Vrijdag 18/06/2021

GetuigenissenWonen

Deze Belgen verhuisden naar de stilte en de natuur: ‘Corona gaf ons het excuus’

 Jonas en Laura voor hun cabine in Estland: ‘Onze vaste kosten zijn laag. We halen water uit een put, elektriciteit uit zonnepalen en we gaan groenten en bloemen kweken.’ Beeld rv
Jonas en Laura voor hun cabine in Estland: ‘Onze vaste kosten zijn laag. We halen water uit een put, elektriciteit uit zonnepalen en we gaan groenten en bloemen kweken.’Beeld rv

Het afgelopen jaar hebben we de natuur naar waarde leren schatten. Voor sommigen mocht het zelfs wat meer zijn dan een wekelijkse boswandeling. Deze landgenoten gooiden het roer radicaal om en verkasten naar het groen, met corona als stamp onder hun gat.

Jonas Boons (29) en Laura Brusselaers (27) emigreerden naar Estland

Hun eerste strenge winter hebben Jonas en Laura overleefd, al is het in hun cabine ’s ochtends soms maar twee graden Celsius. En dan te weten dat een verhuis naar Estland in de oren van Laura’s ouders als een enkeltje Siberië klonk. Gelukkig maakt de setting veel goed: twee hectare land op het eiland Saaremaa, te midden van oeroude bossen en op vijf kilometer van de Oostzee. En met buren die hen elke zaterdagavond uitnodigen in hun sauna. Dan doet de meest sociale buurman, die jaren met een vrachtwagen door Europa reed, dienst als tolk. ‘Viibemaa’ noemen Jonas en Laura hun nieuwe stekje, ‘het land van vertraging’. Stilte heerst. “Helemaal anders dan in België, waar er altijd lawaai is van snelwegen of straaljagers”, zegt Laura.

Sinds haar 18de zoekt Laura naar alternatieve manieren van leven. “Ik deed vrijwilligerswerk op boerderijen en leerde zo over permacultuur, een ecologische manier van tuinieren. Ik verlangde naar een simpel, ruraal leven.”

Ook Jonas kan zich vinden in die ­filosofie. Het laatste anderhalf jaar voor de verhuis hokten ze samen in een tuinhuis in de hof van Laura’s ouders, met een buitenkeuken, ­zwemvijver en uitgebreide groentetuin. Maar het ultieme doel was een eigen plek. “We wilden iets opbouwen zonder een lening aan te gaan”, zegt Jonas. “In België is dat uitgesloten.”

Laura vult aan: “Dan kunnen we ons niet persoonlijk ontwikkelen, maar moeten we tot het einde van onze dagen werken om de bank terug te betalen.”

In Estland, waar Laura ooit zes maanden als vrijwilliger doorbracht, vond het koppel tijdens de pandemie een stukje land dat aan hun wensen voldeed. Voor een fractie van de in België gangbare prijzen. Voorlopig leven ze voornamelijk van hun spaargeld en de verkoop van Laura’s printkunst. “Maar onze vaste kosten liggen laag”, zegt Jonas. “We halen water uit een put, elektriciteit uit zonnepalen en we gaan groenten en bloemen ­kweken. Met de verkoop van die ­bloemen hopen we wat te verdienen. En in de toekomst willen we dieren houden voor vlees.”

Binnenkort nemen ze hun intrek in een zelf opgetrokken houten huisje. Veel werk dus, zeker in het begin. Maar op termijn hopen Laura en Jonas net méér tijd te hebben. Naast haar kunst wil Laura (prenten)boeken ­ontwerpen en workshops geven. Jonas hoopt een smidse te beginnen.

Laura: “We zijn nog elke dag ­dankbaar dat dit mogelijk is.”

