Donderdag 19/05/2022

AchtergrondEetstoornissen

‘Een eetbui verdooft de pijn, daarna volgt de schaamte, en de zelfhaat’: jongeren over hun eetstoornis tijdens coronacrisis

Laura, Stefanie en Sara getuigen over eetstoornissen. Beeld Roxi Pop
Laura, Stefanie en Sara getuigen over eetstoornissen.Beeld Roxi Pop

Laura Vermeire (27), digital storyteller, goot haar gevecht tegen anorexia in een boek én in een Canvas-documentaire waar je hart van bloedt. Maar ze staat niet alleen. De coronacrisis voedde bij veel jonge vrouwen het risico op een eetstoornis. Drie ervaringsdeskundigen over hun strijd.

Eline Delrue

Laura Vermeire (27)

Laura Vermeire schreef een boek en maakte een documentaire over haar anorexia, haar 'evil monkey'.
 Beeld Roxi Pop
Laura Vermeire schreef een boek en maakte een documentaire over haar anorexia, haar 'evil monkey'.Beeld Roxi Pop

Haar evil monkey, zo verwijst Laura naar haar anorexia: haar slechte aapje. Onlangs, op reis in Marokko, stak hij weer maar eens de kop op. “Die eerste vakantiedag had ik niet genoeg gegeten en hij kwam me al feliciteren: ‘Goed gedaan, Laura.’ Maar zelf weet ik wel beter, ik ga daar wel tegen in nu.

Dat was lange tijd anders. Zo’n drie jaar geleden, na haar reis door Zuid-Amerika, hakten de realiteit en een eetstoornis erin. “Mijn terugkeer was een groot kantelpunt. Ik voelde mij een buitenbeentje hier, kon niet meer aarden. Daar was iedereen warm en hartelijk, hier zijn we veel afstandelijker, bitsiger. Daar genoot ik van het trage leven, hier moet je constant presteren.

Stress, buitensporig sporten en te gezond eten: die cocktail was een regelrechte aanslag op haar lichaam. “In een half jaar tijd was ik tien kilo kwijt. Maar zowel mijn lief als ik hadden het niet door. We hadden die maanden ook zo hard gewerkt, hadden amper tijd voor elkaar. En het was winter, ik droeg losse kleren. Niemand die opmerkte: oei, dat kind ziet er niet uit.

“Het was pas op reis in Cuba, toen ik in bikini liep, dat mijn lief er voor het eerst een opmerking over maakte. Hij confronteerde me met foto’s van mezelf: je kon al mijn ribben tellen, en mijn botten staken uit. Het kwetste me wel toen hij zei dat hij me veel minder aantrekkelijk vond dan voordien. Al wilde ik toen nog niet inzien dat er iets aan de hand was.

“Het werd ook nog veel erger. Want thuis bleef het werk zich opstapelen, en bleef ik intensief sporten. Stilvallen betekende nadenken, en sporten was de enige manier om mijn gedachten op pauze te zetten. Me nog altijd van geen kwaad bewust bleef ik die put verder uitgraven. Ik negeerde elk signaal van mijn lichaam dat schreeuwde om betere voeding en rust.”

Het eerste besef kwam er een half jaar na Cuba, tijdens een retraite op Ibiza. Een bezinningstrip met meditaties, schreeuwsessies en ijskoude baden. “‘Bol, ik denk dat ik een probleem heb’, zei ik tegen mijn lief. ‘Ja, Bollie, ik denk het ook’, antwoordde hij. De opluchting was van zijn gezicht af te lezen, eindelijk had ik het uitgesproken. Al heeft het dan zeker nog een jaar geduurd voor er echt grote verandering kwam. Want je kunt pas herstellen als je dat echt wilt. Dat kan niet half-en-half, je moet all-in gaan.”

Al was dat makkelijker gezegd dan gedaan. “Als je zo lang obsessief gezond hebt gegeten – haast enkel groenten en fruit – dan wil je niet ineens allerlei vettigheid wegwerken. Mentaal is dat een error in je hoofd. Plus: meer eten betekende ook meer ongemakken. Na een pasta lag ik soms twee dagen knock-out. Ik leek niks te verteren.

“Maar het allermoeilijkste was nog om te stoppen met sporten. Netflixen, lezen, plaatjes inkleuren: dat was het enige wat mocht. Daar heb ik nog een hele tijd mee gesjoemeld: dan maar te voet naar de winkel, dacht ik, in plaats van met de auto. Een radicale ommezwaai, van alles naar niets, lukte gewoon niet.

