Woensdag 16/06/2021

TrendHandwerk

Boys in de ban van de breinaald: ‘Waarom zouden wij in godsnaam níét mogen breien?’

Egon Deckers: ‘Breien is niet moeilijk, op YouTube vind je genoeg filmpjes.’
 Beeld Rebecca Fertinel
Egon Deckers: ‘Breien is niet moeilijk, op YouTube vind je genoeg filmpjes.’Beeld Rebecca Fertinel

Mannen die breien, naaien of borduren: ze zijn in opmars. Ook George Clooney en Ryan Gosling zijn vaak met een bol wol in de weer. Vijf mannen over hun passie voor handwerk. ‘Ik kreeg te horen dat in mijn breiclub alleen vrouwen welkom waren.’

Egon Deckers (8) breit zijn eigen sjaals

Egon houdt de sjaal die hij onlangs zelf heeft gebreid trots voor de camera. Het is een grijs en donkerblauw model, waar hij twee weken lang bijna elke ochtend aan gewerkt heeft. “Toen ik in het eerste leerjaar zat, leek het me plots leuk om te leren breien. Ik zag mijn mama dat ook regel­matig doen, en zij is daar heel goed in.”

De sjaal was niet het eerste project waarover hij zich boog. “Hiervoor had ik al heel wat proefwerkjes gemaakt om alle steken te oefenen. Niet gemakkelijk! En ook voor mijn oma had ik al een groene sjaal gemaakt, als cadeautje voor Nieuwjaar. Daar was ze blij mee. Deze sjaal is dus al de tweede die ik gemaakt heb.”

Leren breien is eigenlijk niet zo moeilijk, vindt Egon. “Ik heb wat filmpjes op YouTube bekeken, maar het meeste heb ik toch van mijn mama geleerd. Voor mij is het een goede hobby, want ik knutsel graag. Naaien doe ik ook af en toe, maar dat is moeilijker. De draad floept dan regelmatig uit de naald. Breien kan ik gewoon doen terwijl ik naar de televisie kijk.”

Dat de twee sjaals niet zijn laatste projectjes zullen zijn, heeft Egon al besloten. “Ik wil ook graag mutsen leren maken. Daar zal mama me nog wel wat mee moeten helpen. Ook het opzetten van het breiwerkje moet zij nog voor mij doen, maar daarna kan ik meestal alleen verder.”

Zijn zelfgemaakte sjaal deed Egon onlangs nog aan om naar school te gaan. Van zijn juffen kreeg hij complimenten, maar andere kinderen of jongens die bezig zijn met breien, kent hij niet. “Dat maakt ook niet zoveel uit, want ik ben zelf blij met wat ik gemaakt heb. Blij, en trots ook wel.”

Dennis Marien: 'Mijn oma denkt dat we bloemblaadjes naaien.' Beeld Rebecca Fertinel
Dennis Marien: 'Mijn oma denkt dat we bloemblaadjes naaien.'Beeld Rebecca Fertinel

Dennis Marien (35) naait ‘balzakjes’ met zijn grootmoeder

Borduren doet Dennis Marien, illustrator en striptekenaar, al tien jaar met zijn moeder. Sinds enkele jaren naait hij ook met hulp van zijn grootmoeder. “Een van de meest recente projecten die ik samen met mijn grootmoeder afwerkte, zijn onze ‘balzakjes’.” Enige duiding is hier op zijn plaats: de glimmende roze etuis die Dennis ontwierp, zijn bedoeld om pennen in te bewaren, of kunnen dienen als een uit de kluiten gewassen telefoonhoes. “Ik had net een groot project afgewerkt en bleef met veel stofoverschotten zitten. Toen een vriendin van me over het geschoren scrotum van haar lief opschepte, kwam ik op het geweldige idee om die stofresten tot kleine balzakjes te verwerken. Die maak ik nu dus met hulp van mijn oma. Al heb ik tegen haar gezegd dat het bloemblaadjes zijn.” (lacht)

