Vrijdag 04/12/2020

InterviewDirk Draulans

Bioloog en journalist Dirk Draulans: ‘We hebben het samen verkloot, we moeten het samen oplossen’

‘Ik ben geboren met een grote liefde voor de natuur, dat was in onze familie een afwijking. Mijn vader, een ingenieur in de kernindustrie, vond de vogels en bloemen die mij bezighielden maar niets.’Beeld Thomas Sweertvaegher

‘Mensen worden doorgaans milder naarmate ze ouder worden. Bij mij is het omgekeerd’, zegt bioloog en journalist Dirk Draulans (64). ‘Ik word steeds kwader, omdat we de natuur opsouperen.’ Gelukkig ziet hij ook hoe wolven, haviken en aalscholvers terugkeren. ‘Daar klamp ik me aan vast.’

Bij Dirk Draulans binnenkomen, is bijna alsof je terug naar buiten stapt. Het grote woonkamerraam zuigt je meteen weer het schilderachtige landschap van de Waaslandpolder in. Riet dat wild in de wind danst. In de verte breken ­zonnestralen door de wolken waardoor we live een lange les in kleurschakeringen krijgen. Alsof het een drukke ­luchthaven is, scheert heel geregeld een zwerm vogels over de plassen en weiden. Alleen het geritsel, gekwetter en gekwaak komen niet tot in de huiskamer.

“Mijn vriendin vindt het iets te rudimentair om hier altijd te wonen, maar ik heb dit nodig”, zegt Vlaanderens bekendste evolutiebioloog. “Bijna dagelijks trek ik op mijn fiets de natuur in. Voor mij is dat als eten en drinken. In mijn ­beginperiode als wetenschapsjournalist bij Knack heb ik tien maanden een flatje gehuurd niet ver van de redactie in Brussel. Als ik daar twintig nachten heb geslapen, zal het veel zijn. Ik werd gek van al die muren. Ook als ik eens twee dagen bij mijn vriendin in de stad ben en het is mooi weer, word ik nerveus. Dan moet ik hierheen. Dit is echt mijn natuurlijke biotoop.”

En die lijkt behoorlijk coronaproof ?

“Inderdaad. Ik leef hier al jaren als een soort kluizenaar. Ik ga één keer per week naar de redactie, maar de meeste werkcontacten lopen via Skype. Ik was dit al gewoon. Sinds de eerste golf zie ik hier veel meer wandelaars dan ooit, mensen uit het dorp die nu de lokale natuur ontdekken, zoals ik dat dagelijks doe. Ze zijn verbaasd over de schoonheid. ‘Dat ligt hier nochtans al jaren’, zeg ik dan.” (grijnst)

BIO

geboren op 4 mei 1956 in Turnhout

studeerde biologie aan de KU Leuven

werkte tussen 1985 en 1987 als ­gastonderzoeker aan de Universiteit van Oxford

schrijft sinds 1987 als wetenschaps­journalist voor Knack en was ook oorlogsverslaggever in onder meer Centraal-Afrika, het Midden-Oosten en Bosnië

bracht in 2009 het werk van Charles Darwin tot leven in het programma Beagle: In het kielzog van Darwin, waarin met een clipper de expeditie van Charles Darwin werd nagevaren

publiceerde oorlogsverhalen, drie romans en boeken over de evolutieleer zoals Het succes van slechte seks, waarin hij uitzoekt hoe Darwins evolutieleer ook van toepassing is op de mens

heeft een vriendin, drie kinderen onder wie een tiener, en is opa van een kleindochter

De situatie is nu zo grimmig dat je het bijna niet meer kunt hebben over hoe corona ons massaal de natuur doet ontdekken.

“Toch wil ik blijven spreken over het verband tussen deze crisis en onze verstoorde verhouding met de natuur. De enorme druk op de zorg, de vele doden, het komt bij mij ook sterk binnen. En al zit ik in een geprivilegieerde positie, ook mijn gezin kent nu spanningen. Met mijn jongste ­dochter, een tiener, ging ik geregeld logeren bij mijn moeder die 88 wordt. We zijn al blij dat ze niet in een woon-zorg­centrum zit, maar ze is afhankelijk van thuiszorg en ziet ­weinig mensen. Wij gaan nu niet frequent meer op bezoek. Dat weegt op ons.

