Belgium douze points: dit waren de twaalf opmerkelijkste Belpop-platen van 2016

12 Belgica ©Belgica

Was het een goed jaar voor de Belpop? Hangt er van af hoe je het bekijkt. De beste Belgische platen van het jaar zorgden voor brandwonden aan je snikkel, een hiphopbriesje doorheen Knokke én een oor vol verderf. Spanning genoeg dus, wat ons betreft. Om scheldtirades, bittere tranen en ontgoochelde zuchten te vermijden: alle Belgische albums hieronder staan in onwillekeurige volgorde, én we beperkten ons bewust tot langspelers. Dus géén fabuleuze EP's van Melanie de Biasio, Tsar B of Faces on TV in deze lijst. Wie dan wel? Leest u vooral verder!

Warhaus - We fucked a flame into being

Bij Balthazar vertegenwoordigt Maarten Devoldere de bohémien, die het hoofd biedt aan ongure nachten en navenante kwelduivels. Bij Warhaus diept hij die rol niet zozeer uit, maar licht hij zijn donkere gemoed eerder bij door wellustige rode neonlichten en - durven we het schrijven - een onbestemd joie de vivre.

De titel van de plaat leende hij bij auteur D.H. Lawrence, de platenhoes bij Serge Gainsbourg, de sombere voordracht van zijn songs bij Leonard Cohen, maar de onderkoelde toon blijft vaak schatplichtig bij Balthazar. De opvallendste koerswijziging tegenover het moederschip? De tweede stem neemt chanteuse/allumeuse Sylvie Kreusch hier voor haar rekening. Flirtend met de erfenis van Birkin en Bardot smoezelt dit koppeltje met zachte strijkers, slenterende vingers over een piano, jengelende gitaren en diep in het glas starende blazers. ‘Bruxelles’ leent zich daarbij perfect tot een nachtje doelloos dwalen in dat kreng van een hoofdstad, terwijl ‘Against the Rich’ zowel Tourette’s als sociaal engagement verraadt. Wat u overhoudt aan een nachtje slempen met We fucked a flame into being? Brandwonden aan uw snikkel, maar òòk een geweldige cd in uw platenkast. (PIAS) (GVA) 

Warhaus ©Warhaus

TaxiWars - Fever

Mauro verzaakte zopas aan dEUS, maar Tom Barman blijft niet gODverlaten bij de pakken zitten. Met TaxiWars stippelt hij een alternatieve route uit, die je voert langs de broeierigste boîtes van de jazzwereld. Zolang de meter loopt, beleef je geen saai moment.

Onlangs lazen we in het Parool: “Als je een saxofoon tussen je lippen steekt, en erop blaast, krijg je vanzelf jazz.” Eindelijk eerherstel voor gladjakkers als Kenny G en alle plastiekerige liftmuziek die we doorheen de jaren in gearomatiseerde liften hoorden!

Ach, natùùrlijk is die eerste zin baarlijke nonsens. Maar over de saxofoon bij TaxiWars blijkt die Nederlandse criticus wel met recht te kunnen spreken. Op Fever zorgt Robin Verheyen nu eens voor een sensuele flou artistique met een hijgerige saxofoon, om dan weer voluit te gaan voor een jakkerende groove, en een andere keer voor het sax appeal - excuus, we besparen dezer dagen op snuggere woordgrapjes. Eén constante: onafgebroken zorgt hij voor de jazzy vibe die als een koortsige stuip doorheen TaxiWars trekt. Met wat verbeeldingskracht hoor je zelfs al eens de geest van Charlie Parker en John Coltrane voorbij spoken.

