REVIEW

Prince in Gent: strak als silliconenborsten *****

Foto's Alex Vanhee

Liefst drie en een half uur stond Prince dinsdagavond op het podium, en het liep al ververvaarlijk tegen middernacht aan toe hij na de zesde bisronde definitief zijn gitaar aflegde. Meteen het einde van een concert waarmee de superster uit Minneapolis onderstreepte dat hij nog steeds geen concurrentie heeft als het erop aankomt een stomend funkfeestje te bouwen.

Prince (53) heeft onlangs beslist om voorlopig geen nieuwe cd 's meer uit te brengen, en daar zullen alleen de meest hardnekkige fans treurig om zijn. Het is een publiek geheim dat het creatieve hoogtepunt van de Amerikaanse funkster zich in de jaren tachtig en negentig situeert, twee decennia die inmiddels al even voorbij zijn. De recentste platen van Prince halen niet eens het niveau van zijn b-kantjes, dus is het een goede zaak dat hij zich vanaf nu meer op de live-concerten gaat concentreren, een terrein waar His Royal Badness wél nog altijd heer en meester is.

Opvallend ook, hoe hij  -na eerst jarenlang te zijn weggebleven- nu plots om de haverklap in België opduikt, en elk concert toch een heus evenement blijft. In Gent speelde uiteraard de locatie mee ¿het prachtige Sint-Pietersplein, dat zich op die zwoele dinsdagavond van zijn beste kant liet zien- maar ook Prince zelf kwam na verloop van tijd goed los. De set was nochtans erg ingetogen en traag  begonnen met een jazzy 'When I Lay My Hands On U', niet meteen een indicatie dat er een groot feest in het verschiet lag. Maar met 'Endorphinmachine' - ook nog niet écht groots- werd het tempo opgekrikt en schemerde de sound al door waar je Prince het meest mee vereenzelvigd: pompende funk die je heupen al in beweging kreeg terwijl je hoofd zich nog zat af te vragen hoe het nummer in kwestie ook alweer heette. Prince ¿ okergeel pak, hoge hakken, feminien roze brilletje op de neus- tastte even af welk vlees hij in de kuip had, maar eens de verkenningsronde erop zat werd de set strak als een stel silliconenborsten. 'Soundcheck is over! Turn Me On' schreewde Prince in de microfoon, en kijk: meteen werden de eerste fans het podium op getrokken voor wat het feestje van het jaar werd. 

De drummer -een gorilla die je niet graag in het donker tegen wilde komen- maakte van elke tik een mokerslag, en bleef onvermoeibare harde, funky ritmes uit zijn trommels slaan. Prince zelf freakte uit op gitaar en de rest van de vrouwen in de zoveelste metamorfose van de New Power Generation¿waaronder Kristine Nielsen van onze eigen Zap Mama op bas.- speelde even sexy als ze eruit zagen. Veel hits gaf Prince in eerste instantie niet prijs, maar 'Purple Rain' - waarbij confettiemachines de lucht vol paarse snippers spuwden- was een eerste kippenvelmoment.

Opmerkelijk hoe bevlogen Prince dat nummer - sinds '84 quasi onafgebroken op de setlist, nochtans- bleef spelen. Hij koppelde er meteen een oproep naar het publiek aan om de radio in handen te nemen, zodat ze daar weer acts zouden draaien die de mensen wilden horen. Zoals Sharon & The Dap Kings, die prompt het podium kwamen opgestapt en 'Dance Music Sex Romance' met een krolse blazerssectie versterkten. Nu was de band pas goed op dreef. Met 'Mountains', het falset gezongen 'The Beautiful Ones' én de hemelse stem van protégé Shelby J erbij was dit Prince zoals we die vroeger - in zijn beste dagen- ook hadden gezien: een ceremoniemeester die met elke porie van zijn lijf muziek ademt, het publiek bespeeld alsof het ook een instrument was, en dansend de indruk wekt dat elk bot van elastiek is. De schunnige nummers uit dat imposante repertoire zijn intussen wel verdwenen. De man die in 'Gett Off' ooit zijn 23 positions in a one night stand beschreef is tegenwoordig Getuige van Jehova, en bijgevolg zijn alle expliciete verwijzingen naar bedgymnastiek minicieus uit het repertoire gewist, en gebruikt hij ook geen krachttermen meer. 

Nu, dat hoéfde ook niet, zeker niet toen hij de eerste bisronde inzette met een machtig 'Let's Go Crazy', waar de bekende parlando-intro het plein op haast religieuze leek in te wijden voor een onvermoeibare sessie waar eigen hits als '1999', 'Little Red Corvette', 'Take Me With U' en een ronduit fantastisch 'Kiss' werden vermengd met covers van - een bloemlezing, want de lijst is langer- Bob Marley, The Beatles, Wild Cherry en Sly & The Family Stone.

Inmiddels was het hele plein in een dansvloer herschapen, maar Prince wist van geen ophouden, en er zouden uiteindelijk zes bisrondes volgen. "Willen jullie meer?" vroeg de ontspannen superster plagerig toen hij voor de zoveelste keerop nieuw het podium kwam opgestapt. "Ik heb genoeg hits om de hele nacht mee door te gaan.", waarna hij op drie minuten tijd flarden uit tien van zijn grootste classics tot een medley balde.  Met 'Jungle Love' en 'The Glamourous Life' -twee hits die hij destijds respectievelijk voor The Time en Sheila E schreef. Het leek de finale van een spetterend concert - er werden links en rechts al wat decorstukken afgeruimd- maar nog was het niet genoeg, en de mooiste verrassing hield Prince uiteindelijk tot het einde, met een bloedstollende pianoversie van 'Sometimes It Snows In April', een vergeten parel uit Parade. En was het dan gedaan? Kwam er dan echt niets meer? Hield de funkmeister het na drie uur en twintig minuten écht voor bekeken? Natuurlijk niet! Maar we gaan niet alles aan uw neus hangen.

De moeizame start van het concert was op dat moment al een vervaagde herinnering. Na zijn fletse passage op de weide van Werchter vorig jaar nam Prince dinsdagavond overtuigend revanche, en zag je weer dat muzikale wonderkind op wiens muziek je lang geleden zo verslingerd was geraakt. "Snel, neem je gsm en bel iemand. Zeg dat je op de beste party ter wereld zit" maande Prince de menigte aan. En guess what? Het was niet eens gelogen.