Opinie
Marieme Helié-Lucas

De eurocentrische blindheid in Keulendebat is nauwelijks te vatten

Er hangt een donkere sluier van euroscentrisme over het Keulendebat

Marieme Helié-Lucas is een Algerijns sociologe. Zij is de stichter en ex-coördinator van het internationale solidariteitsnetwerk 'Vrouwen en islamitisch recht'. Deze bijdrage verscheen in o.m. 'Secularism is a Woman's Issue, en uitpers.be

2 Archiefbeeld. ©AFP
Share

Patriarchaat en fundamentalisme, cultuur en godsdienst, ze gaan hand in hand

Marieme Helié-Lucas. ©rv

Laten we niet blind zijn voor de realiteit. Op oudejaarsnacht werden talrijke vrouwen aangerand op straat. De vrouwen werden seksueel misbruikt, gelijktijdig, in een tiental steden, vooral in Duitsland, maar ook in Oostenrijk, Zwitserland, Zweden en Finland. Honderden vrouwen hebben klacht ingediend voor misbruik, diefstal en verkrachting. De misdrijven werden gepleegd door jonge mannen uit de Magreb en het Midden-Oosten (migranten, asielzoekers, recente vluchtelingen, andere...).

De reacties lieten zich raden: feiten werden miskend, de internationale coördinatie en de omvang van de feiten werden zo lang als mogelijk achtergehouden door de regeringen, de politie en de media. Eens te meer werden de rechten van vrouwen opgeofferd aan de sociale vrede.

Aan de linkerzijde en bij flink wat feministen werd meteen de verdediging opgenomen van zogenaamde 'moslims' die potentiële slachtoffers van racisme zijn. Interessant om vast te stellen is de semantische verschuiving van 'Arabieren' of 'Marokkanen', wat een geografische aanduiding geeft en wat ook de aangerande vrouwen hebben gezegd, naar 'moslims'. Bij uiterst rechts werd meteen gewezen op een veiligheidsprobleem en in Duitsland werd de daad bij het woord gevoegd en kwam er een pogrom tegen 'bruin mannen', ongeacht hun oorsprong. Ontkenning enerzijds, racisme anderzijds. Het is een klassiek schema dat de groei van fundamentalistisch uiterst rechts in Europa sinds de jaren 80 begeleidt.

Enkele herinneringen:
- Het centrum van Tunis, een manifestatie van vrijzinnige feministen tegen Ben Ali. Jonge fundamentalisten (en dit werd bewezen) gaan rond de vrouwen staan, isoleren hen en randen hen seksueel aan, betasten, bepotelen en slaan hen, ondanks de inspanningen van linkse, solidaire mannen om hen te beschermen. De politie kijkt toe.
- Tahrirplein in Caïro, de plek van de anti-regeringsacties: voor het eerst grijpen vrouwen hun kans om hun plaats als burgers op te eisen. Ze zijn talrijk aanwezig in alle betogingen. Honderden vrouwen (ook buitenlandse journalisten) worden seksueel aangerand (in welke mate zijn ze afhankelijk of worden ze gemanipuleerd door de moslimbroeders?). De pers toont foto's van halfnaakte vrouwen.

Sommigen zijn verkracht. Ook de politie pakt de vrouwen gewelddadig aan, sommigen worden aan een 'maagdelijkheidstest' onderworpen. Dit klimaat van seksuele terreur heeft maanden geduurd in Caïro. Feministen hebben een internetkaart van Caïro gemaakt om de aanrandingen te melden en het mannelijke redders mogelijk te maken meteen ter plaatse te komen.

- En nog een oudere herinnering: Algiers, zomer 1969, eerste Panafrikaans festival, Place de la Grande Poste. Honderden vrouwen zitten op de grond en bezetten het autovrij gemaakt kruispunt. Ze luisteren naar een van de gratis concerten die van 5 uur 's middags tot 4 uur 's ochtends doorgaan, elke dag, weken lang. Het zijn culturele manifestaties waar de vrouwen erg graag naar toe komen. De meesten dragen de typische Algerijnse witte 'haïk' en hebben verschillende kinderen bij zich. Rond halfnegen wordt het donker en iemand schreeuwt: 'en-nsa, l-ed-dar' - vrouwen naar huis - een kreet die door honderden mannen die ook naar het concert luisteren, wordt herhaald.

