
Muziek 2u10, 2010
In de Parijse metro is op de affiches van Gainsbourg (vie héroïque) de rook om het gestileerde hoofd van de legendarische zanger verdwenen - en er was niet eens een sigaret zichtbaar! - maar in de film zelf komt Gainsbarre zelden zonder een Gitane in beeld. Dat hoorde nu eenmaal bij hem en zijn imago, net als de pijp bij het 'Mon Oncle'-personage van Jacques Tati. Oeps, slecht voorbeeld, want ook die pijp werd in de metro weggecensureerd. door Jan Temmerman
Zelf zou de zanger, die in 1928 als Lucien Ginsburg in Parijs geboren werd, daar wellicht, zijn schandaalreputatie getrouw, een stevige rel van gemaakt hebben, maar de bekende Franse striptekenaar Joann Sfar, die hier als filmmaker opvallend sterk debuteert, haalt alleen maar glimlachend de schouders op. Het succes van zijn eigenzinnige en originele biopic staat of valt niet met wat omhoogkringelende rook op een metroposter.
Ondanks de toevoeging 'vie héroïque' is de film zeker geen hagiografie. Dat zou trouwens in het geval van een controversieel en bewust provocerend artiest als Serge Gainsbourg, levend op een zelfdestructief dieet van nicotine en pastis, nogal onnozel geweest zijn. Het is evenmin een 'objectieve' biografie geworden, want Sfar liet duidelijk weten dat hij zijn scenario alleen maar gebaseerd heeft op wat Gainsbourg (die in 1991 overleed) indertijd over zichzelf verteld heeft of liet optekenen. Ook al bleken dat naderhand pertinente leugens te zijn. Het is evenmin een film die het van pikante revelaties of de ontsluiering van zorgvuldig verborgen geheimen moet hebben, want het leven van Gainsbourg speelde zich voldoende in de openbaarheid af om voldoende biografisch materiaal op te leveren. Afhankelijk van de voorkennis die de kijker al dan niet heeft, zullen bepaalde elementen wel als openbaring kunnen fungeren. Zoals het feit dat de jonge Lucien het in eerste instantie als schilder wilde waarmaken en dat zijn carrière als zanger indertijd door Boris Vian gelanceerd werd.
Het is duidelijk dat regisseur Sfar een gezonde dosis bewondering heeft voor zijn onderwerp, maar het is evenzeer duidelijk dat er bepaalde elementen waren die hem bijzonder fascineerden. Zoals de joods-Russische achtergrond van Gainsbourg, die resulteerde in een soort obsessie om 'le plus Français possible' te zijn. Of die voor elke artiest gevaarlijke impuls om het publiek te behagen, ook al gebeurde dat in zijn geval vaak door wild om zich heen te schoppen. De meeste bewondering heeft Joann Sfar, ook als is hij in eerste instantie een tekenaar en dus een man van het beeld, voor de manier waarop Gainsbourg met de Franse taal wist om te springen. Hij noemt hem dan ook vooral een dichter.
Alhoewel het ongetwijfeld boeiend was geweest om te zien wat Charlotte Gainsbourg zou aangevangen hebben met het voorstel van Sfar om haar eigen vader te vertolken, heeft de regisseur in de figuur van acteur Eric Elmosnino een uitstekende vervanger gevonden, die Gainsbourg met de nodige herkenbaarheid tot leven brengt zonder zich tot een loutere imitatie te beperken. Ook de vrouwelijke casting - en er hebben nogal wat vrouwen het levenspad van Gainsbarre gekruist, van Brigitte Bardot over Jane Birkin tot Bambou - is van een overtuigend niveau. De film werd trouwens opgedragen aan de Britse actrice Lucy Gordon, die de rol van Birkin vertolkt heeft maar kort na de opnames in het voorjaar van 2009 zelfmoord pleegde.
Aan de reconstructie van de diverse tijdsperiodes werd veel aandacht besteed, zonder dat de film daarom een nostalgisch prentenboek is geworden. De achtergrond van Sfar als striptekenaar is merkbaar in de manier waarop bijvoorbeeld een bepaalde foto of een antisemitische affiche tot leven komt. Of wanneer de kat van Juliette Gréco plots over de gave des woords blijkt te beschikken. En zeker in de creatie van een alter ego, 'La Gueule' genaamd, die als een soort marionet, met opvallend grote neus en oren en met erg lange vingers, de zanger/dichter stelselmatig volgt en interpelleert. Uiteraard (en gelukkig) nemen de talrijke liedjes van Gainsbourg een belangrijk deel van de film voor hun rekening. Voor het filmwerk van Gainsbourg (als acteur en/of regisseur) bleef blijkbaar geen plaats.
Kennen we Serge Gainsbourg nu veel beter dan voorheen? Weten we nu meer over 'de man achter de artiest'? Dat hangt (nogmaals) voor een groot deel van de voorkennis af. Maar Sfar heeft zijn film, op aandringen van Jane Birkin en Charlotte Gainsbourg, dan ook uitdrukkelijk 'un conte' genoemd. En sprookjes kunnen toch altijd een beetje helpen om de wereld, met zijn helden en zijn monsters, iets beter te begrijpen.
(Jan Temmerman)
De jonge Lucien Ginsburg paradeert in 1941 door het bezette Parijs met op zijn revers een gele ster die hij behendig heeft omgevormd tot een sheriffster. Nadat hij jaren later afstudeert aan de kunsthogeschool probeert de gedesillusioneerde kunstenaar aan de kost te komen met optredens in plaatselijke bars en cabarets... en zo ontstaat de ster van het cabaret van de Swinging Sixties: Serge Gainsbourg. Hij ziet er misschien wat onconventioneel uit, maar dat belet niet dat hij de mythische Brigitt
|
© De Persgroep Publishing. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.