Expeditie

We zijn nog niet mans genoeg voor Mars

Bewezen: een jaar isolatie op Antarctica blijkt de mens maar moeilijk aan te kunnen

Verhuizen we binnenkort naar Mars? Technologisch zijn er nog wat hindernissen, daar vindt de wetenschap wel iets op. Maar zijn we mentaal sterk genoeg om de extreme afzondering en koude aan te kunnen? Dat is andere koek, zoals een recente expeditie op Antarctica bewijst.

Het Antarctisch plateau is de grootste - en koudste - woestijn ter wereld. Daar vind je Concordia Station, het meest afgelegen laboratorium op de aardbol. In de winter zakt het kwik tot 80 graden onder nul en zie je er drie maanden lang geen seconde zonlicht. Tijdens een écht bloedhete zomer wordt het misschien -25 graden. 

Extreme omstandigheden, die doen denken aan die op de rode planeet. De ideale plek dus voor een Marsmissie-op-aarde, dacht de European Space Agency (ESA). Een dozijn onderzoekers werd een jaar lang in Concordia Station ondergebracht, geïsoleerd van de buitenwereld. De vraag die ESA zich stelde: wat doen die factoren met een mens? En wat dat betekent voor een eventuele Mars-kolonie.

Voor de volledigheid: natuurlijk er zijn wel meer struikelblokken voor een eventueel bestaan op de rode planeet. Zo is er amper zuurstof, is er 90 keer minder luchtdruk dan op aarde en is Mars nogal fris: tot 100 graden onder nul. Maar goed, de maan is ook anders dan onze planeet. En daar zijn we ook succesvol geland. Het technologische is één aspect, maar er zijn nog andere. Daarom kijkt ESA nu naar de mensen zelf.

Lek geheugen

In het kort: zijn we klaar voor een leven op Mars? "Ja, maar...", is het antwoord. Toch volgens de Nederlandse huisarts-avonturier Floris van den Berg. De man is net terug van de Zuidpool. Hij spendeerde er een jaar, als deel van het ESA-experiment.

Share

'Als er ooit een kolonie vertrekt, dan moeten er dokters, maar ook psychologen mee'

Philippe Mottet, Volkssterrenwacht MIRA

Van den Berg moest er de fysieke en geestelijke paraatheid van zijn elf collega-onderzoekers in de gaten houden. Hij ging bijvoorbeeld na of de crew ook na verloop van tijd gecompliceerde handelingen kon uitvoeren. Daarvoor moest de crew - in een simulator - twee ruimtevaartvoertuigen samenbrengen. Dat bleek, ondanks coaching en oefening, steeds minder goed te gaan. Dergelijke extreme afzondering lijkt dus niet zo goed voor ons geheugen. Dat merkte Van den Berg ook in het dagelijkse leven met zijn collega's. "Je ziet dat mensen sneller dingen vergeten, zoals dat ze schoonmaakdienst hebben. Of dat er iets kapot is", vertelde hij in een interview met de NOS.

Een van de beletsels zit dus tussen de oren, maar er zijn ook sociale gevolgen. Een heel jaar, duizenden kilometers van huis. Amper contact met het thuisfront, laat staan fysiek contact met geliefden. Het enige fysieke contact heb je met de elf collega's die in hetzelfde schuitje zitten. En dat laat sporen na. "Je ziet twee kliekjes ontstaan", vertelde Van den Berg op de NOS. "Er waren steeds meer conflicten, sommige collega's aten en praatten niet meer met elkaar. Ik zag het ook als ik foto's herbekeek van hoe ze er in het begin uitzien. Ze leken in één jaar tijd wel tien jaar ouder en minder vrolijk geworden."

Twee jaar Prozac

Onderhuidse conflicten die steeds groter worden: dat houdt Mars One best in het achterhoofd. Die organisatie wil zo snel mogelijk een kolonie starten op de rode planeet. Maar er komt dus meer bij kijken dan spitstechnologie.

Philippe Mottet van Volkssterrenwacht MIRA maakt dezelfde bedenking. "Ik maak me geen zorgen over de fysieke omstandigheden. Het psychologische aspect zal hét struikelblok zijn", denkt hij. "Een enkele reis naar Mars duurt negen maanden, een verblijf minstens één jaar. En dan spreek je nog niet over een terugreis. En dat alles in een beperkte ruimte, met dezelfde mensen? Dat is niet evident. Ze kunnen toch moeilijk twee jaar aan de Prozac? Als er ooit een kolonie vertrekt, dan moeten er dokters, maar ook psychologen mee. Dat zal essentieel zijn."

Hoe vurig sommigen ook dromen van een kolonie op Mars, er zijn wel meer dan technologische bezwaren om de stap te zetten. Nog even wachten dus, op die volgende giant leap for mankind? "We zijn er niet klaar voor", besluit Mottet. "Maar dat moet ons niet tegenhouden om het te proberen."