“Vlak voor de coronacrisis ben ik in het ziekenhuis beland. ‘Het is niet vijf voor twaalf, maar één voor twaalf’, zei de arts. Mijn hart kon het elk moment begeven. En mijn gewicht was lager dan ooit: 35,8 kilo. Dat is een kind van tien jaar, hé. Echt choquerend.

“Op den duur moest ik bijvoeding krijgen. Een papperig drankje, rijk aan calorieën, dat ze weleens aan oudjes geven die niet meer kunnen eten. Dat was zo vernederend. Bovendien begon iedereen in die eerste lockdown te joggen of te rolschaatsen, alles wat ik niet mocht. Ik voelde me nog eenzamer, nog meer opgesloten.”

Ondertussen staat ze mentaal veel verder, maakt ze zich sterk. “Maar fysiek nog niet genoeg. Ik zie dat zelf ook wel, dat ik uitgemergeld ben. Tuurlijk zou ik er liever anders uitzien. Die weerslag op mijn lief, op de aantrekking tussen ons: dat is hard, ook nu nog. Cru gezegd, je wilt toch geen seks met een geraamte? Gelukkig blijven we elkaar vinden, hebben we die emotionele connectie.”

Sinds een paar maanden gaat ze all-in, verzekert ze. Maar het herstel is nog pril. Met drie stappen vooruit, en één of twee achteruit. “Op een bepaald moment woog ik 39 kg, een voelbaar én zichtbaar verschil, maar evengoed ging het terug naar af. Slopend is dat.”

Vier kilogram erbij tegen kerst, dat is het doel, al staat haar BMI ook dan nog in het rood. “Het blijft een uitdaging om niet te veel te bewegen. Onlangs ging ik rolschaatsen, en brak ik mijn bekken. (Kijkt gespeeld schuldig) En dat eten: intussen heb ik een zo goed als normaal voedingspatroon. Ook afleiding helpt. Eten we eens iets vettigs, dan zetten we ons voor tv, of we spelen een gezelschapsspel. Of ik spreek het gewoon uit: ‘Shit, ik voel mij slecht omdat ik dit en dat heb gegeten.’ Mijn lief sust dan: ‘Wat is het ergste wat er nu kan gebeuren?’ Dat ik bijkom. Ha, besef ik dan, maar dat is juist het doel (lacht).”

Sara (19) worstelt met boulimie

Sara kreeg eerst anorexia, en daarna boulimie.
 Beeld Roxi Pop
Sara kreeg eerst anorexia, en daarna boulimie.Beeld Roxi Pop

“Zo’n eetbui, ik heb dat totaal niet in de hand. Heel ongecontroleerd is dat. Ik grijp dan naar chips, koeken, en ik eet soms tot ik echt misselijk ben. Al zal ik nooit boven de pot gaan hangen, ik ben te bang om over te geven.” Ze lacht kuiltjes in haar wangen, ook al worstelt ze volop met haar demonen, met haar boulimie. “Een eetbui verdooft de pijn die ik op dat moment voel, het verzet mijn gedachten. Maar meteen daarna volgt de schaamte, de schuld, de zelfhaat ook.”

Ooit, op haar vijftiende, ging het er nog helemaal anders aan toe. Toen was het anorexia die als een sluipend gif haar lichaam overnam. “Ik heb een problematische jeugd gehad, voelde me erg onzeker, had een laag zelfbeeld. Dat moet die eetstoornis gevoed hebben. Niet dat ik van de ene dag op de andere besliste om te stoppen met eten. Eerst wilde ik vooral wat gezonder eten en een beetje afvallen, heel onschuldig. Daarna viel er al eens een maaltijd weg, en plots sloeg ik er twee over – op school kieperde ik mijn brooddoos stiekem leeg in de vuilnisbak. Tot ik uiteindelijk maar erg weinig meer at, meestal enkel ’s avonds nog, omdat mijn ouders er dan bij zaten.

“Voor mij was dat een manier om controle te krijgen over al die dingen die mij in de weg zaten. Drie keer per dag ging ik op de weegschaal staan. Als er ook maar iets bij was – al waren het een paar grammen – greep ik al in door nog wat meer maaltijden over te slaan. De psychologe die ik toen zag, voor mijn stress op school, heb ik daar nooit over verteld. Ik wilde ook niet dat daar iemand tussen zou komen: tussen mijn eetgedrag en ik. Ik wilde niet dat iemand met een ‘oplossing’ ging komen, want die eetstoornis was net een veilige stem in mijn hoofd. Het voelde veilig om zelf die controle te behouden.”