De vrouwen stappen geleidelijk aan op en gaan met hun kinderen naar huis. De mannen lachen, triomferend en misprijzend. Zoals de Nazi's zeiden: 'naar de kerk, naar de keuken, naar de wieg'. Zeven jaar na de onafhankelijkheid en de rol die beroemde Algerijnse vrouwen in de revolutie en de bevrijdingsoorlog speelden, is de plaats van de vrouw in de openbare ruimte weer bepaald. Patriarchaat en fundamentalisme, cultuur en godsdienst, ze gaan hand in hand.

Cassandra's

Vreemd toch dat de band niet wordt gelegd tussen wat vroeger is gebeurd en wat nu aan het gebeuren is, zelfs niet door feministen die de vrouwen van het Tahrirplein hebben verdedigd. Het betekent dat Europa niets te leren heeft van ons, en dat niets wat bij ons gebeurt kan vergeleken worden met wat in Europa gebeurt. Per definitie. Je kan toch geen appelen met peren vergelijken. Het is een onderliggend en onuitgesproken racisme bij radicaal links, dat het onoverbrugbaar onderscheid maakt tussen beschaving en onderontwikkeling. Gedrag, cultuur, politiek, alles is anders.

En onder die geëssentialiseerde alteriteit ligt een verzwegen hiërarchie: radicaal links, in zijn blinde verdediging van 'moslim'-integristen accepteert impliciet dat het normaal is dat onderdrukking een antwoord van uiterst rechts oproept bij niet-Europeanen... Want wij zijn duidelijk niet in staat of het niet waardig een revolutionair antwoord te geven. (De export van dit denken naar de linkse elites in Azië en Afrika laat ik hier in het midden).

Wij zijn Cassandra's waar men niet naar luistert. Nochtans wijzen we al drie decennia lang op de politiek leerrijke gelijkenissen. Het zijn vooral de Algerijnse vrouwen die de integristische terreur van de jaren 80 zijn ontvlucht, die voortdurend wijzen op de verschillende stappen van het fundamentalistisch succes in Algerije, van de jaren 70 tot de jaren 90. Zij maken wél de vergelijking met wat in Frankrijk en elders in Europa gebeurt.

Eerst komen er aanvallen op de wettelijke rechten van vrouwen (een specifiek 'moslim'-recht opeisen inzake familierecht, seksuele segregatie in ziekenhuizen, zwembaden, enz.), samen met specifieke eisen inzake onderwijs (aangepast lessenprogramma, confessioneel), daarna gerichte aanvallen tegen dissidenten (stenigen, verbranden) en tegen vrijzinnige vrouwen die 'kofr' worden genoemd (journalisten, actrices, Charlie), tenslotte niet-gerichte aanvallen tegen alles wat in strijd is met het fundamentalistisch ideaal (Bataclan, terrasjes, voetbal...). Het schema is exact hetzelfde als wat in Algerije is gebeurd, tussen de jaren 70 en 90, te beginnen met het bekampen van vrouwenrechten, omdat men zeer goed weet dat de regeringen maar al te graag die vrouwenrechten op de helling zetten in ruil voor sociale vrede met de fundamentalisten.

Ontkennen maar!

Share

Als de linkerzijde het probleem van het moslimfundamentalisme blijft ontkennen, laat ze het ideologisch terrein over aan racistisch extreem rechts

Links Europa blijkt niet in staat te zijn om haar specifieke situatie te bekijken waarin migranten, onder wie de zogenaamde 'moslims', effectief gediscrimineerd worden. De analyse wordt veralgemeend en in verband gebracht met het groeiend fundamentalisme bij ons, waar 'de moslims' geen minderheid vormen en ook niet gediscrimineerd zijn, tenzij door de eigen broeders. Nog erger is dat de linkerzijde het uitsluitend aan de traditioneel xenofobe uiterst rechterzijde overlaat om de zogenaamd religieuze rechterzijde uit onze landen terecht aan te klagen.

