Opinie
Ann De Craemer

Komme weere, ‘k goa der stoan: 'Ploegsteert' is het verhaal van elk van ons

Ann De Craemer is columniste voor De Morgen.

2 Wannes Cappelle van Het Zesde Metaal. ©Alex Vanhee
Ann De Craemer. ©Eric de Mildt

'Ploegsteert' van Het Zesde Metaal hoorde ik voor het eerst in 2012, in het allerlaatste seizoen van De Laatste Show. Wannes Cappelle had op de sofa van Michiel Devlieger net verteld dat hij alleen maar in het West-Vlaams kan zingen. Omdat dat zijn taal is. De taal waarin hij thuiskomt en waarin zijn ziel het diepst is geworteld.

Ik herkende dat meteen. Als het Nederlands een huis is, dan is mijn West-Vlaamse dialect de gezelligste kamer, waar ik met mijn familie en met de vrienden die ik al het langst ken bij een knetterend haardvuur zit. Als dat klef klinkt, lezer, vergeef me dan. Ik hou van álle varianten van het Nederlands, maar enkel van mijn dialect kan ik sentimenteel worden. West-Vlaams, dat is mijn moeder die tegen mijn tienjarige ik zegt dat de handdoek op de stove ligt te verbloeien. Het is mijn grootmoeder die naar de druppels op het raam wijst en zegt dat het nog altijd rènt. Het is mijn tante die in haar twintiger jaren van Tielt naar Antwerpen is verhuisd maar zestig jaar later nog steeds ne jongkman zegt als ze het over een vrijgezel heeft.

Share

Als het Nederlands een huis is, dan is mijn West-Vlaamse dialect de gezelligste kamer

Toen ik Wannes Cappelle voor het eerst in mijn thuistaal 'Ploegsteert' hoorde zingen, gingen alle haartjes op mijn rug rechtstaan. Vier jaar later, gisteren meer bepaald, werd het lied door de luisteraars van Radio 1 tot beste Belgische lied uitgeroepen – en nog steeds krijg ik bij elke herbeluistering kiekevel.

Het is niet alleen het West-Vlaams. Het is ook de tekst zelf. 'Ploegsteert' gaat over de opkomst en ondergang van Frank Vandenbroucke – een renner die ik, wielerfanaat zijnde, destijds zeer heb bewonderd, hoewel ik altijd dacht dat de man niet helemaal zuiver op de graat was, of, zoals het in het lied veel mooier klinkt:

en 't volk zei: ‘d'r es een reukske an
der zit zelfs doping in zijn band'n
'k wist dat ie ha' gepakt.’

Maar op de een of andere manier kneep je bij VDB je neus dicht voor dat reukske. Misschien omdat, zoals Het Zesde Metaal het alweer treffend verwoordt, VDB telkens met ontwapenend veel overtuiging zijn zoveelste comeback in de media aankondigde:

Moa komme weere, ‘k goa der stoan
komme weere, ik goa der stoan
'k goa niet ontgoochel'n, 'k goa der stoan

Op den duur geloofde alleen hijzelf dat nog, en het was op dat moment van opperste emotionele eenzaamheid dat ook de tragiek zijn leven binnensloop. Hij verloor de grip op zijn fiets (zijn tweede ik); daarna op vrouw en kind, en finaal ook op zichzelf. Toen ik op de plek waar ik nu deze tekst schrijf, op net dezelfde stoel achter net dezelfde computer, in 2009 vernam dat VDB eenzaam en alleen gestorven was in een smoezelige hotelkamer in Senegal, waren er niet alleen koude rillingen, maar ook tranen. Want zo’n einde, dat wenste je niemand toe, zeker niet iemand die zo vaak had gezegd dat hij zou en zou en zou terugkomen – altijd maar terugkomen.

Share

'Ploegsteert' gaat over onszelf, want in het leven van elk van ons komt er een moment waarop we vallen, zacht of hard, maar toch geloven we dat we weer zullen opstaan

VDB kon iets wat velen niet kunnen, namelijk heel goed fietsen, en hij had meer geld dan de meesten onder ons ooit zullen hebben, maar VDB, dat was ook wij. Wij; u; ikzelf - de mens. Net daarom spreekt 'Ploegsteert' zovelen aan. Het gaat over onszelf, want in het leven van elk van ons komt er een moment waarop we vallen, zacht of hard, maar toch geloven we dat we weer zullen opstaan, omdat de mens zelfs turend naar de zwartste horizon altijd naar dat ene witte vlekje blijft zoeken.

Voor VDB was er op het eind zelfs geen donkergrijs meer in het zwart te ontwaren. De held werd antiheld en stief. Weere kommen was geen optie meer, want hij was door iedereen in de steek gelaten. Maakt dat van 'Ploegsteert' niet nog méér een nummer waarin we onszelf herkennen, omdat we allen de angst hebben niet meer te kunnen opstaan omdat niemand nog in ons gelooft, zelfs onze liefste geliefden niet?

moa zonder vrouw en kind
de colle woar da' j' nog mee tuop' hing
was 't gedaan
de schepper ha' compassie, ge mocht goan

Colle. Dat prachtige West-Vlaamse woord voor lijm. Twee letters meer dan de col van het leven die rasklimmer VDB zonder colle niet meer kon bedwingen.

Ik vind het spijtig dat Bob Dylan gisteren de Nobelprijs Literatuur kreeg voor zijn liedjesteksten, maar dat neemt niet weg dat ik geloof dat een liedtekst evenzeer kan ontroeren als een roman van 400 pagina’s. 'Ploegsteert' is er het perfecte voorbeeld van: het is een Griekse tragedie in negen strofen.

nieuws