Opinie
Clara van den Broek

Stel je voor dat kanker zal sterven

Clara van den Broek is actrice en coördinator acteeropleiding aan het Conservatorium Antwerpen. In 2011 verloor ze haar man, auteur en De Morgen-columnist Roel Verniers, aan kanker.

2 ©© RV
Clara van den Broek. ©rv
Share

'Zolang de kanker niet gaat liggen, gaan wij niet liggen. En omgekeerd'

In het 'kleingeldvakje' in mijn auto - ik vermoed dat het ontworpen is als asbak, maar wij bannen de sigaret natuurlijk, die kankerstok - zitten twee parkeertickets voor Gasthuisberg, Leuven. Per ticket kun je gedurende twee weken in en uit de ondergrondse parking rijden. De geldigheidsduur van de tickets is weldra 5 jaar verstreken. Ze waren geldig in het voorjaar van 2011, de lente van de hoop.

Ik ging toen regelmatig mijn man bezoeken. Hij lag aan buisjes en slangetjes, een tijdlang was zijn enige voedsel de enkele druppels water waarmee we zijn lippen mochten bevochtigen. Hij was geopereerd aan een slokdarmtumor, en daarbij vanbinnen helemaal verbouwd. Het zou lang duren voor hij weer de oude was, maar er was hoop, er was serieus veel hoop. Dat zei de chirurg. Bovendien gaf het medicijn dat hij eerder kreeg 40 procent slaagkans. Na enkele weken wandelden we samen moeizaam maar zeker rond het vijvertje voor de ingang van het ziekenhuis. We zagen hoe de eendjes kuikens kregen.

In De keizer aller ziektes. Een biografie van kanker beschrijft Siddhartha Mukherjee de 4.000 jaar oude strijd van de mens tegen kanker, 'de koning van alle gruwelen'. Het is "een oorlog tegen een tegenstander die vormeloos is, van gedaante verandert, tijdloos is, overal opduikt". Met de "overwinningen en nederlagen, campagnes, telkens weer, helden en hybris", met de "hang naar leven en veerkracht", en de "gewonden, de verdoemden, de vergetenen, de doden". De grote vraag die het boek opwerpt, luidt: "Is het voorstelbaar dat kanker zal sterven?"

Recentelijk zijn in de pers weer hoopvolle berichten te lezen over immuuntherapie. Door informatie uit de specifieke tumor te kopiëren, kan er gewerkt worden aan een vaccin, of kunnen lichaamseigen immuuncellen gewapend worden.

Ik denk aan al wie nu kanker heeft, aan al wie nog kanker moet krijgen. Ik denk aan de hoop die oplaait. Aan het daaropvolgende besef dat het over percentages gaat, en over levensverlenging, niet over genezing. Ik denk aan de wanhoop wanneer men ervaart dat statistieken niets met het individu te maken hebben. Dat elk verloren leven een verloren leven is. Ik denk aan de mars van de mensheid, even blind als de gang van de natuur. Als er maar genoeg overleven. Ik denk aan de experimenten die mensenlevens zullen eisen, aan de belangen van de farmaceutische industrie die de voortgang doorkruisen, aan de politieke discussies over terugbetalingen. En ik zie mijn man nog liggen, ik zie de tranen van dankbaarheid in onze ogen springen dat een experimenteel medicijn van 7.000 euro per week dan toch terugbetaald zal worden. Ik zie mijn man, mijn lief, mijn liefde verdwijnen in de statistieken, in de geschiedenis van de mensheid.

Mens en kanker lijken op elkaar: "Tot in de diepste diepte van hun kern zijn kankercellen hyperactieve, op overleven gerichte, vechtlustige, vruchtbare, inventieve kopieën van onszelf." Aldus Mukherjee. Zolang de kanker niet gaat liggen, gaan wij niet liggen. En omgekeerd.

Toen de kuikens uit de vijver bij Gasthuisberg maar net volgroeid waren, kwam de kanker bij mijn man terug. Dit keer 'om te hebben'. En hebben deed ie. 40 procent slaagkans was niet genoeg, 'nochtans delibereerbaar dacht ik', grapte mijn man. Maar ik hoop mee met de onderzoekers. Ik stel me voor dat kanker zal sterven. O god, wat zou dat goed zijn. Een nieuwe lente, nieuwe hoop.

nieuws

zine