Opinie
BART EECKHOUT

Wie de deeleconomie prijst, moet opletten niet de nachtwinkeleconomie in de plaats te krijgen

Bart Eeckhout is commentator bij deze krant.

2 Argentijns protest tegen Uber. "We moeten opletten de vervelende taxisector niet weg te vagen om koppelbazerij in de plaats te krijgen." ©EPA
Bart Eeckhout. ©Wouter Van Vooren
Share

Ik heb de toekomst gezien. Ze zat misschien wel comfortabel, maar toch zag ze er niet goed uit

Prachtig stuk, zeg, van economiefilosoof Rogier De Langhe (UGent), over 'Waarom we onszelf te pletter werken'. U hebt het hopelijk gelezen, toen u zich vijf minuten niet te pletter aan het werken was.

Het doorknippen van de oorzakelijke band tussen werkdruk en psychologische arbeidskwalen is een rijk inzicht. Volgens De Langhe is het niet productiviteitsdruk die naar depressie en burn-out leidt, maar de standaardisatie van arbeid. Compensatie met een redelijk comfortabel loon volstaat niet om leven en werken in het looprad gelukkig en werkbaar te houden.

Dat is een juiste en belangrijke analyse. Toch ben ik het niet helemaal eens met Rogier De Langhe. Onze wegen scheiden waar hij de lof zingt van de deeleconomie als redmiddel. Tegenover de deeleconomie sta ik genuanceerd kritisch. Maar toch vooral hoe langer hoe kritischer.

Wat ik, samen met Rogier De Langhe, altijd aantrekkelijk heb gevonden aan een economie die niet groei, verovering en (over)consumptie als uitgangspunt neemt, maar wel delen en hergebruik, is de vrijheid die ze aan de deelnemer geeft. De vrijheid, inderdaad, om "de controle op het looprad" te herwinnen. Die doe-het-zelf-burgersamenleving, die niet wacht op overheden en instituten om te ondernemen, omarm ik van ganser harte.

Toch ben ik sceptisch. Mijn scepsis is ontstaan samen met taxidienst Uber, icoon van de disruptieve economie. De deeleconomie is hier in haar duurzame staart aan het bijten: van bescheiden alternatief voor de vrije markt heeft ze zich ontwikkeld tot disruptieve steunbeer van deregulering. Uber is de natte droom van het werkelijk ongeremde kapitalisme.

Het altaar van gebruiksgemak

Lees ook
"Mensen gaan vandaag kapot omdat ze verbannen worden uit de maatschappij", schrijft economiefilosoof Rogier De Langhe in een opiniestuk.

Nu ik toegetreden ben tot het wereldwijde leger van Uber-gebruikers is die scepsis enkel toegenomen. Op reportage voor de krant in Stockholm en Kopenhagen heb ik me - veilig, ver weg van huis - per Uber laten vervoeren. In zulke steden, waar collectieve en gedeelde mobiliteit de regel en niet de uitzondering is, hoef je je daar niet voor te schamen. Ik heb er de toekomst gezien. Ze zat misschien wel comfortabel, maar toch zag ze er niet goed uit.

Over het gebruiksgemak geen klachten. We hebben zonder uitzondering genoten van snel, veilig vervoer met een aangename chauffeur. Die was telkens een migrant, van Afrikaanse, Indische of Pakistaanse oorsprong. Mooi, denkt u, en dacht ik ook eerst. Leve het nieuwe etnische ondernemerschap, dat zich noodgedwongen naast de gevestigde economie manifesteert. Het bevordert de inburgering en zet de sociale lift in beweging.

Dat is helaas vaak een illusie. We hebben nog al eens een disruptiegolf meegemaakt, waarbij laagopgeleide nieuwkomers als kleine zelfstandigen met nieuwe diensten ons comfort vergrootten. Dat was toen de nachtwinkels arriveerden. Ook toen hadden we de mond vol over etnisch ondernemerschap dat niet mocht worden gehinderd door rigide regels. Ook toen hebben we verworven rechten - sluitingsuren, arbeidsregels - laten sneuvelen op het altaar van het gebruiksgemak.

De realiteit vandaag ziet er veel morsiger uit. In nachtwinkels kun je veel vinden, maar een sociale lift behoort niet tot het gamma. Vele nachtwinkels behoren juist tot een armoede-economie, waarbij migranten met schimmig verblijfsstatuut en zonder rechten winkels draaiende houden in precaire omstandigheden. In sommige stadswijken hebben ze de reguliere economie bijna uit het straatbeeld verdreven. Ze werken volgens een systeem dat je het best vergelijkt met koppelbazerij: er is winst, maar die gaat vaak niet naar de arme sloebers die je om 2 uur 's nachts sigaretten en chips verkopen.

Exact hetzelfde dreigt te gebeuren bij Uber en andere start-ups van de app-economie. Zeker, deze bedrijven bieden een kans om zonder veel poespas wat centen te verdienen voor wie ze kan gebruiken. Maar het is een illusie om te denken dat de ruimte tussen de app en de zelfstandige chauffeur leeg zal blijven. 'Bemiddelaars' zullen in het gat duiken, en schijnzelfstandigheid zonder sociale rechten organiseren in hun dienst. Dan zullen we de vervelende, rigide taxisector weggevaagd hebben om koppelbazerij in de plaats te krijgen. Wie de deeleconomie prijst, moet opletten niet de nachtwinkeleconomie in de plaats te krijgen.

Autonomie is een hoog goed, als alternatief voor de geestdodende routine van standaardarbeid. Maar we moeten wel goed weten over welke vrijheid we het hebben. De vrijheid van mij als hoogopgeleide, goed verdienende en beschermde consument is anders dan de zogenaamde vrijheid van de rechteloze, schijnzelfstandige 'freelancer' om al mijn willetjes en grilletjes per app uit te voeren.