Jonas en Laura berichten over hun ­avonturen in Estland op viibemaa.com

 Karolien met haar man Anthony en zoon Beau bij hun nieuwe woonst in Frankrijk: ‘We hunkerden naar een dorp waar de beenhouwer en de bakker je naam kennen.’ Beeld rv
Karolien met haar man Anthony en zoon Beau bij hun nieuwe woonst in Frankrijk: ‘We hunkerden naar een dorp waar de beenhouwer en de bakker je naam kennen.’Beeld rv

Karolien Van de Velde (46) trok met haar man Anthony en hun zoontje Beau naar het zuiden van Frankrijk

Een verhuis naar het buitenland, zo dachten Karolien en Anthony, moest wachten tot hun zoon Beau (9) meerderjarig was. Hij heeft ADHD en autisme en behoeft daardoor aangepast onderwijs. Maar tijdens de lockdown kreeg Beau thuis les en dat liep wonderwel. Ook zijn ouders ontspanden zienderogen. Voordien holde Karolien als consulent in de kledingsector mee in de ratrace. Anthony moest als IT’er geregeld ’s avonds op pad, wanneer er weer eens een systeem was gecrasht. “Plots ging ons leven op pauze en dat opende onze ogen”, zegt Karolien. “We deden opeens alles in ons eigen tempo en beseften: het leven is te kort om te wachten om onze droom waar te maken. Over vijftien jaar is het ­mooiste misschien achter de rug. Corona gaf ons het excuus om die knoop door te hakken.”

In Camps-La-Source, een petieterig dorpje in de Provence, stootte het koppel op “een plaatje”: een architectenbungalow omringd door bos en tuin. “Intussen zijn we vlijtige ­tuiniers”, lacht Karolien. Ook het dorpsleven bevalt hen uitstekend. De locals kopen hun groenten bij de boer en hun honing bij de imker. Tegengif voor de hectiek van het vaderland, waar de mensen hun boodschappen uit tijdgebrek online doen. “Het leven is zo onpersoonlijk geworden in België. Het gemoedelijke, waaraan wij veel belang hechten, ontglipt ons daar steeds meer. Terwijl de tijd hier ­stilstaat. Een dorp waar het leven zijn gang gaat, waar de beenhouwer en de bakker je naam kennen en waar buren spontaan helpen, daar hunkerden we naar.”

Binnenkort, wanneer de deuren van hun kleinschalige gîte Villa Agave openzwaaien, kunnen ook anderen genieten van die rust. Karolien zal de uitbating van de gîte combineren met de thuisscholing van Beau, terwijl talenknobbel Anthony in de regio een nieuwe job zoekt. Maar eerst moet er in hun nieuwe thuis nog wat werk verzet worden. “Als we tijdens het ontbijt de tuin ­aanschouwen, dan klaagt niemand daarover. Terwijl we in België elke ochtend wel even knorden over onze jobs.”

Ook Beau vindt het prima. Ooit zei de kinderpsychiater tegen zijn ouders: “Het mooiste cadeau dat je je zoon kunt geven is om in een natuurlijke omgeving te gaan wonen.” Omdat hij zo opleeft ­wanneer hij dieren voedert. Nu woont hij tussen honden, geiten en een ezel.

Annick Ruyts: ‘Van het bruisende stadsleven was toch niets meer overgebleven.’ Beeld Rebecca Fertinel
Annick Ruyts: ‘Van het bruisende stadsleven was toch niets meer overgebleven.’Beeld Rebecca Fertinel

Journaliste Annick Ruyts (57) trok samen met haar man Walter van Brussel naar Wallonië

“Tijdens de eerste lockdown toonde Brussel haar tanden. “De bedelaars vermagerden zienderogen en de prostituees hadden geen werk meer”, zegt Annick. “Ik leed daar echt onder.” In haar appartement, acht hoog aan de Kleine Ring, voelde ze zich “opgesloten in een gouden kooi”. Vooral omdat de geneugten van de grootstad wegvielen, de bruisende cafés, restaurants en theaters die Annick tot het stadsleven verleidden. “Daar bleef niets van over.” De natuur bood een uitweg. Als fervente stappers trokken Annick en haar man Walter in het coronajaar twee keer naar de Ardennen. “Fantastische vakanties. Het leek wel alsof we in Toscane zaten.”