Maar net zo belangrijk is frontman Tom Barman in deze groep. De dEUS-frontman lijkt vandaag nog méér in zijn element dan ten tijde van zijn debuut met TaxiWars. Afwisselend tekent hij voor de punk, de trash én de dromerige croon in deze groep. Zo zet hij het op een koortsig ijlen in de finale van ‘Fever’, maar brengt hij net zo goed een charmant Frantwerps ten berde in ‘Soliloque (Sans Issue)’. “J'ai honte de ma transparence,” klinkt het in die song. De schaamte om zichzelf bloot te geven, komt ook bovendrijven in het muzikale hoogtepunt ‘Airplane Song’. “I'll hide behind a wall of words /Or put the finger on what hurts,” bekent hij daar. Maar ook: “In giving nothing of myself away / I give a whole lot of myself away.”

Zou het? De mix van zijn poëzie en een broeierige groove zorgt alleszins voor een confessioneel hoogstandje.

Fijn ook dat TaxiWars korte metten maakte met de enige afspraak die ze vooraf had: ultrakorte songs schrijven. Met een redelijk fantastisch ‘Trash Metal Ballad’ (6'56”) en een uitzonderlijk ‘Egyptian Nights’ (7’50”) zondigen ze tweewerf indrukwekkend tegen die belofte.

Met Morphine wil de groep nog steeds niet noodzakelijk vergeleken worden, maar toch speelde één zin van Mark Sandman ons achteraf door het hoofd. “Taxi… Taxi… Electric super sex.” Doe er uw voordeel mee. (Universal) (GVA)

TaxiWars ©TaxiWars

Oathbreaker – Rheia

Het Gentse Oathbreaker breekt met *Rheia* alle ketens. Nergens voel je nog de beperkingen die de groep zichzelf vroeger oplegde. Hun derde plaat is extreme metal van wereldniveau, een hypnotiserende mix van black metal en shoegaze. Songs als 'Second Son of R' en 'Being Able To Feel Nothing' slaan en zalven, brengen een kolkende maalstroom in een ogenschijnlijk kalme zee. Daar waar zangeres Caro Tanghe je het ene moment zacht als een sirène lokt, slaan de gitaren, de mokerende drums en haar woeste gekrijs je vervolgens helemaal uit je lood. Alle frustraties, alle pijn gaan hier hand in hand met genot. Het resultaat laat je murw achter. Tot je klaar bent voor een nieuwe luisterbeurt. En nog een. *Rheia* maakt je verslaafd aan het duister. Een gigantische stap vooruit met een meesterlijke plaat. (Deathwish Inc.) (WW)

Oathbreaker ©Oathbreaker

Brihang - zolangmogelijk

De frisse bries door de Nederlandstalige hiphop waarop wij al lang wachten? Die laat Brihang waaien op zijn debuut ‘zolangmogelijk'.

De introspectieve Knokkenaar ontstijgt er zichzelf, haast achteloos. Hij is iemand bij wiens muziek alles lijkt stil te vallen. Gesprekken verstommen. Oren worden gespitst.

Want Brihang grossiert in zoveel meer dan hiphop. Hij verzamelt performance, stand-up, toneel, cursiefjes, sketches en slam poetry en klutst het tot een bitterzoete punch.

Is het zijn kwetsbaarheid die hem aan het peloton doet ontsnappen? Zijn teksten waarin zijn dagdagelijkse worsteling prachtig gedijt? De wijze waarop hij zo behendig over de minimalistische beats flowt, soms dwars tegen de groove in?

"Tegenslag is schoonheid / schoonheid is een bril waar dat je doorkijkt / dus alle echte dingen zijn ook fake / We zijn West Zuid en Oost kwijt / Maar de noordkust lost de hoofdpijn op / Wieder toeristen van de horizon”. Die rillingen van onderrug tot in uw nek, die zijn écht. (Fake Records) (SVS)

Brihang ©Brihang

Bazart - Echo

“Is er plaats voor mij?” weifelt Mathieu Terryn op zijn debuut met Bazart. Een zinvolle vraag. Als je tweewerf de Lotto Arena wil vullen, de belangrijkste tenten op Rock Werchter en Pukkelpop tot de nok vult, en je muziek op alle Vlaamse zenders wordt gedraaid, van Radio 1 tot Qmusic, kan je wel stellen dat er nauwelijks plaats voor iets anders lijkt. Het is net alsof de groep met singles als ‘Goud’, ‘Tunnels’ en ‘Echo’ de grootst gemene deler van de Vlaamse muzieksmaak heeft gevonden.

