Trosa, een klein maar bijzonder aangenaam kuststadje in de Sörmland-archipel aan de Baltische Zee. Al sinds het begin van de 20ste eeuw komt de jetset van Stockholm hier graag uitwaaien. Je ziet er prachtige zomerhuizen met bloemenrijke veranda’s en zeiljachten met hoogblonde gezinnen in Filippa K-polo’s. We huren een fiets en laten de drukte van het stadje achter ons. Langs de glooiende en kronkelende boswegen ontwaren we met regelmaat eeuwenoude runen­tekens op rotspartijen. Via een kleine landbrug komen we op het eilandje Öbolandet, waar het populairste strand van Trosa ligt. We zijn hartje zomer, en jonge Björns en Benny’s duiken met spectaculaire salto’s van de steiger het koele water in. Er is ook een klein eethuisje met alle mogelijke bereidingen met zalm, paling, aardappel­puree en de Zweedse variant van fish-and-chips. Al is het kraampje pal ernaast, met hamburgers en hotdogs, veel populairder.

Wij Trädgårdar in Ockelbo is een oud landhuis te midden van mooi aangelegde bloemen- en groentetuinen.Beeld Johan Tuyaerts

Scrabble bij kaarslicht

Als we de oevers van het kleine meer nabij Ockelbo naderen, staat een ­rijzige blonde Viking in hightech outdoorkledij ons op te wachten. Hij zal ons in een bootje naar een piepklein eiland brengen, waar we twee dagen lang in totale afzondering zullen verblijven. Lichte verbazing overvalt ons als we een warm, Limburgs accent horen. Tom studeert bos- en natuurbeheer en doet hier een droomstage als natuurgids. Hij vaart ons behoedzaam door de groenblauwe archipel met meren, eilandjes en kreken vol riet. “Het water staat extreem laag door de uitzonderlijk droge zomer die we hier hebben gehad”, weet Tom. “Gelukkig waait het en dat betekent minder muggen, want die vreten je hier op.”

De cabin op het eiland is heel basic, maar wél 100 procent ecologisch én met smaak ingericht. Hier kan je nog even de illusie koesteren om echt into the wild te leven. Er is geen elektriciteit, geen wifi, maar wél een fascinerend hightech gas­toilet en genoeg kaarsen om tot diep in de nacht onze verbeten scrabblestrijd te voeren.

Oké, wie echt niet zonder internet kan: in Zweden is er haast overal 4G, dus valsspelen is een optie. Ook om het houtvuur moet je je niet schuldig voelen. Zweden heeft een kleine 25 miljoen hectare bos en een heel slimme en duurzaam geregelde houtkapindustrie. “Voor elke gerooide boom worden er minstens twee nieuwe aangeplant”, weet Tom. “Hout is hier nog altijd een van de grootste industrieën en een belangrijk exportproduct.”

Het omgebouwde vissershutje op ons ‘privé-eiland’ is heel basic, maar wél 100 procent ecologisch.Beeld Johan Tuyaerts

De volgende ochtend genieten we in een kano van de ultieme newage­-soundscape, met een ver, rommelend onweer en ruisende berkenbladeren. Als we dan ook nog eens getuige zijn van een wonderbaarlijke visvangst door een zeearend, kunnen we alleen nog maar iets onverstaanbaars ­prevelen.

Hoe basic de beleving in ons huisje ook mag zijn, alles is slim georganiseerd. En in de met batterijen aangedreven koelkast liggen verse en lokale ingrediënten, zodat we tijdens onze twee dagen eenzaamheid geen honger lijden.

Husmanskost

Het eerste stukje bewoonde wereld dat we na ons stille verblijf aandoen, toont zich meteen van zijn meest idyllische kant: Wij Trädgårdar in Ockelbo is een prachtig oud landhuis te midden van mooi aangelegde bloemen- en groentetuinen die een attractie op zich vormen. We dwalen door de grootste begonia- en rozentuin van Zweden en spelen herken-de-groente in de van vruchtbaarheid uitpuilende moestuin. Veel van die groenten herkennen we daarna op het traditionele ‘husmanskost’-buffet in het bijhorende restaurant. Het is een populaire formule in veel Zweedse restaurants en je kunt er jezelf verliezen in een feest van kabeljauw, zalm, haring, eland­pastei, aardappelpuree, bessen en lokale groenten.

En toch kan je de Zweden nooit betrappen op overdaad of overdrijving. Meer zelfs, ze hebben er een eigen woord voor: ‘lagom’, wat vrij vertaald betekent dat iets ‘goed genoeg’ is. 

Diezelfde lagom voelen we ook in het Stilleben Hotel in Åmot, dat begin vorig jaar door de jonge Gentenaars Robin en Marieke en hun zoontje Luka werd overgenomen. Het koppel werkt samen met de eigenaars van Kabin. Het kleine hotel is gevestigd in de oude dorpsschool en ademt rust, authenticiteit en een uitgekiende smaak. Vanaf ons balkon zien we drie jonge reeën in een speels schijngevecht met elkaar dollen. Hier heb je geen televisie op je kamer nodig.

Beeld Johan Tuyaerts

Als we de wagen aan de laadpaal gaan hangen, is Robin met zijn zoontje braambessen en kruiden aan het plukken in de tuin. “Wij wilden ons kind niet in de ratrace laten opgroeien. Hier zijn we elke dag buiten en hoef je de natuur niet te leren kennen via boeken.” Robin wijst ons de weg naar het Berenpad, een avontuurlijk en dichtbegroeid wandelpad in de uitgestrekte bossen van Dalarna, een regio waar de Zweedse big five floreert: eland, wolf, beer, veelvraat en lynx.

De beren laten zich echter niet zien, al laat onze adrenaline zich wel voelen als we tot twee keer toe een gigantische berendrol op ons pad ­vinden.

We rijden terug zuidwaarts via Falun, de hoofdstad van Dalarna en ooit een van de rijkste steden van Scandinavië. Dat had alles te maken met de kopermijn, de Falu Gruva, die op de Unesco-wereld­erfgoedlijst staat. Vandaag is de gepensioneerde mijn omgevormd tot een toeristisch centrum, waar je in een mijnschacht tot 55 meter diepte kan afdalen. Op deze plek kregen de huizen al in de 13de eeuw dat typische rode kleurtje: falurood, door de aanwezigheid van het kopererts.

Via het reusachtige binnenmeer Vättern bereiken we Klädesholmen aan het Kattegat, onze laatste stop voor we in Göteborg de boot terug zullen nemen.

Salt & Sill is de zilte kers op onze roadtriptaart. Dit is het eerste drijvende hotel in Zweden, zelfs de spa en sauna liggen op een drijvend ponton. Op het lichtjes deinend zonneterras eten we onder een dekentje haring in wel tien variëteiten, waaronder een in whisky en dille gemarineerde variant, terwijl de zon ondergaat boven de mooie scherenkust.  Die Zweedse lagom is ook maar relatief, denken we.

Ook naar Zweden?

Wij deden de roadtrip met een Tesla Model 3. In Duitsland, Denemarken en Zweden heb je langs de snelwegen gemiddeld om de 200 kilometer (snel)laadstations, maar ook het diepe Zweedse binnenland is goed voorzien. Bij veel hotels mag je gratis laden, maar vraag het wel even op voorhand.

Je vindt alle chargers via openchargemap.org/site

De zuidelijke helft van Zweden kleurt momenteel rood, de noordelijke helft oranje op de Europese coronakaart. Hou diplomatie.belgium.be in de gaten voor de laatste updates.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234