OPINIE

'Weg met kernenergie' is geen optie

De economische en wetenschappelijke realiteit heeft ook haar rechten, stellen Dr. Jef Ongena en Dr. Paul Vandenplas. Ongena is o.m. onderzoeker aan het Laboratorium voor Plasmafysica van de Koninklijke Militaire School. Vandenplas is o.m. professor emeritus van de Koninklijke Militaire School.

2 ©UNKNOWN
©UNKNOWN
 
Zonne- en wind- energie hebben potentieel, alleen kunnen ze niet permanent en continu de elektriciteitsproductie garanderen

Hernieuwbare energie is zeer belangrijk voor de toekomst. Maar is dit de zaligmakende methode die alle problemen oplost? In België voorziet de zon in een jaargemiddeld vermogen van ongeveer 120W per m2, waarmee met fotovoltaïsche panelen ongeveer 20W per m2 aan elektrisch vermogen kan worden opgewekt. Grote hoeveelheden energie opwekken met zonnepanelen vereist daarom reusachtige installaties. In België is een oppervlakte van 50 km2 nodig - alleen al voor de zonnepanelen - om de jaarproductie van een grote centrale zoals Doel 3 met een elektrisch vermogen van 1000MW te vervangen. Dat komt neer op zonneboerderijen met een oppervlakte van 100 tot 150 km2.

Men kan natuurlijk denken aan import uit de Sahara, met zijn permanente zonneschijn. Dan worden de benodigde oppervlakken kleiner maar moet de elektriciteit over grote afstanden worden getransporteerd, en moet men rekening houden met de bijbehorende belangrijke geostrategische en financiële problemen. Analoge problemen stellen zich met windenergie. Om jaarlijks dezelfde hoeveelheid energie te produceren als Doel 3 is een windpark in zee nodig met ongeveer 500 tot 600 van de grootste windturbines en een oppervlakte van ongeveer 250 tot 300 km2. Als men het jaarlijkse elektriciteitsverbruik in België zou willen opwekken, dan zou dit volgens optimistische schattingen een windpark in zee vereisen met de oppervlakte van een hele Belgische provincie, of zonneboerderijen over een halve provincie. De kost en investering in energie en CO2 voor de bouw (en later ook voor het onderhoud) van dergelijke systemen is dan ook aanzienlijk.

Dat zonne- en windenergie in theorie potentieel hebben is duidelijk, alleen kunnen ze jammer genoeg niet permanent en continu de elektriciteitsproductie garanderen. Als er te weinig wind of te veel bewolking is, wat in onze contreien vaak het geval is, dan moet men steenkool- of gascentrales inschakelen. Dat betekent dat er twee parallelle systemen nodig zijn. Deze reservecentrales zijn duur omdat ze niet altijd op volle capaciteit draaien en brengen daarom een aanzienlijke extra kost met zich mee, zowel financieel als qua milieueffecten, die moeten worden verrekend. Zo is zeer recentelijk in Duitsland voorgesteld om drie gascentrales te sluiten omdat ze door de piekmomenten in de windenergie verlieslatend zijn geworden. Als men een stabiele levering van elektriciteit wil behouden, moeten de extra centrales rechtstreeks of onrechtstreeks door de gebruiker worden betaald.

Haaks op Kyoto
Kernenergie op basis van splijting van uranium heeft vandaag voor- en tegenstanders wegens veiligheids- en milieuaspecten. Maar is dit inderdaad zulk een verfoeilijke methode? Ze heeft het enorme voordeel nagenoeg CO2-vrij te zijn per eenheid geproduceerde energie. Anderzijds zijn de gevolgen van het zwaarst denkbare ongeval zeer ernstig, maar de kans dat zoiets zich voordoet is erg klein in ons land.

