Zondag 03/07/2022

EssayAlles uit het leven halen

Bucketlists in tijden van sterfelijkheid. Waarom het zo moeilijk is om ons te verzoenen met de kansen die we laten liggen

null Beeld Elzeline Kooy
Beeld Elzeline Kooy

De maatschappij biedt vandaag oneindig veel mogelijkheden om kennis op te doen en jezelf te ontplooien. Alleen zijn mensen zich meer dan ooit bewust van hun eigen sterfelijkheid, waardoor een ongezonde productiviteitsdrang kan ontstaan. Waarom is het zo moeilijk om ons te verzoenen met de kansen die we laten liggen?

Paul Notelteirs

“Er is niets dat beter helpt tegen uitstelgedrag dan het besef dat alles eindig is.” Onderaan een raster met gekleurde vakjes probeert de sitebeheerder van Fail Flow een positieve draai te geven aan een waarheid die even onvermijdelijk als pijnlijk is. In fleurige kleuren biedt de webpagina een nauwkeurig overzicht van hoeveel weken in een leven al verstreken zijn. Wanneer ik mijn geboortedatum ingeef, kleurt ruim een kwart van de 4.000 vakjes waar een gemiddeld leven uit bestaat donkerrood.

Om de duizelingwekkende ervaring compleet te maken, geven enkele goudkleurige arceringen aan op welke leeftijd beroemdheden hun eerste mijlpalen bereikten. Ik ben ondertussen ouder dan Jeanne d’Arc toen ze ten oorlog trok en ook Steve Jobs was jonger toen hij Apple oprichtte. Vijf minuten lang scrol ik met een wat unheimlich gevoel langs de verstreken weken uit mijn leven en dan klap ik de laptop dicht: de tijd die volgt, breng ik liever niet door op websites van commerciële groepen die geld verdienen aan doodsbesef.

Toch is de kans klein dat ik me lang aan dat voornemen kan houden.

Sinds mijn vader anderhalf jaar geleden stierf, vragen vrienden me weleens of zijn overlijden me veranderd heeft. Meestal lach ik dergelijke vragen wat ongemakkelijk weg. De dood van de 51-jarige man is op zichzelf betekenisvol genoeg zonder dat ze gerecupereerd hoeft te worden als een soort plot device dat verandering in andere levens teweegbrengt, luidt mijn argument dan. Alleen is dat niet de volledige waarheid. Waar ik sterven vroeger vooral met de termen ‘ooit’ en ‘de ander’ associeerde, ben ik me nu bewuster dan ooit van de limieten van de tijd.

Dat klinkt misschien clichématig en enigszins aanstellerig wanneer het uit de mond van een gezonde twintiger komt, maar de Franse essayist Charles Du Bos schreef in de negentiende eeuw al uitgebreid over hoe ingrijpend het plotse doodsbesef kan zijn. Hij vergelijkt le réveil mortel met wakker worden in een vreemde hotelkamer door het geluid van een alarm dat door een vorige gast ingesteld is. Waarna paniek volgt door het besef dat je in een gehuurde wereld leeft.

Vijftien vakanties

Het beklemmende gevoel dat ontstaat, heeft vaak evenveel met keuzestress als met de angst voor het onbekende te maken. Dat bewezen ook de reacties op een reeks virale tweets die een Amerikaanse man onlangs postte. Hij wilde concreet maken hoe beperkt de duur van een gemiddeld leven is en daagde zijn volgers daarom uit om te berekenen hoe vaak ze hun twintig favoriete mensen nog zouden terugzien en hoe dikwijls ze hun twintig meest geliefde activiteiten nog konden doen. De resultaten waren telkens vrij ontnuchterend.

Een vijftiger die om de twee jaar op reis gaat, heeft bijvoorbeeld nog maar vijftien vakanties over voor hij de gemiddelde sterfdatum van een mens bereikt. Iemand die vandaag kinderen op de wereld zet, weet dan weer dat hij het leeuwendeel van de tijd met zijn kroost al in de eerstvolgende achttien jaar van zijn leven zal spenderen. Zulke gedachten zijn misschien niet bepaald opbeurend, maar op zich kunnen ze de bevolking ook aansporen om haar lot in eigen handen te nemen en om bewuste keuzes rond tijdsbesteding te maken. Alleen blijkt dat in de praktijk moeilijker te zijn dan een vrijblijvende deelname aan een gedachte-experiment op Twitter.

