Dinsdag 29/11/2022

InterviewVrouwen over hun lichaam

‘Aan die fixatie op verval gaat te veel energie en levensvreugde verloren’: zes vrouwen over hun lichaam

null Beeld Rebecca Fertinel
Beeld Rebecca Fertinel

Toen midden juli tropische temperaturen toesloegen en allerlei kledingstukken overbodig werden verklaard, vroegen we zes mannen hoe ze kijken naar hun lijf. Deze week zitten we een schare vrouwen op de huid. Hebben ze vrede met zichzelf? ‘‘Self improvement’ heeft plaatsgemaakt voor selfcare.’

Redactie

Sarah Dimani (29), auteur en community builder: ‘We moeten beseffen: er is ruimte voor meerdere soorten schoonheid’

“Ik ben honderd Instagramvolgers verloren na het posten van een foto van een bikinilijn met enkele ingegroeide haartjes. Honderd! Terwijl ik met mijn platform The Narcist al jaren aan de weg timmer om bodypositivity te verspreiden. Dat toont me dat er nog een lange weg te gaan is, zeker wanneer ik zie hoe Gen Z bepaalde schadelijke trends weer van onder het stof haalt. Lowrisejeans zijn ­terug, en size zero bijgevolg ook. De Kardashians laten hun butt ­implants verwijderen. Ik vind het ­sowieso absurd dat de trend cycle rond lichaamsvormen zich nog steeds voortzet, maar nu in een sneller tempo. Alsof we geleerd hebben: alle lichamen zijn mooi, maar dit lichaam is momenteel mooier dan alle andere lichamen, en volgende maand zeggen we weer wat anders. Alsof we nog altijd niet beseffen dat er ruimte is voor meerdere soorten vrouwen, meerdere soorten schoonheid, meerdere soorten succes.

Sarah Dimani. Beeld Rebecca Fertinel
Sarah Dimani.Beeld Rebecca Fertinel

“Voor mij was bodypositivity geen keuze, maar inherent aan mijn opvoeding. Natuurlijk heb ik daarmee geworsteld als jong meisje – ik ben Marokkaans, klein van gestalte met een Noord-Afrikaanse neus en donkere lichaamsbeharing. Ik zag mezelf dus nergens in de Vlaamse populaire cultuur vertegenwoordigd. Maar daar moest ik thuis niet over beginnen. ‘God heeft je twee ogen gegeven waar je perfect mee kunt zien, wees dankbaar’, zei mijn moeder dan.

“Niet dat het altijd makkelijk is, maar hoe ouder ik word, hoe meer ik mezelf gelukkig prijs dat mijn lichaam gezond is. Natuurlijk decoreer ik het ook met kleding en make-up – niet om bijvoorbeeld mijn neus te minimaliseren, maar door mijn ogen, die ik wel mooi vind, te accentueren en mijn karakter te benadrukken met pakweg een goede blazer.

“Ik denk dat we op dat vlak wel een grote verschuiving zien. Mode en skincare zijn altijd tools geweest om vrouwen klein te houden en te binden aan bepaalde merken. Maar de consument is kritischer geworden en vandaag hebben we die tools gewoon zelf opgeëist. We gebruiken ze om onszelf en ons lichaam te vieren, en we maken er een ritueel van. Self improvement heeft plaats ­gemaakt voor selfcare.”

Sarah Dimani’s Het zelfreflectieboek verschijnt op op 1/9.

Lieve Blancquaert (58), fotografe: ‘Aan die fixatie op verval gaat te veel energie en levensvreugde verloren’

“Vorige week overkwam het me nog: ik zag een foto van mezelf op mijn 25ste en schrok ervan hoe mooi ik was - terwijl ik mezelf toen zeker niet zo zag. Veel mensen hebben dat, dat hun beeld van zichzelf niet strookt met de realiteit. Sowieso zal ik over tien jaar hetzelfde hebben wanneer ik foto’s van nu terugzie. Pas op: ik heb geen negatief zelfbeeld, maar ik ben nu eenmaal gevormd in een maatschappij doordrongen van schoonheidsidealen, die je willens nillens meeneemt. Zo kan ik als fotograaf een gezicht met diepe groeven ontzettend esthetisch vinden, maar zie ik het zelf liever niet terug in de spiegel. Wanneer ik mezelf op zulke tegenstrijdigheden betrap, word ik daar heel ambetant van.

