Dinsdag 20/10/2020

Nieuwe reeksOpvoeden, kinderspel?

‘Als je gerust wou zijn in het leven, had je niet voor kinderen moeten kiezen’

Beeld Levi Jacobs

Je tienerdochter die maar blijft doordrammen over haar uitgangsuur, je kleuter die met alle geweld in pyjama naar school wil. Elke ouder worstelt ermee: hoeveel teugel geef je je kind? En waar eindigt risicovol spel?

Opvoeden, kinderspel?

Coronacrisis, vluchtelingencrisis, #metoo... Het zijn onzekere tijden. Als ouders wil je je kind behoeden voor allerlei onheil maar het tegelijk ook weerbaar maken. Hoe doe je dat het best? Hoe vind je de gulden middenweg? En waarom bezorgt opvoeden ouders zoveel kopzorgen? De Morgen zoekt het een hele week lang uit.

Vandaag aflevering 1: hoeveel vrijheid geef ik mijn kind?

Het hart dat een tel overslaat, terwijl je hele lichaam in alarmmodus schiet. Dat is wat Pieter Declercq voelt als hij zijn dochter Marie-Lou (6) hoog in een boom ziet zitten. “Op zich is het supercool wat ze doet. Alleen staan wij aan de zijkant voortdurend te twijfelen: moeten we nu ingrijpen of niet? En hoe dan? We proberen haar af en toe uit te leggen welke tak ze beter niet of net wel neemt. Maar als je even met de ogen knippert, zit ze weer drie takken hoger. We vragen ons voortdurend af: hoe hoog laten we haar klimmen?”

Marie-Lou is een klimmertje. En nu ze in september naar het eerste leerjaar mag, voelt ze zich ook al groot genoeg voor nieuwe uitdagingen. Pieter: “Afgelopen weekend was een goed voorbeeld: ik zou met Marie-Lou in de tent slapen in onze tuin. Maar toen kwam een vriendje op bezoek en had ik afgedaan. Ze wou liever met hem in de tent.” (lacht)

En dan mag je rationeel wel weten dat er tijdens het logeerpartijtje in de tuin weinig fout kan gaan: de tuin is afgesloten, de poort gaat op slot en de achterdeur blijft de hele nacht open voor als de voormalige kleuters zich alsnog bedenken. Toch was Pieter er niet gerust op. “Ik geef toe dat ik die nacht een paar keer ben gaan kijken. Uiteindelijk ben ik zelfs op de zetel beneden gaan liggen. Het resultaat was dat ik om 6 uur geradbraakt opgestaan ben, terwijl de kindjes in de tent tot halftien hebben doorgeslapen.”

Risicovol spelen

Loslaten. Het is iets waar wel meer ouders moeite mee hebben. En papa’s vaak nog meer dan mama’s, blijkt uit Nederlands onderzoek van VeiligheidNL en Stichting Opvoeden.nl. Zo vindt 70 procent van de papa’s dat kinderen tussen vijf en zeven het best niet in bomen klimmen, tegenover 59 procent van de moeders. Ouders zijn er sowieso niet echt happig op dat hun kinderen risico’s nemen. Zo’n 30 procent van de moeders geeft aan dat ze hun kind aanmoedigen om risico’s te nemen. Bij de vader is dat amper 16 procent.

En dat is jammer, vindt Helena Sienaert, pedagoge en experte risicovol spel, verbonden aan de Arteveldehogeschool. Samen met haar collega’s van het RePLAY-team is ze zelf ook een bevraging aan het doen bij ouders over hoe zij denken over risicovol spelen. De resultaten daarvan worden volgende maand verwacht.

Risicovol spelen is heel belangrijk voor kinderen, stelt ze. Het leert hen zelf risico’s in te schatten en ermee om te gaan. “Een risico is niet hetzelfde als een gevaar”, legt Sienaert uit. “Een gevaar is een element in de omgeving waaraan iemand zich kan verwonden. Een risico is de kans op een negatief gevolg, zoals schrikken of een letsel. Een risico betekent gewoon dat de uitkomst van de situatie onzeker is. Het kan slecht uitdraaien maar evengoed goed.”

Gevaren moet je als ouder zo veel mogelijk wegnemen, maar risico’s moeten vooral leren ingeschat te worden. Een baby die zich dreigt te stoten tegen de hoek van de tafel, een peuter die plots rondloopt met je schaar of een achtjarige die het niet meer leuk lijkt te vinden onder een stapel stoeiende kinderen. Het zijn situaties waar ouders de kriebels van krijgen en die ze vooral uit alle macht willen vermijden. 