“Maar ondanks het menselijke leed, durf ik er toch op blijven wijzen hoe deze crisis het gevolg is van hoe wij boven onze stand leven. Hoe meer we de natuur structureel uitputten, hoe groter het risico op dit soort virussen wordt. En dit is nog een brave variant. Wat mij nog het meest ­verbaasd heeft, is dat veel mensen zo verbaasd waren. Dit zat er al zo lang aan te komen. Het is een signaal dat we dringend gas terug moeten nemen, weg van dat hyperconsumentisme.”

Krijgt u niet het verwijt dat u ons een schuldgevoel aanpraat?

(droog) “Voortdurend. Maar ik vermeld alleen wat de wetenschap vaststelt. De vele negatieve commentaren neem ik erbij. Mijn vriendin vindt het wel lastig. Zij zit op Twitter. Bart Schols had me in een tweet eens omschreven als zijn meest polariserende gast bij De afspraak. Dat viel thuis dus niet in goeie aarde. Niet op Twitter zitten helpt geweldig om je er niets van aan te trekken. Want het zit wel in mijn aard om dwars te liggen. Dat merk ik op Facebook. Ik heb geleerd om eerst even een toerke te doen en naar de vogels te gaan kijken voor ik op iets lichtontvlambaars reageer.”

Verwijten als ‘het groene geweten van Vlaanderen’ of ‘elitaire betweter die met het vingertje zwaait’ raken u niet?

“Nee. Ik antwoord gewoon op vragen. Het Laatste Nieuws vroeg me eens iets over vleesconsumptie en ik verwees naar alle onderzoeken die aantonen hoe minder rood vlees eten je ecologische voetafdruk sterk doet krimpen. Ik zeg niet: eet geen vlees meer. Maar dat maken mensen er dan wel meteen van. Ik kreeg tientallen foto’s van biefstukken toegestuurd met de boodschap dat ik hen niet mag verbieden vlees te eten. Wat ik niet deed. Als wijzen op feiten al elitair met het vingertje zwaaien is, moet iedereen zwijgen.”

In verband met de droogte zei u in mei dat er beter eens een paar weken geen water uit de kraan zou komen. Een boutade?

“Zo was het bedoeld, maar hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik dat meen. Soms ben ik zo kwaad dat ik die kranen zelf wil gaan dichtdraaien. Want ik stel vast dat mensen hun gedrag pas veranderen als ze zelf een nadeel ondervinden. Maar in de klimaatcrisis is het op dat moment al te laat. Zelfs corona, dat voor de meesten concreter en angstaanjagender is, illustreert hoe sommigen zich niets aantrekken van de maatregelen. Om hoorndol van te worden. Doorgaans ­worden mensen milder met het ouder worden, bij mij is het omgekeerd. Mijn frustratie en woede over hoe wij de natuur maar blijven opsouperen en doen alsof wij niets te maken hebben met de gevolgen, wordt met de dag groter. Onlangs kwam het er eens allemaal uit toen ik een paar wandelaars verrot heb gescholden. Daar schrok ik dan wel even van.”

Wat hadden ze verkeerd gedaan?

“Ik was ganzen aan het spotten en zag plots hoe die ­wandelaars een enorm kabaal maakten om de dieren te doen opvliegen, zodat ze er een leuke foto van konden maken. Toen ben ik zwaar uitgevlogen. Hoe durfden ze die dieren zo te storen voor een onnozele foto?”

Was u altijd al een groene driftkikker?

“Ik ben geboren met een grote liefde voor de natuur. Dat was in onze familie een afwijking. Ik zei altijd tegen mijn vader, die ingenieur in de kernindustrie was, dat het kwam omdat hij te veel blootgesteld was geweest aan radioactiviteit. Daar kon hij niet mee lachen. Hij vond de vogels en bloemen die mij bezighielden maar niets. Maar ik werd toch bioloog en, na een postdoc aan de Universiteit van Oxford, wetenschapsjournalist. ‘Ik had altijd al een hekel aan twee soorten mensen, syndicalisten en journalisten’, zei mijn vader toen ik mijn nieuwe job aankondigde. (lacht) Na enige tijd was hij dan toch trots. Hij was nogal dominant en ik ging daar fel tegenin. Maar een echte milieuactivist ben ik pas gaandeweg geworden, omdat ik niet anders kon.”

