Opinie
Peter Rosseel

Wat hebben Margaret Thatcher en de digitale (r)evolutie gemeen?

Peter Rosseel is directeur van MCR en werkt rond strategie implementatie, verandermanagement en leiderschap. Hij is ook gastdocent aan de KU Leuven.

1 ©PHOTO_NEWS

Onlangs beklaagde ABVV-voorman Rudi De Leeuw zich over de steun van Alexander De Croo (Open Vld) voor de deeleconomie, de Ubers en Airbnb's van deze wereld. Een interessante uitspraak van een verstandig vakbondsman. Maar misschien niet de slimste uitspraak.

Het gaat mij hier niet om de politieke kant van de uitlating (moet de politiek nieuwe vormen van economie ondersteunen of zelfs stimuleren?), maar om de grond van de zaak: hoe zal Industrie 4.0. - de digitale (r)evolutie, zeg maar - ons economisch en maatschappelijk model beïnvloeden of, volgens sommigen, bedreigen? "De deeleconomie snijdt dwars door onze klassieke economie", zegt professor arbeidsrecht Marc De Vos hierover in de Morgen (DM 24/12/15).

Wat brengt slimme mensen ertoe om onverstandige uitspraken te doen? In de meeste gevallen is dat macht. Of liever de mogelijkheid om macht te verliezen. En dat is wat de deeleconomie onverbiddelijk doet: traditionele machtsverhoudingen onderuithalen.

De deeleconomie ligt in het verlengde van de peer-to-peer (P2P) economie die een alternatief wil bieden voor het huidige kapitalistische systeem, maar opereert binnen het kapitalistische kader (zie ook interview met Michel Bauwens in DM 31/12/15). In een schitterend artikel uit 2014 beschrijven Jeremy Heimans en Henry Timms de evolutie van klassieke economie naar deeleconomie als de overgang van een 'old power model' - de traditionele consumptie met het bijhorende politieke bestel, middenveld en onderwijs - naar 'new power models'. Deze laatste variëren (en/of evolueren) op een participatieschaal van 'sharing' en 'shaping' (bv. Facebook) over 'funding' (bv. Wefunder) en 'producing' (bv. YouTube creators) tot 'co-owning' (bv. Wikipedia, Linux).

De overgang naar en het succes van een P2P-maatschappij hangt evenwel niet enkel af van een externe verschuiving van machtsmodellen. Ze wordt inherent gedreven door wie wij zijn. Heimans en Timms zijn ervan overtuigd dat "[n]ew powermodels, at their best, reinforce the human instinct to cooperate (rather than compete) by rewarding those who share their own ideas, spread those of others, or build on existing ideas to make them better."

Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman heeft dan weer aangetoond dat ons brein bestaat uit twee gecoördineerde systemen: een rationeel en een emotioneel (relationeel) systeem. Wij kiezen dus (onbewust) voor de smartphone, niet enkel omdat hij praktischer is (rationeel), maar vooral omdat hij ons direct met anderen verbindt waar, wanneer en hoe wij het willen (relationeel). Kort samengevat: waar wij naartoe gaan met onze maatschappij, is voor een groot stuk gebaseerd op wie wij zijn als mens en de manier waarop onze hersenen gestructureerd zijn en dus op de natuurlijke gedragingen en behoeften van mensen. Dat betekent ook dat de wijze waarop wij vandaag 'opereren' en 'gestructureerd' zijn in vele gevallen contra-intuïtief is en dus (gedeeltelijk) zal verdwijnen.

Share

Politici blazen warm en koud over de deeleconomie. Ze bewijzen het vooral lippendienst, maar blinken niet uit in daadkracht

De nieuwe machtsmodellen zetten de oude onder druk. Vandaar ook dat deeleconomie disruptief genoemd wordt. Hierbij wordt graag verwezen naar het taxiconcept Uber of de community-marktplaats voor (ver)huur van privéaccommodatie, Airbnb. Disruptie is echter van alle tijden, zo illustreert een animatiefilmpje van de huiscartoonist van De Standaard heel mooi.

Het verschil tussen vroeger en nu is de snelheid waarmee veranderingen gebeuren. Om maar één recenter voorbeeld te geven: het klassieke filmrolletje is vervangen door digitale fotografie. Agfa Gevaert heeft dit niet zien aankomen, of heeft er niet snel genoeg op gereageerd, en heeft daar - onder andere door zich niet tijdig aan te passen - een tijdlang de gevolgen van gedragen. Digitale fotografie was dus voor dit bedrijf (niet voor de meesten onder ons!) disruptief. Voor bedrijven zonder visie en een heldere strategie of voor middenveldorganisaties en overheden die hun kop in het zand steken, is dezelfde toekomst weggelegd. Ofwel overleven ze niet, ofwel wordt overleven een pijnlijk gevecht tegen een vastberaden, onzichtbare hand.

