column
Wim Distelmans

Eindelijk erkenning van ongeneeslijke, uitbehandelde patiënten in de psychiatrie

Wim Distelmans is titularis van de leerstoel ‘Waardig Levenseinde’ van deMens.nu aan de Vrije Universiteit Brussel.

Wim Distelmans. ©Wouter Van Vooren

De Belgische Broeders van Liefde laten voortaan in hun psychiatrische instellingen euthanasie toe bij patiënten met ondraaglijk psychisch lijden (DM 24/4). Een doorbraak of een bocht van 180 graden zoals door sommigen werd beweerd? 

Volgens Raf De Rycke, voorzitter van de Belgische Broeders van Liefde, alvast niet. Hij was niet tegen euthanasie, maar vroeger werd het binnen hun muren niet toegelaten. Waar deze uitzichtloos lijdende, uitbehandelde psychiatrische patiënten – meestal zonder thuis of waarvan de familie niet staat te springen om ze terug op te vangen – wel met hun euthanasieverzoek terechtkonden, werd niet verduidelijkt. 

De Broeders van Liefde geven dus toe dat ze 15 jaar lang de democratisch gestemde euthanasiewet uit hun zorginstellingen hebben geweerd en de artsen hebben verboden hun geweten en inschattingsvermogen te volgen. Sinds de veroordeling van een woon-zorgcentrum in Diest is het duidelijk dat zorginstellingen dit recht niet hebben. In dit geval ging het om een bewoner met terminale kanker die voor de euthanasie even bij haar familie moest gaan inwonen. Haar huisarts was immers de toegang tot het woon-zorgcentrum ontzegd (DM 30/6/16)

Palliatieve filter

Share

Uit rapporteringen van de LEIF-artsen leren we dat in diverse ziekenhuizen en woon-zorgcentra de uitvoering van euthanasie nog altijd erg moeilijk ligt

 Het lijkt aangewezen afwachtend te reageren op deze visietekst – ‘concretisering van een bestaande richtlijn’ – van de Broeders van Liefde. Uit rapporteringen van de LEIF-artsen leren we immers dat in diverse ziekenhuizen en woon-zorgcentra de uitvoering van euthanasie – zacht uitgedrukt – nog altijd erg moeilijk ligt. Hoewel óók deze instellingen officieel beweren euthanasie toe te laten. Allerhande vertragingsmanoeuvres, zoals het wachten op de toelating van de ethische commissie van het ziekenhuis of het verplicht doorlopen van alle mogelijkheden van palliatieve zorg – de zogenaamde ‘palliatieve filter’ –, maken de toepassing van euthanasie in de praktijk vaak onmogelijk of hebben als gevolg dat de patiënt al ‘spontaan’ of door zelfdoding is overleden. 

De visietekst van de Broeders van Liefde is echter wél interessant omdat ze hiermee formeel erkennen dat psychiatrische patiënten niet alleen ondraaglijk, uitzichtloos kunnen lijden, maar vooral dat ze ook als ongeneeslijk – uitbehandeld – kunnen worden beschouwd. Dit zal zeker bijdragen om het taboe van euthanasie in de psychiatrie – fel aanwezig bij veel professionelen – op te heffen. Hopelijk zullen ondraaglijk lijdende, ongeneeslijke psychiatrische patiënten mét een euthanasieverzoek nu daadwerkelijk worden geholpen binnen de eigen instelling, en wordt hun vraag – door ze binnenskamers te houden – niet weggekanaliseerd naar alternatieven zoals palliatieve sedatie.