“De grootste realisatie kwam toen ik voor mijn Last Days-project in Cuba hoogbejaarde vrouwen in nietsverhullende leggings en blote buiken in volle zon zag dansen. Ik was zo jaloers en boos tegelijkertijd. Wat hebben wij onszelf hier toch aangedaan met zo verkrampt te leven? Als ik naar mijn kinderen kijk, heb ik het idee dat er al wat schoonheidsidealen gesneuveld zijn. Dat is goed, maar het ouder wordende lichaam is iets wat we toch nog verondersteld worden weg te stoppen.

Lieve Blanquaert. Beeld Rebecca Fertinel
Lieve Blanquaert.Beeld Rebecca Fertinel

“Ik herinner me nog goed hoe ik, toen ik amper veertig was, een mouwloze jurk paste en een vriendin zich afvroeg of we ondertussen niet te oud waren geworden voor blote armen. Excuseer? Waarom laten wij ons meeslepen in die negatieve spiraal? Komt dat doordat we binnen dit kapitalistische systeem succes nog te veel linken met jeugdigheid? Oudere mensen leveren kleinere economische bijdragen, en dus kunnen we ze opzijschuiven, zo lijkt het wel. Bijgevolg is ieder signaal dat je ouder wordt iets wat je moet proberen tegen te gaan − terwijl je dat niet kúnt tegengaan, tenzij je sterft voor de eerste rimpels komen opzetten.

“Je kunt je verzorgen, je móét je verzorgen, maar je kunt de tijd niet terugdraaien. En we zouden dat ook niet moeten willen. Die fixatie op verval is een collectieve beperking waar te veel energie en levensvreugde aan verloren gaan. Ik hoop dan ook op een revolutie om het ouder wordende lijf op te waarderen. Liefst snel, zodat ik dat nog mag meemaken.”

Marijne Van Boeckel (23), bodypositivity-activiste: ‘Dik is nog altijd een scheldwoord, iets waar je bang voor moet zijn’

“Vandaag ben ik een heel aanwezige body positive activist, maar ik ben niet altijd zo comfortabel geweest met mezelf, zeker als kind niet. Ik ben immers niet alleen zwaar, ik ben ook groot – dat zit in mijn genen. Ik voelde me dus lang slecht over een lijf waar ik weinig aan kon doen.

“Gelukkig kwam ik in het middelbaar in een leuke klas waar mensen me normaal behandelden. En op de hogeschool ontdekte ik online de bodypositivity-beweging. Omdat ik daar ontzettend veel aan had, wil ik ook iets teruggeven aan die beweging. Ik spreek me nu uit over het thema in de media, organiseer events en richt actiegroepen op.

Marijne Van Boeckel. Beeld Rebecca Fertinel
Marijne Van Boeckel.Beeld Rebecca Fertinel

“Zelf zit ik intussen dus goed in mijn vel, maar ik merk dat anderen nog steeds moeite hebben met mijn lichaam. Bodypositivity is misschien een trendy topic, en kledingzaken willen graag scoren met plus-sizemodellen, maar ze verwijzen je wel door naar de webshop als je meer dan maat 44 hebt. Alsof je als dikke persoon niet aanwezig mag zijn in de publieke ruimte.

“Ook bij dokters horen we vaak dat we eerst moeten afvallen voor ze onze problemen serieus willen nemen. Ik belandde zo ooit met een keelontsteking bij de huisarts, en de man schreef me dieetshakes in plaats van hoestsiroop voor. En dan besef ik bovendien dat ik als witte, dikke vrouw nog altijd meer privileges heb dan pakweg een zwarte, dikke, trans vrouw. De originele bodypositivity-beweging in de jaren zestig had ook al veel aandacht voor die verschillende niveaus van discriminatie.

“Als ik mezelf als ‘dik’ omschrijf, zie ik mensen nog altijd in elkaar krimpen. Dat bewijst hoe beladen het woord nog altijd is. Het is een scheldwoord, iets waar je bang voor moet zijn. Net daarom zijn dikke mensen het opnieuw gaan gebruiken: om het woord te neutraliseren. Het duurde wel even voor ik dat zelf durfde, maar ik besef ook dat dikke mensen altijd als minderwaardig behandeld zullen worden zolang dat woord nog zoveel negativiteit oproept. Daarom: ik ben Marijne, ik heb rood haar en ik ben dik.”