Of iets al dan niet disruptief is, hangt af van iemands standpunt. Neem nu een traditionele taximaatschappij. Bij de invoering van een nieuwe taximeter die de werkgever en/of de overheid meer controle geeft over het doen en laten van de taxichauffeur, en de taxichauffeur 5 cent per kilometer meer laat verdienen, zal de nieuwe technologie waarschijnlijk als positief ervaren worden (digitale evolutie). Diezelfde meter uitrusten met een iris scan of vingerafdruklezer om de betaling makkelijker en veiliger uit te voeren (geen gedoe meer met cash geld of kredietkaarten) waardoor taxichauffeurs geen fooi meer kunnen vragen, kan dan weer als disruptief gezien worden (digitale revolutie). Eénzelfde (digitale) innovatie kan dus zowel vernieuwend als disruptief zijn.

Anderzijds zijn er dan weer weinig mensen die de recentste generatie smartphones als disruptief zien. Precies omdat de nieuwe machtsmodellen inherent participatief zijn, zullen vernieuwingen in die context veel minder als disruptief gezien worden, omdat belanghebbenden er niet alleen van bij het begin bij betrokken worden, maar ook omdat ze heel dikwijls het initiatief nemen.

Deeleconomie wordt niet door iedereen even enthousiast onthaald. De belangrijkste redenen zijn onwetendheid, angst voor het onbekende maar vooral de verschuiving (en dus verlies) van macht. Neem als voorbeeld de politiek. Na de verkiezingen van 2014 was er - zacht uitgedrukt - nogal wat gemor bij de bevolking. Sommige politieke partijen wilden afspraken die ze met de burger gemaakt hadden voor de verkiezingen en cours de route veranderen. Voor velen was dat een brug te ver en ze maakten het de politici duidelijk dat het niet is omdat je een mandaat van 4 jaar gekregen hebt, dat je zomaar kan doen wat je wil.

Daarnaast vinden burgers zich hoe langer hoe meer terug in standpunten van verschillende partijen in plaats van één partij. Het G1000-initiatief probeert als sinds 2011 burgers en politiek dichter bij elkaar te brengen en een nieuwe politieke cultuur te stimuleren. Maar voor David Van Reybrouck en de zijnen was (is) het - wegens het overheersende oude machtsmodel - wrong time, wrong place en wrong method. Het toont wel aan dat heel wat gewone mensen bereid zijn rechtstreeks met de stakeholders die hen aanbelangen te spreken en zich niet meer willen laten vertegenwoordigen door politici en een middenveld die bezig zijn met de eigen agenda en hun zelfbehoud. En laat het nu net de politiek zijn die een sociaal, juridisch en fiscaal kader moet scheppen voor nieuwe economieën.

Politici blazen dus warm en koud over de deeleconomie. Ze bewijzen het vooral lippendienst, maar blinken niet uit in daadkracht. Ze moeten immers een sociaal (peer-to-peer), economisch (deeleconomie) en politiek (fluïde partijgrenzen) model stimuleren dat middenveldorganisaties en hun (eigen) macht probeert te omzeilen. Niet te verwonderen dat het debat niet zindelijk gevoerd wordt. De discussie als zou de deeleconomie de welvaartstaat en ons sociaal model onderuithalen, is een voorbeeld hiervan.

Niets wijst hierop. Maar door angst te zaaien met onvolledige en onjuiste informatie, tonen de vertegenwoordigers van het oude machtsmodel hun veranderweerstand en dat ze niet weten hoe ze met vernieuwingen in economie en maatschappij moeten omgaan. De publieke ruimte en het debat misbruiken om het verleden op te hemelen, aan het heden vast te houden en de eigen positie te vrijwaren, getuigt van weinig leiderschap. De deeleconomie zal de welvaarstaat en alles dat ermee verbonden is, niet annuleren, wel grondig wijzigen. Het peer-to-peer concept en de nieuwe machtsmodellen zullen vormgeven aan een fundamenteel andere (en betere?) maatschappij.

Dit is geen bijdrage tegen de huidige samenleving, maar een oproep om over de deel- en P2P-economie en maatschappij een eerlijk debat te voeren. Omdat wij de toekomst niet kunnen tegenhouden, kunnen wij ze maar beter mee vormgeven. En tegen de achtergrond van bovenstaande beschouwingen en het huidige NMBS-debacle zijn de vakbonden maar beter gewaarschuwd.

De geest van Margaret Thatcher zit in de digitale, P2P-fles. Hoe hard de 'iron lady' ook was, ze was een vrouw van vlees en bloed waar mee gepraat kon worden. De vierde industriële revolutie en de P2P-maatschappij zijn ongrijpbaar en onverbiddelijk voor het wie het heden of verleden verkiest boven de toekomst. De 'new power models' zullen - op termijn - het oude machtsmodel van de troon stoten. Voor de klassieke economie met haar hiërarchische structuren, voor de politiek en haar particratie, voor het betuttelende en protectionistische middenveld en voor het o zo belangrijke, maar behoudsgezinde onderwijs is er werk aan de winkel. Een cultuurverandering - dus ook een min of meer constante gedragsverandering - dringt zich op.

Er is ook goed nieuws: een echte peer-to-peer maatschappij kan leiden tot een betere wereld omdat ze initiatief, fair ondernemerschap en zorgzaam respect voor mens en milieu als één en ondeelbaar ziet. Het huidige links-rechts-denken kunnen wij dan misschien opbergen.

zine