Nadat ze van school was veranderd, voelde Sara zich opklaren. “Ik zat weer zelf aan het stuur van mijn leven, van mijn keuzes. Daardoor kon ik me beter losmaken van dat stemmetje in mijn hoofd.”

Tot ze achttien was, en samen met de coronacrisis ook die eetstoornis weer de kop opstak. Een herval, maar dan met boulimie. Vreetbuien, vasten en laxeerpillen nemen, en dat nu al maandenlang op repeat. “Tijdens de pandemie had ik erg weinig structuur in mijn leven, terwijl ik dat heel hard nodig heb. Was ik thuis, dan waren mijn ouders gaan werken en zaten mijn zussen de hele dag op hun kamer te studeren. Ook toen greep ik de kans om weer maar eens een pizza in de oven te steken.

“Ik bleef toen veel binnen, zat constant door mijn sociale media te scrollen. Dat heeft er wellicht ook geen goed aan gedaan. Je ziet dan allemaal slanke meisjes die gezond eten. Of, erger nog, meisjes die een vettige hamburger eten, maar er nog altijd supermooi uitzien. Dat was heel moeilijk voor mij.

“Ook nu nog, nu het weer mag, vermijd ik het om buiten te komen. Want spreek je met vrienden af, dan hangt dat toch vaak samen met eten: ‘Kom, laten we iets gaan eten.’ Of: ‘Tijd voor een tussendoortje, gasten.’ Dat haat ik dus enorm.”

Gezonde voeding skippen, gecombineerd met ongezonde eetbuien: het deed de wijzer van de weegschaal naar de andere kant overhellen, vertelt ze. “Vraag me niet om daar een cijfer op te plakken, want ik schaam me dood voor mijn gewicht. Momenteel durf ik de weegschaal niet meer aan te kijken, laat staan dat ik erop ga staan. Ook de spiegel mijd ik als de pest: naakt of met kleren aan, maakt niet uit. Ik draai mij er bewust van weg.”

Ook de reacties van de buitenwereld helpen niet altijd. “Ik heb al vaak moeten horen: ‘Hoezo, jij hebt een eetstoornis? Dat is er anders niet aan te zien.’ Toen ik mijn probleem voor het eerst aan een vriend opbiechtte, zei hij doodleuk: ‘Dat kan niet, want ik zie je nog eten.’ Hij veegde mijn verhaal meteen van tafel (rolt eens met haar ogen). Er is nog zoveel onwetendheid. Het gaat echt niet altijd over flinterdunne meisjes, hoor. Het kan ook over overgewicht gaan, of over jongens ook.”

Ze heeft twee intakegesprekken gepland, bij twee eetklinieken. Als alles goed gaat, kan ze er over drie maanden terecht. Maar of ze er klaar voor is, voor dat herstel? “Ik zou het wel willen aanpakken, echt waar. Maar dat stemmetje in mijn hoofd vindt nog altijd dat ik terug naar die 45 kilo moet, naar dat dieptepunt. Daar ben ik wel bang voor, dat ik weer zou doorslaan naar de andere kant, naar anorexia. Ik wil die controle toch zo graag zelf blijven houden.”

Stephanie (28) overwon haar anorexia

Stephanie ging door een moeilijke periode, en hoopte grip te krijgen door obsessief met eten bezig te zijn. 
 Beeld Roxi Pop
Stephanie ging door een moeilijke periode, en hoopte grip te krijgen door obsessief met eten bezig te zijn.Beeld Roxi Pop

“Ik was vooral heel hard gefixeerd op calorieën. Dan rekende ik dat uit: als ik nu zolang ga joggen, dan verbrand ik er zoveel. Ik zag er constant op toe dat ik meer calorieën zou verbranden dan binnenwerken.”

Mentaal was ze “een wrak”, vertelt Stephanie, toen een eetstoornis het twee jaar geleden van haar overnam. Ze ging door moeilijke tijden op haar werk, cijferde zichzelf te veel weg voor anderen, en haar zelfbeeld liep blutsen op. “Toen dacht ik: ik moet toch ergens nog grip op hebben. Die controle vond ik in wat ik at, en – vooral – niet at.

“Dat ging ik kleine stapjes. Eerst at ik ’s middags geen boterhammen meer, maar een slaatje. Daarna geen slaatje meer, maar een soep. Tot ik op den duur mijn ontbijt oversloeg en voor de rest alleen nog soep dronk. Zo ging ik in drie maanden tijd van een gewoon eetpatroon, met snoepen en al, naar zelfs geen fruit meer durven te eten. Betrapte ik mezelf erop dat ik, overmand door honger, een peer vast had, dan barstte ik in tranen uit.