“Het is natuurlijk heel leuk om mijn familie bij die projecten te betrekken. Het eerste wat mijn ma en ik ooit samen borduurden, was een geïllustreerde versie van het sprookje Blauwbaard. Je moet weten: Blauwbaard is een nogal seksueel getint verhaal, waardoor we dus meteen een naakte man en vrouw moesten borduren.” (lacht)

Dat handwerk nog steeds vooral als een hobby voor vrouwen wordt aanzien, vindt hij vreemd. “Terwijl het in andere landen, zoals Marokko bijvoorbeeld, vooral mannen zijn die kleding maken. Ook borduurwerk wordt er vooral door mannen gedaan. Onder mijn vrienden zijn er wel wat mannen die hun eigen kleren herstellen, of die patches op hun kleding naaien. Maar echt handwerk? Dat blijft hier toch zeldzaam, ja.”

Nog tot 28 maart stelt Dennis zijn werk, waaronder de zakjes en een deel van zijn borduurwerken, tentoon in The Bries Space, Stenenbrug 15, Antwerpen.

Jan Nauwelaerts: 'Ik kan al heel wat vrouwen een breilesje leren.' Beeld Rebecca Fertinel
Jan Nauwelaerts: 'Ik kan al heel wat vrouwen een breilesje leren.'Beeld Rebecca Fertinel

Jan Nauwelaerts (77) breide al meer dan duizend mutsen voor kanker­patiënten

Jan begon pas te breien na zijn pen­sioen, maar durft nu zonder aarzelen zeggen dat hij er goed in is. “Ik moet 63 geweest zijn toen ik begon. Ik had me net aangesloten bij een hobbyclub, waar twee vrouwen me vertelden dat borduren eigenlijk niets voor mannen is. Als ik zoiets hoor, is dat voor mij juist een uitdaging om hen het tegendeel te bewijzen. In datzelfde jaar leerde ik ook breien, en ik denk dat ik heel wat vrouwen ondertussen een lesje kan leren.” (lacht)

Vooral de technische kant van het breien spreekt hem enorm aan. “Die technieken leerde ik destijds via de computer en via boeken. Maar ook in de verschillende breiclubs waarbij ik aangesloten ben, leerde ik regelmatig nieuwe technieken.” Het was niet altijd even gemakkelijk om in die hoofdzakelijk vrouwelijke breiwereld aanvaard te worden, zegt Jan. “In een breiclub in Brugge merkte ik toch dat sommige breiende vrouwen argwanend waren over mijn aanwezigheid. Het feit dat ik daar als man zat, die dan ook nog eens góéd kon breien, wekte jaloezie op. En een andere club waarbij ik aangesloten was, liet plots weten dat enkel vrouwen welkom waren. Dan weet je het wel.”

Toen Jan in 2001 de diagnose prostaatkanker kreeg, heeft hij zich vooral toegelegd op het breien van mutsen voor kankerpatiënten. Hij gokt dat hij er ondertussen al meer dan duizend gemaakt moet hebben. In 2017 werd er bij hem blaaskanker vastgesteld, waarvoor hij een chemobehandeling kreeg. “Door de chemo lukte het niet meer om echt actief te zijn, maar breien gaat gelukkig nog zonder problemen. Op sommige dagen ben ik tot wel acht uur aan een stuk met mijn breiwerkjes in de weer. Sommigen zullen dat een verslaving noemen, maar ik doe het enorm graag, en een afgewerkte muts geeft me veel voldoening. Eén keer kreeg ik eens een dankbericht van een kankerpatiënt voor wie ik een muts had gemaakt, dat begon met: ‘Beste mevrouw’. Maar dat soort me helemaal niet.”

Jervin Weckx: 'Voor breien, borduren en naaien heb je een engelengeduld nodig.' Beeld Rebecca Fertinel
Jervin Weckx: 'Voor breien, borduren en naaien heb je een engelengeduld nodig.'Beeld Rebecca Fertinel

Jervin Weckx (25) richtte vorig jaar Bordel Borduur op

Jervin begon tijdens de eerste lockdown te borduren, aanvankelijk als een manier om de tijd te doden. Maar nadat hij zijn door popcultuur geïnspireerde ontwerpen op Instagram begon te delen, werkte hij ook steeds vaker op bestelling. “Voor ik het wist, was ik van ’s ochtends tot ’s avonds aan het borduren”, grinnikt de twintiger, die door de enthousiaste reacties zijn eigen borduurbedrijfje Bordel Borduur opstartte (tagline: goed genaaid).