Maar dat is niet altijd nodig, meent Sienaert. “We denken in de eerste plaats aan de letsels die kinderen kunnen oplopen. En het spreekt voor zich dat blijvende letsels altijd vermeden moeten worden. Maar blutsen, builen, schrammen en ja, zelfs eens een gebroken bot, zijn op zich geen ramp. Daar leren kinderen uit.”

Gouden kooi

Als ze dat tijdens een lezing uitlegt aan ouders, krijgt ze vaak vreemde blikken. Net als wanneer ze haar eigen kleuter in de speeltuin toelaat om aan de buitenkant van het huisje te klimmen in plaats van erin te gaan spelen. 

Veel ouders zouden hun dierbaarste bezit vaak nog het liefst opsluiten in een gouden kooitje om het af te schermen van alle gevaar. “Maar dan leg ik hen uit dat als je je kind nooit laat experimenteren en zaken laat uitproberen, dat kind opgroeit tot een heel kwetsbaar, hulpeloos en ook afhankelijk wezentje. Een kind moet zelf leren in te schatten wat het kan en wat niet. En of het hulp nodig heeft of dat alleen kan. Dat is essentieel voor de ontwikkeling.”

Risico’s inschatten kunnen zelfs baby’s al. Een kindje dat zich voor het eerst optrekt aan een voorwerp, en daarbij valt omdat het voorwerp niet stabiel genoeg was, zal zelf spontaan verder proberen. “Je ziet zelfs dat het eens zal schudden aan een nieuw voorwerp of voelen met het handje. De kunst is dus om het te laten doen. Uiteraard moet je wel in de gaten houden dat het geen hersenschudding oploopt als het opnieuw valt. Maar door alle mogelijke risico’s te bannen, leert het kind niet zelf hoe het die kan aanpakken.”

Aan-/uitknop

Niet alle risico’s wegnemen en je kind vooral laten experimenteren, dus. Maar wat als je je kind volop laat exploreren en het dat op latere leeftijd gewoon doortrekt? En wanneer eindigt risicovol spel en begint idioot gedrag?

“De dag dat Kasper de keuken binnenkwam en zei: ‘Mama, vandaag heb ik een joint gerookt en ik vond dat leuk’, zal ik niet gauw vergeten. Hij zat toen in het tweede middelbaar.” Toen haar zoon zag dat Greta Deconinck hevig schrok, stond hij er wat onwennig bij. “Hij leek zich dan pas te realiseren wat hij had gedaan en had niet verwacht dat ik zo zou schrikken. Voor hem was dat no big deal. Hij bleek daar ook nauwelijks over nagedacht te hebben. Vrienden deden het en hij deed gewoon mee.”

Ook Greta vindt loslaten zowat het moeilijkste wat er is, al wil ze benadrukken dat haar zonen Kasper (16) en Joris (15) overwegend brave jongens zijn. “Alleen lijkt het alsof hun hersenen een aan-/uitknop hebben. En ze die geregeld eens uitzetten.”

Zoals die keer met de eerste fuif van Kasper. Derde middelbaar. Einde schooljaar. Na lang onderhandelen mocht hij eindelijk naar een fuif “want iedereen ging”. Maar toen Greta hem op het afgesproken uur ging ophalen, zag ze meteen dat er iets mis was. “Hij deed overdreven vriendelijk. (lacht) Ik had meteen door dat hij alcohol had gedronken. Die nacht heb ik er niets over gezegd. Toen hij ’s anderendaags met hoofdpijn aan de keukentafel zat wel. Hij wist niet meer hoeveel hij gedronken had. Zeker meer dan vijf drankjes. En ja mama, iedereen had gedronken. Weer no big deal, dus.”

Dan kun je als ouder twee dingen doen, vindt Greta: of je reageert erg boos, of je probeert rustig te blijven en vraagt aan de tiener waarom hij gedronken heeft. “Zijn antwoord was: omdat iedereen dronk. Met andere woorden: om erbij te horen. We hebben met hem een goed gesprek gehad, dat je er ook bij kunt horen zonder dat je drinkt, enzovoort. Het eindigde met de boodschap dat hij vooral niet moet overdrijven met die alcohol.”

Plaatsvervangende frontaalkwab 

Het thema alcohol was even van tafel. Tot zoonlief op een vakantieavond naar een vriend vertrok en onder zijn trui een fles sterkedrank bleek mee te smokkelen. “Toen werd het een ander verhaal”, vindt Greta. “Hij wist duidelijk dat het niet mocht, anders zou hij nooit sneaky hebben gedaan. Ik ben ook toen rustig gebleven en heb gezegd: iets drinken kan, maar ik wil niet dat jullie die hele fles leegdrinken. Die avond kwam hij terug met een nog halfvolle fles. Ik had het gevoel dat dat het beste was wat ik had kunnen bekomen. Had ik ze afgenomen, dan hadden ze wellicht elders drank gevonden.”

