Recensie

Guy Cassiers zet tanden in Elfriede Jelinek

De vluchtelingencrisis in dans en beweging

2 Abke Haring in 'Grensgeval', een beeldig, maar navrant plaatje ©Kurt Van der Elst

“Wij zijn het stroompje dat uit de koelwagen sijpelt wanneer we eindelijk bevroren zijn en dan weer ontdooien.” Met zo’n gruwelijke zinnen duwt Elfriede Jelinek Europanen in Die Schützbefohlenen met hun neus op hun dubbelhartigheid in de vluchtelingencrisis. Guy Cassiers’ regie van die tekst lengt het vitriool aan met mooie beelden, maar ongemakkelijk blijft het.

Jelinek publiceerde de tekst in 2013, maar bleef er sindsdien verder aan schaven. Als je hem leest, begrijp je meteen waarom. Haar woorden en zinnen malen zonder leestekens of adempauzes door, alsof ze haar muizenissen direct op papier zette. Tussen de regels door duiken beelden en berichten van krant en TV over vluchtelingen op.

Over mensen die het niet haalden, kamperen in onmenselijke omstandigheden, in de rij staan aan de grens of wegrotten in opvangcentra. Elk nieuw bericht zwengelt Jelineks gepieker verder aan: komt het nog ooit goed met wat we, voorlopig toch nog, de Europese beschaving noemen als we zo met mensen omgaan?

Share

Met onverholen sarcasme verklankt Jelinek hoe wankelmoedig, maar listig Europeanen grote begrippen naar hun hand zetten als ze zich bedreigd voelen door ‘stromen vluchtelingen’

Pas bij tweede lezing toont de literaire kwaliteit van die woordenstroom zich. Jelinek verkent in strakke pas de schaduwgebieden van woorden die we in deze crisis achteloos in de mond nemen. Het klinkt als een kakofonie van gezwollen stemmen tegenover schor gefluister. Met onverholen sarcasme verklankt ze zo hoe wankelmoedig, maar listig Europeanen grote begrippen naar hun hand zetten als ze zich bedreigd voelen door ‘stromen vluchtelingen’.

Hoe maak je daar toneel van? Door echte vluchtelingen die woorden te laten uitspreken? Het werd al een paar keer geprobeerd, maar Guy Cassiers wilde daar in Grensgeval, zijn bewerking van het stuk, niet aan. Gelijk heeft hij: dat zou pas echt aapjes kijken worden. Toch wil hij ons meer dan die woorden geven. Dans, beweging werd de oplossing.

Cassiers nodigde de Franse choreografe Maud Le Pladec uit om met studenten van het Conservatorium gestalte te geven aan een horde mensen op de vlucht. Tim Van Steenbergen steekt hen een handje toe met een vernuftig decor dat eerst wrakhout, dan een verzamelplek ergens buiten en tenslotte een blinde binnenruimte - een kerk? een opvangcentrum? - evoceert. Ze evolueren van individuen tot een hechte groep schokkende lijven en vallen tenslotte weer uiteen tot een berg botten en benen. Een beeldig, maar navrant plaatje.

Guy Cassiers’ regie lengt vitriool aan met mooie beelden, maar ongemakkelijk blijft het ©Kurt Van der Elst

Dat is het canvas waartegen Katelijne Damen, Abke Haring, Han Kerckhoffs en Lukas Smolders de woorden ten gehore brengen. Als afstandelijke observators in het eerste deel, als schreeuwlelijkerds in het tweede, als medeslachtoffers in het derde. Met op de achtergrond de beelden die we ondertussen maar al te goed kennen, maar toch ‘lelijk’ blijven.

De toenadering, versmelting op het einde tussen de Europese sprekers en de woordeloze vluchtelingen biedt een sprankje hoop. Meer dan Jelinek zelf biedt in elk geval. Maar dat is meteen ook het bezwaar dat je tegen deze moedige voorstelling kan hebben: ze vermenselijkt en verzacht Jelineks bijtende onthulling van de rot die in de hooggestemde Europese idealen zit.

Tot 13/5 in de Bourlaschouwburg, Antwerpen. Nadien op tournee. toneelhuis.be