Opinie
Jan Van Looy en Tim Raats

Onze game-industrie verdient een tax shelter

Jan Van Looy is hoofddocent nieuwe media aan de Universiteit Gent en onderzoeker bij imec-mict-UGent. Tim Raats is docent mediastudies aan de Vrije Universiteit Brussel en onderzoeker bij imec-SMIT-VUB.

2 Jan Van Looy. ©RV
Tim Raats. ©RV

“Videogames zijn de nieuwe levende kunst, een die aansluit op het digitale tijdperk zoals film een eeuw geleden aansloot op het tijdperk van de industriële machine”, schreef MIT-professor Henry Jenkins in 2005. “We moeten dit opkomende medium omarmen en zijn vitaliteit en innovatiedrang gebruiken om het status quo van de gevestigde media uit te dagen!”

En uitdagen hebben ze gedaan. Vandaag de dag zijn videogames uitgegroeid tot de op een na grootste media-industrie die met een wereldwijde jaaromzet van meer dan 100 miljard dollar alleen de ‘video-industrie’ in zijn breedste zin als cinema, televisie, dvd en streaming samen moet laten voorgaan. Ongeveer de helft van de Vlamingen speelt regelmatig een videogame en dat geldt voor zowel mannen als vrouwen. Tachtig procent van de tieners gamet en rond twaalf jaar is dat nagenoeg iedereen. En het aantal gamers blijft groeien met nieuwe spelvormen zoals mobile free-to-play (Clash Royale), augmented reality (Pokémon Go), en virtual reality (Playstation VR). Bovendien breken games ook alsmaar meer uit hun entertainmentkeurslijf en worden ze ingezet in allerlei sectoren waarbij onderzoek wijst op hun effectiviteit als communicatie- en leermiddel.

Waar is Vlaanderen?

En waar is Vlaanderen in heel dit verhaal? Niet erg aanwezig, helaas. Larian Studios in Gent (en ondertussen Canada en Rusland) is met zijn Divinity-franchise natuurlijk een vaste waarde. En er zijn nog voorbeelden zoals de VR-game Space Pirate Trainer van het Brusselse I-Illusions en Guns, Gore en Cannoli van Crazy Monkey Studios uit Kontich. En ook op vlak van serious games – zeg maar educatieve spellen – zijn er interessante initiatieven. Zo gebruikt het Groeninge-ziekenhuis in Kortrijk bijvoorbeeld een serious game om hun personeel brandveiligheid aan te leren. Toch blijft Vlaanderen achter in vergelijking met de buurlanden en dat heeft in belangrijke mate te maken met beleid.

Share

Als videogames de ‘lively art’ van deze eeuw zijn, moeten we zorgen dat onze regio mee aan de kar kan trekken. Een geïntegreerd beleid is daarbij onontbeerlijk

Het was naar aanleiding van de schietpartij in Antwerpen door Hans Van Themsche in 2006 dat games voor het eerst werden opgemerkt op beleidsniveau. Dit leidde in 2008 tot een resolutie die opriep om de industrie te steunen en een aantal maatregelen voorstelde zoals het creëren van een masteropleiding gameontwikkeling, een incubator voor beginnende bedrijfjes, een productiefonds en een tax shelter. En toen was er de kredietcrisis.

Het voorbije half jaar hebben onderzoekers van imec op vraag van de Vlaamse regering een doorlichting uitgevoerd van het gamebeleid. De resultaten daarvan zijn nu beschikbaar en zij schetsen een gemengd beeld.

Enerzijds groeit de sector, langzaam, en worden een aantal initiatieven zoals financiële ondersteuning via het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) en onderzoek als positief ervaren. Anderzijds worden zij gezien als te beperkt. Zo heeft het VAF jaarlijks een budget van een kleine 700.000 euro te verdelen over drie categorieën: entertainment-, serious en leerplichtgames. Als je weet dat de productie van één game vandaag al snel enkele miljoenen kost, dan begrijp je dat dit een druppel op een hete plaat is. De beloofde masteropleiding is er nooit gekomen. De incubator werd onder politieke druk gesplitst over Kortrijk, Genk en Leuven en moest het stellen met drie keer 250.000 euro, wat neerkomt op zaaigeld. De grootste gemiste kans echter is dat de uitbreiding van de tax shelter er nooit is gekomen ondanks beloften van de toenmalige minister van Financiën Didier Reynders.

Opboksen tegen lageloonlanden

Op basis van een brede bevraging van de sector en een evaluatie van succesvolle internationale beleidsinitiatieven stellen wij voor om te komen tot een geïntegreerd Vlaams gamebeleid dat financiële steun combineert met onderwijs, onderzoek en coaching. Zonder ondersteuning van het federale niveau door de huidige tax shelter voor film en podiumkunsten uit te breiden naar videogames dreigt het nieuwe Vlaamse gamebeleid echter opnieuw te verzanden. Talloze voorbeelden uit binnen- en buitenland tonen aan dat de basis voor een succesvolle game-industrie wordt gevormd door zogenaamde ‘work for hire’, oftewel het ontwikkelen van onderdelen van games voor andere partijen. Momenteel echter is het zo goed als onmogelijk voor onze gamebedrijven om dit soort opdrachten in de wacht te slepen, omdat ze moeten opboksen tegen lageloonlanden en landen met een fiscaal gunstregime zoals Canada. 

Onze concrete vraag aan de federale overheid is dan ook om de tax shelter uit te breiden, wat zou moeten leiden tot bijkomende buitenlandse investeringen en een belangrijke stimulans voor de bredere lokale creatieve industrieën. Als videogames de ‘lively art’ van deze eeuw zijn, moeten we zorgen dat onze regio mee aan de kar kan trekken. Een geïntegreerd beleid is daarbij onontbeerlijk.

nieuws

zine