Woensdag 23/06/2021

ReportageReis van mijn leven

De fragiele stilte van Groenland: ‘Dat de reis ons allemaal een spiegel zou voorhouden, had niemand vooraf kunnen weten’

Veerle op dag één in Groenland, voor de gletsjer die haar totaal overdonderde. Beeld Veerle Windels
Veerle op dag één in Groenland, voor de gletsjer die haar totaal overdonderde.Beeld Veerle Windels

Zeehonden spotten in Groenland: in 1999 wilde journaliste Veerle Windels het weleens meemaken. Ze toerde tien dagen langs de westkust van het eiland en viel van de ene verbazing in de andere. Hoe nietig voelt een mens zich naast al dat kreunende ijs. En wat gaan de locals hier uit hun bol in de kroeg!

Een klein uurtje hebben we over de bevroren ijsvlakte gereden, vanuit Uummannaq, het dorp dat zo’n 600 kilometer boven de poolcirkel ligt en dat niet alleen op postkaartjes het meest tot de verbeelding spreekt. John, onze Deense chauffeur, is hier onderwijzer en wil ons maar al te graag naar Ikerasak rijden. We rushen over het ijs, glijden nu en dan eens flink uit, maar meer dan een kinderlijke schreeuw komt er zelfs bij mij al niet meer uit. Alsof ik zo’n helse rit wel dagelijks meemaak. ‘Ik ben hier jaren geleden ­gearriveerd als jonge idealist’, zegt John. ‘De Deense maatschappij was niks voor mij, Groenland bood zoveel meer. Die onmetelijke natuur waarmee het volk hier leeft, die ongelooflijke samenhorigheid, die liefde voor het ambacht ook, of het nu visvangst of zeehondenjacht is.’

Ik denk aan John als ik de passage uit mijn verhaal van meer dan twintig jaar geleden opnieuw lees. Vandaag heb ik alleen maar vragen. Zou John er nog wonen? Zou hij nog steeds als een helse ­chauffeur het ijs trotseren? En even gelukkig zijn als toen? Zou Groenland überhaupt nog zijn zoals ik het tijdens die tiendaagse in april 1999 heb ­ervaren? Om het in adjectieven samen te vatten: betoverend, ontluisterend en verrassend, maar vooral compleet anders dan zowat alle plekken waar mijn job me ooit bracht. Zo waren we nauwelijks 24 uur in Groenland of we stonden al oog in oog met een gletsjer zo groot dat we er even bij moesten gaan zitten. Ik weet nog dat ik prompt begon te huilen. En hoopte dat mijn gezelschap mijn tranen niet zou opmerken.

Dat de reis ons allemaal een spiegel zou voorhouden, had niemand vooraf kunnen weten. Maar het viel wel op: geregeld zonderden we ons af om te staren in de verte of wat persoonlijke aantekeningen te maken. Kwestie van ons nadien nog eens te kunnen vergewissen dat wat we gezien en beleefd hadden, écht gebeurd was.

Samen met een collega-journalist en fotograaf ben ik in Groenland, of beter Kalaallit Nunaat zoals het in het Groenlands heet, om te ontdekken hoe ­zeehonden al een eeuwigheid deel ­uitmaken van het dagelijkse leven in dit afgelegen stukje wereld. We werden rondgeleid op de ­looierij waar zeehondenvellen en afgewerkte producten naar Denemarken vertrokken en van daaruit naar de rest van de wereld.

Het blijft bijzonder, zeehonden spotten in de vrije natuur. Beeld Alamy Stock Photo
Het blijft bijzonder, zeehonden spotten in de vrije natuur.Beeld Alamy Stock Photo

Wetenschappers aan de Primary Health Care Clinic in Nuuk, de hoofdstad van het eiland, ­vertelden ons wat de negatieve impact was van nutritionele vernieuwing. Concreet: het traditionele voedsel zoals zeehond wordt steeds vaker vervangen door hamburgers en ander ingevoerd vlees, en dat leidde volgens de wetenschappers tot een pak meer kankergevallen. We maakten kennis met Amalia en haar dochter, gekleed in de nationale klederdracht, waar uiteraard ook ­zeehond aan te pas kwam. Het leuke van die ­ontmoeting was vooral dat de dochter de ­verkleedpartij eerst oké vond maar nadien tegenpruttelde, iets wat zowat elke tiener in de rest van de wereld ook zou doen.

