Zaterdag 26/11/2022

AchtergrondGeld en ethiek

Duurzaam beleggen, hoe begin je eraan, en werkt het eigenlijk wel?

null Beeld Timon Vader
Beeld Timon Vader

Het hipste clubje op de financiële markt is dat van de duurzame belegger. Wie erbij wil horen, ziet echter al snel door de bomen het bos niet meer. Want wanneer is een belegging nu écht duurzaam?

Michiel Martin

“Al onze beleggingsfondsen zijn duurzaam, meneer.” Wanneer de medewerkster van een Belgische grootbank het vertelt, vliegt de koffie net niet over het klavier. We zitten op dat moment in een verkennende videocall, omdat “deze crisis ook een opportuniteit kan zijn om te starten met beleggen”. Gezien mijn spaargeld verdampt terwijl ik door de bankapp scrol, heb ik toegehapt, maar onderweg stel ik één voorzichtige voorwaarde: Ik beleg liever geen geld als de wereld er niet ook een beetje beter van wordt.

Verhip, blijkt dat dus bij alle fondsen van de desbetreffende bank het geval. Gooi een dartspijltje naar de fondsenbrochure en je mag jezelf in het groene kostuum van de duurzame belegger hijsen. Zo simpel kan het toch echt niet zijn?

“Eigenlijk had ze beter een opvolgvraag gesteld: wat vind jij dan belangrijk op vlak van duurzaamheid?”, zegt docent beleggen Siem de Ruijter. Volgens hem denken veel Belgen dan meteen aan het milieu, zoals bijvoorbeeld criteria zoals het bannen van investeringen in fossiele brandstoffen. “Maar laatst kreeg ik een vraag van iemand uit de sociale sector, die constant met mensen in armoede werkt en wilde weten of ze dat in rekening kon brengen. Het kan dus heel erg breed gaan.”

Lees ook

‘Let goed op de labels.’ Hoe weet je welke beleggingen écht duurzaam zijn?

‘Alleen maar sparen is eigenlijk nooit slim’: financieel expert Pascal Paepen over inflatie, sparen en beleggen

Hoe beleg je in tijden van hoge inflatie? Experts helpen u op weg

Vaak erbarmelijk slecht uitgelegd: wat moet u nu echt weten over cryptomunten?

De Ruijter zette tijdens de pandemie de Duurzaam Beleggen Academy in de steigers om handvatten aan te reiken, niet toevallig een periode die voor veel jongeren een instapmoment op de beurs is gebleken. Vandaag zijn bijna drie keer meer ­18- tot 29-jarigen actief dan in 2019. Een verhaal van spaarboekjes die dankzij inflatie een verliespost zijn, plus het feit dat populaire beleggingsapps DeGiro of Bolero het makkelijker maken dan ooit om elke maand een tientje te investeren.

Een jaarlijkse rondvraag van fondsenhuis Schroders toont dat net die groep erg positief staat tegenover een duurzame portefeuille. De Ruijter merkt dat het vraagstuk erg leeft: “Ook de oudere beleggers vinden hun weg naar ons.” Soms zijn het ervaren beursrotten die hun strategie willen omgooien, soms mensen die hun modus vivendi al hebben omgegooid op vlak van mobiliteit en consumptie en nu ook hun spaarcenten als hefboom willen inzetten. Iedereen wil tegenwoordig een SRI zijn: een socially responsible investor.

Milieu, mensen en bestuur

Dat is duidelijk te zien in de cijfers. Eind 2020 bedroeg het duurzaam belegde vermogen in ons land 96,3 miljard euro, een verdubbeling ten opzichte van een jaar eerder. En toen moest persbureau Reuters het jaar 2021 nog uitroepen tot het jaar van de duurzame belegger, met recordhoge instromen.

Maar wie of wat definieert wat duurzaam is? Op dit moment gelden ESG-criteria algemeen als de toetssteen voor duurzame beleggingen. Financiële producten worden daarmee gewogen op vlak van de inspanningen voor milieu (Environment), mensen (Social) en deugdelijk bestuur (Governance). Groene energie opwekken, correcte arbeidsomstandigheden - ook in de toeleveringsketen - of vrouwen in de toplaag kunnen bijvoorbeeld een impact hebben.

Begin vorig jaar zijn die criteria verankerd via de Europese SFDR-regels (sustainable finance disclosures regulation). Beleggingsfondsen krijgen daardoor een categorie toebedeeld, gaande van fondsen zonder duurzame ambities (artikel 6) tot de duurzame fondsen die onder artikel 8 of artikel 9 vallen.

Het is een verhaal van vele tinten groen, van licht- naar donkergroen. Bij artikel 8 worden die ecologische of sociale kenmerken simpelweg meegenomen in de oefening, bij 9 is er ook een duidelijke impactdoelstelling aan gekoppeld.

Het krioelt vandaag van die groene fondsen. In ons land is het door Febelfin opgerichte ‘Towards Sustainability’-label, vrij streng naar Europese normen, al aan bijna 700 beleggingsproducten toegekend. Vele daarvan zijn klassieke beleggings- of pensioenfondsen, maar er zitten ook ETF’s (exchange-traded funds), ook wel trackers genoemd, tussen.

