Opinie
Jonas Van Mulder

Spreken we dan niet gewoon 'Belgisch', Joël De Ceulaer?

Jonas Van Mulder is historicus aan het Ruusbroecgenootschap (Universiteit Antwerpen).

2 . ©Thinkstock
Jonas Van Mulder. ©rv

In zijn opiniestuk ‘Schoon Vlaams is geen Nederlands’ houdt journalist Joël De Ceulaer een vurig pleidooi voor een correct gebruik van de Nederlandse taal. Taal is wat ons verbindt en is dus een belangrijk onderwerp van reflectie en debat. Maar De Ceulaers betoog bevat mijns inziens enkele ahistorische denkkronkels die typerend zijn voor het taalpurisme dat hij met geheven sabel verdedigt.

Eén. ‘Algemeen Nederlands’ heeft als spreektaal nooit als dusdanig bestaan. Het is een gestandaardiseerde vorm van een Germaans dialect dat sinds de middeleeuwen in de regio’s Vlaanderen, Brabant en Holland is gerijpt en in de negentiende eeuw als standaardtaal in het huidige Vlaanderen is geïntroduceerd. Deze ‘taal’ is een complex van grammaticale en lexicale afspraken die bij het schrijven van Nederlandse teksten dienen te worden nageleefd. 

De ‘tussentaal’, die door nagenoeg alle Nederlandstalige Belgen wordt gesproken en door De Ceulaer wordt gediskwalificeerd, is niet zomaar het resultaat van de ‘aantasting’ van een soort ‘authentieke’ standaardtaal door een halfslachtig ‘Belgisch-Nederlands’. Het is net andersom: het is de uitkomst van negentiende- en twintigste-eeuwse pogingen om een schriftelijke monocultuur op te dringen aan een gesproken taallandschap dat vele varianten rijk was. 

Share

In de taal van Meskens en Van Riet zit misschien wel een mooie metafoor verborgen: de spreektaal die via het geliefkoosde medium van de standaardtaal wraak neemt voor haar teloorgang

De Ceulaers frustratie bij het horen van dialectisch Nederlands en tussentaal op televisie is zeker begrijpelijk, maar zijn algemene oproep tot het hanteren van een gesproken Algemeen Nederlands houdt eenvoudigweg geen steek, omdat hij zo een oneigenlijk gebruik van standaardtaal promoot. In de taal van Meskens en Van Riet zit misschien wel een mooie metafoor verborgen: de spreektaal die via het geliefkoosde medium van de standaardtaal wraak neemt voor haar teloorgang.

Share

Aan De Ceulaers visie op standaardtaal (en die van taalpuristen in het algemeen) ligt de oerklassieke moderne idee ten grondslag dat historische processen tijdens de eigen tijd tot een finale volmaking zijn gekomen

Twee. Elke ‘taalprofessional’ – een term van de Ceulaer – die wel eens te maken krijgt met Nederlandstalige teksten van de dertiende tot en met de twintigste eeuw weet dat onze taal doorheen die lange periode permanent in ontwikkeling was. Allerlei spellingvariaties bestonden vredig naast elkaar, heel vaak zelfs binnenin eenzelfde tekst. Aan De Ceulaers visie op standaardtaal (en die van taalpuristen in het algemeen) ligt de oerklassieke moderne idee ten grondslag dat historische processen tijdens de eigen tijd tot een finale volmaking zijn gekomen. De triomfalistische illusie van een perfecte, voltooide taal. 

Maar waarom zou ze zich precies vandaag aan het einde van een eeuwenlange ontwikkeling moeten bevinden? Waarom zou er precies nu een einde komen aan een onafgebroken proces van taalontwikkeling onder invloed van nieuwe media, nieuwe sprekers, nieuwe schrijvers en nieuwe lezers? De Ceulaer ziet de standaardtaal, mits gerespecteerd door haar gebruikers, als een middel om het Nederlands te beschermen. Maar vanuit een historisch perspectief is ze slechts een rationalistische poging om een gedurige stroom van taalontwikkeling en –varianten in te dammen. Conflicten ontstaan maar waar er grenzen worden opgeworpen; hoe groot is de stap van taalpurisme naar xenofobie en nationalisme?

Deze zomer probeerde ik een Parijse vriend uit te leggen hoe het ‘Belgisch-Nederlands’ zich verhoudt tot het ‘Nederlands-Nederlands’. Dat het niet zonder meer een variant was van dat laatste. Dat het zich doorheen de tijd heeft kunnen verrijken met invloeden uit de omringende taalgebieden, met name het Frans en het Engels. Dat onze taal ook Italiaanse, Marokkaanse, Portugese en Poolse minnaars heeft. Dat ik zelf noch de term ‘Vlaams’, noch de term ‘Belgisch-Nederlands’ helemaal geslaagd vind. Zijn reactie heeft me verder geholpen: spreken jullie dan niet gewoon ‘Belgisch’?

zine