Donderdag 26/01/2023

InterviewJennifer Doudna

‘DNA van embryo’s aanpassen klinkt interessant, maar is potentieel gevaarlijk’: Nobelprijswinnaar Jennifer Doudna waarschuwt zélf voor risico’s van crispr

Jennifer Doudna: ‘Ook al kunnen we iets doen, moeten we het dan doen? En als we beslissen om iets te doen, onder welke 
 omstandigheden? Wie beslist? Beeld NYT / MATT EDGE
Jennifer Doudna: ‘Ook al kunnen we iets doen, moeten we het dan doen? En als we beslissen om iets te doen, onder welke omstandigheden? Wie beslist?Beeld NYT / MATT EDGE

De Amerikaanse biochemicus, Nobelprijswinnaar en crispr-pionier Jennifer Doudna is een van de leidende stemmen in het ethische debat over de controversiële technologie van genenmanipulatie. ‘Het is eerlijk gezegd een beetje eng, maar het is ook heel opwindend.’

David Marchese

Het is heel goed mogelijk, misschien zelfs waarschijnlijk, dat Jennifer Doudna aan het begin van haar carrière op een rustige dag in haar lab dagdroomde over een doorbraak die de wereld zou kunnen veranderen. Maar communiceren met de wereld over de ethische gevolgen van zo’n doorbraak? “Absoluut niet!”, zegt Doudna, die samen met Emmanuelle Charpentier in 2020 de Nobelprijs voor Chemie won voor hun onderzoek naar de crispr-technologie voor genetische modificatie. “Ik ben het nog steeds aan het leren.”

Sinds 2012, toen Doudna en haar collega’s de bevindingen deelden van hun werk met bacteriële genen, is de 58-jarige een leidende stem geworden in het debat over hoe we crispr zouden kunnen gebruiken. Mogelijke toepassingen zijn onder andere gewassen zo aanpassen dat ze droogteresistent worden, genetisch erfelijke medische aandoeningen genezen en - het meest controversieel - het bewerken van menselijke embryo’s. “Het is eerlijk gezegd een beetje eng”, zegt Doudna over de toekomstige mogelijkheden van crispr. “Maar het is ook heel opwindend.”

Uw werk raakt aan de kern van het leven zelf. Heeft het u ook wijsheid bezorgd die u kan doorgeven aan jongere wetenschappers? En dan bedoel ik niet: ‘Als je hard je best doet, komt het wel goed met je carrière’. Ik bedoel een diepere wijsheid over de relatie tussen mensheid en wetenschap.

“Wel, op een bepaald niveau zijn we allemaal wetenschappers. Wetenschappers zijn per definitie nieuwsgierig naar de natuur, of we nu zwarte gaten of slijmzwammen bestuderen of werken aan crispr. Het gaat om het ontdekkingsproces. Dat gevoel primeert nog altijd in mijn werk.

“Ik had het hier onlangs over met mijn tienerzoon. Die begint na te denken over dingen als: wil ik in een bedrijf werken of mijn eigen bedrijf beginnen of een academicus worden? Ik denk dat hij altijd een beetje sceptisch is geweest over mijn job (Doudna werkt aan Berkeley en geeft leiding aan het Innovative Genomics Institute, red.). Hij snapt niet dat ik de academische bureaucratie tolereer. Maar mijn werk bezorgt me een unieke, bevoorrechte positie, waarbij mensen me betalen om aan problemen te werken die ze me bovendien niet dicteren. Ik kan wat geld losweken, ik kan een student overtuigen om mee te werken, en we zijn vertrokken! Dat is leuk.”

U bewerkt DNA. Triggert dat geen gedachten over onze plaats in het universum?

“Ik vind het alleszins diepgaand dat de mensheid in de afgelopen decennia antwoorden vond op vragen als: ‘Wat is genetisch materiaal? Hoe ziet het eruit? Hoe wordt het nagemaakt?’ en vervolgens, steeds vaker: ‘Hoe kunnen we het synthetiseren, veranderen en, nu, hoe kunnen we het bewerken?’ Het is niet iets wat we vandaag al kunnen, maar op een technisch niveau hebben we nu wel alle puzzelstukken bij elkaar die ons zouden toestaan om het DNA van een volledig organisme te coderen.

