Autisme

Genetica minder bepalend voor autisme dan gedacht

1 ©THINKSTOCK

Genetische factoren zijn minder bepalend voor autisme dan voorheen gedacht. Dat stelt Annelies Spek, klinisch psycholoog en wetenschappelijk onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Leiden, op basis van een literatuurstudie in het Tijdschrift voor psychiatrie. Slechts in 10 tot 15 procent van de gevallen is er een duidelijk verband met een genetische stoornis.

Zes op duizend baby's worden geboren met een bepaalde vorm van autisme. Hoewel de aandoening erfelijk is, zijn genetische factoren minder doorslaggevend dan gedacht. In 10 à 15 procent van de gevallen is een mutatie in één gen verantwoordelijk. Meestal is het complexer.

Volgens Spek zijn al honderden genen ontdekt die betrokken kunnen zijn bij het ontstaan van autisme. Wellicht zijn verschillende combinaties van genmutaties nodig om een genetische aanleg te hebben. En zelfs dan spelen omgevingsfactoren nog een rol.

Foliumzuur beperkt risico

De klinisch psycholoog somt enkele factoren op die het risico verhogen: ziekte, overmatig alcoholgebruik en gebruik van antidepressiva tijdens de zwangerschap. Het risico verhoogt ook indien de vader ouder is dan veertig, gezien bij het ouder worden meer genmutaties ontstaan.

Er zijn ook aanwijzingen dat stress, luchtvervuiling en toxische stoffen een invloed hebben, maar onderzoek daarnaar is nog bezig. Omgekeerd zijn er ook factoren die het risico kunnen beperken. Zo zou het gebruik van foliumzuur voor en tijdens de zwangerschap een beschermend effect hebben.