“Daar kwam een groot stuk angst bij kijken. Ik was bang om te eten, omdat ik misschien niet zou kunnen stoppen, omdat ik de rem niet zou kunnen opzetten. De schrik zat vooral daarin: straks raak ik nog de controle kwijt en begin ik net meer te eten.

“Telkens als ik dat cijfer op de weegschaal zag zakken, voelde ik een korte euforie, wetende: ik zou nog harder kunnen zakken. Kwam ik, daarentegen, een paar grammen aan, dan stak ik dat op die extra druiven die ik gegeten had. Of op dat kwartiertje minder lopen. Dan compenseerde ik dat door die dag alleen nog te sporten, en niet meer te eten. Soms stond ik vier uur op een dag te hoelahoepen, echt maf. En dan dacht ik: oké, nu moet ik nog 5 kilometer gaan lopen. Zo obsessief was dat.”

Ze gaf haar eetstoornis een naam: Anton. “Er vielen harde woorden, telkens als Anton sprak. Ging ik een dag niet sporten, dan was ik ‘een zwakkeling’. At ik twee chocolaatjes, dan was ik ‘het grootste zwijn ter wereld’. Dat maakte mij heel hard voor mezelf. Mijn dichte omgeving wist dat ook: het is de eetstoornis die nu spreekt, niet Stephanie.”

Ze heeft ver gezeten, weet ze, heel ver. “Ik heb foto’s uit die periode die ik bewust op mijn gsm bewaar, als een soort herinnering: dààr wil ik nooit meer naartoe. Mijn botten staken uit, mijn wangen waren ingevallen, ik had donshaartjes op mijn lijf. Ik herinner me nog hoe ik met vrienden op een camping zat, het was 35 graden. Iedereen had het bloedheet en ging zwemmen, terwijl ik rillend op een ligstoel zat, met een deken over mij. Dat was echt overleven.

“Mooi zag ik er niet uit, eerder schrikwekkend zelfs. Maar het ging mij ook niet om afvallen, om streven naar een schoonheidsideaal dat ik op Instagram zag. Het ging mij niet over dat eten. Het was mij veel meer om die controle te doen. Ik besefte dat zelf ook, hoe ik mijlenver van dat schoonheidsideaal af stond.”

Minder sociale contacten, minder realitychecks: ook Stephanie zag hoe de coronacrisis haar eetstoornis voedde. “Ik zat niet meer samen met vriendinnen te eten. Op den duur wist ik niet meer: wat is normaal eetgedrag? Dat heeft het allemaal makkelijk doen escaleren. Er was niemand die zei: ‘Vier kleine toastjes voor middag: is dat niet wat weinig, Stephanie?’

“Mijn beste vriendin, mijn knuffelcontact, kwam wel regelmatig op bezoek. Nadien heeft ze me verteld dat ze vaak huilend naar huis terug gereden is. Het ding is: je omgeving weet zich ook geen raad. Moeten ze daar hard in zijn, of juist zacht? Mogen ze iets forceren of net niet? Toen mijn vader me, puur uit onmacht, wilde pushen om frieten te eten, ben ik totaal ingestort.”

Goed omringd klom ze omhoog, haar gewicht volgde, “al doet dat cijfer er niet toe”. Sinds begin dit jaar is haar Anton een “afgesloten hoofdstuk”. “Ik kan weer gezond omgaan met eten nu, dat obsessieve is eruit. Ik ben niet meer bezig met hoeveel ik weeg, en ik leerde lief te zijn voor mezelf, voor mezelf op te komen. Wat ik vroeger egoïstisch had gevonden, is nu zelfzorg.”

“Ben ik bang om ooit te hervallen? Ik zeg niet dat dit ooit honderd procent afgesloten zal zijn. Het leven heeft ups en downs, en ik zal nog weleens een down hebben. Zit ik met mezelf in de knoop, dan hoor ik dat stemmetje nog altijd ergens wel. Alleen, het is niet sterk genoeg om mij niet te doen eten. En ik merk nu ook: hoelahoepen tijdens één aflevering van Grey’s Anatomy – goed voor de buikspieren – is al meer dan genoeg. Dat op zich is al stevig (lacht).”