Die laatste zijn beursgenoteerde fondsen die via een mandje de koers van een regio, sector of grondstof volgen. Ook daar kan een ESG-filter of SRI-filter bepalen welke bedrijven in aanmerking komen en welke niet. Zeker bij jongeren zijn ze erg populair, omdat ze passief beheerd worden en er dus weinig kosten aan vasthangen.

Maar hoe betrouwbaar zijn al die groene filterlaagjes? Ik merk voor mezelf dat ik er nogal sceptisch naar kijk. Meer zelfs: na de videocall met de bank, geloof ik het al helemaal niet meer. Een blik op de website van ngo Fairfin, dat de inspanningen van banken doorlicht, is dan ook geen pretje. Van het zogenaamd duurzaam belegde geld in ons land wordt slechts 1 op de 8 euro werkelijk zo besteed, stelt de organisatie.

Op de bankwijzer die Fairfin tweejaarlijks samenstelt om die inspanningen bevattelijk te maken, zijn kleine banken zoals Triodos Bank of het recent opgerichte NewB duidelijk de beste van de klas. Maar hun marktaandeel binnen de duurzame beleggingsproducten is wel minder dan 1 procent. De scores van de grote kleppers zijn dan weer teleurstellend laag: ING (55), KBC (50), Belfius (46), BNP Paribas (44) en Deutsche Bank (34) blijken volgens de tool niet eens in staat tot zesjescultuur.

Mijnenveld

Strategie speelt sowieso een grote rol. Er zijn er verschillende mogelijk, zegt De Ruijter. “Je kan gaan werken op basis van uitsluiting. Ben je gefrustreerd door de olie-industrie? Beleg er dan niet in.” Dat is bijvoorbeeld waar Triodos radicaal voor kiest, terwijl grootbanken vaak niet tot op het bot gaan. Ze kiezen ‘de beste van de klas’ in een sector, onder het mom dat bedrijven zo gemotiveerd raken om een groene omslag te maken.

Op die laatste manier kan je dus wel in fossiele bedrijven zoals Shell of TotalEnergies gaan beleggen, die sterk inzetten op respectievelijk wind- en zonne-energie. NewB berekende dat een investering in hun kapitaal van 2.000 euro (voor Shell) à 5.000 euro (voor Total) elk jaar evenveel CO2-uitstoot faciliteert als de voetafdruk van een individu - ongeveer 20 ton.

Dat is dus de kracht van geld versus de kracht van persoonlijke inspanningen zoals de auto laten staan, reizen met de trein of een biefstuk minder eten.

Een mooier dilemma is volgens De Ruijter Colruyt, dat als warenhuis een flinke druk zet op het milieu. “Maar het heeft veel aandacht voor groene energie, zoals zonnepanelen of vrachtwagens op waterstof, gaat in gesprek met lokale leveranciers en heeft een goed personeelsbeleid.”

Soms is de grens echter flinterdun: een bedrijf zoals Umicore investeert bijvoorbeeld zwaar in recyclage- en batterijtechnologie maar sleept wel een historische vervuiling met zich mee. Hoe duurzaam kan je zo’n investering noemen? In beleggingsclubs levert het vaak verhitte discussies op.

“Het is zo moeilijk om te beoordelen of een bedrijf écht duurzaam is of niet”, zegt Pim Verlaan van de populaire podcast Jong Beleggen. Die besteedde niet één, maar al twee afleveringen aan het thema. “Vanwege een grote hunkering bij de luisteraars. Maar het lukt gewoon niet om goede handvatten aan te reiken. Als je bijvoorbeeld kijkt hoe complex bedrijven rapporteren over milieu-inspanningen, en dat doen ze bewust, dan is het echt een mijnenveld van greenwashing waar je inloopt.”

Wie liever geen duurzaam fonds gelooft en zelf een portefeuille aan aandelen samenstelt, komt voor morele dilemma’s te staan. Is Tesla de hemel omdat het een revolutie in elektrische wagens ontketent. Of de hel omdat het een toxische bedrijfscultuur etaleert en door de ontginning van kobalt - nodig voor de batterijen - een impact heeft op kwetsbare ecosystemen?

Een groene ETF dan maar. Via de populaire iShares Global Clean Energy ETF kan je al vanaf enkele euro’s per maand investeren in een rits bedrijven die pionieren in de groene transitie. “Alleen raad ik zo’n thema-ETF niet aan om mee te starten”, zegt Ruijter. Het raakt namelijk aan de basisregel van verstandig beleggen: goed spreiden. Als die ene sector in zwaar weer belandt, kan je investering smelten als sneeuw voor de zon. Dan ben je geen duurzame belegger, maar een duurzame dommerik.

BlackRock

Draaien we onszelf dan collectief een rad voor de ogen met al die duurzame beleggingen? “Ik ben bang van wel”, zegt Pim Verlaan, die ondanks zijn aanstekelijke enthousiasme over beleggen niet echt optimistisch is. Dat heeft een reden. Binnenkort zal de podcast in samenwerking met enkele onderzoeksplatformen een analyse brengen van de meest donkergroene fondsen, de artikel 9's. “Het enige wat ik daar nu al over kan zeggen, is dat de toestand schrijnend is.”