“Met crispr zou je zelfs dingen met het leven kunnen uitsteken die in de natuur niet voorkomen maar ineens mogelijk worden omdat we DNA willekeurig kunnen aanpassen. Dat is bijzonder ingrijpend. Ik heb mezelf al de vraag gesteld - al denk ik dat ze eigenlijk niet te beantwoorden is: is dat een natuurlijk gevolg van onze menselijke nieuwsgierigheid, naar wie we zijn, waarom we hier zijn, wat het leven is? Dat zijn allemaal essentiële vragen, en wetenschappers proberen die vooral te beantwoorden door de effectieve chemie van het leven te ontrafelen.

“Nu hebben we veel van die kennis, al zijn we volgens mij nog altijd heel beperkt in onze kennis van wat ons genoom eigenlijk doet. Maar we hebben wel de nodige instrumenten waarmee we de resterende antwoorden op zulke vragen sneller kunnen ontdekken. Welke richting we daarmee uitgaan? Dat is een lastige vraag. Ze zou al moeilijk zijn om te beantwoorden als we op een stabiele koers zaten, maar het ontwikkelingstempo verandert en versnelt alleen maar, gestuwd door ontwikkelingen in informatica, machine learning, al die harde tech.”

Veel van de discussie over de mogelijkheden van gene editing heeft betrekking op dingen die nog ver in de toekomst liggen. Hoe zal mijn wereld, in de tijd dat ik als 40-jarige nog op aarde zal zijn, door crispr worden beïnvloed?

“Op korte termijn, en dan bedoel ik de komende jaren, verwacht ik dat crispr een impact zal hebben op wat we eten. Er is al een crispr-tomaat (de tomaten, die grote hoeveelheden gamma-aminoboterzuur bevatten - wat volgens het bedrijf dat ze verkoopt kan zorgen voor een lagere bloeddruk - werden op 20 september 2021 in Japan goedgekeurd en te koop aangeboden, red.). Zulke toepassingen gaan we nog meer zien.

“Crispr zal ook gebruikt worden om bepaalde effecten van de klimaatverandering te counteren. Dat zijn al twee zeer reële, tastbare resultaten. Verder lijkt het me waarschijnlijk dat we crispr kunnen inzetten voor diagnostiek. Er zijn diagnoses voor Covid-19, goedgekeurd door Amerikaanse gezondheidsagentschappen FDA/EUA, die op crispr gestoeld zijn.

“Op de iets langere termijn vermoed ik dat we meer op crispr gebaseerde behandelingen zullen zien, zelfs preventieve. Die bevinden zich nu nog in de onderzoeksfase, maar er is een interessante klinische studie van Verve, een bedrijf dat crispr wil inzetten om de genetische aanleg voor atherosclerose, ofwel hart- en vaatziekten, te verminderen. Dat onderstreept wat er in de toekomst mogelijk zal zijn. We zullen niet alleen betere kennis hebben over onze eigen genetica, maar er ook op kunnen ingrijpen.”

null Beeld Avalon Nuovo
Beeld Avalon Nuovo

En wat met de ethiek van al die gene editing-mogelijkheden? Dat is iets waar u het nu al jaren over heeft, maar hoe zouden we die ethische kwesties daadwerkelijk kunnen oplossen? Wat is het groen licht waar we op wachten dat ons zou doen zeggen: ‘Deze vorm van genetische modificatie was gisteren niet oké, maar vandaag wel?’