Psycholoog An Vandeputte: ‘Een eetstoornis beheerst je hele dag, niet alleen die maaltijden’

Minder sociale contacten, meer angst en onzekerheid, meer plaatjes kijken op Instagram: de coronacrisis was voor veel jongeren al de voedingsbodem voor een eetstoornis. Bijna twee op de tien jongeren (18-29 jaar) lopen een verhoogd risico op anorexia of boulimie, zo toonde onderzoek van Sciensano in april dit jaar. “In een poging om meer houvast te krijgen in onzekere, beangstigende tijden, waarin vertrouwde contactmomenten wegvallen, reageren ze meer gefixeerd op hun eet- en beweeggedrag, of ze verliezen er af en toe de controle over”, duidt An Vandeputte, klinisch psycholoog en coördinator van Eetexpert.be. “Bovendien ging hun problematisch eetgedrag tijdens de pandemie nog veel sneller escaleren. Het werd sneller erger, omdat mogelijke hulpmiddelen, ondanks de ambulante zorg, niet bereikbaar waren.”

Zo kregen de eetklinieken in korte tijd veel meer aanmeldingen van ernstig zieke meisjes, soms jongens ook. Bijgevolg dikten de wachtlijsten flink aan, tot wel vier à acht maanden ver. Vandeputte: “We zien vooral eetstoornissen op de leeftijd van 15 à 25 jaar, maar ook bij prille tieners steekt het regelmatig de kop op. Ga er maar van uit dat er in elke middelbare klas toch twee of drie jongeren met een eetstoornis kampen.”

Opmerkelijk: een eetstoornis gaat veel verder dan moeilijk eetgedrag aan tafel met weinig eten, bepaalde voeding vermijden of er krampachtig bij zitten. Vandeputte: “Een eetstoornis beheerst je hele dag, niet alleen de eetmomenten. Je ziet dan ook dat én het gewicht eronder lijdt, én de sociale contacten én de emoties én de lichaamsbeleving. Het gaat dus over veel meer dan niet willen eten.”

Plots maaltijden overslaan, hypergezond beginnen te eten, en dat in combinatie met extreem veel bewegen: het zijn allemaal alarmbellen die een eetstoornis kunnen inluiden. Vandeputte: “Te sterke controle nemen over het eetgedrag is vaak een reddingsboei om vat te krijgen op ‘normale’ spannende groeithema’s: intense emoties, veranderende lichaamsbeleving, zoeken naar identiteit en sociale verbondenheid.”

Genezen kan, verzekert An Vandeputte, maar dan wel in kleine stapjes. “Precies omdat eetstoornissen op zoveel levensdomeinen inwerken, vraagt goed herstel veel tijd. De meesten hebben hier meer dan een jaar voor nodig. In de behandeling komt het erop aan om gezonde eetvaardigheden uit te bouwen, anders met emoties te leren omgaan, een betere lichaamsbeleving te hervinden, eigenwaarde vast te krijgen en het gewicht te herstellen.”

Het is zowat de nachtmerrie van elke ouder of partner: om machteloos aan de zijlijn toe te kijken. Hoe kun je dan het best reageren? Vandeputte: “Probeer als een echte supporter mee te lopen. Ook al heeft je kind of geliefde een eetstoornis, hij of zij ís geen eetstoornis. Maak contact met de 80 procent in die ander die wel krachtig en gezond staat. Want het is dat deel, binnenin de jongere, dat mee zal helpen in het herstel.

“Vraag ook naar de handleiding van je kind of partner, eerder dan de boel zelf te willen overnemen. Anders ga je dat gezonde stuk in die jongere dwarsbomen, en die wil het net zelf bepalen. Vraag dus liever hoe je kunt helpen. Misschien kan dat door samen te eten, door het gezellig te maken aan tafel, met een muziekje en afleidende babbel. En tuurlijk mag je zeggen dat je erg bezorgd bent, maar doe dat niet aan tafel waar het eten al een berg spanning geeft. Doe dat op een moment dat je er neutraal over kunt praten.”

Willen we preventief ingrijpen, zo raadt Vandeputte aan, dan moeten we er vooral breed op inzetten om een gezonde leefstijl te automatiseren. Goede eetvaardigheden aanleren, regelmatig bewegen, lief zijn voor je lijf, emoties leren reguleren, en mediaweerbaarder worden. Willen we onze jongeren een beschermend jasje aantrekken, dan moeten we daarop mikken.”

Gekooid door mijn eetstoornis, Laura Vermeire, verschenen bij uitgeverij Manteau, 192 p., 24,99 euro.

Gekooid, een documentaire van Dominique De Vlieger en Laura Vermeire, maandag 15 november op Canvas.

Wie met vragen of zorgen over eetstoornissen zit, kan terecht op anbn.be.

null Beeld RV
Beeld RV
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234