Ik vrees, en velen van ons vrezen, dat dit uiteindelijk zal leiden tot ongerichte strafexpedities van het volk, waardoor zowel de wraakzucht van uiterst rechts wordt bevredigd, als dat fundamentalistisch uiterst rechts makkelijker zal kunnen rekruteren in Europa. Er zijn al pogingen geweest van uiterst rechtse burgemeesters om gewapende 'volksmilities' te creëren om de Franse burgers te beschermen. De linkerzijde, de sociaaldemocratie incluis, is hierover verontwaardigd, uiteraard. Maar als ze het probleem van het moslimfundamentalisme blijft ontkennen, laat ze het ideologisch terrein over aan racistisch extreem rechts.

Hoe kan men blind blijven voor de opmars van het fundamentalisme in Europa? De brutale gebeurtenissen van 31 december, die de plaats van vrouwen in de publieke ruimte contesteren, is een duidelijk teken aan de wand.

De vervormende bril van het eurocentrisme belet dat men de gelijkenissen ziet met wat in de Magreb en het Midden-Oosten gebeurt. In Europa kunnen moslims enkel gezien worden als slachtoffers, als onderdrukte minderheden, wat dan blijkbaar meteen hun agressief en reactionair gedrag verantwoordt. Je hoeft evenwel maar een paar grenzen over te steken om hun politieke programma te kunnen inschatten, wat ze denken over democratie, over vrijzinnigheid, over andere godsdiensten en over vrouwen, van zodra ze een meerderheid vormen of aan de macht zijn.

Het is door dit gebrek aan politieke analyse dat ze in Europa zo'n vooruitgang boeken. Onder het voorwendsel van kapitalistische en xenofobe onderdrukking, komt fundamentalistisch extreem-rechts in Europa (én in de landen van oorsprong) ermee weg om een ultra-reactionair beleid te voeren. Dat de linkerzijde en té veel feministen vasthouden aan hun 'kwestie van prioriteiten' (uitsluitend migranten verdedigen die nu 'moslims' worden genoemd, tégen een westerse kapitalistische rechterzijde) is een fatale fout, waarover de geschiedenis zal oordelen. De progressieve krachten in onze landen worden aan hun lot overgelaten met een absurde onmenselijkheid die een onuitwisbaar spoor zal achterlaten op de vlag van het internationalisme.

Dit conceptuele blok aan het been van de linkerzijde (de primaire vijand tegenover de secundaire vijand) is niet het enige. Er is nog een andere prioriteitenkwestie, inzake de mensenrechten. Het is een impliciete hiërarchie van fundamentele rechten die vrouwenrechten pas ver na de rechten van minderheden, religies en culturen plaatst. Tot bij de Verenigde Naties zie je hoe deze rechten de bovenhand halen.

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 in de VS en de veiligheidsmaatregelen die er op volgden zijn mensenrechtenorganisaties en radicaal links gaan goochelen. Ze kijken naar de gevolgen en verdoezelen de oorzaak. Hoofdthema in de analyses en debatten werd 'de oorlog tegen terreur', de kennelijke misbruiken waartoe dit leidt, het beperken van de burgerlijke vrijheden, de angst voor de democratie (ik heb het hier niet over de terechte zorg om die punten, maar enkel over de framing). Al deze thema's worden ook nu weer in Frankrijk uitgespeeld, naar aanleiding van de noodtoestand die werd uitgeroepen na de aanslagen van november en de angst voor een 'Patriot Act' in Europa.