“Misschien moeten we beginnen met: ‘Waar liggen de ethische grenzen op dit moment voor crispr-technologie?’ Er zijn twee dingen die me te binnen schieten. Het eerste is het gebruik van crispr in een agrarische omgeving, waardoor de crispr-moleculen binnen een populatie kunnen worden verspreid. Bijvoorbeeld een populatie van insecten. Dat heet gene drive en daarvan is aangetoond dat het zeer effectief werkt met crispr. Het zou bijvoorbeeld nuttig kunnen zijn als je een muggenpopulatie die ziektes verspreidt in toom zou willen houden. Tezelfdertijd creëer je dan meteen een impact op het milieu die problematisch kan zijn.

“En dan is er nog het gebruik van crispr in de menselijke kiembaan. Dat gaat dan over embryo’s in die mate aanpassen dat ze, als ze ingeplant worden om een zwangerschap te creëren, menselijke wezens zouden voortbrengen met aangepast DNA, dat ze bovendien ook kunnen doorgeven aan toekomstige generaties. Het zijn twee verschillende toepassingen, maar het is vrij duidelijk waarom beide ingrijpende en potentieel gevaarlijke gevolgen kunnen hebben. Het is belangrijk dat we dat niet alleen begrijpen, maar ook dat we daar goed over nadenken.

“Nemen we bijvoorbeeld het menselijk embryo. Zou er iets kunnen gebeuren? Zouden er bepaalde ontwikkelingen kunnen zijn waardoor we plots zouden zeggen: ‘Gisteren vonden we zo’n modificatie niet oké, maar vandaag kan het wel?’ Neen, denk ik. Maar het blijft desondanks een complex issue, waar ook technische overwegingen in meespelen. Met andere woorden, zelfs voordat we vragen: ‘Moeten we dit doen?’ moeten we ons afvragen: ‘Kunnen we het nauwkeurig en veilig doen? Op een manier die een verandering teweegbrengt die gewenst is door de wetenschapper die het werk doet?’ Wat menselijke embryo’s betreft zijn we nog niet op dat punt, zou ik zeggen.”

Maar op termijn zal de wetenschap wel dat punt bereiken. Dus welke vragen kunnen we ons beter nu al beginnen stellen?

“Dan zijn we weer bij: ook al kunnen we iets doen, moeten we het dan doen? En als we beslissen om iets te doen, onder welke omstandigheden? Wie beslist? Want je hebt gelijk: de technologie komt er sowieso. Welke beslissingen moeten er gemaakt worden om dit te gebruiken bij menselijke embryo’s? Je zou een passende reden moeten hebben, die het puur medische nut overstijgt. Je zou eigenlijk al naar een scenario moeten gaan waarin je haast geen andere keuze meer hebt. En dan moeten er procedures zijn. Als je dit echt in een klinische studie zou doen, hoe zet je zoiets dat zo ingrijpend is dan op? Stel die vraag aan tien verschillende mensen, en je krijgt ongetwijfeld tien verschillende antwoorden.”

Wat zou een voorbeeld zijn van ethisch medisch gebruik dat zich op de grens bevindt?

“Interessant om eens over na te denken: stel dat je genoomwijziging gebruikt om een gen te verwijderen dat een rol speelt bij het ontstaan van hart- en vaatziekten. Je zou kunnen stellen dat dat een gezondheidsvoordeel heeft als mensen ouder worden. Maar je zou je ook zorgen kunnen maken over de risico’s. Het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten is niet 100 procent. Nemen we het risico van het bewerken van het genoom tegenover het misschien lage risico op hart- en vaatziekten? Dat is exact het soort beslissing waar we ons in de toekomst over zullen moeten buigen.”

Het is ook niet moeilijk om ons voor te stellen dat twee landen, zelfs twee mensen, uiteenlopende ideeën kunnen hebben over wat ‘ethische’ genoommodificatie zou inhouden. Hebben we, in een ideale wereld, nood aan een soort wereldwijde instantie of instelling om zulke beslissingen te beoordelen?

“In een ideale wereld? Dit is duidelijk een fantasie.”

Oké, hoe zit het dan in een sub-ideale wereld?

