Zondag 04/12/2022

KlimaatSteden

Deze hoogleraar ziet veel misverstanden over het hitte-eiland: ‘De stad kan in hittegolf net verkoeling bieden’


Het Brouckèreplein in Brussel. Beeld Tim Dirven
Het Brouckèreplein in Brussel.Beeld Tim Dirven

Het is een misverstand dat de stad in de zomer één grote kookpot is. ‘Met aangepaste bouwplannen, minder steen, slim geplaatste bomen en ventilatiecorridors kan de stad ook bij grote hitte enigszins koel blijven’, zegt hoogleraar landschapsarchitectuur Sanda Lenzholzer (Universiteit Wageningen). Alleen dringt dat maar traag door bij overheden, terwijl de opwarming versnelt.

Barbara Debusschere

Nee, het is geen door oververhitting veroorzaakte hallucinatie wanneer u bij verzengende temperaturen de indruk krijgt dat de muren van uw woonst in de stad er ’s nachts nog een schep bovenop doen door nog wat extra warmte uit te stralen.

Klimt het kwik naar uitzonderlijk hoge temperaturen, dan is het voor stadsbewoners altijd extra zweten. Want asfalt, baksteen en beton nemen energie uit zonnestralen gretig op, houden ze vast en geven ze ’s nachts weer af. Terwijl de omgeving rond de stad dan net afkoelt, waardoor die stad een ‘eiland van hitte’ wordt.

Maar stedelijke verhitting kan je wel milderen. De oude Grieken zorgden in hun hete steden al voor meer schaduw met bouwplannen die ervoor zorgden dat gebouwen zo minimaal mogelijk de ‘aanval’ van de bloedhete zomerzon moesten ondergaan. Sommigen noemen dat ‘de mediterrane stijl’. Maar ook in Afrika zijn dikke muren, kleine ramen, nauwe straatjes en veel witte verf al eeuwen in trek.

Nu ook onze steden ’s zomers steeds vaker op broeikassen lijken, duiken stadplanners, architecten, politici en ook inwoners in die gereedschapskist met grote en minder grote middelen om het hitte-eiland te bestrijden. “Nu er een hitte- en droogtecrisis is, krijg ik daar veel vragen over”, zegt landschapsarchitect Sanda Lenzholzer. Zij doet aan de Universiteit van Wageningen onderzoek naar klimaataanpassing in de stad. “Zo’n heftige periode helpt voor de bewustwording. Maar je hebt structurele plannen nodig. En eigenlijk weten burgers en politici nog altijd niet veel over hitte in de stad en wat je eraan kunt doen.”

Hoezo?

Lenzholzer: “We hebben onlangs een grote internationale studie gepubliceerd waarin ook België en Nederland zaten en het blijkt bijna overal een probleem, dat burgers, politici, bouwpromotoren en woningbouwcorporaties de kwestie niet goed kennen. Stadsplanners zijn ondertussen wel op de hoogte en nemen de kennis hierover nu al mee in hun werk. Maar degenen die de beslissingen nemen gaan er vaak niet in mee. Daardoor staat het stadsklimaat verbeteren maar zelden in de programma’s van grote bouwprojecten.

“Er zijn wel uitzonderingen, zoals Stuttgart. Daar is er echt een visie en hebben ze op de kaart zones aangeduid die dienen voor ventilatie. De binnenstad ligt beneden in een kom en warmt heel sterk op omdat de warmte er nauwelijks uit kan ontsnappen. Maar boven op de hoogtes ontstaat koude lucht. Om ervoor te zorgen dat die ’s nachts de binnenstad instroomt, heeft Stuttgart een grootschalig en wettelijk bindend plan waarin een corridor is voorzien die de koude lucht de binnenstad in jaagt. Daarin mag niet gebouwd worden.

“Zo’n sterke aanpak vanuit het beleid zie je nog niet vaak bij ons. Hongkong en China doen dat wel heel gestroomlijnd omdat de problemen daar groot zijn en omdat het daar politiek mogelijk is om beleid zonder omwegen door te duwen. In onze contreien worden voorstellen vaak kapot gepraat. Niet dat ik het Chinese systeem zou willen. Beter zou zijn dat mensen de urgentie zien en daarom stadsplannen en beleid aanpassen.”

Sanda Lenzholzer. ‘Groen is geen wondermiddel. Het moet strategisch ingezet worden, op de juiste plekken. Want bomen en struiken kunnen een effect hebben op ventilatie.' Beeld rv
Sanda Lenzholzer. ‘Groen is geen wondermiddel. Het moet strategisch ingezet worden, op de juiste plekken. Want bomen en struiken kunnen een effect hebben op ventilatie.'Beeld rv

Er zijn toch wel steden die meer inzetten op verkoelend groen in de stad?

