Wetenschap

Wanhopig op weg naar 10 miljard

Etienne Vermeersch, professor emeritus filosofie aan de Universiteit Gent, begrijpt niet dat niemand zich bekommert om de overbevolking. Hij dringt aan op een politiek die rechtstreeks gericht is op geboorteregeling. Omdat de wereld de bevolkingsexplosie volgens hem simpelweg niet zal aankunnen.

 Als de bevolking stijgt tot 10 miljard, dan betekent dat ook een stijging van de productie. Denk eens in wat de gevolgen zijn: uitputting van grondstoffen, vervuiling en uitroeiing van ecosystemen  

Zover als mijn geheugen als denkend wezen teruggaat - laat ons aannemen tot ongeveer 10 jaar - is het voor mij een raadsel geweest dat er mensen zijn die niet inzien dat op een eindige aardbol de bevolking niet onbeperkt kan blijven groeien. De verbijstering hierover is gegroeid toen bleek dat de 2 miljard mensen die er bij mijn geboorte leefden toenamen tot 3, 4, 5 en uiteindelijk 6 miljard.
Reeds tijdens mijn noviciaat in de Sociëteit van Jezus had ik daarover discussies met de novicemeester, omdat ik de leer van de Kerk over contraceptie onbegrijpelijk vond. Hij antwoordde dat men nog zoveel woestijnen kon ontginnen. Het kwam niet bij hem op dat ook die woestijnen eindig waren. Toen ik over de noodzaak van geboorteregeling sprak met de linkse studenten die ik in de jaren zestig ontmoette aan de Gentse universiteit kreeg ik te horen dat dit geen probleem was. Het volstond dat men de levensstandaard van de mensen verhoogde: dan zou hun conceptiegedrag wel volgen. Bij hen kwam het niet op dat die levensstandaard niet verhoogd kon worden als immense kinderaantallen de mogelijkheid van minimale scholing onmogelijk maken.
 
Hoe absurd dat 'linkse' standpunt was, werd nog eens duidelijk toen op de Bevolkingsconferentie van Boekarest in 1974 bleek dat Mao en de paus het over de rol van contraceptie roerend eens waren. Dat illustreerde meteen het intelligentieniveau van Mao. Dit standpunt krijgt soms een geleerde formulering in de theorie van de 'demografische transitie'. Die theorie, die er, in de gepopulariseerde versie, op neerkomt dat er bij een behoorlijke levensstandaard uiteindelijk een evenwicht tussen geboorten en sterfgevallen zal ontstaan, hoor ik nu al vijftig jaar, maar de solide argumenten die men ertegen kan inbrengen, dringen maar niet door.
 
Alleen al bij de vergelijking tussen Nederland en België in de negentiende en twintigste eeuw kan die theorie slechts met een serie ad hoc-hypothesen (met kunst en vliegwerk dus) volgehouden worden. Maar de recente geschiedenis van de landen die sinds de Tweede Wereldoorlog een drastische daling van de bevolkingsaantallen gerealiseerd hebben, levert het verpletterende bewijs dat een politiek die rechtstreeks gericht is op geboorteregeling de juiste weg is.

Voorbeeld Taiwan
Japan is het eerste voorbeeld. Na de oorlog heeft men daar beseft dat het waandenkbeeld van territoriale uitbreiding volledig voorbij was. Overigens met weinig hoogstaande bedoelingen werd een wet ingevoerd die in de praktijk abortus op vrij ruime schaal toeliet. Tengevolge van ongeveer een miljoen abortussen per jaar werd het geboortecijfer gereduceerd. De methode was betwistbaar, maar het resultaat heeft de snelle wederopstanding van Japan mogelijk gemaakt.
 
Het tweede voorbeeld is China. Na de waanzin van Mao heeft Deng de 'één kind'-politiek ingevoerd. Bedenkelijk vanuit humaan standpunt, maar het resultaat was ernaar: de explosie van de bevolking is stopgezet. Maar er zijn ook voorbeelden die aantonen dat men een drastische reductie van het geboortecijfer (en tengevolge daarvan een stijgende levensstandaard) op een volstrekt humane wijze kan bereiken.
 