“Het korte antwoord is: ik weet het niet. Ik zou me kunnen voorstellen dat gezien de complexiteit van het gebruik van genbewerking in verschillende settings, het mogelijk is dat je zou besluiten het in verschillende delen van de wereld anders toe te passen. Laten we zeggen dat een gebied waar een door muggen overgebrachte ziekte endemisch is, gevaarlijk is en een groot risico vormt voor de bevolking. Je zou kunnen zeggen dat het risico van het bewerken van genen en de gene drive om de muggenpopulatie te controleren het waard zijn. Maar als je het ergens anders doet waar je niet met hetzelfde volksgezondheidsprobleem te maken hebt, zou je kunnen zeggen dat het risico het niet waard is. Dus ik weet het niet.

“Zoals ook blijkt uit je vraag: we kunnen ons amper voorstellen dat een wereldwijde regeling en handhaving van dergelijke vraagstukken mogelijk zijn. Het is waarschijnlijk realistischer dat, zoals nu, wetenschappelijke entiteiten deze complexe kwesties wereldwijd bestuderen en formele aanbevelingen doen, en samenwerken met regeringsinstanties in verschillende landen om de risico’s en voordelen van de technologieën te evalueren.”

‘Je zou embryo's zodanig kunnen aanpassen dat ze menselijke wezens voortbrengen met aangepast DNA. Het is duidelijk waarom dat potentieel gevaarlijk is.’ Beeld NYT / MATT EDGE
‘Je zou embryo's zodanig kunnen aanpassen dat ze menselijke wezens voortbrengen met aangepast DNA. Het is duidelijk waarom dat potentieel gevaarlijk is.’Beeld NYT / MATT EDGE

In het boek van Walter Isaacson over u en uw werk vermeldt u die onheilspellende droom die u ooit over Hitler had. (In de bestseller The Code Breaker vertelt Doudna over een droom die ze in 2014 had, waarin ze ontboden werd bij iemand die genbewerking wilde leren; die persoon bleek Hitler te zijn met het gezicht van een varken.) In uw eigen boek schrijft u dan weer over een onheilspellende droom over een naderende tsunami. Droomt u nog steeds zo?

“Mijn dromen zijn tegenwoordig een beetje saai. Ik weet niet of dat goed of slecht is!”

Waarschijnlijk goed.

“Misschien. Ik heb gemerkt dat dromen vaak mijn gemoedstoestand weerspiegelen op een manier die ik niet altijd kan voorspellen. Zoals de Hitler-droom, waarbij het gevoel van deze buitengewone technologie waar ik vanaf het begin bij betrokken was en het realiseren van de potentiële kracht ervan en tegelijk het worstelen daarmee, centraal stonden. Wat zegt dat over mijn eigen verantwoordelijkheid? Het ging over worstelen met dat soort vragen.

“En dan de tsunamidroom. Ik ben opgegroeid in Hawaï, en voor mij is de oceaan altijd een ongelofelijke bron van inspiratie en schoonheid geweest, maar ook een groot risico. Ik denk op dezelfde manier over wetenschap. Er is zo veel dat we nog niet weten, en er zijn zo veel interessante ideeën om na te streven, maar er is ook een risico. Er is het alledaagse risico dat mijn experiment misschien niet werkt, maar ook het diepgaandere risico dat ik werkelijk iets interessants met mijn leven zal doen. En is dit dan een interessante manier voor mij om bij te dragen aan de wereld?”

Kunnen we vandaag niet zeggen dat u die vragen positief beantwoord heeft?

(lacht) “Laten we zeggen dat het proces nog altijd bezig is.”

© The New York Times

Jennifer Doudna

- Washington DC, 19 februari 1964

- groeide op op Hawaii

- hoogleraar biochemie en moleculaire biologie aan onder meer UC Berkeley

- voorzitter van het Innovative Genomics Institute

- pionier in onderzoek naar crispr-technologie: methode om stukjes DNA in een genoom te wijzigen

- op barricades voor ethisch gebruik van crispr

- won in 2020 samen met Emmanuelle Charpentier de Nobelprijs voor Scheikunde

- won en ontving vele andere prestigieuze prijzen en erkenningen

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234