Nieuws
Rogier De Langhe

Welke deeleconomie willen we?

Rogier De Langhe (1982) is economiefilosoof aan de UGent en mede-organisator van de Assembly of the Commons in Gent.

2 ©REUTERS
Rogier De Langhe. ©rv
Share

Het bestaan van Wikipedia is niets minder dan een anomalie voor ons modern economisch denken

Zal de deeleconomie ons vanzelf uit de ratrace halen? Het hangt er maar vanaf welke deeleconomie we willen. Journalisten en politici reduceren het al snel tot Uber en Airbnb, maar "deeleconomie" is een containerbegrip dat vele ladingen dekt.

Om te zien welke, kunnen we een stap terugzetten en ons afvragen waar het fenomeen eigenlijk zo plots vandaag komt: digitalisering. Digitalisering reduceert drastisch de transactiekosten voor communicatie, beheer en controle. Zo worden platforms mogelijk die niet zozeer iets produceren maar mensen de middelen geven om dat samen met elkaar te doen. Bedrijven waar dingen worden gemaakt, worden dan vervangen door platforms die mensen de mogelijkheden geven om die dingen zelf te maken. Zo heeft het grootste mediabedrijf ter wereld geen journalisten (Facebook), de grootste winkel ter wereld geen voorraad (Alibaba) en maken de grootste softwareverkopers ter wereld zelf geen apps (Apple, Google).
 
Met bedrijven verdien je geld. Platforms hebben laten zien dat ze dat alvast ook kunnen. Alleen kunnen platforms nog zoveel meer. Een blik op de talloze nieuwe initiatieven die wereldwijd als paddenstoelen uit de grond schieten -weliswaar vaak veel kleinschaliger, lokalere en dus minder sexy- is genoeg om te zien dat Uber en Airbnb slechts het topje van de ijsberg zijn. Misschien is de belangrijkste reden waarom ze steeds opnieuw worden opgevoerd omdat we ze nog kunnen begrijpen binnen onze oude kaders: bedrijven die veel geld verdienen, met aan het hoofd een klein aantal boosaardige kapitalisten die steeds nieuwe manieren vinden om grote groepen werknemers te exploiteren.

Maar wat dan met een platform als Wikipedia, waar kennis wordt gedeeld? Het platform maakt geen winst, wordt beheerd door de gebruikers en draait volledig op intrinsieke motivatie. Toch slagen gebruikers erin om door zelfregulering hun individuele arbeid collectief productief te maken in wat ondertussen de grootste, goedkoopste en meest geconsulteerde encyclopedie ter wereld is. Het bestaan van Wikipedia is niets minder dan een anomalie voor ons modern economisch denken.

Share

Het feit dat Uber en Airbnb zo prominent worden opgevoerd zegt misschien minder over de deeleconomie zelf, dan over de enge blik waartoe klassieke economen ons economisch denken hebben gereduceerd

Om de rijkdom aan initiatieven van die nieuwe soort van economie of "deeleconomie" te vatten, spreken we misschien beter van "commons" dan louter over "apps". Commons zijn platforms die mensen de middelen geven om samen dingen te doen, of dat nu winstgevend is of niet, centraal of decentraal. Apps zijn dan gewoon een heel specifieke vorm van commons. Als economische institutie zijn ze niet nieuw, al dateren hun hoogdagen van voor de tijd dat economie als wetenschap bestond. Op basis van theoretische argumenten hield die moderne economie altijd vol dat commons niet kunnen bestaan. In 2009 ontving Elinor Ostrom de Nobelprijs voor haar case-studies die aantoonden dat het duurzame beheer van commons helemaal niet onmogelijk is.

We staan pas aan het begin van de (her-)ontdekking van wat we met die commons allemaal kunnen doen. Laat ons daarom focussen op het bouwen van de deeleconomie die we willen, in plaats van die te bekampen die we niet willen. Het feit dat Uber en Airbnb zo prominent worden opgevoerd zegt misschien minder over de deeleconomie zelf, dan over de enge blik waartoe klassieke economen ons economisch denken hebben gereduceerd. Om de rijkdom van de commons te tonen, ben ik daarom samen met enkele initiatiefnemers van commons in Vlaanderen de groepsblog New Commons gestart. We dromen ervan om te evolueren naar een steunpunt dat commons verenigt, hun experimenten begeleidt en de resultaten verzamelt voor beleidsondersteuning.

De welvaartsstaat is ook niet met de eerste fabriek ontstaan. Wat nu telt is de belofte. Het is pas nadat we geloven in die belofte, dat we überhaupt kunnen beginnen bouwen aan de deeleconomie van onze dromen. De belofte van de deeleconomie is dat een andere economie mogelijk is, een economie met duurzame groei op maat van de mens.

Dat is alvast meer dan wat we van de klassieke economie mogen verwachten, en wellicht onze enige hoop om er op tijd opnieuw controle over te krijgen voor het te laat is. Samen met Michel Bauwens blijf ik daarom geloven dat deeleconomie de wereld kan redden. Alleen zullen we haar daarvoor eerst goed moeten leren begrijpen. Het mag ondertussen duidelijk zijn dat de klassieke kaders daarvoor niet zullen volstaan.

zine