column
Ann De Craemer

'Non-binaire transgender': technocratentaal is dat

Elke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. #WoordVanDeWeek verschijnt wekelijks op vrijdagochtend. Eigen suggesties kunt u op insturen onder de hashtag #WoordVanDeWeek.

1 Ann De Craemer. ©Eric De Mildt

Het vlot niet met dat nieuwe neologisme, het puntjepuntje-woord dat dringend nodig is maar op zich laat wachten. Ondanks ludieke pogingen en ernstige voorstellen. Ondanks mediadruk en oprechte bezorgdheid. Toegegeven, op straat is de terminologiepaniek gering maar in de achtergrond willen allerlei instanties hun wettelijk kader en aanspreektitels snel op orde. Vraag is namelijk hoe ze de persoon die zweeft tussen ‘hij’ en ‘zij’ moeten aanspreken. ‘Het’ is dingerig, ‘Bij’ (dat klinkt als een beknopt ‘beide’) insect-achtig, ‘X’ te anoniem. Er is een taallacune ergens tussen mannen en vrouwen in. Of hoe toenemende beschaving plots woordarmoede blootlegt. Onbenoemd maakt onbemind.

Zweden lanceerde recent ‘hen’, een woord dat een klinker uitwisselt met zowel ‘han’ (hij) als ‘hon’ (zij) en dus logisch binnen dat rijtje past. In ons taalgebied blijft het bij voorzetjes. ‘Vij’ wordt geopperd maar klinkt krampachtig en leest onaangenaam (voetzalfmerk). Alternatieven zijn er nauwelijks. Nochtans is alles mogelijk: uitgesponnen nonsenswoorden met trema’s en botsende accenten of kille tweelettertermen die louter neutraliteit uitstralen. Het blijft tot nader order wachten op die ene man, vrouw of ‘tussenpersoon’ om de taalwonde te helen.

Share

Hoe roep je sympathie op voor iets wat bedolven ligt onder onbestemde woorden als ‘non’, ‘binair’, ‘trans’ of ‘gender’? Je hoort Frans en Engels maar weinig empathie-opwekkend Nederlands

In de lovenswaardige bijlage ‘De genderrevolutie’ die vorig weekend bij deze krant stak, kwam ook het talige aspect van die revolutie aan bod, en vorige week klonk op Radio 1 de term ‘non-binaire transgender’ in een gesprek over dezelfde kwestie: hoe duid je mensen aan die zich vrouw noch man voelen of beide tezelfdertijd? ‘Stigmatiseren’ viel, en ‘hokjesdenken’. Vraag is echter of een extra aanwijzend voornaamwoord de zaak bemoeilijkt door nog meer te specifiëren of net vergemakkelijkt door geslachtelijke klaarheid te scheppen? Wat alleszins niet helpt is de hele nomenclatuur die momenteel rond deze geaardheden hangt. Hoe roep je sympathie op voor iets wat bedolven ligt onder onbestemde woorden als ‘non’, ‘binair’, ‘trans’ of ‘gender’? Je hoort Frans en Engels maar weinig empathie-opwekkend Nederlands. Technocratentaal is het, terwijl het woord dat we zoeken in de eerste plaats vertrouwensvol moet klinken: een hip begrip voor een diffuus kader.

Het is ook behoorlijk verwarrend. Men kan a-, bi-, homo-, hetero-, poly-, pluri- of omniseksueel zijn en dat dan ook nog eens in de hoedanigheid van man, vrouw of alle manifestaties daartussenin. Oestrogeen en testosteron klotsen en mengen in elk lichaam verschillend: poëzielezende jongens naast comazuipende meisjes, balletdansende mannen naast kogelstotende vrouwen, mannelijke moeders naast vrouwelijke vaders - het is een en al communicerend vat van sensitieve en onbehouwen vochten. Geslacht is geen polair feit maar een gradueel gegeven. Een spectrum dat gaat van mietje tot macha.

De reden waarom een lonkende transgenderterm zo lang op zich laat wachten is niet ver te zoeken. Meerderheden houden van minderheden. Een obscure of denigrerende term helpt om de eigen superioriteit te bestendigen al zwemt onderhuids hetzelfde DNA. Maar ook minderheden zitten in de knoop, vaak door hun eigen clubje nog meer te verdelen in subcategorieën, fracties of splintergroepen. Hoe groot of klein ook het gelijk, relevante woordenschat leverde het vooralsnog niet op.

Ligt de oplossing dan bij het tellen in plaats van bij taal? In de exacte wetenschappen is ‘vaagheid’ al lang ingeburgerd, is het zelfs dè oplossing bij complexe problemen. Binnenkort gebruiken computers niet langer bits maar Qubits - Quantumbits die zowel nullen en enen als alles daartussenin mogen zijn: een binair soepje waar halfslachtigheid de norm is. Nu dichters, columnisten en copywriters de woorden bij onze noden niet meer vinden, richten we ons tot de alfa’s. Het ‘onnoembare’ is hen niet vreemd, ze vonden er zelfs de meest verleidelijke symbolen voor. Na vage toestellen is het de beurt aan vage identiteiten, onbestemdheid als aard van de toekomst. Non-binair maar helder.

zine