Rock Werchter is helemaal niet duur

Tom Evens en Ellen Huijgh tonen aan dat Rock Werchter het goedkoopste Europees topmuziekfestival is

Tom Evens is onderzoeker bij de groep Media & ICT van de Universiteit Gent. Ellen Huijgh is research fellow bij het Nederlandse Clingendael.

De blok is begonnen, en voor velen is Rock Werchter iets om tijdens het studeren naar uit te kijken. Studenten weten al dat ze dit jaar extra hun best zullen moeten doen om van ma en pa nog wat centen los te krijgen, want begin maart was het wel even schrikken. Live Nation, 's werelds grootste live-entertainmentconcern met dochterbedrijf in België, kondigde duurdere drank- en hogere ticketprijzen voor Rock Werchter aan. Dat zorgde voor de nodige ophef bij menig festivalganger.

De hetze ging zelfs zover dat Herman Schueremans, directeur van Live Nation België, tijdens Humo's Pop Poll en plein public voor dief werd uitgescholden. Nochtans toont ons onderzoek aan dat de ticketprijzen voor het vierdaagse festival internationale vergelijkingen vlot doorstaan. Meer nog, Rock Werchter blijkt het minst dure Europese topfestival uit de Live Nationclan. Hoewel de prijsverhoging de nodige hysterie veroorzaakte, ging de storm van verontwaardiging snel liggen. Uiteraard betekent 165 euro voor vier dagen topentertainment een flinke hap uit een gemiddeld studentenbudget. Maar deze som schrikt blijkbaar weinig festivalgangers af. Zo gingen al bijna een half miljoen drankbonnetjes de deur uit en is het festival zo goed als uitverkocht. Dit jaar levert Rock Werchter dan ook een van zijn sterkste affiches van de laatste jaren af. Tijdens het drinken van een iets duurdere pint kan de muziekliefhebber zich aan zowel Radiohead, R.E.M, dEUS als Neil Young te goed doen.

Bovendien werd Rock Werchter de laatste vijf jaar vier keer tot 'beste festival van de wereld' gekroond. Mag het dan wat meer kosten? De artiesten vinden van wel. Volgens deze krant (DM 5/3) zou het artiestenbudget van Rock Werchter sinds 2001 met ongeveer 500 procent gestegen zijn tot 5,3 miljoen euro. De verklaring klinkt intussen als een belegen refreintje: artiesten compenseren de ingestorte platenverkoop, deels als gevolg van illegaal downloaden, door hogere concert fees.

Concerten fungeren niet langer als promotiemiddel maar zijn verheven tot een belangrijke bron van inkomsten. Daarnaast leidt de internationalisering van het concertcircuit, met de snelle opkomst van zomerfestivals in Noord-Amerika, Azië en Centraal-Europa, tot een intense competitie, waardoor artiesten de wet van vraag en aanbod laten spelen. Zo telt het Japanse Summer Sonic Festival in augustus maar liefst anderhalf miljoen euro neer voor de Britse band Coldplay, of 10.000 euro per minuut. Ondanks de exponentieel gestegen kostenfactor blijkt uit ons onderzoek Rock Werchter het goedkoopste Europese topfestival te zijn. Om tot die conclusie te komen vergeleken we Rock Werchters combiticketprijzen met die van andere Europese topfestivals, rekening houdend met inflatie en aantal festivaldagen.

Werchter ontsnapt dan wel niet aan de internationale trend van stijgende ticketprijzen, de prijsstijging is relatief: 'slechts' 59 procent tussen 2000 en 2008. De prijs van een ticket voor het Nederlandse festival Pinkpop of het Deense Roskilde is bijna dubbel zo hoog als acht jaar geleden. En ook al zijn alle ogen elk jaar op Werchter gericht, lokale festivals zoals Pukkelpop, Graspop en Dour Festival kennen meer uitgesproken prijsevoluties.

Of het boekingskantoor van Live Nation België daar dan weer voor iets tussenzit, kan niet met harde cijfers worden aangetoond. Er blijkt gelukkig wel voldoende alternatiefs in Vlaanderen te bewegen om marktleiderschap en prijszetting te counteren. Toeval of niet, Rock Werchter neemt dit jaar de koppositie van goedkoopste festival over van Pinkpop, georganiseerd door Mojo Concerts. Deze Nederlandse dochter van Live Nation is in eigen land beschuldigd én vrijgepleit van het zogenaamde mojopolie.

Opmerkelijk toch, dat de tickets het consumentvriendelijkst zijn daar waar het hardste geschreeuwd wordt over een monopolisering van de concert- en festivalmarkt. Ook al heeft recent onderzoek uitgewezen dat het marktaandeel van Live Nation België als boekingskantoor van festivals al enkele jaren tussen 40 en 50 procent schommelt - dus geen monopolie of dominante positie volgens Europese concurrentienormen -, moet de marktinvloed van Live Nation ook niet onderschat worden.

De groeiende opkomst van kleinere boekingsagenten heeft de invloed op de binnenlandse artiesten dan wel gevoelig uitgehold, anderzijds blijft het de markt voor internationale acts grotendeels claimen. Maar daar hoeft de concertganger paradoxaal genoeg vooralsnog niet wakker van te liggen, want Duitsland en Frankrijk tonen aan dat het keihard opbieden tussen grote promotoren voor sterartiesten wordt doorgerekend aan de consument.

Nu ook buitenlandse promotoren zoals het Amerikaanse entertainmentconcern AEG Live en C-Live (het organisatiebureau van voormalig Francorchamps F1-organisator Didier Defourny) pogen om hun deel van de Belgische livemuziekmarkt in te palmen, dreigen ook bij ons de ticketprijzen buitenlandse proporties aan te zullen nemen.

Een echte remedie voor prijshysterie hebben we dus niet, enkel de weinig comfortabele vaststelling dat een Werchterganger zich nog gelukkig mag prijzen. Internationale vergelijkingen en tendensen tonen immers aan dat het veel slechter kan. Geen wonder dus dat het Britste muziektijdschrift NME Rock Werchter als 'belachelijk goedkoop' omschrijft terwijl wij het van de daken schreeuwen.