“Er gebeurt al wat, maar het is zelden vanuit een doordachte visie over stadsklimaat. Vergroening komt er nog vaak omdat het mooier is, omdat een bepaalde politicus ervan houdt of omdat het past in een toerismeplan. Als mooi neveneffect krijg je dan lokale verkoeling als het heet is. Maar we hebben beleidsmakers nodig die doelgericht inzetten op stadsklimaat.

“Gelukkig zijn er inderdaad wel al goede voorbeelden, zoals het Nederlands kampioenschap tegelwippen. Wie haalt de meeste tegels uit stoepen en voortuinen? Dat is speels en erg nuttig. Ook positief zijn de subsidies die sommige steden bieden aan wie zijn gevel bekleedt met planten. Alleen is de aanpak overal anders en sterk afhankelijk van de lokale politieke cultuur. En als er al goede wil en beleid is, blijken er vaak nog veel misverstanden te leven over hoe je de stad hittebestendig maakt.”

Wat zijn de grootste misverstanden?

“Dat de stad bij hitte één grote kookpot is waar je best uit wegvlucht is wellicht de grootste misvatting. De temperatuurverschillen zijn gradueel en binnen de stad zijn er ook grote verschillen, afhankelijk van de bebouwing. Bij een park is het een stuk koeler dan in een volledig volgebouwde wijk. Ook de grootte, vorm en oriëntatie van gebouwen, de richting waarin straten lopen maken een verschil. De stad is dus geen samenhangend hitte-eiland, maar meer een ‘archipel’ waarin de temperaturen erg kunnen variëren. Daarom delen wij steden in in klimatopen (gebieden met een vergelijkbaar stadsklimaat, BDB). En ook daarbinnen kun je op maat kijken wat er aan de hand is en daar kan je dan verfijnd op ingrijpen. Doordat je een stad echt ontwerpt, kan ze bij grote hitte lokaal net verkoeling bieden.”

Dankzij meer groen, water en witte verf?

(lacht) “Over de efficiëntste methodes circuleert ook nog veel verkeerde informatie. Dat bleek ook uit die grote studie. Zowat iedereen, van burgers tot politici, denkt: ‘Groen is altijd goed en hoe meer vergroening, hoe beter.’ Dat klopt niet. Groen is geen panacee. Het groen moet strategisch ingezet worden, op de juiste plekken. Want opgaand groen zoals vooral bomen maar ook struiken zijn volumes in de ruimte. Die hebben duidelijk een effect op ventilatie. In een bos waait het niet heel sterk omdat bomen de wind tegenhouden. Als je dus probeert een stad goed te ventileren en je plant ze vol met struiken en bomen, dan zal dat niet lukken want die staan de ventilatie in de weg. Niet zoveel als een muur, maar toch voldoende om een heleboel koele lucht tegen te houden.”

Hoe kun je een stad ventileren?

“Wanneer er hoogteverschillen zijn, zoals in Stuttgart, kan koude lucht naar de lagere, warmere gebieden stromen op voorwaarde dat je dan voldoende ruimte laat of corridors voorziet. Of wanneer het buitengebied beduidend koeler is en vlak bij een warmere dichtbebouwde stad ligt, dan krijg je een soort thermische luchtbeweging en wordt de koelere lucht naar de warmere gezogen. Ook dan moet je erop letten dat je in de stadsdelen waarlangs die lucht passeert niet allemaal torenflats of bos zet. Waar je de bomen plant, is dus doorslaggevend voor hun verkoelende werking.”

Wat met groendaken, waar je in sommige steden subsidies voor krijgt?

“Een groendak is verkoelend voor de mensen die onder dat dak wonen. Op voorwaarde dat je een echt dikke laag ondergrond en groen aanbrengt. Maar dat kunnen veel daken niet dragen. De zogenaamde groendaken met een soort grind of lavagruis en een dun laagje sedumplantjes (soort vetplantjes, BDB) werken niet. Dat is zelfs warmer dan een wit kiezeldak. En de verkoelende daken hebben nauwelijks effect op straatniveau, dus voor de stad levert dat niet zoveel op.”

Dus witte of lichtgekleurde daken en gevels zijn een efficiënte oplossing?

(lacht) “Het spijt me, maar ook dat is minder eenvoudig dan het lijkt. Ik hoor vaak: ‘Het wordt hier warmer dus we gaan bouwen zoals in het Middellandse Zeegebied. Maar daar staat de zon veel hoger aan de horizon en is de schaduw veel korter. En als we hier zo gaan bouwen, met van die nauwe straatjes bijvoorbeeld, dan heb je het tijdens een hittegolf wel koel maar zit je de rest van het jaar in het donker. Ook dat is niet gezond. In de middeleeuwen hebben we het geprobeerd en we liepen er vitaminetekorten en ziektes door op. Je kan die bouwstijl uit het Zuiden dus niet zomaar kopiëren.

“Ook alles wit schilderen is niet per se ideaal. Voor wie in zo’n wit huis woont, biedt het verkoeling. Maar dat wit ketst het zonlicht af waardoor je gevel minder opwarmt en die warmte in de openbare ruimte terechtkomt. De mensen die door je straat lopen zullen het dus net warmer krijgen. Met een wit dak is dat natuurlijk veel minder een probleem.”