Hoezo?

“Als jonge snaak heb ik nog ortolanen weten broeden, een kleine vogelsoort die intussen is uitgestorven in Vlaanderen, en die in het Middellandse-Zeegebied een ware delicatesse was. In mijn geboortestreek in de Kempen heb ik ook nog de korhoen gezien. Die is ook verdwenen.

“Marcel Verbruggen, de conservator van natuurgebied De Zegge (in de omgeving van Geel, red.) en een beetje mijn goeroe, is nu 94 jaar. Hij heeft de grootschalige natuur hier nog gekend: grote heidegebieden, en soorten als de grauwe kiekendief. Toen ik opgroeide was er al veel weg, maar toch heb ik ook nog veel zien verloederen, verdwijnen, ­verdelgen. Zo rol je in het activisme.”

Is dat te combineren met journalistiek?

“Omdat ik journalist ben, hou ik mij zoveel mogelijk weg van concrete acties. Maar ik vind niet dat je als journalist neutraal moet zijn. Je moet objectief zijn, je niet te veel door je emoties laten meesleuren. Maar op basis van de feiten kun je wel grenzen trekken. Dat had ik als oorlogsverslag­gever ook al. En als het over milieu en klimaat gaat, is er nu geen plaats meer voor enerzijds, anderzijds. Wat twintig jaar geleden nog zogezegd alarmistische voorspellingen waren, is nu realiteit. Het noordpoolgebied staat in brand, Californië en Australië ook, er zijn ongeziene sprinkhanenplagen in Afrika. Die hel is er nu.

“Ook in verband met corona heb ik geweigerd versoepelaars zoals Lieven Annemans op te voeren. Zij zijn zoals de klimaatontkenners en de ecomodernisten die zeggen dat het allemaal zo erg niet is en wel in orde komt dankzij de ­wetenschap en technologische uitvindingen. Door dat soort mensen verliezen we in beide crisissen pijnlijk veel tijd.”

Met wetenschap en technologie is toch al erg veel bereikt?

“Ja, maar de ongeremde manier waarop we die verwezen­lijking inzetten, doet ons de das om. Ik heb altijd al vermoed dat wij het hier zo complex maken en de natuur zo hard ­vernielen dat onze soort het naar evolutionaire normen niet lang zal uithouden. Homo erectus liep hier een miljoen jaar rond. Wij nu zo’n 200.000 jaar. Veel langer zal dat niet meer duren. Dat miljoen halen we nooit. Velen denken dat wij een superieure variant zijn, met al onze kennis. Maar zelfs een onnozel virus van slechts 15 genen en 27 eiwitten haalt alles onderuit en onze wetenschap en technologie lossen het niet zomaar op.

“En dan is de coronacrisis nog een akkefietje in vergelijking met de klimaatverandering. Het heeft 150 jaar geduurd om ons klimaatsysteem te verstoren, het is ongeloofwaardig dat we dat nu in tien, twintig jaar nog met een technologisch wonder teruggedraaid krijgen. De klimaatwetenschappers geven ook aan dat er geen quick fix is en dat we ons gedrag en transport, onze manier van produceren en ­consumeren drastisch moeten veranderen. Toch blijven bepaalde opiniemakers beweren ‘dat de wetenschap het wel zal oplossen’. Mensen sussen met dat idee is kwalijk. Het is zoals zeggen: relax iedereen, binnenkort is er een coronavaccin.”

Bent u blij dat publiek en politiek door corona meer dan ooit naar wetenschappers luisteren?

“Men luistert niet op de juiste manier. Door dat overheersende blinde geloof in de wetenschap in het begin van de coronacrisis zijn wetenschappers zes weken lang de grote helden geweest. Toen men doorhad dat wetenschap geen machine is waaruit in sneltempo pasklare oplossingen ­rollen, zijn velen zich dan maar tegen de wetenschap gaan keren. Maar zonder de wetenschap was de schade vele keren groter geweest. Ik erger me heel erg aan die unfaire benadering. De wetenschap is geen toverstaf die ons de kans biedt om altijd te wachten tot het bijna te laat is om ­complexe problemen zoals pandemieën en de klimaat­verandering op te lossen. Het is een gestage trial-and-error, geen garantie op snelle zekerheden en controle over allerlei ellende.”

