De aantrekkingskracht van het goud blijft intens. De Republikeinse partij in de VS is nu ook voor de glitter van het goud gevallen. Ze overweegt om een terugkeer naar de gouden standaard in haar partijprogramma op te nemen. De Federal Reserve zou volgens de Republikeinen te veel geld uitgeven en hierdoor de prijsstabiliteit in gevaar brengen. Een terugkeer naar de gouden standaard moet dit beletten. Als de dollar opnieuw inwisselbaar is in goud, wordt een rem gezet op de geldexpansie, zo luidt de redenering. Vergeet even dat de Republikeinen al vijf jaar vertellen dat de Federal Reserve te veel geld uitgeeft en dat desondanks de inflatie in de VS daalt. In zo'n debat spelen de feiten geen rol, wel de ideologie en de emoties.
Wat moeten we nu denken van een terugkeer naar de gouden standaard? Het antwoord is dat zoiets niet meer van de grond komt, en dat is maar goed ook. Er zijn hier minstens twee redenen voor. Ten eerste creëert een systeem waarin het geld, in dit geval de dollar, convertibel is in goud een paradox. De Belgische econoom Robert Triffin heeft die paradox blootgelegd in de jaren zestig van de vorige eeuw. Het wordt dan ook soms de 'Triffin-paradox' genoemd.
Het verloopt als volgt. De Amerikaanse economie groeit jaarlijks met ongeveer 5 procent (3 procent reële groei en 2 procent inflatie). Er moet dus jaarlijks ongeveer 5 procent meer geld worden gecreëerd om de transacties die gepaard gaan met een groei van 5 procent mogelijk te maken. Vermits de extra dollars die elk jaar worden gecreëerd ook moeten gedekt worden door goud, moet de hoeveelheid goud in de kluizen van de Federal Reserve ook met 5 procent per jaar stijgen.
Inwisselbaarheid
Maar hier wringt het schoentje. Niets garandeert dat die voorraad goud met 5 procent per jaar zal stijgen. In feite is de goudproductie heel labiel en afhankelijk van factoren die volledig oncontroleerbaar zijn door de monetaire overheden. Bovendien stijgt de productie al decennialang met minder dan 5 procent per jaar en wordt het gros van die productie gebruikt voor private doeleinden (juwelen, etcetera.). Het gevolg is dat de goudvoorraad in de kluizen van de centrale bank nauwelijks kan toenemen. Dit leidt tot de 'Triffin-paradox'.
Als de centrale bank de geloofwaardigheid van de convertibiliteit van het geld in goud wil behouden, dan mag de geldhoeveelheid niet of nauwelijks stijgen. Maar dit betekent dat in een groeiende economie een toenemende geldschaarste ontstaat die de groei fnuikt. Indien de centrale bank dat laatste wil beletten zal ze meer geld in omloop moeten brengen. Maar door dat te doen wordt de convertibiliteit van het geld in goud alsmaar minder geloofwaardig. Immers, als de goudvoorraad constant blijft terwijl jaar in jaar uit de geldhoeveelheid stijgt wordt het alsmaar moeilijker om de convertibiliteit van het geld in goud te garanderen.
De centrale bank moet in een gouden standaard-systeem dus kiezen tussen geloofwaardigheid van de goudconvertibiliteit of groei van de economie. De twee gaan niet samen als de goudvoorraad onvoldoende kan stijgen. Centrale banken kiezen altijd voor groei, met het gevolg dat na verloop van tijd de convertibiliteit niet meer gegarandeerd kan worden. Dan ontstaat er een run on the bank. Mensen proberen massaal hun geld om te zetten in goud. Vermits de centrale bank onvoldoende goud in haar kluizen heeft kan ze die massale goudopvraging niet voldoen en moet de convertibiliteit afgeschaft worden.
Dat is in de geschiedenis ook gebeurd. Zonder één enkele uitzondering is de gouden standaard bezweken onder deze paradox. De Republikeinen willen de geschiedenis nog eens overdoen, zonder die geschiedenis te kennen.
Langere rij werklozen
De gouden standaard is niet alleen op termijn onstabiel. Het is ook een vreselijk stelsel. Als een land in een recessie terechtkomt, kan het geldbeleid niet gebruikt worden om de economie te stimuleren. De hoeveelheid geld dat in omloop wordt gebracht moet immers gekoppeld blijven aan de hoeveelheid goud in de kluizen van de centrale bank. Bovendien daalt die voorraad meestal in een recessie omdat het gebrek aan vertrouwen mensen er toe aanzet om hun geld om te zetten in goud. De centrale bank zal dus in het midden van de recessie de geldkraan moeten toedraaien omdat het goud uit haar kluizen verdwijnt. Het gevolg is dat de recessie nog intenser wordt en de rij werklozen nog langer.
Barry Eichengreen van Berkeley heeft hierover belangrijk onderzoek gedaan en kwam tot de bevinding dat de landen die in de jaren dertig het langst de gouden standaard hebben aangehouden ook het meest hebben geleden onder de economische crisis.
Een terugkeer naar de gouden standaard zou een terugkeer zijn naar donkere economische tijden. Alleen onwetendheid kan mensen er toe leiden voorstellen te formuleren om opnieuw in zo'n systeem te stappen.
Het is niet al goud wat blinkt
Paul De Grauwe: Terugkeren naar de gouden standaard is een zekere retour naar donkere economische tijden. De Grauwe is professor aan de London School of Economics en opiniemaker voor De Morgen.