Vluchtigheid

“De ruimte die ons is gegeven snelt zo snel en haastig voorbij dat op enkelen na eenieder merkt dat juist wanneer hij klaar is voor het leven, dat leven voorbij is”, schreef de Romeinse filosoof Seneca in een van zijn beroemde essays. Hij vatte daarmee een van de grote problemen samen waar individuen mee te maken krijgen. Mentaal is iedereen in staat om zich een eindeloze reeks aan levens voor te stellen, maar gebonden aan een snel verouderend lichaam kan slechts een fractie van die mogelijke paden ook effectief bewandeld worden.

Die gedachte is uiteraard niet nieuw, maar de drang om alles uit het leven te halen, is in de moderne tijd wel sterker dan ooit tevoren. Als doekje voor het bloeden is er daarom een schijnbaar eindeloos aanbod van zelfhulpboeken, apps en websites die tips geven om productiever en efficiënter te leven. Het belangrijkste issue met de industrie rond tijdmanagement is dat haar suggesties vaak ook effectief werken. Want mensen slagen er steeds vaker in om hun levens vol te plannen met verschillende activiteiten, maar dat maakt ze niet noodzakelijk gelukkiger.

De Amerikaanse antropoloog Edward T. Hall maakte zo de vergelijking met een lopende band in een fabriek waarop voortdurend dozen passeren. Iedere doos staat daarbij symbool voor een moment uit het leven dat ten volle benut moet worden zodat de ‘fabrieksmedewerkers’ het gevoel krijgen dat hun bestaan zinvol is. De tragiek van die situatie is volgens Hall alleen dat de band sneller gaat lopen naarmate de ‘arbeiders’ moeite doen om meer dozen te vullen. Zo raken ze volgens hem uitgeput of overschrijden ze hun eigen grenzen. Een blik op de recente welzijnscijfers uit ons land toont aan dat die vergelijking niet volledig van de pot gerukt is. Aan het eind van 2020 waren bijna 120.000 Belgen al langer dan een jaar arbeidsongeschikt door een burn-out of een depressie.

De analyse van Hall hecht veel belang aan de mechanisering. Dat is niet toevallig. Zo beschrijft de Britse journalist Oliver Burkeman in zijn boek 4.000 weken hoe tijd sinds het industriële tijdperk veel abstracter werd. Een boer die tijdens de vroege middeleeuwen leefde, had bijvoorbeeld geen mechanische klok in zijn omgeving. Het gevoel van tijdsverspilling was daarom van geen tel en het ritme van het leven werd bepaald door natuurlijke fenomenen.

De industrialisering bracht daar verandering in. Plots was er nood aan een betrouwbare en wijdverspreide methode om de agenda’s van verschillende groepen op elkaar af te stemmen. De tijd werd gestandaardiseerd en zichtbaar gemaakt, maar daardoor gingen mensen hem steeds vaker beschouwen als iets dat losstond van hun eigen leven. “Tijd wordt dan iets wat wegtikt terwijl de wijzers ronddraaien”, schrijft Burkeman daarover in zijn boek.

Schaarste

De veranderde tijdsbeleving heeft vergaande gevolgen voor hoe we onze levens inrichten. Antoon Vandevelde, economisch filosoof en professor emeritus aan de KU Leuven, merkt dat voor de hogere middenklasse steeds vaker een schaarsteprobleem optreedt. Tijd wordt daarbij de meest kostbare pasmunt die stervelingen moeten uitgeven terwijl ze rekening houden met wat de Deense filosoof Søren Kierkegaard de wanhoop van de mogelijkheden noemde. Belangrijk is wel dat het op een bepaalde manier om een luxeprobleem gaat.

“Je hoeft zelfs niet per se naar ontwikkelingslanden of oorlogsgebieden te kijken om dat te weten”, zegt Vandevelde. Ook in eigen land geldt nog steeds dat burgers zich pas afvragen hoe ze de zeeën van tijd precies willen bevaren wanneer ze genoeg financiële middelen hebben om een boot te kopen. De anderen zijn in de eerste plaats bezig met pogingen om niet te verdrinken.

Voor de ‘gelukkigen’ wordt het issue van tijdsdruk steeds nijpender onder invloed van twee factoren. In de eerste plaats zijn er biologische processen die ervoor zorgen dat onze tijdsperceptie verandert naarmate we ouder worden. Waar kinderen vaak het gevoel hebben dat hun zomervakantie jarenlang duurt, geven ouderen aan dat de maanden uit hun leven voorbijflitsen als waren het slechts uren. De grootste tragedie van dat gegeven is dat hoe minder tijd ons rest, des te sneller hij voorbij lijkt te gaan.

