Muziek

Dag 2 volgens Gunter Van Assche: Wild Beasts (***) en Röyksopp & Robyn (***1/2)

©Alex Vanhee

Het Pukkelpopteam van De Morgen stuurt ook dit jaar vier recensenten naar de weide. Ze hebben voor de volgende drie dagen elk een eigen traject uitgetekend en plechtig beloofd om elkaar nooit voor hetzelfde podium tegen te komen. Dit is het parcours van Gunter Van Assche.

©Alex Vanhee
©Alex Vanhee
©Alex Vanhee

Blaudzun (***1/2)
In popsongs moet je nooit tevéél morsen met de herfst. Behalve als je Blaudzun heet, misschien. De kans dat de Nederlandse band een vrolijke polonaise zou afdwingen op Pukkelpop, leek op voorhand gering. Maar hun songs over eenzaamheid en magere troost wonnen in Kiewit zowaar nog méér aan glans toen een nazomerse stortbui losbrak in de set.

'Solar' - what's in a name - was amper ingezet, toen de hemelsluizen collectief besloten om zich wagenwijd te openen. Daardoor stroomde de Marquee ook in één klap vol met schuilende festivalgangers. Die toevloed speelde duidelijk in de kaart van de band. Klonk de tweede song 'Euphoria' nog wat weifelend, dan zette Blaudzun daarna een volmaakte spurt in richting eindzege.

'Too Many Hopes For July' werd gepromoveerd tot een onverwacht hoogtepunt, net als het in hellelicht badend 'Wasteland', waarin een flard 'Wicked Game' van Chris Isaak was binnengesmokkeld. De singles 'Flame on my Head' en 'Promises of No Man's Land' werden dan weer warm begroet als publiekslievelingen. De strakke cadans in 'Who Took The Wheel' dwong zelfs even beweging af in de Marquee, al had een opvallend schuchtere en statische massa postgevat voor het podium.

Meer enthousiasme straalden de groepsleden uit, die zich als jonge honden door hun set werkten. Maar de grootste blikvanger naast de elegante violiste Judith bleek toch wel frontman Johannes Sigmond. Zijn in melancholie gemarineerde zang hield je alleszins moeiteloos gekluisterd. In die wonderlijke stem ging een wereld van onrust schuil: de stille wanhoop van een koorddanser die voortdurend dreigt te wankelen. Ingebed in een barok ensemble van viool, glockenspiel, stuwende ritmes en broeierig gitaarspel stuurde die stem elke song.
 
"We zijn vertrokken... we raken niet meer thuis," leek Sigmond te ijlen aan het eind van 'Wingbeat'. Van huis en haard verdreven, vonden we tenminste een uur lang warme beschutting bij Blaudzun.

©Harry Heuts
©Harry Heuts

James Holden (****)
Iets na tienen barst een vuurwerk los op Pukkelpop: een dof en kleurloos spektakel in vergelijking met het kolerieke schouwspel dat James Holden tegelijkertijd opvoert in de Castello. Al moet je soms flink op je tanden bijten bij de weerbarstige sound van deze wonderboy.

De Brit vergaarde roem door nachtenlange marathonsessies als dj, en als remixer van Britney Spears of Madonna. Maar in de Castello speelt hij een tamelijk compromisloze liveshow met drummer en saxofonist. Zelf boog Holden zich over het instrument dat zowat zijn handelsmerk is geworden: de analoge modulaire synthesizer.

Snoertjes en stekkertjes verbond hij naar eigen goeddunken om geluiden te scheppen uit een reeks elektronische geluidsmodules die in het apparaat zitten. Dat leverde nu eens wondermooie klanken op, dan weer scifi-achtige soundscapes. Maar net zo goed knarste en piepte het instrument alsof een slijpschijf huis hield in je bovenkamer.

Af en toe zwelde het geluid daarbij aan als een dreigende zwerm wespen, om dan uit te monden in een apocalyptisch geraas. Haast instinctief zocht je een veilig plekje op in de tent, om het hoofd te bieden aan deze machtige geluidstrip.

Fans van overstuurde krautrock, of van hypnotiserende electronica en experimentele noise werden royaal op hun wenken bediend door dit trio. Opmerkelijk trouwens hoe de saxofoon van Etienne Jaumet zich volmaakt vasthaakte aan deze onrustige geluidscarroussel: timbre en textuur paste als gegoten bij de klanken die Holden tevoorschijn haalde.

De nadruk in de set lag vooral op materiaal uit zijn briljante plaat The Inheritors, die je in een lichtjes psychedelische roes bracht.
James, de mushrooms!

©Alex Vanhee
©Alex Vanhee
©Alex Vanhee
©Alex Vanhee

Röyksopp & Robyn (***1/2)
Het slechte nieuws eerst? Binnen afzienbare tijd doemt het nektapijtje mogelijk terug op in het straatbeeld. Bij vrouwen. De horror! Het weerbarstige exemplaar dat Robyn torste op d'r scalp was alleszins van dien aard om gelijk een banvloek af te roepen over alle rednecks te lande. Maar goed: coiffure bleek de grootste kwaal van de joint effort die Röyksopp & Robyn ondernamen op Pukkelpop.

