Dinsdag 07/02/2023

ReizenAlbanië

Balkan-vibes, een vleugje Italië en lekker betaalbaar: Albanië

Vanaf het Keraunisch gebergte reiken de panorama’s tot Corfu. Beeld Tom Peeters
Vanaf het Keraunisch gebergte reiken de panorama’s tot Corfu.Beeld Tom Peeters

Quizvraag: welk land heeft een Riviera in het zuiden, Alpen in het noorden en serveert de beste pizza buiten Italië? Antwoord: Albanië. Misschien wel het laatste land in Europa waar reizen nog een echt avontuur is en een klein budget geen bezwaar.

Tom Peeters

Drie dingen verbinden alle Albanezen, zo had stadsgids Eri beweerd. Ten eerste: shqip, het Albanees, een van de oudste Indo-Europese talen. Begrepen noch gesproken door de Slavische of Griekse buren en ongetwijfeld de moeilijkste taal om in te scrabbelen – met zijn ellenlange woorden en overdaad aan zh’s, q’s en ë’s. Nummer twee: Gjergj Kastrioti, alias Skanderbeg, de nationale held die in de vijftiende eeuw de verschillende Albanese clans verenigde tegen de Ottomanen. Zijn bebaarde beeltenis prijkt op elk beetje plein. “En ten slotte: Mercedes-Benz”, grapte Eri. Die liefde voor statussymbolen moet je in de context zien: ten tijde van het communisme, toen Albanië het Noord-Korea van Europa was, karden er slechts drieduizend auto’s rond. Luidens Eri is dat de reden voor de bedenkelijke rijvaardigheid van zijn landgenoten. “Na het ­einde van de dictatuur kroop iedereen tegelijk in de auto. Pas achteraf realiseerden we ons dat rijbewijzen misschien een goed idee waren.”

Met die theorie fris in het achter­hoofd zitten we in een busje waarvan de motor alsmaar onheilspellendere geluiden maakt, ergens tussen hangen en wurgen. “De chauffeur is een idioot”, fluistert een passagier naast ons. We zijn onderweg op de Logarapas, een slingerbaan die de vergelijking met Highway One in Californië en de SS163 langs de Italiaanse Amalfikust doorstaat. Genieten, ware het niet dat het busje bij elke haarspeldbocht harder gaat grommen. Even later cirkelt er rook uit de motor en staan we stil. “Zie je wel”, sakkert onze buur. Albanië is een avontuur.

De stad Gjirokastër is zo steil dat de bovenkant van het ene huis het fundament van het andere kan schampen. Maar je vindt er ook enkele vlakke straten, waar terrasjes op kunnen. Beeld Tom Peeters
De stad Gjirokastër is zo steil dat de bovenkant van het ene huis het fundament van het andere kan schampen. Maar je vindt er ook enkele vlakke straten, waar terrasjes op kunnen.Beeld Tom Peeters

Maar later die dag gooit het land al zijn troeven voor de zoveelste keer op tafel. Vanaf het hoogste punt van de pas klauteren we verder via een pad tussen zwarte dennen en hulsteiken, een trappen­huis van rotsen naar de hemel. Dit is het Keraunisch gebergte, waar, aldus dichter Lord Byron, “de wolf dwaalt en de adelaar zijn bek slijpt”. Beneden glinstert de Ionische Zee – panorama’s reiken tot Corfu en een kind heeft de kust schijnbaar met blauwe fluostift gemarkeerd. Voor elk wat wils: meestal is het een cliché van luie toeristische diensten, maar niet in Albanië. Hier vind je als bezoeker 450 kilometer kust en woeste, ongetemde bergen, zoals de Albanese Alpen in het noorden. ­Historische stadjes waar het aangenaam kuieren is en een verse keuken die Griekse, Balkan- en Italiaanse invloeden hutselt tot iets unieks.

Slapen bij de bomma

Vooral Italië drukt een stevige stempel. Albanië likt aan de hak van de Laars, de smalle zeestraat tussen beide lijkt wel als spiegel te fungeren. Pleintjes en straten baden in Italiaanse sferen, op elke hoek kan je espresso slurpen. Albanese migranten kwamen in Italiaanse keukens terecht, leerden spaghetti napoletano koken en brachten die culinaire vaardigheden huiswaarts. Een betere pizza vind je niet buiten Italië. Al betaal je in Albanië een fractie van de prijs. Een koffie kost zelden meer dan een halve euro, voor het dubbele heb je een glas wijn en vanaf een euro of 3 ben je aan het eten. Voor kleine portemonnees is Albanië de beste bestemming aan de Europese kant van de Middellandse Zee.