Het plan rijpte om een tweede woonst te kopen. Wat vroeger ondenkbaar was – Annick wou nog zoveel plekken op aarde ontdekken – werd aantrekkelijk toen de reiskriebels stilaan verdwenen. Ze was evenwel niet de enige Vlaming op zoek naar ademruimte. De vastgoedactiviteit in de Ardennen steeg in 2020 met 5,3 procent, terwijl die elders in België taande. Maar nu mag Annick zich eigenaar noemen van een rijhuis in Winenne. Smaakvol ingericht door de vorige bewoonster. “De beslissing om ervoor te gaan moesten we in vijftien minuten nemen, alsof we een jeansbroek kochten. Ik besef maar al te goed dat die luxe niet voor iedereen weggelegd is.”

Hun appartement in Brussel hebben ze nog, maar ze brengen nu meer dan de helft van de week door in het groen. Walter werkt voltijds, vanop beide locaties, Annick is nog tot eind augustus parttime aan de slag bij de VRT. “Daarna vlieg ik er weer volle bak in en is het afwachten of thuiswerk de norm blijft. Zo niet, dan ­zullen we minder in Winenne zitten.” Hoe dan ook doet de pauze deugd. Een tafel afschuren op het terras, het is louterend voor iemand die altijd met haar hoofd werkt. Haar slapeloosheid heeft minder vat op haar in zo’n prikkelarme omgeving.

’s Avonds spelen Annick en Walter gezelschapsspelletjes bij de open haard. En overdag gespen ze hun ­wandelschoenen aan. “Aan de ene kant reiken de bossen tot ver over de Franse grens, aan de andere kant ­liggen uitgestrekte velden. De streek is totaal ongerept. In de krant las ik dat je op sommige plekken, zoals de Hoge Venen, niet meer mag wandelen omwille van de drukte. Terwijl wij hier vorig weekend 50 kilometer lang exact nul mensen tegenkwamen.”

 Inne en haar vriend Yannick: ‘Elke dag ben ik dankbaar omdat we hier mogen wonen en ons zo gelukkig voelen.’ Beeld Rebecca Fertinel
Inne en haar vriend Yannick: ‘Elke dag ben ik dankbaar omdat we hier mogen wonen en ons zo gelukkig voelen.’Beeld Rebecca Fertinel

Inne De Backer (33) en haar vriend Yannick verruilden Borgerhout voor een woonbos

De eerste lockdown was de druppel. In hun rijhuis in Borgerhout voelden Inne en Yannick zich gevangen. “We hadden enkel een terras en een koertje van een paar vierkante meter. Onze buren waren altijd vlakbij”, zegt Inne. “Zeker bij mooi weer groeide de nood aan buitenruimte.” Temeer omdat het in een drukke stadsomgeving moeilijk is om de afstandsregels te volgen.

Eigenlijk snakten Inne en Yannick al langer naar het groen. Hun hond Trix was de directe aanleiding. Gevoelig voor prikkels kon ze nooit aarden in de stad. “Zodra we twee stappen uit de deur zetten, en er drie kindjes en vijf auto’s voorbijsjeesden, liep Trix gestresseerd rond.” Daardoor ging Inne ook meer op die prikkels letten. “Lange tijd genoot ik van het bruisende in de stad, maar de laatste maanden borrelden vooral de ­ergernissen op.”

Tel daarbij dat Inne, die op Instagram als @plantaseed.be tips over duurzamer en groener leven deelt, droomde van een moestuin. Een verhuis drong zich op. Eind 2020 betrok het gezin een ‘boshuis’ in Essen, waar hun Noorderkempense roots liggen. Voorlopig werkt Inne ­fulltime van thuis. Na corona gaat ze pendelen met de trein. Dat ze langer onderweg zal zijn, vindt ze niet erg. “Zo behoud ik de connectie met de stad en kan ik na het werk een terrasje doen als ik daar zin in heb. Trouwens, voor mijn werk bij provincie Antwerpen mochten we voor corona al twee dagen per week thuiswerken.” Voor Yannick verandert de verhuis niet veel. Hij liet een jaar geleden zijn bureaujob achter zich en werkt sindsdien als schouwer en ­rangeerder aan de spoorwegen.