Twee uur lang stond deze Scandinavische fusie garant voor een stomend dansspektakel in drie aktes. Eerst bewoog je als een onbehouwen Viking op de beats van het Noorse elektronicaduo Röyksopp, daarna leidde de Zweedse popster Robyn de dans en  uiteindelijk sloegen beiden de handen in elkaar voor een paar songs uit hun beider plaat Do It Again en eerdere collaboraties.

De soundtrack voor een opgewonden uitgaansavond en broeierige nacht was een feit.

Al dacht u daar bij momenten anders over: tegen het eind van de show druppelde de Marquee stilaan leeg. Velen wilden kennelijk toch eerst en vooral een goed plekje versieren bij Macklemore & Ryan Lewis. Die mochten vlak na hen afsluiten op het hoofdpodium.

Zonde, want de vriendschappelijke worsteling tussen beide ego's (Röykbynn? Robsop?) leverde op Pukkelpop een paar keer vuurwerk op. 'The Girl & The Robot' klonk nog een tikje méér opwindend dan de studioversie, terwijl 'Do It Again' opgevat werd als een party anthem: de hitsige synths bleken perfect op maat van de dansvloer gesneden, terwijl Robyn zong over een hedonistische uitputtingsslag, waarbij herhaling leidde tot een gewisse climax. Euforie op endless repeat? Daar tekenen we elke nacht voor.

Waarom de groep nadien nog biste met een dreinerige onderonsje was ons dan ook een raadsel.

Al even onbegrijpelijk was dat Röyksopp nog een àndere zangeres onder de arm had genomen. Eerder op de avond bediende Susanne Sundfør een classic als 'This Must Be It' van dramatische invulling, terwijl 'Running to the Sea' uitgewerkt werd als een duet tussen Svein Berge - één helft van de Noorse elektronicagroep - en de zangeres. Die eerste zeeg daarbij toneelmatig neer op de knieën, en ondernam vervolgens een zegeronde aan de nadarhekken.

Zijn enthousiasme werkte aanstekelijk, maar toch kon je je niet van de indruk ontdoen dat de Noorse groep eerder als voorprogramma fungeerde. Toen de band het podium verliet en Robyn opkwam - geflankeerd door twee vrijwel onzichtbare elektronische laboranten - begon het feest namelijk pas écht. Met 'Be Mine!' stuurde de zangeres een schokgolf door de Marquee, terwijl ze zelfs de ziel uit d'r lichaam danste op torenhoge plateauzolen, gehuld in een boksersbroekje en kniebeschermers die gejat leken bij een hockeyploeg . Met haar ontuchtige aerobicslessen voor gevorderden alléén al haalde ze een wit voetje bij het publiek.

Maar écht machtig werd de set pas bij het hymnische 'Indestructible' of 'Dancing on my Own': in die laatste song slowde de zangeres met zichzelf, terwijl het publiek de rol van een a cappella zangkoor op zich nam tijdens het refrein. Eén van de absolute hoogtepunten van deze Pukkelpop, zoveel stond na afloop meteen vast. En dan moest 'With Every Heartbeat' nog volgen!

Achteraf bleef één verzoek aan Robyn dan ook in je hoofd rondzingen: do it again.

Wild Beasts. ©Harry Heuts
Wild Beasts. ©Harry Heuts

Wild Beasts (***)
Wat lijken de Club en de Marquee soms toch onwezenlijk groot, dit weekend. Vaak spelen geweldige groepen het hart uit hun ziel voor een uitgedund publiek. Ook Wild Beasts lijkt dat lot beschoren. Met de release van hun laatste langspeler Present Tense smaakt hun artpop nochtans naar de meest hapklare brokken van Japan of Talk Talk. Méér nog: veel toegankelijker klonk deze avontuurlijke groep nooit eerder. Maar véél nieuwe parochianen bekeert de band vandaag niet.

Pas bij 'Hooting & Howling' komt er enige beweging in de boîte: een wereldsong van formaat natuurlijk. Daarna wordt het opnieuw windstil in het publiek, hoewel de groep je een wervelende mix oplepelt van ritselritmes, kunstige pianoriedels en dwarse synths. Om nog te zwijgen over haar grootste geheime wapen: de dramatische zang van Hayden Thorpe, die met een aristocratische falset de indruk wekt in een statige kathedraal de dienst te leiden.

De songs klinken minstens even gesofisticeerd: nu eens trekken ze de kaart van onversneden schoonheid, dan weer proberen ze je brutaal het gras onder je voeten te maaien. Die provocatieve aanpak werkt helaas averechts: het publiek heeft weinig zin om te dansen op het verkeerde been, en kiest het hazenpad, nog voor het wonderlijke 'Wanderlust'.