En een van de meest joviale, met gastvrije mensen, trots op hun land en blij dat jij er bent om hun geheimpje te ontdekken. Hun gemeenschapsgevoel en joie de vivre werken aanstekelijk, dus we stellen onze klok af op Albanese tijd en leren de bevolking kennen. Tijdens de xhiro bijvoorbeeld – spreek uit zoals het Italiaanse giro. Zodra de zon zakt, gaan Albanezen aan het wandelen, eindeloos heen en weer op boulevards en dijken. Een nalatenschap van de communistische tijd, toen er weinig anders te doen was. Nu kan pauzeren met een ijsje of een koffie wel. De terrassen barsten uit hun voegen, op bankjes spelen gekostumeerde mannen schaak. Sympathiek.

Ook de kleinschaligheid charmeert. In Albanië verblijven we thuis bij gezinnen die hun extra kamer(s) verhuren en die maar wat graag een Turkse koffie, een fles wijn van eigen makelij of een pot confituur van kersen uit de tuin delen. Dit is het soort vakantieland waar de bomma ’s ochtends eieren en een grote kan bergthee brengt. Waar een lekke fietsband een heel dorp mobiliseert. Waar we geen vijf stappen kunnen zetten zonder een borrel raki aangeboden te krijgen, de lokale brandewijn die evengoed kan dienen als opkikkertje bij de ochtendkoffie dan wel als afsluiter van de dag.

Terwijl we na een frisse duik in het Blauwe Oog uitdruppelen, vliegen hordes felblauwe juffers synchroon voorbij. 
 Beeld Tom Peeters
Terwijl we na een frisse duik in het Blauwe Oog uitdruppelen, vliegen hordes felblauwe juffers synchroon voorbij.Beeld Tom Peeters
Kleinschaligheid overheerst in Albanië. Hier heb je continu het gevoel dat je op bezoek bent bij familie.  Beeld Tom Peeters
Kleinschaligheid overheerst in Albanië. Hier heb je continu het gevoel dat je op bezoek bent bij familie.Beeld Tom Peeters

Na aankomst rusten we twee weken uit in Sarandë, het Blankenberge van Albanië, waar Elvis lééft (hij baat er een café aan het einde van de dijk uit). Wij vinden er een prima uitvalsbasis om het zuiden van het land te verkennen. Tussen olijfgaarden bollen we richting Butrint, een archeologische stad met een paar duizend jaar aan Griekse, Romeinse, Byzantijnse, Venetiaanse en Ottomaanse geschiedenis. En terwijl we uitdruppelen na een frisse duik in het Blauwe Oog, een fotogenieke zoetwaterbron die ontspringt in karst, vliegen hordes felblauwe juffers synchroon voorbij. Een slang vlucht richting dieperik. Toen duikers ooit de diepte van dit turquoise natuurwonder poogden te peilen, raakten ze niet verder dan vijftig meter. Het mirakel der karst.

Het is een verdomd mooi plekje. Helaas hebben mooie plekjes soms bijwerkingen: aan het gezoem van drones en het gekrijs van ­duikende brulapen ontsnappen we niet. Ook de Albanese Riviera, die zich uitstrekt ten noorden van Sarandë, is verre van onbezoedeld. Het is er met een vergrootglas speuren naar een lapje strand zonder ligstoel en parasol. Een alternatief vinden we later aan de boorden van het meer van Shkodër, in het noorden van Albanië. Enkel dwergaalscholvers houden ons daar gezelschap in de baaitjes.

Niet voor dronkaards

Tijd voor enkele statistieken. Drie vierde van Albanië is bergachtig en het land telt minstens 150 kastelen. Geen wonder dat het leeuwendeel van die forten boven op een bergpiek zijn neergeplant. Zo ook in de historische stadjes Berat en Gjirokastër. In Berat stromen de Ottomaanse huizen, met hun vaalwitte gevels en kastanjekleurige daken, als watervallen van steile hellingen aan beide kanten van een rivier. We delen geen prijs uit aan wie kan raden waar de bijnaam ‘stad van duizend ramen’ vandaan komt.

Wie Berat wil verkennen, smeert maar beter de kuiten in. Kasseisteegjes kronkelen steil omhoog. Was dit Vlaanderen, we zouden er een peloton doorheen jagen. Op een beeldige patio, in de lommer van wijnranken, hijgen we uit. Nu begrijpen we dat veelvoud aan vensters, het zicht is ­magnifiek! De kok brengt ijskoud bier en aarde­werken schotels met fërgesë, een vers bereid stoofpotje van geroosterde groene en rode paprika’s, tomaten, ajuin en witte kaas. Wat verderop hupt een roodstuitzwaluw op een elektriciteitsdraad. Wat kan het leven simpel zijn.

