
Drama/Kom. 1u48, 2009
Helaasheid der dingen
Vanavond opent De helaasheid der dingen de 36ste editie van het Filmfestival Gent. Wie overweegt om in smoking of avondkleed naar deze erg ruige maar ook komische en exuberante tranche de vie van het marginale Vlaamse dorpsleven te gaan kijken, zal zich meer dan waarschijnlijk overdressed voelen. Maar laat dat de pret vooral niet drukken.
Dit is de derde speelfilm van regisseur Felix van Groeningen, naar de gelijknamige en deels autobiografische succesroman van Dimitri Verhulst. Het kan een beetje vergezocht en misschien zelfs onbeleefd lijken om hen met de brallerige broers Strobbe uit Reetveerdegem te vergelijken, maar feit is dat de verfilming van De helaasheid der dingen hoe dan ook het werk is van een (h)echte clan. Het betreft hier inderdaad, na Steve + Sky en Dagen zonder lief, de derde samenwerking tussen Van Groeningen, producent Dirk Impens, cameraman/DOP (director of photography) Ruben Impens en monteur Nico Leunen. Inmiddels maakt componist Jef Neve (met twee films van de drie) ook al zon beetje deel uit van deze artistieke familie.
Of deze filmfamilie het in een zuipwedstrijd van de Strobbebroers zou halen, valt af te wachten, maar doet hier verder niets ter zake. Wél belangrijk is dat zij, in tegenstelling tot Marcel Celle Strobbe, Lowie Petrol Strobbe, Pieter Breejen Strobbe en Koen Strobbe, wél graag de handen uit de mouwen steken en keihard aan deze film hebben gewerkt. Het resultaat is ernaar.
Het verhaal zal inmiddels wel bekend zijn. In De helaasheid der dingen blikt schrijver Gunther Strobbe met gemengde gevoelens - en dat is absoluut een understatement - terug op zijn toch wel erg turbulente en chaotische, door de alcoholdampen van zijn flierefluitende vader en nonkels overheerste jeugd in het dorp Reetverdegem.
Die raamstructuur - die enerzijds de voice-over bevat waarmee de auteur commentaar levert op de diverse perikelen van de elfjarige Gunther en anderzijds ook meer hedendaagse scènes waarin de volwassen schrijver worstelt met de afwijzing door uitgeverijen maar ook met zijn onwelkome vaderschap - werkt uitstekend om de gemengde gevoelens te illustreren. Bij de volwassen Gunther is niet meteen sprake van nostalgie maar veeleer van bitterheid en tristesse. Maar tegelijk is de terugblik ook eerlijk genoeg om te tonen dat de jonge Gunther zich ook wel amuseert, al was het maar omdat hij op dat moment nog niet beseft dat de familie Strobbe niet bepaald de meest pedagogisch verantwoorde omgeving is om op te groeien, ondanks de even hulpeloze als hardnekkige pogingen van meetje om het zootje ongeregeld dat zij op de wereld gezet heeft op betere gedachten te brengen.
In feite concentreert de film zich als coming-of-ageverhaal op een scharniermoment in het leven van de jonge Gunther (debutant Kenneth Vanbaeden, die een echte castingvondst blijkt te zijn), vermits hij zich toch stilaan begint te realiseren dat hij voor zijn latere leven misschien wel iets anders op het oog heeft dan zomaar in de voetsporen van de vorige en eigenlijk verloren generatie te stappen. Maar zo'n keuze zal pijn doen. En zonder de clanwarmte kan de grote de wereld ook kil en eenzaam zijn.
Dat paradoxale evenwicht tussen baldadige euforie en stille wanhoop, tussen vulgariteit en tederheid weet Van Groeningen erg goed te vatten door zijn energieke vertelstijl, die voortgestuwd wordt door een dynamische cameravoering (in scoop!) en een subtiel gebruik van diverse kleurengammas en - last but not least - door de naturalistische vertolkingen van de ensemblecast. (Jan Temmerman)
Gunther Strobbe, dertien jaar, woont samen met zijn grootmoeder, zijn vader en zijn drie ooms. Hij wordt dagelijks geconfronteerd met ontzaglijke volumes alcohol, vrouwen versieren en schaamteloos nietsdoen. Alles laat vermoeden dat hem hetzelfde lot te wachten staat. Of kan Gunther toch ontsnappen aan de helaasheid der dingen?
Release datum: 07/10/2009

© 2013 De Persgroep Digital - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.volkskrant.nl.