Jammer.

Maar goed: wat betekent zo'n diaspora voor een zanger die in voornoemde song nog stelde: "Don't confuse me with someone who gives a fuck / In your mother tongue, what's the verb 'to suck'?"

Wij zwijgen, en zuigen zedig op onze duim.

©alex vanhee

Chlöe Howl (***)
Dat Kiesza op de laatste knip verstek liet gaan op Pukkelpop, werd vrijdag gedeeltelijk goed gemaakt door Arches. Dat dj-duo joeg liefst twee radiohits van de Canadese door de boxen tijdens zijn set. Maar de échte vervangster in de naburige Dance Hall mocht er ook best wezen. Op de reservebank zat namelijk één van de jonge welpjes die volgens de BBC de sound van 2014 mee zal bepalen.  

Chlöe Howl is een piepjonge girl next door van 19, maar de Britse bleek haast net zo royaal bedeeld in talent als in sproeten.

Goed, door de bank genomen maakt ze pure popmuziek met de obligate knipogen naar de jaren '80, maar haar teksten en vocale bereik geven haar een streepje voor op de concurrentie. Op Pukkelpop verbond ze girl power aan een krachtige stem, waarmee ze nu eens uithaalde als Florence Welch, en dan weer zwoeler dan een zomeravond klonk.   

De zangeres had zelfs het ultieme postermeisje van de feministische middenvinger kunnen zijn, ware het niet dat Lily Allen en P!nk haar voorgingen. Toch liet Howl zich niet beteugelen door die gedachte: met een verfrissend meisjesachtige souplesse verkende ze weerszijden van het podium: de ene keer vrolijk dansend, een andere maal ongedurig ijsberend.  

Hoe jammer toch, dat de rest van de band zijn tent had opgezet in het niemandsland tussen pokkeluid en rommelig. Een zeldzame keer zat het geluid goed: zo deed 'Paper Heart' zijn voordeel met een neurotische bassynth die Robyns signatuur droeg. En ook de opwindende uitsmijter 'Rumour' was een hoogtepunt in de set: die confessionele song bevatte genoeg verhaallijnen om soaps als Thuis en Familie nog een paar seizoenen inspiratie te bieden.

Maar elders verdronk de stem van Howl soms roemloos in een mix van kletterende drums en blikken synths.

Zonde. Maar geef dit popprinsesje nog niet direct op. Nieuwe afspraak, nieuwe geluidstechnicus?

©alex vanhee
©harry heuts
©harry heuts
©harry heuts

Arches (****)
Wie Seba Vandevoorde alias Moonlight Matters eerder aantrof in de dj booth, weet dat de Bruggeling niet voor één gat te vangen is. En dat sensuele beats zijn voorkeur wegdragen. Hoewel hij in Arches de lakens uitdeelt met Jochen van Sound of Stereo, bleek die modus operandi niet anders in zijn nieuwe project. Geen wonder dat het duo door de Britse tak van Columbia getekend werd.   

Met Marco Darko's lichtjes sleazy house van 'One Night Stand' zetten de twee al vroeg de bakens uit in set, die door house beheerst werd. Behendig botsten de beats tussen een brute aanval in 'Baby F-16' van Panteros666 en de jacking house van Roger Sanchez, die zijn vroegere alter ego S-Man kennelijk opnieuw bovenhaalde.   

Steeds meer danslustige festivalgangers stroomden intussen toe in de Boiler Room. Als house-beluste Rattenvangers van Hamelen lokten Jochen en Seba het publiek gestaag de tent in. Halfweg de set schakelden beiden daarbij naar een hogere versnelling: 'Jam the Mace' van House Syndicate friemelde met Technotronic, en het broeierige zomerhitje 'The Fool' van de Brusselse producer ATTAR! vormde de opmaat voor 'Sunlight' van The Magician. Met Seba als aanvuurder van de party kreeg je al vroeg op de middag zicht op zomerzot en een opgewonden stemming op de dansvloer.   

Tijd voor de coup de grâce, moeten beide dj's gedacht hebben: de lichtjes hysterische falset van Kiesza zette het vuur aan de lont in 'Giant in my Heart', dat ze in hun eigen hitsige remix brachten. Die song ging daarna over in nog méér eigen kweek: hun prachtsingle 'There's A Place' werd behendig opgewerkt tot het hoogtepunt in de set.   

Goed bedacht dat ze die feestelijke zomertrack opspaarden tot een kwartier voor het eind. Niet het minst omdat ze die apotheose nóg wat langer wisten aan te houden met 'Hideaway' van Kiesza. Het tempo van die song hadden ze gevoelig opgedreven, waarbij nurkse bassen het kennelijk op je lendenstreek gemunt hadden.   

Hamelen lag heel even in Kiewit. Superieure set.