“Leren borduren is niet zo moeilijk, maar je moet er wel engelengeduld voor hebben. Onlangs borduurde ik de initialen van een koppel dat ging ­trouwen op hun mondmaskers; daar heb ik ongeveer drie kwartier per ­masker aan gewerkt. Maar eigenlijk maak ik het liefst grotere en complexe ontwerpen waar ik al snel enkele dagen mee bezig ben.”

Dat het zo’n traag proces is, maakt het juist leuk, vindt Jervin. “Je kunt je focus tijdens het borduren echt op één punt leggen, en de langzame handen­arbeid maakt het eindresultaat extra bijzonder. Het wat oubollige imago van borduren wil ik volledig omgooien: ik wil er juist iets heel hips van maken. Nadat ik onlangs de documentaire over Britney Spears had bekeken, ­borduurde ik bijvoorbeeld de hashtag #FreeBritney op enkele mondmaskers. Mijn volgende uitdaging is om theaterteksten of poëzie te borduren, om zo mijn achtergrond als acteur in mijn borduurwerk te verweven.”

Veel andere mannen die met handwerk bezig zijn, kent hij niet. “Alle Instagram-accounts over borduren die ik volg, worden door vrouwen gerund. Borduren wordt toch vaak geassocieerd met wat oudere vrouwen die met hun werkjes voor de haard zitten. Jammer, want borduren kan voor iedereen een erg mooie vorm van zelfexpressie zijn.”

Wim Vandereyken: 'Tijdens de lockdown kon ik me echt verliezen in het breien.’
 Beeld Rebecca Fertinel
Wim Vandereyken: 'Tijdens de lockdown kon ik me echt verliezen in het breien.’Beeld Rebecca Fertinel

Wim Vandereyken (40) staat online bekend als Mr. Knitbea

Wim Vandereyken – Mr. Knitbear op Instagram – prijst zich gelukkig dat hij het voorbije rampjaar zijn bol garen en zijn breinaalden had om de coronacrisis mee af te weren. “Voor mij waren die maanden in lockdown eigenlijk een heerlijke periode: normaal heb ik altijd te weinig tijd om te breien, maar het voorbije jaar heb ik er me echt in kunnen verliezen. Als ik geen dagtaak had in het onderwijs, zou ik van ’s ochtends tot ’s avonds breien, tot ik ergens een serieuze ontsteking zou oplopen.” (lacht)

Wim is leerkracht, en merkte vijftien jaar geleden dat de fijne motoriek van de kinderen in zijn klas sterk achteruitging. “Toen ik op zoek ging naar manieren om hun motoriek wat aan te scherpen, kwam ik vrij snel bij breien en haken uit. Aanvankelijk dus om die kinderen iets bij te leren, maar ik had de microbe ook zelf snel te pakken.”

Vijftien jaar later heeft hij twee boeken over het breien van sokken op zijn naam staan, en geeft hij regelmatig workshops aan prille en ervaren breiers. “Terwijl ik zelf zo ver mogelijk van het hokjesdenken probeer weg te blijven, merk ik toch op dat mensen een breiende man bijzonder blijven vinden. Erg vind ik dat niet: ik vind het ook wel leuk dat ik een voorbeeldfunctie heb voor breiende mannen. Want waarom zouden wij in godsnaam níét mogen breien?”

Handwerk is juist ontzettend leuk, benadrukt Wim. “Je hebt projecten waarbij je je verstand echt op nul kunt zetten, zoals bij het beenpatroon van een sok. En dan heb je projecten waarbij je heel geconcentreerd moet blijven en elke steek moet tellen. Dan vergeet je de tijd volledig. Ik moet ’s ochtends oppassen welk project ik vastpak, omdat ik anders te laat op school zou durven komen.”

Vrolijke sokken breien (12,50 euro) en Sock you two (17,50 euro) zijn uitgegeven bij Luitingh Sijthoff.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234