Vanuit Brussel werden we ingevlogen via Kopenhagen en eens in Groenland aanbeland, deden we een viertal steden aan. Ik herinner me de triestige luchthaven van Kangerlussuaq, de prachtige gekleurde huizen van Uumman­naq, dat ene verkeerslicht in Nuuk (ja, we stonden ervoor!) en Qaqortoq, een stad in het zuiden van het eiland waar we de oudste kerkruïne (10de eeuw) bezochten en ik me vooral afvroeg: stel je voor dat je als ontdekkingsreiziger hier ­arriveert.

Honderden honden

Reisleider Diederik had de trip maanden van tevoren al ­uitgestippeld, samen met de Groenlandse vertegenwoordiging in Brussel. Hij waarschuwde ons voor een drukke tiendaagse, voor extreme kou en voor de overdonderende natuur. Maar de eerste thermometer die we tegenkwamen, duidde 24 ­graden Celsius aan – mijn extra dikke fleece mocht meteen terug uit.

De overvolle agenda wisten we geregeld te doorbreken. En de natuur, tja, die wilden we sowieso voor geen goud missen. Oorver­dovend stil kon het op Groenland zijn. Maar ook onvoorspelbaar luid. Zoals die ene keer, toen we in een boot vanuit Ilulissat een tocht deden naar een immense ijsmassa en daar met lede ogen zagen hoe stukken ijs afbrokkelden. Iets wat met allerlei krakende en haast piepende geluiden gepaard ging. De schipper waarschuwde: “Drie minuten in dit ijskoude water en je bent er geweest”. Onbewust zette ik een stap achteruit en nipte nog eens van mijn hete thee. Koud had ik het geenszins in mijn berenpak, met een muts waarin zowat mijn hele hoofd verdween.

 Locals in traditionele klederdracht. Beeld Veerle Windels
Locals in traditionele klederdracht.Beeld Veerle Windels

Niet alleen de onovertroffen natuur van Groenland kroop onder mijn vel. Ook de mensen die er woonden en allemaal wel hun persoonlijke verhaal wilden doen. In de supermarkt, op café of gewoon op straat. Zo was er Jack, net de vijftig voorbij, zei hij, maar daar geloofde ik niks van. Het meeste wat deze verwaaide man zei, hield nauwelijks steek. Hij wou me zijn huis maar vooral zijn honden tonen. Ooit woonde hij in Australië, maar toen hij jaren terug in Groenland belandde, wist hij dat zijn leven hier meer zin had. “Kom toch even bij me binnen”, drong hij aan. “Ik heb wel vijfhonderd honden en enkele schattige ­puppy’s die je zeker wil ontmoeten.”

Drankprobleem

Ik liep mee de steile helling op, greep me hier en daar vast aan een steen of een stuk groen dat aan de ijzige rotsmassa kleefde. Tot plots een felle geur me haast de keel toeneep. Honden dus. Tientallen, neen, hónderden exemplaren die ­joelend rondliepen en waarmee Jack duidelijk een intense band had. Jacks huis bestond uit niet veel meer dan vier aaneengeflanste muren, waarin de man at, sliep en als we het mochten geloven ­geregeld vrouwen ontving.

Als blijk van instant vriendschap overhandigde hij me haast plechtig een koning uit een van de vele kaartspelen die hij bleek te verzamelen. “Kijk eens aan, een koning!” zo riep hij uit. “Omdat ik wil dat je hier in Groenland een man vindt. This card will bring you luck.” De melding dat ik al een man had, deerde hem niet en dat zou ook de komende dagen de toon van gesprekken met andere locals zijn.

Groenlanders hadden toen al bar weinig omhanden. In een land waar amper industrie is, en landbouw totaal geen optie, werk je in het beste geval in de administratie, het onderwijs of de plaatselijke garnaalfabriek. In het slechtste geval ben je werkloos, zit je overdag op een bankje te kijken naar de anderen die werken en drink je je elke avond een delirium. Zoals die ene vrouw die in de Skipperkroen van Qaqortoq steil vooroverviel na ettelijke Carlsberg-rondjes aan de toog. Het beeld staat nog steeds op mijn netvlies gebrand.

Net als die rare gewoonte om even voor middernacht ettelijke volle bakken bier op tafel te zetten. De wet verplichtte immers dat na middernacht enkel bier met een alcoholpercentage van 3,6 procent geschonken mocht worden, terwijl iedereen de uren tevoren dat van 4,6 procent dronk. Alcoholgebruik wordt er sindsdien nog meer gemonitord. Tijdens de eerste lockdown van vorig jaar werd de verkoop van ­alcohol in Nuuk zelfs volledig verboden om de stijgende cijfers van huiselijk geweld de kop in te drukken.