Drie keer raden waarom Berat de bijnaam ‘stad van duizend ramen’ kreeg. 
 Beeld Tom Peeters
Drie keer raden waarom Berat de bijnaam ‘stad van duizend ramen’ kreeg.Beeld Tom Peeters

Gjirokastër is zo mogelijk nog steiler, een stad met daken vol leien als de schubben van een vis, waar “de bovenkant van het ene huis het fundament van het andere kan schampen”, schreef auteur Ismail Kadare. Zijn Kroniek van de stenen stad geeft een fascinerende inkijk in het dagelijkse leven in Gjirokastër ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. “Het was zeker de enige plek ter wereld waar je, als je uitgleed en op straat viel, op het dak van een huis zou kunnen landen – een eigenaardigheid waarmee vooral dronkaards kennis maakten.” Het was een vreemde stad, zo vond hij, “als een prehistorisch wezen dat vanuit de vallei de helling opkroop”.

We slapen in een oud Ottomaans huis, met antieke meubels en een koertje waarop schildpadden rondkruipen. Let op, net als Berat is Gjirokastër geen Bokrijk waar enkel toeristen komen. Hier wonen mensen. Aan het fornuis is de moeder des huizes vroeg in de weer, zoonlief maakt zijn huiswerk aan de keukentafel. Op straat hollen jongetjes achter een voetbal – niet evident, gezien de hellingsgraad. Een man laat een geit uit aan de leiband en ’s avonds knippen achter duizend ramen duizend warme lampjes aan.

Toch klopt de hartslag van het Albanese leven het hardst in de plattelandsdorpen. Vanuit Gjirokastër wandelen we over geitenpaadjes naar de brug van Ali Pasha, een overblijfsel van een oud aquaduct in een vallei even buiten de stad. Wie stilte verwacht, is eraan voor de moeite. Herders met winkelhaken in de kleren brengen hun kuddes veilig huiswaarts, hun instructies echoën van de bergflanken. Boven dat landschap zweeft een aasgier op de thermiek.

Roken in de kerk

Përmet, bekend om zijn rozen en een massieve monoliet in het midden van de stad, beweert dat het alles heeft behalve de zee. Grote woorden, maar het uitje ernaartoe trakteert ons wel op een fikse portie Albanië, een recept met gelijke dosissen hulpvaardigheid, chaos en avontuur. We willen graag naar Benja, waar een half dozijn medicinale baden een zijrivier van de laatste wilde stroom van Europa flankeert, maar van een bus blijkt die dag geen sprake. Een gepensio­neerd koppel bestelt macchiato’s voor ons, de man gebaart met handen en voeten dat hij ons zal brengen.

Nadat we ettelijke verkeersopstoppingen van schapen zijn gepasseerd, arriveren we in een alweer glorieuze omgeving. Tegen een achtergrond van besneeuwde bergtoppen klimmen we over een afbrokkelende Ottomaanse brug. We volgen een diepe kloof en baden in de hypnotiserende kleuren van de poeltjes. “Goed voor huid, nieren en hart”, somt de gepensioneerde vrouw de geneeskrachtige werkingen op. Het maakt zelfs niet uit dat het water lauw aanvoelt.

Deze natuurlijke baden werken helend voor huid, nieren en hart. Helaas zijn ze ook lauw.  Beeld Tom Peeters
Deze natuurlijke baden werken helend voor huid, nieren en hart. Helaas zijn ze ook lauw.Beeld Tom Peeters

Bij terugkeer in Përmet wandelen we drie eeuwen terug in de tijd, naar Leusë. Dat bergdorpje van keuterboeren is enkel te voet of met een jeep te bereiken, dus sukkelen gekromde mannetjes over een breed grindpad naar beneden om vijf flessen melk te verkopen en opnieuw naar boven met hun inkopen, samengebonden in een knapzak. Om het interieur van de dorpskerk te aanschouwen, kloppen we op de deur van een buurtbewoner. Die haalt een enorme sleutel boven, zo bovenmatig groot dat we ons in een stripverhaal wanen. Een deur naar een schatkist vol fresco’s en iconen klikt open, waarna hij in de kerk een sigaret opsteekt. Zeiden we al dat Albanië een avontuur is?

Ook naar Albanië?

Ernaartoe? TUI en Wizzair vliegen rechtstreeks naar hoofdstad Tirana, respectievelijk vanuit Zaventem en Charleroi.

Beste reistijd? In de bloedhete zomer vluchten binnenlandse toeristen massaal naar de kusten, waardoor de verblijfprijzen daar stijgen. Lente en herfst zijn aangenamere seizoenen om Albanië te verkennen. In juni en september zijn de temperaturen prettig en de stranden goeddeels leeg, behalve in de weekends. Vanaf mei smelt de sneeuw op de hoogste bergpassen en wordt hiken in de hooglanden een optie. Winters zijn mild in de laaglanden, maar veel huizen zijn pover geïsoleerd.

Meer info: albania.al

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234