Over de verklaring voor die veranderende perceptie voeren academici nog discussies. In wetenschapsblad Eos schreef mathematisch bioloog Christian Yates dat het mogelijk te maken heeft met het feit dat kinderen een hogere hartslag en ademhaling hebben, waardoor ze het gevoel hebben dat er meer tijd verstrijkt. Een andere mogelijkheid is gelinkt aan hoeveel nieuwe perceptuele informatie onze hersenen moeten verwerken. Wanneer het brein veel stimuli aangereikt krijgt, zal het sneller het gevoel krijgen dat er veel tijd voorbijgegaan is. En dat speelt opnieuw in het voordeel van de tijdsbeleving van jonge personen, die voortdurend dingen leren.

Socioloog Ignace Glorieux (VUB) stipt verder aan dat ook de secularisering van belang is. Als iemand van zijn geloof afvalt, volgt ook de ontnuchtering dat er geen hiernamaals is waarin alle gefnuikte plannen en genegeerde lifestyletips uit krantenbijlagen alsnog een tweede kans krijgen.

Status

De implicaties van de sterfelijkheid dringen zo sterker door dan in het verleden en volgens Glorieux heeft dat ook een impact op ons gedrag. Hij suggereert dat mensen door het doodsbesef mogelijk individualistischere keuzes maken. Als de tijd beperkt is, lijkt het in eerste instantie ook logisch om keuzes te maken die een maximale garantie bieden op zelfgenot. De socioloog merkt daarbij op dat een actieve houding vandaag tot het culturele ideaal behoort en dat personen elkaar daarom opjutten om zo in het leven te staan.

“De verwachting is dat je je kansen in het leven ten volle benut en voortdurend met alles mee bent. Op die manier ontstaat er bijna een opbod waarbij we aan elkaar proberen te bewijzen hoe druk we het hebben. Daarover klagen wordt een statussymbool”, zegt Glorieux. Toegeven dat het onmogelijk is om aan die maatschappelijke verwachting te voldoen, is moeilijk omdat het voor mogelijke imagoschade kan zorgen, schreef de Franse filosoof Alain de Botton eerder in zijn boek Statusangst. Het individualisme zorgt er volgens de VUB-socioloog verder ook voor dat burgers het soms moeilijk vinden om rekening te houden met de levensomstandigheden van toekomstige generaties. “De klimaatproblematiek ligt velen bijvoorbeeld na aan het hart, maar de vraag om concrete ecologische acties ligt gevoelig als ze impliceert dat mensen zich bepaalde zaken moeten ontzeggen.”

Een opsteker is wel dat de publieke verwachtingen rond tijdsbesteding enigszins bijgestuurd werden tijdens de coronacrisis. “De maatschappelijke structuren die doorgaans aangereikt worden om tijd te beheren, vielen plots voor een deel weg”, vertelt Vandevelde. Naast de traditionele kantooruren verdwenen bijvoorbeeld ook de belangrijkste opties voor vrijetijdsbesteding. Verrassend genoeg liet een deel van de bevolking na de opheffing van de meeste coronamaatregelen weten er niets voor te voelen om opnieuw in de ratrace te stappen. Al blijft het onduidelijk hoe duurzaam die verandering op lange termijn zal zijn. “Na een vakantie zeggen werknemers ook weleens dat ze voortaan minder hooi op hun vork zullen nemen, waarna ze enkele dagen later alweer in hun oude gewoontes vervallen”, relativeert Glorieux.

Voor wie ook na de pandemie nog de neiging voelt om websites als Fair Flow te bezoeken, kan het volgens Burkeman nuttig zijn om de onzekerheid van het leven te omarmen. De 4.000 levensweken die op het internet en in zijn boek aangehaald worden, zijn immers nooit beloofd. Het leven kan op ieder moment stoppen en de enige garantie is dat er altijd een onafgewerkt lijstje met plannen en taken zal overblijven. Gevoelens die onuitgesproken bleven, professionele ambities die nooit werkelijkheid werden en misschien zelfs iets banaals als een wasmachine die nooit meer leeggemaakt kan worden.

Burkeman schrijft daarom dat het belangrijk is om een verzoening met die losse eindjes na te streven en om bewuste keuzes te maken. Door doelbewust items op een beperkte bucketlist aan te vinken, kan ook een soort joy of missing out ontstaan. Als de blik ondertussen minder naar de toekomst gericht wordt, groeit ook de kans dat mensen sneller existentiële vrede sluiten met de waarheid die Burkeman meermaals aanhaalt in zijn boek: “De gemiddelde levensduur van een mens is absurd, beangstigend en beledigend kort.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234