U bent de milieubewuste zoon van een vader die werkte in de kernindustrie. Wat is uw visie op kernenergie?

“Dat heeft altijd spanningen opgeleverd thuis. Maar ik ben daar pragmatisch in. In de overgang naar een klimaat­neutrale wereld zou ik de bestaande centrales en ook andere technologie die CO2-neutraal is zeker meenemen. Maar nieuwe kerncentrales erbij, dat blijkt bijna ­onbetaalbaar. De grote oplossing zijn ze niet.”

U zegt dat de klimaathel is begonnen. Jagen doemberichten mensen niet weg?

“Ik zie geen enkele manier meer om deze realiteit nog ­rooskleurig te verpakken. We hebben het samen verkloot, we moeten het samen oplossen. We moet hopen dat beleid zoals de Green Deal (Europees klimaatplan, red.) de boel nog afremt, maar als je ziet hoe daar nu al op wordt ingehakt door landbouw en industrie, hou ik mijn hart vast. Als ik dan naar mijn schattige kleindochter van zes kijk, besef ik hoe zij met de gevolgen zal moeten leven. De klimaatverandering zal het leven voor erg velen een heel stuk minder comfortabel maken, met op een bepaald moment misschien wel een instorting van wat we kennen. In de film The Road, waarin Viggo Mortensen een vader speelt die met zijn ­zoontje door een postindustriële wereld zwerft na een zware ramp, zie je wat er gebeurt bij zo’n ecologische en economische meltdown. Dat kan erg snel gaan.”

U klinkt even zwaarmoedig als veel klimatologen.

(lacht) “Maar dat ben ik niet. Ik kan erg goed loskoppelen. Anders word ik gek. En ik klamp me vast aan de heropleving van de natuur. Het was altijd mijn wensdroom dat we hier ooit opnieuw wolven en andere roofdieren zouden zien. Dat zou een teken zijn dat het veel beter gaat met de natuur. Nu zijn de wolf, de otter en verschillende roofvogels terug, vroeger dan gedacht. En ik moet maar naar buiten kijken en ik zie soorten die lange tijd zo goed als verdwenen waren. In mijn kindertijd waren haviken zeer zeldzaam. Nu zie ik ze hier volop in de polders, net zoals buizerds. Begin jaren tachtig heb ik de aalscholvers nog geteld in Vlaanderen. Het aantal dat we toen in een seizoen zagen, halen we nu op één goeie trekdag.

Er zijn wel grote, structurele problemen, maar dat ­iconische soorten terugkeren, is toch eens iets positief. Die zaken vormen mijn medicijn, het geeft me hoop en energie. Daarom was ik bij de moord op wolvin Naya ­buiten zinnen. De laffe macho die dat deed, mag daar niet mee ­wegkomen.”

‘Al jaren probeer ik jagers te begrijpen, maar het lukt niet. Vroeger jaagden we met pijl en boog om te overleven. We zaten er vaak naast. Nu is het dikwijls een ordinaire schietkraam.’Beeld Thomas Sweertvaegher

U weet wie het was?

“De naam van een jager circuleert. Al jaren probeer ik jagers te begrijpen, maar het lukt niet. Zij denken dat zij evenwichten in de natuur moeten herstellen terwijl ze de natuur niet begrijpen. Ze beweren dat ze handelen vanuit ons oeroude jagersinstinct. Maar vroeger jaagden we met pijl en boog om te overleven. We zaten er vaak naast. Nu is het dikwijls een ordinaire schietkraam. Onlangs hoorde ik een enorm salvo hier achter de dijk. Er lagen zeven mensen in de gracht die lukraak op ganzen aan het schieten waren. Ik heb meteen hun nummerplaten genoteerd en er een zaak van gemaakt.”

Het klinkt alsof u hier, naast rust en natuurpracht, ook geregeld conflicten hebt?