Élodie Ouédraogo (41), ex-atlete en co-oprichter sportmodelabel 42/54: ‘Stop met vechten tegen je lichaam’

“De eerste keer dat ik op restaurant ging nadat ik de topsport vaarwel had gezegd, was best wel een mindfuck. Ik kon gewoon een aperitief nemen! In het begin voelde dat als vrijheid, maar het gaf me ook stress. Jarenlang heb ik zowat alle beslissingen over mijn lichaam overgelaten aan een team van coaches, kinesitherapeuten en andere experts, en nu moest ik er plots zelf voor gaan zorgen.

Élodie Ouédraogo. Beeld Rebecca Fertinel
Élodie Ouédraogo.Beeld Rebecca Fertinel

“Ik kan vandaag gerust zeggen dat ik mijn lichaam graag zie, omdat ik besef welke prestaties ik ermee heb kunnen leveren. Op sportief vlak, zeker, maar ook op persoonlijk vlak, omdat ik een kind op de wereld heb gezet. Net omdat ik jarenlang in het topsportmilieu heb gezeten en nauwgezet bezig moest zijn met hoe mijn lijf aanvoelt, wat het nodig heeft en wat het kan, heb ik er misschien een andere band mee dan mensen die hun lichaam alleen zien als iets dat ze moeten vormen om aan een schoonheidsideaal te voldoen.

“Ik kan mijn lijf zien als een machine waar de juiste brandstof in moet, maar ook als een machine waar ik, vandaag nog steeds, allerlei dingen mee kan. Ik prijs me gelukkig dat ik gezond ben, dat ik gewoon kan rondwandelen, kan bukken zonder pijn, dat ik nog steeds kan gaan lopen zonder dat mijn knieën kapot zijn. Het is geen evidentie om na een topsportcarrière nog aan sport te kunnen doen, dus daar ben ik heel dankbaar voor.

“Ik voel me uiteraard beter in mijn vel als ik sport, maar vooral mentaal is het een oppepper. Dat is ook de reden dat ik het blijf doen. In onze maatschappij wordt sporten nog te vaak gepromoot als een manier om een bepaald lichaam te krijgen, en dat vind ik ontzettend jammer want de psychologische voordelen van sporten zijn gigantisch. Sport omdat je het leuk vindt, omdat je een persoonlijk record kan verbeteren of omdat het de stress vermindert, maar stop met te vechten tegen je eigen lichaam, want het is een gevecht dat je vroeg of laat zult verliezen. We worden uiteindelijk allemaal ouder en zwakker, dus haal je plezier en zelfvertrouwen alsjeblieft uit andere dingen dan je uiterlijk.”

Jenna Boeve (32), medewerkster van Groen-minister Elke Van den Brandt: ‘Ik heb me niet laten opereren om me mooier te voelen’

“Lichaamsbeeld, namelijk hoe je jezelf ziet en hoe de maatschappij je ziet, ligt aan de kern van de genderdisforie die transgender personen ervaren. Het is de reden waarom wij een transitie ondergaan. Omdat het uiterlijke niet overeenkomt met het innerlijke. Dysforie is het tegenovergestelde van euforie – en voor mijn transitie werd ik dan ook ontzettend neerslachtig wanneer ik mijn lichaam zag. Ik had geen spiegels thuis en kwam zelfs niet meer buiten omdat ik mezelf niet meer weerspiegeld wou zien in de ramen. In mijn tienerjaren heb ik om die reden ook een eetstoornis ontwikkeld: omdat ik controle probeerde te krijgen over een lichaam dat niet uitgroeide tot waarin ik mezelf kon terugvinden. Ik wou het beteugelen.

