column
Joachim Pohlmann

Allianties smeden en verraad plegen: de Palio is niet alleen traditie, maar ook politiek

Joachim Pohlmann is woordvoerder van Bart De Wever (N-VA) en schrijver van Een unie van het eigen. Zijn column verschijnt wekelijks.

2 Een beeld van de Palio in 2016. ©Photo News
Joachim Pohlmann. ©dm

Op 4 september 1260 leverden Siena en Firenze slag. Ver in de minderheid baden de Sienezen tot de Maagd Maria. En hoewel niet een hemelse interventie maar wel het zoveelste verraad van een huurlingenleger de doorslag gaf, kan de Moeder Gods sedert die dag in Siena niets meer fout doen.

Voor haar glorie organiseren de Sienezen sindsdien twee keer per jaar de Palio op het centrale plein in de stad. De wijken - contrada's - wedijveren er in een paardenrace om de eer. Al is de Palio geen echte race. Niet het snelste paard of de beste ruiter wint, maar de gewiekste onderhandelaar.

Sinds mijn Romereis ben ik gefascineerd door de Palio: allianties smeden, tegenstanders ompraten of uitschakelen, verraad plegen, ... Als de Palio iets is buiten traditie, is het politiek. Afspraken gelden zolang er een wederzijds voordeel is, en daarna is het ieder voor zich.

Op een dag wilde ik het zelf meemaken, en vorige zomer was het zover. Maar ik was niet alleen in dat verlangen. Een meute dagjesmensen zwermde uit over de Campo, bleke benen in kniebroeken, heuptasjes en schreeuwerige T-shirts alom.

In die stroom werd ik voortgeduwd. Toeristen verstoorden de optocht van de contrada's om foto's te nemen, toeristen zeurden over de selfiesticks waarmee ze de Campo niet mochten betreden - tot de carabinieri geënerveerd inbonden - en toeristen klaagden dat Firenze mooier was.

Ik was - of ik het nu wilde of niet - deel van deze kleurrijke bende vakantiegangers. En ik schaamde mij voor mijn soortgenoten. Het was een scherp contrast met de haast sacrale rites die de Sienezen uitvoerden en waarmee ze de roep van eeuwen beantwoordden.

Vlaggen, trommelslagen, leuzen, middeleeuwse kleding, amuletten en sjaaltjes: alles had een symbolische betekenis die alleen zij konden ontcijferen. Zo onderscheidden ze zich van de barbaren die zich aan hen vergaapten.

Share

Ik behoorde tot de wereld van Hilton, McDonald's en Heineken. Een wereld die er waar ook op deze planeet exact hetzelfde uitziet

Het bestaan in die horde was mijn lot. Ik behoorde tot de wereld van Hilton, McDonald's en Heineken. Een wereld die er waar ook op deze planeet exact hetzelfde uitziet, zodat de kosmopolitische nomade zich voor de duur van zijn vakantie altijd ergens nergens kan thuisvoelen.

In de hoop te ontsnappen aan mijn kudde ging ik naar de kerkelijke zegening van een paard. IJdele hoop. Ook daar dromde de bonte massa samen, geïnstrueerd zich achteraan stil te houden en geen foto's met flits te nemen, terwijl vooraan de contrada plaatsnam.

De viering was in het Italiaans, dus ik verstond het niet. Dat hoefde ook niet. Ik herkende het ritme. Ze spraken een millennia oude taal, de taal van mijn voorvaderen. Een taal die ik nog versta, en zelfs een woordje spreek, maar die verloren gaat.

Na de zegening begon de pastoor aan het Onzevader. Intuïtief prevelde ik met de kerkgangers mee, in het Nederlands weliswaar. En op dat moment trad ik uit het toeristendom en werd ik opgenomen in de warme omhelzing van de gemeenschap vooraan in de kerk.

Een gemeenschap die niet enkel het gezelschap in de kerk oversteeg, maar alle grenzen van tijd en ruimte doorbrak. Een band die de eeuwen doorkruiste en allen die geboren werden, stierven en leefden in de schoot van de Kerk overspande. Even, heel even, was ik weer thuis, zij het in Rome.

Bij het buitengaan vaporiseerde die band weer in het grote niets van onze tijden. Ik werd teruggeworpen naar mijn medetoeristen, die zich verheugden over foto's van een paard aan een altaar. Dat was de Palio voor hen: het wezen van de eeuwigheid, gevat op Facebook.

nieuws

zine