Donderdag 22/10/2020

Familieklap

‘De fiets is van grote betekenis in ons leven’: Sep en Ken Vanmarcke over hun broederband

Sep (links): ‘Bij Ken ging het alleen maar over de koers. Koers, koers, koers. Tot ik op den duur tegen hem zei: echt Ken, zwijg nu eens efkes.’Beeld Bob Van Mol

De jongste is 32 jaar, profwielrenner en droomt van de Ronde van Vlaanderen zondag. De oudste is 38 jaar, ­ploegleider, en moet de jongste aan die droom helpen. Sep en Ken Vanmarcke, broers.

SEP

“Ik vertrouw mijn broer blindelings. Het is nooit anders geweest. Dat vertrouwen reikt verder dan de familiale band. Ik leg mijn lot soms in zijn handen. Als we de Nieuwe Kwaremont op training aan 98 km/u naar beneden rijden – Ken op de motor en ik in het wiel – dan is de minste stuurfout van Ken fataal.

“Onze band is altijd al bijzonder geweest. We komen uit een gezin van vijf kinderen – ik ben de jongste – en groeiden op in Wortegem-Petegem, op de grens van West-en Oost-Vlaanderen. Ondanks het leeftijdsverschil van zes jaar maakte ik snel connectie met Ken. Competitie, dat is waar die connectie uit bestaat. Elkaar de loef afsteken, elkaar willen verslaan. Bij het squashen stonden we op het eind van de wedstrijd om de beurt tegen de muur, met armen en benen open, en mocht de andere het balletje zodanig hard tegen je lijf meppen dat je na afloop blauw zag. Reed mijn autootje op zolder iets sneller over de finish dan dat van Ken, dan gooide hij me met mijn hoofd tegen de stalen kast. Ja ja, onze band is goed. (lacht)

We hadden het vroeger niet breed, speelden met oude autobanden in plaats van dure spelconsoles. Vader was leerkracht, moeder bleef thuis om voor ons te zorgen. Het gewone, bescheiden leven, waar ik nog altijd van houd. Alle vijf de kinderen hebben gekoerst, aanvankelijk zelfs allemaal op dezelfde fiets. De fiets waar ik uiteindelijk mee verder reed kwam van het containerpark. Het frame was stuk. Vader laste het aan elkaar, en hop, rijden.

“In 2007 reed ik samen met Ken bij een ploegje uit de streek. Ik was nog belofte, Ken allang niet meer. Dat jaar hebben we elkaar 360 van de 365 dagen gezien. We trainden samen en koersten samen: 15.000 kilometer naast elkaar op een fiets. Uiteindelijk ben ik prof geworden. Hij niet, maar hij heeft me daar nooit scheef om bekeken.

“De fiets is van grote betekenis in ons leven. Ooit nam ik deel aan het politie-examen, maar ik was niet weerhouden wegens ‘te weinig zelfvertrouwen’, en hoewel ik af en toe denk dat ik niet veel voorstel in het peloton, is de koers wel de wereld die me gemaakt heeft tot wie ik nu ben. Wielrennen liet me toe een leven uit te bouwen, meer vertrouwen te kweken.

“Ken is uiteindelijk ook toegetreden tot die wereld, als ploegleider. Hij werd mijn ‘baas’ en is dat nog steeds (bij EF Education First, MDC). In de koers gedragen we ons niet als broers. Integendeel. De overstap van Ken was aanpassen voor mij, het voelde alsof hij mijn territorium betrad, al gunde ik hem dat natuurlijk wel. Het eerste jaar was lastig, we moesten onze band herdefiniëren en verloren elkaar een beetje uit het oog. We waren daar allebei verantwoordelijk voor. Ik ben een binnenvetter, en Ken was zodanig enthousiast dat het alleen maar over koers ging. Koers, koers, koers. Tot ik op den duur tegen hem zei: ‘Ken, echt, zwijg nu eens efkes’. (lacht) Nu zijn we daar in gegroeid, en loopt alles vlot.

We praten nu iets minder over de koers, al kun je die niet altijd ontwijken. Ook het gevaar niet, dat beseffen we. In 2011 viel ik tientallen meters diep in een ravijn. Toen ik over de vangrail tuimelde, dacht ik: het is gedaan met mij. Een minuut later ging nog een andere renner de afgrond in. Toen ze hem naar boven trokken, wist niemand dat ik daar nog dieper lag: ‘Ik lig hier ook nog’, riep ik.

“Vorig jaar, in Italië, vloog ik bijna over het muurtje van een brug. Voor hetzelfde geld viel ik vijftig meter naar beneden en was het over. Dat zijn bijna-doodervaringen die je nooit nog vergeet, en waar je best niet te veel over praat.”

Ken: '‘Ik belde naar mijn gezin: we waren Sep bijna kwijt.’Beeld Bob Van Mol

KEN

“Als ik in de ploegauto ‘chute dans le peloton’ hoor op de koersradio, slaat mijn hart over. Al moet ik de angst en bezorgdheid wel onderdrukken. Ik leef mee met alle renners van de ploeg, ben tot vijf uur op Google Street View bezig om de hele rit te visualiseren en het team te waarschuwen. Maar met Sep is dat nog anders. Logisch ook. Toen hij vorig jaar bijna in een ravijn stortte in Italië, hield ik me koest, maar ’s avonds heb ik naar mijn gezin gebeld, om te ventileren: ‘We waren Sep bijna kwijt’.

“Natuurlijk heb ik veel aan Sep te danken. Zonder lange arm kom je de koers niet in als je zelf geen prof geweest bent. Vijf jaar geleden kwam ik het profpeloton binnen en voelde ik mij het klein facteurke. Meer dan tien jaar was ik postbode, en plots vloog ik de wereld rond, tot in China, met de beste renners van de wereld. Van brieven posten op mijn eentje, naar het organiseren en begeleiden van een groep van twintig mensen, onder wie enkele ego’s die goed geld verdienen: ja, dat was aanpassen.

“Het heeft enkele maanden geduurd vooraleer ik het mislopen van een eigen profcarrière kon plaatsen. Dat voelde aan als falen. Jarenlang deelde ik ’s ochtends eerst de post uit en ging dan alsnog trainen met Sep. Ik reed toen 28.000 kilometer per jaar. Die trainingen met mijn broer zijn het dichtste dat ik bij het profleven ben gekomen. Ik was een postbode die leefde als een coureur.

“Ik heb mezelf in de vernieling gereden in mijn korte koerscarrière. Terwijl Sep zich kon beheersen, had ik naar eigen aanvoelen niet goed getraind als ik niet kotsend bovenkwam op Nokereberg. Ik trainde me kapot. Zelfs in de fitness. Die ene harmstringoefening die ik dertig keer moest doen, lukte maar 29 keer, waardoor ik mezelf strafte en er nog vijf extra bij deed. Tot ik een pijnscheut voelde die door mijn hele lijf trok. We zijn vijftien jaar later en ’s winters voel ik de pijn in mijn nek nog altijd. (lacht)

“Voel ik me nog altijd een facteurke in de koers? Misschien. Buiten het wielrennen heb ik een kort lontje. Ik ben geen korte zot, maar gooi het er snel uit als iets me dwars zit. Daar ligt het grootste verschil met Sep.

“In het team sta ik wel gekend als een rustig iemand. Een perfectionist die alles zo goed mogelijk organiseert. Daar ben ik blij om. We beseffen het wellicht te weinig, maar als je weet waar wij vandaan komen, dan is het leven dat Sep en ik nu leiden een droom.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234