Jenna Boeve. Beeld Rebecca Fertinel
Jenna Boeve.Beeld Rebecca Fertinel

“Ik ben pas op mijn 27ste in transitie gegaan en ik heb dus zowel een mannen- als een vrouwenlichaam ervaren, en de verwachtingen daarrond. Een van de waanzinnigste dingen die van vrouwen verwacht worden, vind ik toch wel het scheren van het lichaamshaar. Dat is compleet absurd en zoveel tijdverlies, daar doe ik dus ook niet aan mee. Als trans vrouw word ik ook wel tegen nog andere standaarden gehouden. Zo moet ik er bijvoorbeeld hyperfeminien uitzien of ik ben ‘niet vrouw genoeg’.

“Ik worstel er wel mee dat mijn uiterlijk op die manier een middel moet zijn om erkend te worden in mijn identiteit door anderen, maar tijdens mijn transitie heb ik daar geen rekening mee gehouden. Zo heb ik bijvoorbeeld mijn adamsappel nog, omdat ik daar zelf geen dysforie over had. De enige reden om die te laten verwijderen zou zijn dat de maatschappij dat van mij verwacht.

“Mijn operaties zag ik als een manier om me meer mezelf te voelen, niet om mezelf mooier te voelen. Zo heb ik nog altijd een grote neus, die had ik toen ook kunnen laten aanpakken, maar dan zou ik mezelf niet meer zijn. Ik zeg altijd: ik ben vervrouwelijkt, ik ben niet veranderd. Het is niet zo dat ik nu mijn lichaam fantastisch vind omdat het er vrouwelijk uitziet. Ik heb complexen zoals iedereen, maar ik heb tenminste geen afkeer meer van mijn lijf, omdat het eindelijk ‘van mij’ voelt.”

Linde Merckpoel (37), radiopresentatrice en vlogger: ‘Mijn eerste zwangerschap was een totale overname van mijn lijf’

“Ik heb echt te doen met de Linde van twee jaar geleden. Ik was toen voor de eerste keer zwanger en dat was zo’n ongelooflijk verwarrende en ongelukkige periode − ik voelde dat er iets enorms op mij afkwam, maar mijn hoofd kon dat niet verwerken. Pas toen mijn lichaam overduidelijk heel erg zwanger was en ik niet meer naar mijn knieën kon kijken zonder dat mijn buik in de weg zat, heb ik de realiteit letterlijk onder ogen moeten zien. Niet dat ik die buik zo aangenaam vond, voor alle duidelijkheid.

Linde Merckpoel. Beeld Rebecca Fertinel
Linde Merckpoel.Beeld Rebecca Fertinel

“Tijdens mijn eerste zwangerschap ben ik dertig kilo aangekomen, dat was heel confronterend voor een controlefreak als ik. Ik heb graag dat mijn lichaam doet wat ik ervan vraag en toen was het totale overgave. Nee, totale overnáme, eigenlijk. Mijn lijf en hoofd voelden niet als de mijne aan, sciencefiction bijna. Ik heb mijn ongeboren dochter toen liefdevol ‘een parasietje’ genoemd.

“Nu, tijdens mijn tweede zwangerschap, kan ik het allemaal wat beter plaatsen, omdat ik weet wat erna komt. Ik leg vandaag weleens mijn handen op mijn buik en denk teder aan wie ik binnenkort zal ontmoeten − iets wat ik tijdens mijn eerste zwangerschap nooit heb gedaan. Maar leuk vind ik zwanger zijn nog altijd niet. Dat is wat heel wat mensen niet lijken te begrijpen. Vooral mannen, merk ik, hebben het goedbedoeld over ‘het wonder dat in jou groeit’. En ik ben er zeker van dat er heel wat vrouwen dat ook zo aanvoelen, als ze zwanger zijn. Maar net zo goed zijn er veel vrouwen voor wie deze maanden tegelijkertijd veel te snel én veel te traag vooruitbollen. Mijn therapeut heeft me daar twee jaar geleden heel erg mee geholpen. ‘Linde’, zei hij. ‘Het is niet omdat je graag een kindje wil, dat je graag zwanger wil zijn.’ Dat was zo’n binnenkomer.

“Deze zwangerschap is mentaal dan ook makkelijker dan mijn vorige. Ik vind het nog altijd rot dat mijn energie en eigenheid afgenomen zijn, dat ik niet meer in de kleren pas waarin ik me het meest mezelf voel, dat mijn hormonen alle kanten uit zwieren. Maar ik heb er al wat meer vrede mee − het hoort er nu eenmaal bij. En ik weet wat de beloning is.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234