Dat pubers een aan-/uitknop lijken te hebben voor hun denkvermogen, is niet zo verwonderlijk. Hersenen worden als het ware van achteren naar voren in het hoofd ontwikkeld. Vooraan zit de frontale kwab, met daarin de prefrontale cortex, het zenuwcentrum dat de zogenaamde executieve vaardigheden aanstuurt. Dat zijn vaardigheden zoals risico’s en consequenties goed inschatten, doelgericht werken en focus houden. Die kwab is pas rond 25 jaar volledig ontwikkeld.

En dus moeten ouders de plaatsvervangende frontaalkwab zijn, schrijven Yvonne van Sark en Huub Nelis, twee specialisten in jongerencommunicatie bij het trendbureau Yongworks, in hun bestseller Het puberbrein binnenstebuiten. Volgens hen is het een mythe dat pubers goed kunnen omgaan met vrijheid. Pubers hebben, zelfs nog meer dan jonge kinderen, veel nood aan structuur en kaders.

Opvoedstijlen

Dat klopt, vindt ook Stefan Ramaekers, pedagoog aan de KU Leuven. Al neemt hij zelf het woord ‘structuur’ niet graag in de mond. Hij gebruikt liever ‘orde’. “Opvoeden gaat over leren samenleven met mensen en het permanent organiseren van dat samenleven”, zegt hij. “En ouders hebben de taak om dagelijks orde aan te brengen in dat samenleven. Dan bedoel ik: je staat op met je kinderen, maakt hen klaar om naar school te gaan of je maakt afspraken over uitgaansuren en schermtijd. Als ouder installeer je een orde. Maar wat je kind daar dan mee doet, dat heb je niet altijd in de hand.”

Dat leidt bij heel wat ouders tot onzekerheid. En ook al kun je tegenwoordig de straat plaveien met opvoedkundige boeken, toch is er volgens professor Ramaekers niet één opvoedtheorie waarvan je met zekerheid kunt zeggen dat die de beste is. “Wat ik wel weet, is dat opvoeden altijd een evenwicht zoeken is tussen verantwoordelijkheid opnemen en grenzen stellen door de ouder en het kind de kans geven om zich in alle vrijheid te ontplooien.”

Het klinkt complex, en dat is het ook. Bovendien ontbreekt elke handleiding, ook al zouden veel ouders daar goud voor willen geven. 

En soms betekent je kind vrijheid geven ook net het omgekeerde. Kinderen krijgen steeds vroeger een smartphone. Uit het Apestaartjarenonderzoek van de UGent, Mediawijs en Mediaraven blijkt dat de gemiddelde leeftijd al negen jaar is. 

Maar is een smartphone krijgen van je ouders vrijheid verwerven of is het ding voor de ouders net controlerend bedoeld? Ramaekers: “Ik weet niet of het wel zo’n goede zaak is voor een kind dat er voortdurend communicatie is tussen ouder en kind. Daar zitten de jaren 90 wellicht voor iets tussen, met alles wat er rond Marc Dutroux is gebeurd. En ook het verkeer, dat steeds drukker geworden is. Ouders zien daardoor meer gevaren.”

Wafelenbak

Het is voor ouders altijd en eeuwig schipperen. En de ambitie loslaten dat er overal een oplossing voor is. “Wanneer laat je los en tot hoever? En kun je dat lijntje dat je dan losgelaten hebt weer binnenhalen mocht het nodig zijn? Daar zijn geen sluitende antwoorden op. Maar dat is wat opvoeden ook boeiend en spannend maakt.”

En heel vaak zie je bij dat loslaten ook wel mooie dingen gebeuren. Tieners bijvoorbeeld die zich voluit inzetten voor de wafelenbak van hun jeugdbeweging of spontaan de verantwoordelijkheid opnemen voor een boodschappenronde in de buurt om ouderen te helpen. 

“Het kan inderdaad misgaan, maar de groep kinderen bij wie mooie dingen gebeuren als je ze loslaat, is nog altijd aanzienlijk groter dan de groep waarbij het fout gaat. En veel dingen waar wij als ouder van wakker liggen, zijn doorgaans dingen die we zelf ook deden. Zoals een zoon die om 2 uur ’s nachts thuis moet zijn en dat om 4 uur nog niet is, waarna je plots merkt dat hij je een sms’je gestuurd heeft dat hij bij een vriend blijft slapen. Ik heb het onlangs nog in een discussie gezegd: als je gerust wou zijn in het leven, dan had je niet voor kinderen moeten kiezen.”

www.risicovolspelen.be

www.vaderklap.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234