column
Rogier De Langhe

Red de intercommunales van de partijpolitiek

Rogier De Langhe (1982) is economiefilosoof aan de UGent en essayist voor De Morgen. @_roedel_ op Twitter

1 Rogier De Langhe. ©Wouter Van Vooren

Waterleidingnetwerken, elektriciteitsnetwerken en afvalbeheersystemen staan in de economie bekend als common-pool resources: publieke goederen met een schaarstekarakter. Intercommunales zouden dan ook mooie voorbeelden van commons kunnen zijn: spontane samenwerkingsverbanden rond die resources op die plekken en op die schaal die voor een specifiek doel het best geschikt zijn. 

Commons worden het best beheerd door hun gebruikers zelf. In theorie is dat ook met intercommunales het geval: de politici in die raden van bestuur zijn onze democratisch verkozen vertegenwoordigers. De praktijk staat daar echter steeds verder van af.

Vorig jaar toonde de Eandis-saga pijnlijk aan dat de lokale afvaardiging slechts schijn is. Voor echt belangrijke beslissingen kijken lokale mandatarissen naar hun partijvoorzitters. Plots bleken onze commons genationaliseerd, wat terecht heel wat weerstand opriep. 

De commotie rond intercommunales van de afgelopen weken toont dan weer dat in sommige beheerraden helemaal geen beslissingen meer worden genomen; hun functie is zodanig uitgehold dat ze enkel nog bestaan als een vorm van alternatieve verloning voor partijpolitieke loyauteit. Dit verlies aan controle over onze common-pool resources is de diepere oorzaak van de toenemende onrust rond intercommunales, denk ik.

Kloof wordt storender

Commons zijn van alle tijden, maar doorheen de geschiedenis kwam het zelfbeheer van de commons in handen van de staat, al hoort ze daar eigenlijk niet helemaal thuis. Het is een verticale organisatievorm voor een in essentie horizontaal fenomeen. Dat probleem werd opgelost door commons onder te brengen onder de staat, maar dan op het laagste bestuursniveau, het niveau dat de spontaan gegroeide, horizontale netwerken die de common-pool resources vroeger beheerden het sterkst benadert. 

Nu die (partij)politiek steeds hiërarchischer wordt op een moment dat burgers steeds meer waarde hechten aan lokale autonomie, wordt de kloof tussen die verticale organisatievorm en het horizontale fenomeen steeds storender. Burgers voelen dat ze de controle over hun leefomgeving dreigen te verliezen.

Privatiseren dan maar? Marktoplossingen zijn in hetzelfde bedje ziek. Ze offeren lokale specificiteit en autonomie op aan schaalvoordelen. Ook het voorstel van John Vandaele en Dirk Van de Poel onlangs in De Standaard om het beheer in handen te geven van burgercoöperaties, ontsnapt hier niet aan, vrees ik.

Share

De uitdaging voor het beheer van intercommunales ligt in een beheersvorm die fijnmazigheid weet te combineren met schaalvoordelen

Als mierenkolonies

Een echte oplossing ligt, denk ik, in het verenigen van lokale gevoeligheden met de nood aan efficiëntie. Laat het nu net dit zijn wat de recent ontwikkelde blockchain-technologie belooft. Blockchain laat toe het beheer van systemen te verdelen over de gebruikers zelf, zoals mierenkolonies zichzelf organiseren zonder centrale controle. In Antwerpen hebben de ontwikkelaars van swarm.city bijvoorbeeld een ritdeelplatform gebouwd op basis van blockchain. Een Uber zonder Uber, zeg maar. 

Je zou het ook een openbaarvervoer-intercommunale kunnen noemen. Maar dan eentje met als eenheden burgers in plaats van gemeenten, met als beheersvorm blockchain in plaats van politieke representatie en een schaal die globaal is in plaats van begrensd door de natiestaat. Zo krijgen burgers op een heel rechtstreekse manier de middelen in handen om zichzelf spontaan te organiseren op die plekken en op die schaal die voor een specifiek doel best geschikt is, en worden inspraak en samenwerking op lokaal niveau de norm in plaats van de uitzondering.

Misschien is de belangrijkste disruptie die ons te wachten staat wel die van de publieke sector?

zine