Wetenschap

Genen olifanten sterker in bestrijding van kanker

2 ©THINKSTOCK

Olifanten krijgen veel minder kanker dan mensen, hoewel de reusachtige dieren veel meer cellen hebben. Bij elke celdeling is het immers mogelijk dat er een fout gebeurt die kan leiden tot kanker. Wetenschappers gingen op zoek naar een verklaring voor deze tegenstrijdigheid en denken die nu gevonden te hebben. Het antwoord zou zelfs kunnen leiden tot nieuwe vormen van kankerbestrijding bij mensen.

Hoewel olifanten tot 70 jaar oud kunnen worden en van een kalfje van 100 kilogram uitgroeien tot kolossen van zo'n 6000 kilogram, sterven amper vijf procent van de olifanten in gevangenschap aan kanker.

Onderzoekers ontdekten nu dat olifanten van elke ouder twintig kopieën van het belangrijke kankerbestrijdend gen p53 meekrijgen: mensen krijgen daarentegen slechts één exemplaar van het gen van hun moeder en één van hun vader. Het gen helpt beschadigde cellen om zichzelf weer te herstellen of te vernietigen wanneer ze worden blootgesteld aan kankerverwekkende stoffen.

De resultaten bewijzen nog niet dat olifanten effectief kankerresistent zijn dankzij de extra p53-genen, maar als dat door toekomstig onderzoek bevestigd wordt, kunnen wetenschappers proberen om een medicijn te ontwikkelen dat het effect van het gen kopieert.

Paradox: meer cellen en toch minder kanker

Dr. Joshua Schiffman, een pediater die gespecialiseerd is in kanker aan de universiteit van Utah, leidde één van de onderzoeksteams. Hij begon zijn onderzoek nadat hij tijdens een lezing hoorde dat grote dieren, zoals olifanten en walvissen, relatief lage kankercijfers hebben, hoewel ze veel meer cellen hebben dan kleinere diersoorten. Dat is paradoxaal aangezien kanker gepaard gaat met een ongecontroleerde celgroei.

Schiffman behandelt meerdere kinderen met het Li-Fraumenisyndroom: een afwijking waarbij de kinderen onvolledige p53-genen hebben: daardoor hebben ze 90 procent meer kans om kwaadaardige tumoren te ontwikkelen. Schiffman besloot het bloed van acht olifanten te onderzoeken en nam stalen van circusolifanten en olifanten uit de lokale zoo.

Parallel met zijn team deed nog een andere groep wetenschappers hetzelfde onderzoek. Beide teams kwamen tot de conclusie dat de olifanten twintig keer meer kopieën hebben van het gen in kwestie dan mensen en tal van andere diersoorten.

Eerste tests op muizen leveren positieve resultaten op

©THINKSTOCK

Schiffman en zijn collega's onderzochten ook hoe de olifantencellen reageerden op straling, in vergelijking met cellen van tien gezonde mensen en tien patiënten met het Li-Fraumenisyndroom. De olifantencellen vernietigden zichzelf dubbel zo snel dan die van gezonde proefpersonen en vijf keer sneller dan die van patiënten met de afwijking. Cellen die zichzelf niet herstellen of vernietigen wanneer ze blootgesteld worden aan carcinogenen zijn gevoeliger voor de ontwikkeling van kanker.

In totaal werden de genen van meer dan 60 diersoorten onderzocht. Enkel bij olifanten en de ondertussen uitgestorven mammoet, werden de extra kopieën van het kankerwerende gen aangetroffen.

Het tweede onderzoeksteam, onder leiding van Vincent Lynch, injecteerde muizencellen met het p53-gen van olifanten en ontdekte dat deze cellen net zoals bij olifanten gingen reageren: ze vernietigden zichzelf wanneer ze blootgesteld werden aan medicijnen die schadelijk waren voor hun DNA.

Gemengde reacties

Het team van Schiffman is op dit ogenblik op zoek naar extra financiële middelen voor verder onderzoek. Hoewel research op menselijke proefpersonen pas ten vroegste over enkele jaren kan plaatsvinden, "denken we zeker dat we iets bijzonder intrigerend ontdekt hebben," zei Schiffman.

Het onderzoek werd gisteren gepubliceerd in een Amerikaans vaktijdschrift en wordt op gemengde reacties onthaald. Volgens Dr. Judy Garber, directeur kankergenetica van het Dana-Farmer Cancer Institute in Boston is de research intrigerend, maar is het nog te vroeg om conclusies te trekken. Kankeronderzoeker Bert Vogelstein van het J.H. Kimmel Cancer Center spreekt van "science fiction". Hij noemt de studie "gewoon een fascinerend verhaal over olifanten".