In Taiwan werd vanaf 1967 door de regering een programma uitgewerkt dat als voorbeeld voor alle landen zou kunnen dienen. Men vormde een indrukwekkend aantal sociale werksters die zich in essentie voor de geboortecontrole moesten inzetten. Letterlijk van huis tot huis werden de vrouwen bezocht en met informatie, argumentatie en concrete methodes voor geboorteregeling benaderd. Zonder enige dwang heeft men op korte tijd de voorziene daling van het geboortecijfer bereikt, lager dan dat van China. Een vergelijkbare ontwikkeling heeft zich in Thailand voorgedaan, onder leiding van de geniale Mechai Viravaidya, die niet alleen een immense publiciteit rond geboorteregeling tot stand bracht, maar zelfs speciale leningen voorzag voor mensen die contraceptie gebruikten, zodat ze machines konden kopen en duidelijk inzagen dat hun productie niet zou dalen door een geringer aantal kinderen, integendeel.
 
Die enkele voorbeelden tonen aan dat je zonder 'demografische transitie' snel een toestand van een aanvaardbare geboortecontrole kunt bereiken en op basis daarvan, door de gestegen mogelijkheden van opleiding van de jongeren, een redelijke vorm van welvaart kunt bereiken. Daarvoor is het niet echt nodig dat de politieke en wereldbeschouwelijke leiders intelligent zijn. Ze moeten alleen niet extreem dom zijn.
 
Hoewel in principe de kans bestaat dat de wereldbevolking rond 2050 gestabiliseerd wordt op 9 à 10 miljard, blijft er het probleem dat ik in mijn boek 'De ogen van de panda' het ethisch-ecologisch dilemma noem. Dat probleem bestaat er ten eerste in dat in onze moderne maatschappij de gemiddelde productie en consumptie van een doorsnee bewoner van de rijke landen minstens tien keer meer bedraagt dan die van de doorsnee Afrikaan of Aziaat. Vanuit een ethisch standpunt hebben alle mensen op deze wereld het recht op dezelfde wijze te genieten van alles wat die wereld te bieden heeft. Met andere woorden: de Afrikaan heeft het recht op een consumptie die minstens tien keer het huidige niveau haalt. Maar wat is het ecologische gevolg als deze ethische norm tegen 2050 bereikt zou zijn?
 
Laten we het simpel houden: als de bevolking stijgt van 7 tot 10 miljard, en we veronderstellen dat er nu 3 miljard 'rijken' zijn (die de 'tienvoudige' consumptie reeds bereiken), dan komen er in feite 7 miljard mensen bij van wie de consumptie moet vertienvoudigen. Dat betekent dus ook een stijging van de productie. Probeer eens in te denken wat de gevolgen zijn: uitputting van grondstoffen (in het bijzonder energiebronnen en water), productie van pollutie (in het bijzonder broeikasgassen) en uitroeiing van ecosystemen.
 
Iedereen kan toch inzien dat zowel een daling van de wereldbevolking als een algemene daling van de consumptie per persoon absoluut noodzakelijk zijn? En aangezien wij, in de rijke landen, per persoon een veel hogere druk betekenen op al die ecologisch relevante factoren, is het vooral bij ons dat zowel de geboortebeperking als de beperking van het consumptieniveau een absolute voorrang moeten krijgen.
 
Hoe evident dit alles ook is, de conclusies zullen niet getrokken worden, en daarom schrijf ik in mijn laatste boek ('Dirk Verhofstadt in gesprek met Etienne Vermeersch, Een zoektocht naar waarheid') dat ik een behoorlijk leven gehad heb, maar dat ik zal sterven met de wanhoop dat men het bevolkingsvraagstuk niet zal oplossen. Dat is geen intellectuele denkoefening: wie zich even voor ogen tracht te halen wat dat voor die miljarden van honger stervende mensen, kinderen inbegrepen, zal betekenen, kan nog moeilijk met enig optimisme op deze wereld rondlopen.