TV & media

Dirk Jacobs: Waarom ik 'allochtoon' voorlopig blijf gebruiken

Dirk Jacobs is gewoon hoogleraar sociologie aan de Université Libre de Bruxelles (ULB). "In de strijd voor gelijke kansen en tegen discriminatie is categorisering onvermijdelijk", schrijft hij vandaag in De Morgen.

 
Ik schrap de term meteen uit mijn woordenschat als u mij een goed alternatief geeft

De beweegredenen van De Morgen om niet langer over 'allochtonen' te praten, zijn lovenswaardig. Maar zelf ga ik er voorlopig niet mee ophouden die terminologie te gebruiken.

In de strijd voor gelijke kansen en tegen directe en indirecte discriminatie is categorisering onvermijdelijk en veel betere termen dan 'allochtonen' hebben we vooralsnog niet. Allochtoon is bijvoorbeeld beter dan 'migrant' als het gaat om mensen die tijdens hun leven nooit een migratie hebben ondernomen. Wie een betere term kan uitvinden zal zeker een luisterend oor vinden, maar vooralsnog wint 'allochtoon' het pleit.

Allochtonen komen niet uit allochtonië maar uit de statistische wereld. We importeerden de term uit Nederland. Volgens het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek gaat het om "elke persoon die woont in Nederland van wie minstens één van de ouders in het buitenland geboren is". Verdere verfijningen zijn mogelijk, bijvoorbeeld naar land van herkomst. De bedoeling van de term was om te kijken of mensen van buitenlandse komaf gelijke kansen genieten. Het was dus niet de bedoeling om tweederangsburgers te creëren maar net om optimale participatie van alle inwoners te bereiken.

Sociologen weten dat statistische categorieën een eigen leven gaan leiden, de realiteit in hokjes forceren en het gevaar van stigmatisering met zich meebrengen. Voor mijn part mag de term 'allochtoon' verdwijnen, maar ik zou wel graag oog blijven hebben voor de specifieke situatie van wat de Canadezen 'zichtbare minderheden' noemen. In Canada laat men burgers zichzelf classificeren. Op termijn zullen we ook in Europa die richting uit moeten gaan. Diversiteit en etnische verschillen onzichtbaar houden in statistische observaties laat discriminatie en ongelijke kansen echter uit het gezicht verdwijnen. Een lastige keuze dringt zich op en ik vrees dat De Morgen wat te voortvarend te werk gaat door radicaal het woord 'allochtoon' af te zweren.

Verholen discriminatie
Er valt inderdaad iets voor te zeggen onszelf doelbewust blind te maken voor etnische verschillen onder het motto van het doorbreken van het wij-zijdenken. Daar betalen we dan wel een prijs voor. Allerlei vormen van discriminatie en achterstelling zullen niet met cijfers aangetoond kunnen worden als we geen onderscheid maken naar etnische achtergrond. We zullen niet kunnen evalueren hoe ver ons ideaal van gelijke kansen nog verwijderd is. Grootse beleidsplannen zullen ontvouwd worden en we zullen nauwelijks weten of die werkelijk enig verschil maken. De Europese richtlijn die voorziet in de geldigheid van statistische bewijsvoering bij het aantonen van discriminatie zal in ons land dode letter blijven.

Door geen statistieken over etnische herkomst te produceren en in het taalgebruik termen zoals allochtoon te vermijden, beperken we misschien een beetje de stigmatisering. In dezelfde beweging zetten we echter de deur wagenwijd open voor het voortwoekeren van verholen discriminatie omdat die niet langer glashard gedocumenteerd kan worden of het moeilijker wordt erover te spreken. Net nu na een jarenlange strijd van academici zoals emeritus professor Albert Martens (KU Leuven) eindelijk werk gemaakt wordt van het documenteren van processen van discriminatie en achterstelling op de arbeidsmarkt.

In België werd lange tijd in de overheidsstatistieken enkel een onderscheid gemaakt tussen Belgen en niet-Belgen. Dat werd echter in toenemende mate problematisch. Het is niet omdat je de Belgische nationaliteit hebt dat je als persoon van buitenlandse origine plots geen slachtoffer meer bent van bijvoorbeeld discriminatie op de arbeidsmarkt. Door enkel staatsburgers en niet-staatsburgers van elkaar te onderscheiden verdwijnen de ongelijke kansen van Belgen van buitenlandse origine misschien uit de cijfergegevens maar in ieder geval niet uit hun alledaagse leven.

In onze ULB-rapporten voor de Koning Boudewijnstichting over de PISA-onderzoeken documenteerden we hoe Vlaanderen en Franstalig België er maar niet in slagen allochtone leerlingen gelijke onderwijskansen te geven. Andere rijke landen en regio's, zelfs met veel meer kinderen met een migratieachtergrond, doen beter. De PISA-cijfers, waarbij niet alleen naar huidige nationaliteit maar ook naar origine gekeken werd, konden het structurele probleem glashard aantonen. Het lijkt mij belangrijk dat ook in de toekomst te kunnen doen en daarover ook te kunnen praten.

Sta mij toe een beetje stout te zijn. Het zou jammer zijn als het laten vallen van het woord 'allochtoon' alleen dient om zich op de progressieve borst te kloppen. Laten de lezers van De Morgen straks ook in hun daden (bijvoorbeeld in de keuze voor de buurtschool voor de eigen kinderen als men in de stad woont) blijken dat ze een inclusieve samenleving willen en het wij-zijdenken willen doorbreken?

Moeten we de term 'allochtoon' koste wat het kost redden? Neen. Moeten we de vinger aan de pols houden wat betreft gelijke kansen van alle groepen inwoners? Ja. Daarbij hebben we onvermijdelijk statistische categorieën als 'allochtoon' nodig, ook al is de gebruikte term bijzaak. Ik schrap hem meteen uit mijn woordenschat als u mij een goed alternatief geeft. Of op de dag dat we diversiteit normaal vinden, gelijke kansen een feit zijn en de al dan niet verholen discriminatie uitgeroeid is.