Vandaag telt Groenland nog 55.000 inwoners, die verspreid over zo’n tachtig dorpen aan de rand van het eiland wonen. Daarvan is 80 procent Inuit en de rest Deens. Ook al heeft dit grootste eiland ter wereld sinds 1979 een vorm van onafhankelijkheid verkregen, met zelfbestuur en een eigen zogeheten Home Rule-regering, de Denen ­blijven hier in grote mate de plak zwaaien en dat voelt bijna altijd wrang aan. De meesten spreken geen woord Groenlands (een aartsmoeilijke, want polysynthetische taal, denk zeerlangewoordenaan­elkaar) en ze bekleden de hoogste functies.

Daar is vandaag nog steeds niks aan veranderd. Het woordje ‘braindrain’ valt er dan ook dagelijks. Want de Inuk – enkelvoud van Inuit– die in Groenland zin krijgt in studeren, zal zich allicht verplicht zien zijn studie af te maken in Kopenhagen. De kans is groot dat hij niet meer terugkeert, wat het opleidingsniveau van de gemiddelde Groenlander er natuurlijk niet op vooruithelpt.

Je kunt ook ‘gewoon’ met de auto over het ijs rijden, maar we verkiezen uiteraard de hondenslee om naar het dorpje Ikerasak te reizen. 
 Beeld Veerle Windels
Je kunt ook ‘gewoon’ met de auto over het ijs rijden, maar we verkiezen uiteraard de hondenslee om naar het dorpje Ikerasak te reizen.Beeld Veerle Windels

Veel Groenlanders pleiten trouwens voor complete afscheiding van Denemarken. “Maar ze kunnen die onafhankelijkheid niet betalen”, vertelde een Deen ons. “De meeste Inuit zijn arm, zeker het gros van de zeehondenjagers en de vissers die niet met een eigen boot op zee gaan. De werkloosheid is hoog en een sociale zekerheid zoals in Europa kennen we hier niet. Ach, de Inuit zouden zo graag olie, goud, zilver en diamant vinden. Nu zijn er wel goudmijnen in het oosten van Zuid-Groenland, maar dat stelt nog niks voor. Idem voor Nuuk, waar al wel eens ­diamant is gevonden.”

Een andere Deen vertelde: “Elke Groenlander kost de Deense staat 60.000 kronen (omgerekend 8.000 euro) per jaar. Noem Groenland gerust de laatste kolonie, maar dan wel een hele dure.”

Helikopters

Wat de reis ook bijzonder maakte? We namen geregeld de helikopter, wat spectaculaire vergezichten over het landschap en de perma­frost opleverde. In Groenland zijn er enkel wegen binnen de dorpen en de steden (nou ja, de hoofdstad telt slechts 13.000 inwoners) en wie zich wil verplaatsen, doet dat heel het jaar door per helikopter of op het eind van de winter over het dichtgevroren fjordwater met de auto. Zelfs bejaarden zag ik ­beladen met plastic zakken in de Sikorsky-helikopters van luchtvaartmaatschappij Grønlandfly plaatsnemen. Getaand en met de glimlach. Dat we een keer wegens slecht weer een tussenlanding moesten maken en in het hotel naast de airstrip moesten ­overnachten, nam iedereen er gewoon bij. Voor mij was het in elk geval een les in loslaten. Terwijl de oudjes met de plastic zakken maar bleven lachen.

Vooral de voorbije maanden ben ik in gedachten vaker in Groenland verzeild geraakt. Zoals zovelen laat ik me in deze tijden soms gaan in het bingewatchen van Nordic crimi’s. Zo heb ik genoten van Thin Ice, een Zweedse dramaserie gebaseerd op het boek Tunn Is van Carolina Angelis. De serie speelt zich af in het oosten van Groenland en verenigt zowat alle thema’s die ik twintig jaar geleden al opmerkte. De moeilijke relatie tussen Denen en Groenlanders, de hoge werkloosheid en het enorme alcoholverbruik.

Maar ook de immense kracht die de natuur uitstraalt en waar je als sterveling erg stil van wordt. Telkens als de plaatselijke politieagent Enok op zijn sneeuwscooter door de ijsvlakten raasde en precies wist aan welke berg hij links- of rechtsaf moest slaan, reed ik stiekem met hem mee. Met de ogen dicht trouwens. Zodat ik de onmetelijke stilte nog beter kon horen.

Vissersboot in de baai van Qaqortoq. ‘s Avonds wordt de vangst gevierd in de ‘Skipperkroen’. Beeld Veerle Windels
Vissersboot in de baai van Qaqortoq. ‘s Avonds wordt de vangst gevierd in de ‘Skipperkroen’.Beeld Veerle Windels
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234