Dat leidt gelukkig niet tot een mierzoet gefleem met diezelfde massa. Op Echo hoor je een groep die nog steeds durft experimenteren, en zelfs genoeg moed aan de dag legt om een favoriet als ‘Zienderogen’ niet door te laten tijdens de overgang van EP naar LP. Verder klinkt de plaat verrassend genoeg meer beheerst en ingehouden dan hun liveshows, al was dat laatste wellicht onvermijdelijk. De nieuwe songs doen hun voordeel met atmosferische synths, bitterzoete overpeinzingen en slome r&b. De 24-karaatssensatie blijft vooralsnog weggelegd voor de liveshows van de groep. Maar vindt ù nog maar eens een meisje dat haar neus ophaalt voor een legering van 18 karaats. (PIAS) (GVA) 

Bazart ©Bazart

Soulwax - Belgica OST

Een meervoudige persoonlijkheid: het is een gerief voor elke muzikant. Maar zo hevig morsen met identiteit als Soulwax? Dat doet niémand de broers Dewaele na. Het levert hen op Belgica vijftien nieuwe bands op, maar ook - nù al! - de soundtrack van het jaar.

“Welkom in uw favoriete oord van verderf!” Met die woorden begroet de uitbater van café Belgica steevast zijn bezoekers. In de gelijknamige film van Felix van Groeningen wordt de hausse en neergang van een Gentse uitgaansboîte in beeld gebracht, waarbij twee broers – voortreffelijk gespeeld door Stef Aerts en Tom Vermeir - uit elkaar drijven.

Minstens zo opvallend als de film is de soundtrack, die met gemak het derde personage in Belgica genoemd mag worden. Elke noot die je in de film hoort, komt uit de koker van Soulwax. Al zie je die naam niet één keer in de credits opduiken. Hoe dat komt? Stephen en David Dewaele bedachten voor de gelegenheid vijftien nieuwe groepen, stelden die eigenhandig samen met het kruim van de Belgische muziekscene en schreven, produceten én mixten de integrale geluidsband. Een huzarenstukje! Daarbij leggen de Dewaeles bovendien een groot talent voor productie aan de dag. Zonder verpinken schuifelen beide boers tussen stijlen en (sub-)genres, zonder aan authenticiteit in te boeten.

De ranzige sfeer van het nachtleven wordt alleen al perfect getoonzet door de verdorven psychobilly van They Live, met dank aan de geile gitaarlijntjes die Steven “de Belgische Johnny Cash” Janssens uit zijn kloffie schudt. Elders garandeert Soulwax je ook een bloedneus in je mentale moshpit, met de withete hardcore punk van ‘Nothing’. Uitvoerend personeel is Burning Phlegm, waarbij Igor Cavalera zijn drums billenkoek geeft tot de vellen bont en blauw uitslaan en Jan Wygers van Creature WTAB en Condor Gruppe de hardcore rauwdouwers van Dead Stop onbehaaglijk dicht tegen zijn baard aandrukt.

Daar tegenover staat de zachte neo-soul van Charlotte in ‘The Best Thing’, die opnieuw een hoogtepunt verzekert in de film. Het nummer zindert maar barst nooit echt open, waarmee ze eens zo sterk doet denken aan Kavinsky’s broeierige openingstrack ‘Nightcall’ voor Drive (2011). Diezelfde Charlotte Adigéry maakt elders op de soundtrack ook nog haar opwachting als frontvrouw van Aquazul. Die band werd genoemd naar een Gentse sauna en massagesalon, waardoor de titel ‘Slippy Fingers’ én een hitsig pornofunk-gitaartje voor innuendo zorgt.

