column
Ann De Craemer

Snuift u ook graag petrichor?

Elke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een woord dat een snaar raakt, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. Deze week: petrichor.

Ann De Craemer. ©Eric De Mildt

Als ik u vraag van welke geur u het liefst een parfum wilt laten maken, wat zou u dan zeggen? Misschien denken velen ogenblikkelijk aan de geur van hun geliefde, en als dat inderdaad uw antwoord is, zal ik u niet sentimenteel noemen: ik heb het zelf namelijk ook al gewenst.

Er is echter nog een ándere geur die ik net zo graag puur en onversneden op flessen wil laten trekken. Het is een geur waarvoor ik me naar buiten rep telkens als ik weet dat ze mij zal komen toewaaien. Dat gebeurt niet elke dag, en zelfs niet elke week.

Share

Zondag, nadat ik op Instagram een foto van de regen had gepost en daarbij vertelde over mijn liefde voor die regengeur, ontdekte ik dat er een woord voor bestaat: petrichor.

Het is hoe de lucht ruikt na een regenbui. Ik heb het niet over het vaak dagelijkse miezierige druilbuitje dat we in Vlaanderen maar al te goed kennen. Nee, om de geur die ik bemin te kunnen ruiken, moet het (flink) regenen nadat het lange tijd droog is geweest.

Toen ik zaterdagochend wakker werd, wist ik meteen dat het zover was. Door het keukenraam zag ik nog verse regendruppels pinkelen op het gras. Ik opende gehaast de deur en snoof daarna een minuut lang de lucht als was ik een drugsverslaafde. Eindelijk, dacht ik, eindelijk ­­— met een stille zucht die deed denken aan iemand die maandenlang op een geliefde had gewacht. Langverwachte regen ruikt naar versheid, en naar beloftes, en naar energie, en naar nieuw leven nadat de aarde te lang naar water heeft gesnakt. Het is een geur van vruchtbaarheid en misschien daarom maakt de geur bij velen iets instinctiefs los. Iets dierlijks, haast. Vergeef me als ik overdrijf, maar het heeft iets van seks: de natuur die haar specifieke geur afscheidt wanneer ze na grote dorst bevredigd wordt.

Zondag, nadat ik op Instagram een foto van de regen had gepost en daarbij vertelde over mijn liefde voor die regengeur, ontdekte ik dat er een woord voor bestaat: petrichor. Mijn welriekende geliefde heeft nu dus ook een naam. Petrichor komt uit het Grieks: ‘petra’ is steen en ‘ichor’ betekent (in de Griekse mythologie) het bloed van de goden. Toepasselijk: petrichor doet mijn bloed altijd sneller stromen. De term werd in 1964 geïntroduceerd in Nature door de mineralogen Isabel Joy Bear en Richard G. Thomas. Wanneer moleculen van plant- of dierenresten via de lucht terechtkomen op oppervlakten waar zich mineralen, zoals aarde of steen, bevinden, blijven die moleculen in de grond zolang het droog is. Wanneer het regent, maken ze zich daaruit los en komt de typische geur vrij. Volgens sommige wetenschappers houden mensen zo van petrichor omdat onze verre voorouders voor hun overleving afhankelijk waren van regen.

Toen Shah Jahan, de vijfde heerser van het Mogolrijk, zijn vrouw Mumtaz Mahal verloor bij de geboorte van hun dertiende kind, liet hij tussen 1632 en 1648 de Taj Mahal bouwen, als laatste rustplaats voor zijn geliefde. Minder bekend is dat Shah Jahan na haar dood nooit nog parfum droeg. Dat parfum liet hij maken in Kannauj, vandaag in India nog steeds de plek waar men de heerlijkste geuren fabriceert en waar men een opmerkelijke vaardigheid uit vroegere tijden in ere heeft gehouden: parfum distilleren uit de geur van regen. De aardegeur die regen losmaakt is het sterkst wanneer ze valt op uitgedroogde grond, en dus kent India met zijn moessons het petrichoreffect maar al te goed. De geur kan uitgedroogde dieren zo kwellen dat het dorstig vee onophoudelijk in cirkels doet rondlopen. De Indisch-Amerikaanse auteur Sanjiv Chopra heeft de leemachtige geur van langverwachte regen die in India’s droge aarde doordringt ‘de geur van het leven zelf’ genoemd.

Parfums met barokke namen als Demeter Thunderstorm en Un Jardin Après la Mousson van Hermes kloppen zich op de borst dat ze petrichor bevatten, maar toch zal ik ze niet aanschaffen: de geur van het leven kun je onmogelijk nabootsen. Bovendien wil ik zuinig zijn met het genot dat ik ervaar wanneer de lucht zich met petrichor vult. Het is net omdat het eerder zeldzaam is, dat het zo’n intense ervaring oplevert. Ook hier is de parallel met vleselijke geneugten op zijn plaats: het is pas wanneer je die een tijd hebt moeten missen, dat je ten volle beseft hoezeer je ervan kunt genieten.

nieuws

zine