Het bergen en veilig bewaren van radioactief afval is eveneens een bekend en een belangrijk punt in het debat. Maar ook hier is een serene discussie noodzakelijk. Als Doel 3 een jaar lang op vol vermogen werkt, ontstaat een volume van een paar kubieke meter hoogradioactief afval. Wetenschappelijke haalbaarheidsstudies om dit veilig te bergen zijn aan de gang in het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol en de rest van de wereld - en een eerste verwezenlijking is aan de gang in Finland en Zweden. De kleine hoeveelheid kernafval staat in schril contrast met de 5 tot 6 miljoen ton CO2 die vrijkomt bij het gebruik van gas voor dezelfde hoeveelheid geproduceerde energie. Dit zijn maar een paar voorbeelden, maar ze tonen aan dat geen enkele keuze wit of zwart is.

In België lijkt het ons vandaag onverantwoord om de nucleaire optie niet open te houden. Ten eerste zou dit betekenen dat 50 tot 55 procent van onze eigen elektriciteitsproductie moet worden opgevangen door massale inzet van gascentrales of import uit de buurlanden. Omwille van de situatie in Duitsland impliceert dat voornamelijk nucleaire energie uit Frankrijk, al dan niet gecombineerd met de inzet van nieuw te bouwen gascentrales in België. Beide opties lijken om verschillende redenen niet zinvol. Ten eerste, wat is er gewonnen bij een sluiting van centrales in Doel en Tihange als dit neerkomt op een import van nucleaire energie uit Frankrijk, een land dat vanzelfsprekend eerst in zijn eigen energie moet voorzien? Daarbij rijzen nog vragen over bijkomende investeringen aan het hoogspanningsnet en kosten voor het transport van de elektriciteit. Daarnaast leidt het vervangen van nucleaire energie door energie uit gascentrales tot een massale toename van de uitstoot van broeikasgas in België en een vergrote afhankelijkheid van gasimport. Het stilleggen van Doel 1, Doel 2 en Tihange 1 zou neerkomen op een extra 10-12 miljoen ton CO2 in de atmosfeer per jaar door het gebruik van gas. Dit staat voor ons land haaks op het voldoen aan de Kyotonorm.

Maar een bijzonder belangrijk argument in deze discussie is ongetwijfeld nog het economisch en sociaal aspect. Een stabiele energietoevoer, aan een prijs die onze concurrentiepositie niet ondermijnt, is van het grootste belang voor de jobs van tienduizenden landgenoten. De Nationale Confederatie van het Kaderpersoneel stelt onomwonden dat een politiek die alles op gas inzet, ons land blootstelt aan een 'gasschok', naar analogie met de olieschokken in 1973 en 1981, die een economische crisis teweegbrachten. Uit het recente verleden is al gebleken hoe het dichtdraaien van de gaskraan als een economisch en politiek wapen kan worden gebruikt. Hun besluit is ondubbelzinnig: een geloofwaardige energiemix kan niet uitsluitend samengesteld zijn uit gas en hernieuwbare energie.

Op lange termijn bestaat er nieuwe onuitputtelijke, veilige en milieuvriendelijke energiebron: kernfusie. Nog vele jaren onderzoek zijn nodig omwille van de complexiteit van het proces, dat pas bij 150 miljoen graden werkzaam wordt, en pas tegen het einde van de eeuw zou het een rol van betekenis kunnen spelen.

Het is volgens ons dan ook van het grootste belang dat bij politieke keuzes rekening wordt gehouden met wetten van wetenschap en economie. Studies van de CREG en de Commissie 2030 wijzen op de ernstige gevolgen van een ondoordachte energiepolitiek en de noodzaak van een correcte energiemix. Simplistische slogans als 'Weg met kernenergie, wind en zon kunnen alles' stroken niet met de wetenschappelijke en economische realiteit en misleiden de bevolking. De verantwoordelijkheid ligt bij onze politici: er is een wijze, doordachte en moedige besluitvorming nodig om een zware hypotheek op de toekomst van alle burgers van dit land verhinderen.