ESG heeft de afgelopen jaren al een paar keer serieus aan geloofwaardigheid ingeboet. Zo was er Tariq Fancy, ex-hoofdstrateeg voor duurzaam beleggen bij fondsengigant BlackRock, die aan de alarmbel trok en ESG vooral als een bliksemafleider bestempelt.

En dan is er ook het illustere greenwashing-verhaal van de Duitse vermogensbeheerder DWS, dochter van Deutsche Bank. Nadat een interne klokkenluider aan het licht bracht dat DWS beleggingsfondsen bewust duurzamer voorstelde dan ze in werkelijkheid waren, opende het Duitse gerecht een onderzoek naar fraude.

Het zijn allemaal verhalen die ervoor gezorgd hebben dat Britt Buseyne (29) zich heeft afgekeerd van lettertjes zoals ESG en SRI. Vijf jaar geleden stopte ze haar spaargeld nochtans gretig in die fondsen. “Ik wilde de erfenis van mijn moeder voor duurzame doeleinden aanwenden, omdat ze zelf erg maatschappelijk geëngageerd was. Dus kwam ik initieel bij die ESG-fondsen uit, omdat ik het zelf ook niet zo goed wist.”

Ze blijft ervan overtuigd dat je met geld de grootste impact kan hebben. “Maar dan niet door te speculeren op de beurs, wel door mijn geld in de reële economie te beleggen.” Zo heeft ze aandelen in Wooncoop en Neibo, twee burgercoöperaties die respectievelijk woningen en mobiele telefonie voorzien met een duurzame insteek en veel inspraak voor de betrokken burgers. “Mijn impact, zoals de jobs die ik help creëren, is er heel tastbaar. En die positieve impact komt voor mij op de eerste plaats, dan pas het rendement.”

Ook Siem de Ruijter ziet mooie voorbeelden van dergelijke coöperaties, zoals Ecopower dat investeert in lokaal geproduceerde en hernieuwbare energie. Tegelijk stelt hij dat de kritiek op ESG veel te hard is. “Is er soms sprake greenwashing? Zeker. Maar het motiveert bedrijven wel degelijk. Wie achterblijft, riskeert namelijk boetes, zal tegen een duurdere financiering bij de bank aankijken of zal het vertrouwen van de consument verliezen. In die zin hoeft duurzaamheid rendement niet uit te sluiten. Meer zelfs, uit onderzoeken blijkt dat ze net hand in hand gaan.”

Wapenindustrie

Bovendien is niet enkel geld de hefboom, zegt De Ruijter. Aan een aandeel hangt ook inspraak vast, en een stemrecht op de algemene vergadering. “Dat is actief aandeelhouderschap, je stem echt laten gelden.” Hij wijst ook op initiatieven zoals Follow This, dat een bedrijf als Shell olievrij probeert te maken door mensen te overtuigen om één of meerdere aandelen te kopen en zo één grote vuist op tafel te worden.

Bij een fonds heeft de beheerder natuurlijk die stem. In realiteit blijkt dat vaak niet veel meer dan een paar symbolische vragen stellen per mail. “Ook daarover kan je natuurlijk in gesprek gaan, en je eisen stellen”, zegt De Ruijter. Voldoet een bank of vermogensbeheerder niet aan je beeld van duurzaamheid, dan ga je op een ander en keer je hun eigen logica tegen hen: de beste van de klas of toch maar een dinosaurus worden. Exact wat ook Fairfin op het oog heeft met de Move your money-week.

Toch blijf ik op mijn honger zitten. Want waar leg je dan de lat? “Dat is het probleem net”, zegt Pim Verlaan. “Duurzaamheid is een erg subjectief gegeven, er is niet echt een lat.” Ook De Ruijter is van mening dat iedereen voor zichzelf moet bepalen wat duurzaam is en wat niet.

Zo wordt de duurzame beleggingsclub een kruitvat vol morele dilemma’s. Neem nu de wapenindustrie. Overduidelijk slecht, toch? Toch poneert een recent analysestuk van het Financieel Dagblad dat de oorlog in Oekraïne tot nieuwe ijkpunten kan leiden. Wapenleveringen aan Oekraïne en de behoefte om Europa militair te versterken, kennen vandaag een breed draagvlak. Is zo’n belegging dan nog steeds oerslecht?

Dat smaakt als een vieze gedachte. Ik vind het zelfs zo verlammend dat ik - net nu ik zelf een portefeuille met wat ‘duurzame’ ETF’s en een paar gerichte aandelen heb samengesteld - alweer zin heb om het clubje te verlaten en alles op mijn spaarboekje te rammen.

“Voor mij is dat misschien nog de grootste reden om te beleggen”, zegt Britt Buseyne. “Op dat spaarboekje is het alsof dat geld me de hele tijd zit aan te staren. Daar word ik echt heel ongemakkelijk van.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234