De terreuraanslagen zélf verdwijnen uit het discours, de realiteit verdampt, het wordt gewoon een voorwendsel - een illusie? - voor vrijheidsberovende regeringsmaatregelen. Er is wel degelijk een 'oorlog tegen terreur' maar de terreur zélf is een inbeelding geworden van xenofoob uiterst rechts. In Parijs ontploffen menselijke bommen, maar er is géén oorlog in Parijs. Er wordt voortdurend gehamerd op wat de regering niet zou moeten doen, de perverse aanvallen op de vrijheden worden gelaakt, men klaagt de manipulatie aan. Men zegt dat dit allemaal niet nodig is om de veiligheid van mensen en dingen te verdedigen. Men stelt dat je hiermee 'de moslims' provoceert. Oorzaak en gevolg worden op hun kop gezet.

Realiteit herkennen

Share

Dat er nog kan getwijfeld worden over de organisatie van deze gelijktijdige aanrandingen, in minstens vijf verschillende Europese landen en een tiental steden, is nauwelijks te begrijpen

Een nieuw mondiaal verschijnsel - de opmars van een nieuw soort extreem rechts, dat van een fundamentalistische islam - wordt niet enkel verantwoord, maar weggemoffeld achter een kritiek op de reacties die het teweeg brengt. Wat we ook mogen denken over de aard en het gevaar van deze reacties, we mogen niet aanvaarden dat de oorzaak ervan wordt vergeten. Het is niet door een realiteit te ontkennen dat die realiteit verdwijnt, behalve in het discours van radicaal links en van de mensenrechtenorganisaties.

Wie ook maar één ogenblik denkt dat een mondiaal politiek fenomeen kan bepaald worden door het binnenlandse of buitenlandse beleid van het kapitalistische westen, en enkel daardoor (ongeacht het regime of de regering, het niveau van de culturele en economische ontwikkeling, de klassen en de politieke krachten, enz.), maakt zich schuldig aan megalomanie.

Het heeft de afgelopen dertig jaar niet geholpen de kop in het zand te steken, de eisen van het fundamentalistisch extreem rechts zijn er niet door gemilderd, integendeel. Het surft op de verhulling van zijn politieke aard en op het cynisch uitbuiten van democratische vrijheden en mensenrechten. Het is een spel dat veel verder gaat dan het schenden van vrouwenrechten. Waar het over gaat is een theocratisch maatschappijmodel waarin onder andere - maar enkel onder andere - vrouwenrechten worden beperkt.

De op Europees niveau overlegde actie van 31 december en het aanvechten van de plaats die vrouwen innemen in de openbare ruimte speelt precies dezelfde rol als het plotse verschijnen van de 'islamsluier'. Het is een demonstratie van macht en zichtbaarheid.

Misschien zal die strategie succes hebben, net zoals met de verplichte hoofddoek. De goede raad die door sommige Duitse autoriteiten aan de aangerande vrouwen werd gegeven gaat in die richting: pas U aan, hou afstand van mannen, ga niet alleen naar buiten. Als er iets gebeurt zal het uw eigen schuld zijn, we hebben U gewaarschuwd. Het is een raad die nog niet zo lang geleden kon gehoord worden in een rechtbank aan het adres van verkrachte vrouwen: maar wat deed u daar? Op dat uur? En met dergelijke kleding? Precies wat ook fundamentalistische islampredikers willen horen.

Dat de eerste bezorgdheid erin bestond de schuldigen te vrijwaren en niet de slachtoffers te beschermen, is een interessante variant op de gebruikelijke verdediging van mannen die zich schuldig maken aan geweld op vrouwen. Wat is het aandeel hierin van de bescherming van het patriarchaat? Wat is het aandeel van de verdediging van etnische en religieuze minderheden en van migranten? Dat de belangen van het patriarchaat (wat de linkerzijde niet meer officieel durft verdedigen) kan worden verward met het nobel verdedigen van de onderdrukte (hoewel het aura daarvan aan de linkerzijde toch een zware slag werd toegebracht met de aanslagen van november in Parijs), komt heel veel mensen eigenlijk goed uit.

Dat er nog kan getwijfeld worden over de organisatie van deze gelijktijdige aanrandingen, in minstens vijf verschillende Europese landen en een tiental steden, is nauwelijks te begrijpen. Slechte wil, blindheid of pervers politiek denken?