“Het ís ook conflictgebied. Doel 1 en 2 liggen vlakbij, de haven van Antwerpen die zich als een olievlek uitbreidt ook. En daarnaast heb je hier dus een van de best bewaarde natuurgebieden. Hier is de clash tussen natuur, industrie en landbouw maximaal. De havenuitbreiding zal wel bij de vooruitgang horen. Zolang ze maar de natuur die verdwijnt compenseren. Gelukkig verplicht Europa dat. Vaak gaat het dan ten koste van landbouwgebied. Dus als ik hier met mijn bekende groene kop zeg dat ik blij ben met die ­compensaties, ben ik wel vaak de gebeten hond.

“Ik heb nochtans begrip voor de landbouwers. Ik ben eens gaan eten met een boerin van hier om de hoek. Ze is weduwe en werkt keihard voor haar 250 dikbillen. Het duurde weken voor we konden afspreken want er was altijd wel een bevalling. Ik bewonder haar werklust. Maar ik ga wrijvingen niet uit de weg. Twee jaar geleden zag ik in een akkerrand een prachtige bloemenberm met klaprozen en korenbloemen. Verblindend mooi, als een schilderij van Monet. Dat is echt genieten. Het was het resultaat van een natuurinspanning waarvoor landbouwers financiële ­compensatie krijgen. Een paar weken later was alles ­weggemaaid. In de kleine lettertjes van die overeenkomst staat blijkbaar dat dat mag, zodra er tussen de bloemen wat onkruid zou ontstaan. (heftig) Begin er dan niet aan. Het lag er zo dik op dat die bloemen even mochten bloeien om die premie op te strijken.”

Zijn er naast buizerds, wolven en haviken ook mensen die u hoop geven?

“Natuurpunt heeft steeds meer leden en door corona ­trekken meer en meer mensen dus de natuur in. Ze zitten echt niet allemaal in de winkelstraten en dat is fantastisch. Er zijn de klimaatzaken en de klimaatjongeren. En er zijn bedrijven, zoals Colruyt en Delhaize, die doen wat nodig is, namelijk niet wachten op het befaamde draagvlak, maar zelf de bakens verzetten. Die supermarkten besloten alleen nog duurzame vis aan te bieden. Nu zijn duurzaamheidslabels wel nog een marketingding, iets om mee uit te pakken. Eigenlijk moeten de meest duurzame producten gewoon de norm worden.

“Ik ben ook optimistisch over minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA, red.). Ze neemt de ene goede beslissing na de andere voor de Vlaamse natuur. Wel zet ze veel te veel de hakken in het zand als het over klimaatbeleid gaat. Maar ik denk dat dat toch door Europa opgelegd zal worden. Het is al iets dat er eindelijk een minister is die de lokale natuur nu echt vooropstelt en die durft in te gaan tegen de ­landbouw- en jagerslobby’s.

“Maar op wereldniveau ben ik niet hoopvol. Politiek en bedrijven hebben te veel belang bij de status quo. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat de democratie niet bestand is tegen crisissen als corona en klimaat. Je hebt zeer snel de juiste experts nodig die meteen knopen doorhakken. Politici die zich moeten profileren en die ook beïnvloed worden door lobby’s zijn veel te traag.”

Hoe moet het dan wel?

“Misschien moet je minstens tijdelijk een technocratie inschakelen met experts die zich niet in de gunst van het volk moeten werken, maar die doen wat dringend nodig is. Al kunnen visionaire leiders dat eigenlijk ook. Een politicus die zegt dat hij de maatregelen die nodig zijn niet neemt omdat hij anders niet verkozen raakt, is een slechte ­politicus. Kijk naar Jacinda Ardern (premier van Nieuw-Zeeland, red.). Zij nam heel strenge coronamaatregelen en is met een absolute meerderheid herverkozen. Visionaire ­leiders laten zich niet bewerken door lobby’s en angst om niet in de smaak te vallen.”

Hoe milieuvriendelijk leeft u zelf?

“Ik heb het geluk dat ik niet materialistisch geboren ben. Te hard werken om dan een te groot huis vol te stouwen met te veel spullen: dat snap ik niet. Die uitputtende race is de kern van het probleem. Ik moet dus geen moeite doen om te ­consuminderen. Wel heb ik bewust rood vlees geschrapt, de auto probeer ik te vermijden en hier liggen stapels truien voor bezoekers, zodat de verwarming niet te snel aan moet. Verre vliegreizen vermijd ik tegenwoordig. Ik zou erg graag wilde honden zien, maar daarvoor moet je naar Afrika dus ik ga aan de verleiding weerstaan.”