De laatste tijd gaat het ook steeds meer over meer water in de stad om ons te verfrissen bij grote hitte. Wat moeten we daarover weten?

“Vergeet het. Water kan tijdens hittegolven net extra verwarmen want het heeft de eigenschap dat het heel langzaam opwarmt en heel langzaam afkoelt. Als water in een hittegolf dus almaar warmer wordt en daarna heel langzaam afkoelt, dan is het in de nachten nog altijd warmer lang na die hittegolf. In wijken die dicht bij grote waterlichamen liggen, zoals meren, zien we dan ook dat het verschil tussen de minimum- en maximumtemperaturen kleiner is dan elders. Aan de kust is dat ook zo.

“Onderzoek bij kleinere waterlichamen zoals vijvers en grachten toont dan weer dat die geen verwarmend maar ook geen verkoelend effect hebben. Als het gaat over watermanagement is het wel belangrijk dat we meer infiltratiemogelijkheden voorzien, bijvoorbeeld door wadi’s (een met grind en zand gevulde greppel of sloot, die water zowel kan vasthouden als laten infiltreren, BDB) te voorzien, maar dat heeft niets met stadsklimaat te maken. Wat wel echt goed werkt om te verkoelen is water vernevelen. Die kleine druppeltjes verdampen heel snel waardoor er minder energie in de lucht is om op te warmen. Dat is heel effectief.”

Een veelgehoorde verzuchting van gemeentebesturen die al heel veel ballen in de lucht moeten houden is dat het te duur en te complex is om de stad meer hittebestendig te maken. Wat zegt u daarop?

“Ten eerste dat je altijd al met laaghangend fruit kan beginnen zoals onttegelen en gevels vergroenen. Dat is niet duur en zeer doeltreffend. Het is dan ook positief dat er steden zijn die subsidies bieden om je gevel te beplanten. Die planten zetten via fotosynthese het zonlicht om in bladmassa waardoor er meer schaduw is, gevels minder warmte vasthouden en er ook veel minder energie op mensen in de straat afketst.

“Ten tweede zou ik de vraag willen opwerpen of steden die het allemaal te duur vinden beseffen wat het hen kost als ze niets doen. Steeds meer extreme hitte betekent steeds meer kosten als het gaat over gezondheid, hulpdiensten, drinkwatervoorziening, infrastructuur zoals kromgetrokken rails. Ook de productiviteit van mensen zakt enorm bij extreme hitte. Mocht je dat allemaal meerekenen, dan is een paar bomen op de juiste plekken planten, gevels vergroenen en tegels weghalen echt niet duur.”

Zeven steden in vier continenten, waaronder Athene, hebben nu een chief heat officer. Goed idee?

“Ja. Het doet me denken aan de deltacommissaris in Nederland, iemand die op de lange termijn de schouders onder een probleem zet en die onafhankelijk is van besturen die om de vier of vijf jaar verkozen worden. Daardoor verandert er continu iets in de politieke besluitvorming en is er geen continuïteit terwijl dat net nodig is. Zo’n functie van een hitte-verantwoordelijke introduceren toont ook politieke wil en daar schort het ook soms nog aan.”

U ging in 2014 met De Morgen op stap in Antwerpen en u zag toen nog heel wat verstening. Vandaag is er kritiek omdat ook nieuwe pleinen vooral beton zijn. ‘Zolang de auto tot in het centrum van de stad blijft komen, zijn pleinen parkeerdeksels en is er geen plaats voor grote bomen’, luidt het. Bent u het daarmee eens?

“Het speelt zeker dat parkeergarages en het autoverkeer voldoende strategisch groen in de weg staan. Wel valt op dat het enorm varieert per stad. In Amsterdam, bijvoorbeeld, is de auto relatief onpopulair geworden, terwijl ik de indruk heb dat de auto in België nog altijd een stuk belangrijker is. Maar als ontwerper iets nieuws maken zonder rekening te houden met het stadsklimaat, dat kan vandaag in feite niet meer.

“Bomen hebben natuurlijk ondergrondse ruimte voor hun wortels nodig en de ondergrond in de stad zit vaak vol met leidingen en kabels of met garages. Je kan dus inderdaad niet zomaar overal een boom planten. Maar onder een straat ligt niet alles vol. Het is vandaag een evidente stap om een scan van de ondergrond te maken en te kijken waar bomen wel kunnen. En zelfs garages hoeven geen probleem te zijn. Je kan er boombakken in integreren zodat er telkens wat plaats is voor boomwortels. Dat is iets duurder maar veel nuttiger dan geen bomen en dan maar, voor de schijn, een lapje gras om zo’n betonnen parkeerdeksel op te leuken. Schaamgroen noemen mijn collega’s en ik dat.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234