The Shitz leunen misschien nog het dichtst aan tegen het DNA van Soulwax: ‘How Long’ kun je zonder veel verbeelding de missing link noemen tussen de stonerrock van hun begindagen en de commerciële doorbraak met Much Against Everyone’s Advice. Een ander deel van de Soulwax-geschiedenis sluipt dan weer binnen bij The White Virgins: de lichtjes ontregelende feesthymne ‘Turn off the Lights’ draagt de smoezelige vingerafdrukken van hun krauttechno-outfit Nite Versions.

Verder maken de broers allerhande vreemde bokkensprongen langs 80s-pop, punkfunk, Turkse elektropop, Italo-disco met de zotte wichten van Kenji Minogue en de gammele blues van Roland. Bij minstens een paar songs wenste je écht dat het geen gelegenheidscollectief zou betreffen. Dat alléén is misschien nog de grootste verdienste van deze soundtrack.

Conclusie? De zonen van Zaki zijn freaks. Maar ook briljante zotten. Het nachtleven in de film wordt héérlijk voortgestuwd door deze hedonistische, chaotische en mateloos opwindende geluidsband. De verschaalde walm of de kater hoeft u er niet eens te nemen. Een oor vol verderf pak je er dan graag bij. 

Soulwax ©Soulwax

Black Flower - Artifacts

Op dit eigenste moment heeft iedereen de mond vol van Black Flower, een Antwerps collectief dat aanleunt bij Ethiopische jazziconen zoals Mulatu Astatke.

,,Ze brengen allesbehalve schoolse jazz”, aldus Overbergh. “Hun muziek bulkt van de Afrikaanse invloeden. Ze zijn uitstekend opgeleid, ze kennen hun jazzgeschiedenis, hun Louis Armstrong en hun Thelonious Monk maar ze maken naar mijn gevoel deel uit van wat ik de Pitchforkgeneratie noem: alternatieve muzikanten met veel openheid. Black Flower is een mooi voorbeeld van hoe je over de jazzgrenzen heen kunt kijken. Daardoor bereiken ze niet alleen de jazzniche maar ook jonge fans van alternatieve muziek.”

,,Als je over vijfhonderd jaar een musicoloog naar een plaat van Black Flower-laat luisteren, zal die vaststellen dat zo’n album niet voor de jaren 2000 kan zijn gemaakt”, zegt Daems. “De mix is typisch voor onze tijd. De meeste mensen herkennen de Ethiopische elementen, maar er zit ook oriëntaalse muziek in, evenals rock en dub. De generatie van mijn ouders had die toegang niet tot al die invloeden van over heel de wereld.” (Zephyrus) (SVS)

Black Flower ©Black Flower

Roméo Elvis & Le Motel - Morale 

Hij is amper 22 jaar oud, maar nu al torst de woorddichter Roméo Elvis aan beide zijden van de taalgrens een behoorlijke reputatie. Zelfs zijn ouders lijkt hij naar de kroon te steken in naam en faam. Nochtans zijn dat ook niet de minsten: maman is de radiopresentatrice en humoriste Laurence Bibot, papa kent u nog het best als de bekende Brusselse zanger Marka. Roméo Elvis Van Laeken werpt zich op als "un echte brusseleir", die de hoofdstad als canvas neemt in zijn rhymes. Héérlijk klinkt deze samenwerking met Le Motel: een veelbelovende producer die in zijn hoofd techno, house, footwork, jazz en tribal music vermengt. Ondanks zijn goedkoop klinkende artiestennaam, laat Fabien Leclercq zich als Le Motel voorstaan op een fascinerend geluidsbehang, en een experimenteel maar elegant elektronisch interieur. (Back in the Dayz) (GVA)