‘Tegenwoordig slaag ik er in om achterom te kijken en te zien dat mijn carrière toch iets heeft opgeleverd. Er is hier nu meer aandacht voor natuur en milieu, dat geeft mij voldoening’Beeld Thomas Sweertvaegher

Begrijpt u mensen die niet willen inleveren op comfort?

“Wat is comfort? Je een burn-out werken om de hele tijd te shoppen? Uitgeteld aan verre vakanties beginnen en je pas op de laatste dag weer wat energiek voelen? Het klopt ook niet dat we weer in een grot moeten leven en op blaadjes sla kauwen. We kunnen op een aanvaardbare en comfortabele manier minderen.”

Heeft u advies voor wie dat minderen moeilijk vindt?

“Zet kleine stapjes en forceer niet. Zet eens iets vegetarisch op het menu, neem een keer de fiets in plaats van de auto, sla eens een citytrip over. Koop misschien lokale appelen in plaats van die uit Zuid-Afrika. Als je een tuintje hebt, smijt je daarop en laat je gras staan. Zaai wat vlindervriendelijke bloemen, zet een haagje errond en geniet van de prachtige fauna en flora die daarop afkomt. Fanatisme raad ik af. Het draait om meer nadenken bij wat je eet, koopt en hoe je je verplaatst. Zo’n leven wat meer in balans met de natuur is vanzelf een aangenamer leven.”

De Nederlandse klimaatjournalist Jelmer Mommers stelt dat de nadruk te veel ligt op de burger die groener moet gaan leven, terwijl een handvol grote energiebedrijven en superrijken de motor van de klimaatcrisis en teloorgang van de biodiversiteit vormen.

“Klopt. In Nature Sustainability (online maandblad, red.) ­verscheen ook een paper die toont hoe het de rijkste mensen zijn die vooral de opwarming en de vernieling van de biodiversiteit aanzwengelen. Zij investeren in palmolie, soja en mijnen, vliegen in privéjets rond. Maar die grote ­spelers gaan niet veranderen zonder de druk te voelen van regelgeving, aandeelhouders die opstappen en uiteindelijk van ons allemaal.”

Denkt u dat de coronacrisis ons sneller op weg duwt naar een duurzamere toekomst?

“Hoe langer het duurt, hoe groter de kans is omdat we ­simpelweg niet anders kunnen. Er is nu een nieuw type varkensgriep opgedoken in China dat ook een pandemie zou kunnen worden. We worden gedwongen om te beseffen hoe wij deel zijn van de natuur en haar zomaar niet kunnen ­verpletteren, wegduwen of onderwerpen.”

Voelt u soms angst in verband met de ontwrichting in de natuur?

“Nee, ik ben dus eerder het kwaaie type. (lacht) Tegenwoordig slaag ik er ook in om achterom te kijken en te zien dat mijn carrière toch iets heeft opgeleverd. Er is hier nu meer aandacht voor natuur en milieu. Dat geeft mij voldoening. Waar ik wel van wakker lig, is de wetenschap­pelijke ongeletterdheid. Als ik zie wat voor onzin mensen allemaal geloven, beangstigt me dat. Ik wist ondertussen wel dat de mens geen rationeel wezen is. Maar de complot­theorieën over corona, Bill Gates en 5G doen mij naar adem happen. Ik ga nooit begrijpen hoe je dat kunt slikken. Het is zoals Holden Thorp, de hoofdredacteur van Science, schrijft: ‘De wetenschap verliest het gevecht tegen de Leviathan (machtig mytisch monster, red.) van de digitale desinformatie’.”

U kunt er tenminste wel artikels over schrijven.

“Inderdaad. Ik ben te oppervlakkig om een goeie ­wetenschapper te zijn, heb het geduld niet om nog eens een ander complexer statistiekje of modelletje op eenzelfde gegeven los te laten. En via de media kun je ook een veel groter publiek aanspreken. Ook professioneel ben ik per ongeluk beland in de biotoop die best bij mij past.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234