In die nieuwe thuis in een woonbos, een vroegere recreatiezone met houten en stenen huizen die nu permanent bewoond worden, komen de twee tot rust. “Elke dag ben ik dankbaar omdat we hier mogen wonen en ons zo gelukkig voelen.” Meer dan een sporadische wandelaar passeert er niet. Konijnen, eekhoorns en reeën des te meer. “Dan voel je je opnieuw een kind dat voor het eerst zo’n dier ziet. In Antwerpen was ik vergeten dat die dieren in het wild leven. Daar keken we uit op andere huizen, op beton. Nu wonen we pal in het groen. Je beleeft de seizoenen ook veel ­intenser. Het is zalig om door een prachtig winterlandschap te wandelen of te merken hoe alles in bloei komt.”

En Trix? “Die gaat nu spontaan ­buiten liggen, iets wat ze voordien nooit deed.”

Monika: ‘Het voorbije jaar besefte ik dat het kon, leven als digitale nomade.’ Beeld rv
Monika: ‘Het voorbije jaar besefte ik dat het kon, leven als digitale nomade.’Beeld rv

Monika Hoegen (57) verkaste van Brussel naar de Algarve

De eerste maand lockdown trof Monika, een Duitse uit Keulen die al tien jaar in Brussel woont, prompt en hard. Als zelfstandig moderator en consultant zag ze al haar jobs in geen tijd geannuleerd worden. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel. “In de zomer versierde ik twee tijdelijke communicatiejobs, een in Bonn en een in Brussel. Die had ik nooit kunnen combineren in normale tijden, maar opeens maakte het niet uit waar ik was. Ik vertelde mijn Brusselse vrienden al jaren dat ik ooit naar de natuur zou verhuizen, om van daaruit te werken. Alleen kwam het er nooit van.” Het was nu of nooit.

In november zegde ze haar woonst in de hoofdstad op, eind december belandde ze in het Portugese Luz, een paradijs van kliffen, stranden, natuurreservaten en beeldschoon platteland. Om te “proberen”, voor een week of drie. Het was liefde op het eerste gezicht. Toen haar vlucht huiswaarts wegens covid afgelast werd, voelde Monika dan ook blijdschap. “Omdat ik bang was van mezelf. Ik was bang dat ik, eens terug in Brussel, de definitieve stap niet meer zou durven wagen.”

Nog even keerde ze terug naar Brussel, om de verhuis te regelen, maar begin april verruilde ze België finaal voor Portugal. Haar werk kan ze voorlopig vanop afstand blijven doen. “Als een senior digitale nomade”, grinnikt ze. “Ik merk hier trouwens dat ik niet de enige van mijn leeftijd ben die voor deze levensstijl kiest.”

Ze is niet bang dat het niet zal ­blijven duren. “Ook na corona zullen we nog veel telewerken”, zegt ze. “En anders sta ik vanuit Lissabon zo in Brussel. Ik trek mijn plan wel. Misschien ga ik, zoals vroeger, weer verhalen rapen als journalist.”

Voorlopig huurt Monika een ­vakantiehuisje in een oudere boerderij in Barão de São João, een traditioneel Portugees dorp waar op zon beluste alternatievelingen van over heel Europa hun kamp optrekken. En dus spreekt ze, net als in Brussel, een half dozijn talen door mekaar. Al houden de gelijkenissen daar op. Want de smalle boerenweggetjes die ze met haar Vespa verkent, die zijn in niets te vergelijken met het verkeersinfarct van haar oude thuis.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234