Maakt het feit dat de sigarettenproductie en -distributie legale activiteiten zijn de preventiecampagnes ongeloofwaardig?
Dat een minister reageert op een voorstel van professoren is een heuglijk feit. Toch zijn we teleurgesteld over de reactie van Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (DM 20/11).
Laten we beginnen met feiten. De minister beweert dat het cannabisgebruik bij de jongeren is gedaald. Dat kan wel zijn, maar het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugverslaving constateert dat het cannabisgebruik in de hele Belgische bevolking (15-64 jaar) blijft stijgen. Bovendien blijkt dat het aantal mensen dat zich met cannabisproblemen bij de hulpverlening aanmeldt in de laatste tien jaar is verdubbeld. Onze conclusie was en blijft dat de belangrijkste doelstelling van het beleid niet is gehaald: een vermindering van het cannabisgebruik gedurende de laatste tien jaar. Het helpt niet als een minister de ogen sluit voor de feiten.
Maffia
De kern van ons betoog is dat het beleid faalt in zijn belangrijkste doelstelling en bovendien enorme bijkomende schade creëert. Omdat dit beleid vooral steunt op repressie creëert het twee dramatische effecten. Ten eerste, criminaliteit en geweld. Als de overheid de productie van cannabis illegaal maakt, maakt ze die ook buitengewoon winstgevend. Dat lokt massa's mensen aan die niet terugdeinzen voor geweld. Dit zorgt er ook voor dat de gebruiker in contact wordt gebracht met de criminele wereld. De overheid voert dus een beleid waarbij ze cannabisgebruik gedoogt, maar om dat te doen moeten gebruikers zich bevoorraden bij de maffia. Het kan beter zouden we durven zeggen.
Een tweede dramatisch effect is er op de volksgezondheid. Door het feit dat de productie en de distributie illegaal en gecriminaliseerd zijn, kan er geen controle uitgeoefend worden op de kwaliteit van cannabis. De feiten zijn dat de cannabis die de gebruikers in handen krijgen vol schadelijke producten zit. Bovendien kent de gebruiker de sterkte (de concentratie aan THC) niet, wat voor jonge en beginnende gebruikers levensgevaarlijk is. De enige manier om dit maatschappelijke probleem op te lossen, is de productie en de distributie te reguleren. Dat laatste impliceert natuurlijk dat je het legaliseert. Maar de minister verschuilt zich achter internationale engagementen. Dan moet hij ons vertellen hoe hij als minister van Volksgezondheid wil vermijden dat Vlamingen vergif innemen en hun gezondheid in gevaar brengen.
Ons voorstel om het anders te doen is gebaseerd op het idee om de middelen die gebruikt worden in de falende repressieve aanpak (politie, justitie, gevangeniswezen) over te hevelen naar de vraagzijde van de cannabismarkt. Die middelen kunnen gebruikt worden om preventie en ontradingcampagnes te intensifiëren. Het zijn ook middelen die aangewend kunnen worden om problematisch gebruik van cannabis aan te pakken. Zo'n aanpak is veel doelmatiger dan de repressieve aanpak. En daarover gaat het toch.
Kop in het zand
Het cannabisgebruik is een plaag die we moeten bestrijden. Het helpt echt niet om, zoals de minister het doet, de kop in het zand te steken en te blijven zweren bij een aanpak die niet werkt en zo veel bijkomende schade veroorzaakt.
De minister gebruikt het argument dat de legalisering de preventie ongeloofwaardig maakt. Dit argument is zelf ongeloofwaardig. Maakt het feit dat de sigarettenproductie en -distributie legale activiteiten zijn de preventiecampagnes ongeloofwaardig? Komaan, mijnheer de minister, dat gelooft u toch zelf niet. Die ontradingscampagnes die de overheid organiseert blijken heel werkzaam te zijn. Dat zullen ze ook zijn wanneer de overheid met dezelfde nadruk op het gevaar van cannabis wijst. De ontradingscampagne die de minister heeft opgezet is een goed initiatief maar is totaal onvoldoende om de problemen van het falende repressieve beleid op te lossen.