Roméo Elvis ©Roméo Elvis

Jan Swerts - Schaduwland

Jan Swerts maakte dit jaar een plaat die de volgende jaren gerust mag blijven doorschemeren in het collectief geheugen: op Schaduwland kijkt deze doorgewinterde nostalgicus terug op de ruïnes die zich na een familiale apocalyps vormden. Eén bepaalde zin uit die laatste plaat distilleren zou zijn werk oneer aandoen. Maar geef de integrale plaat een kans, en verwacht u er aan dat een minimalistische noodkreet als ‘Breng me thuis, Raf. Red Me. Red Me’ wel eens diep in de ziel zou kunnen kerven. (Universal) (GVA)

Jan Swerts ©Jan Swerts

Dans Dans - Sand

Op hun vierde plaat zet Dans Dans de hakken opnieuw stevig in het - welja - zand tegen alle regels op de dansvloer. Liever dan je op de heupen te werken met een four to the floor-beat, zoekt dit trio elke hoek en nis van het muzikale universum op. Afrikaanse blues, minimalistische jazz, psychedelische rock en soulvolle ambient kennen nauwelijks geheimen voor Bert Dockx (Flying Horseman), Frederic Jacques (Lyenn, Mark Lanegan-band) en Steven Cassiers (Dez Mona,…). Daardoor brand je nu eens je tenen aan een gloeiend strand aan Afrikaanse kustlijnen, dan weer waaien stoffige korrels op als in een spaghetti-western. Elders wordt ook een zandkasteel uit mulle basnoten en drassige gitaren opgetrokken, en ontregelen tegendraadse drums al eens uw vitale levensfuncties. Eén constante: moeiteloos neemt deze fanfare van hunker en levensdorst je op sleeptouw. Deze Dans Dans grossiert in sfeer, eenvoud, meesterschap en iets anders waar hooguit in een parallelle dimensie een treffende beschrijving voor bestaat. Moet er nog Sand zijn? Grààg. (Unday) (GVA)

Dans Dans ©Dans Dans

Het Zesde Metaal  - Calais

Over zijn eigen kleine wereldje kon hij niet langer blijven schrijven. Dus maakte Wannes Cappelle zijn eerste politieke plaat met Het Zesde Metaal. Ook muzikaal treedt de groep verder dan ooit buiten de eigen navel.

’t Is al naar de wuppe, klinkt het op Calais. Wie het West-Vlaams nooit voelde opborrelen in zijn taalbad: die zin laat zich vertalen als “het is allemaal naar de klote”. Met die verwijzing naar de Amerikaanse verkiezingsuitslag verleent de groep haar gelijknamige single meteen een grauwe schaduw. En doet ze de song daarmee een beetje onterecht aan. Wan hoewel Wannes Cappelle in tekst onomwonden stelt dat de aarde opwarmt, terwijl de wereld verkilt, weet hij ook: “Er wordt nog altijd minder gescheiden / dan dat er wordt getrouwd.” Of nog: “Er wordt nog altijd meer gelogen, dan dat er wordt geloofd.”

Anderzijds: achter schijnbare schoonheid schuilt op zijn beurt iets schimmigs. “Geef me slijk en stenen, en ik bouw een paradijs,” zingt Cappelle bijvoorbeeld lieflijk naïef in ‘Paradis’. Wie de geliefde in kwestie is, wordt niet uitgesproken, maar net daardoor bekruipt je langzaam het akelige gevoel dat het hier wel eens een Hogere Fabelmacht zou kunnen zijn, die de ijveraars van dood en verderf aanzet tot allerhande wereldbrandjes. “Ga je mee in mijn droom, of blijf je wakker,” wordt aan het eind van de song gesuggereerd. Voor alle zekerheid slaap je best met beide ogen open, voor je met diezelfde ogen in extremistische ellende tuint. “De monsters zijn echt,” bezweert Cappelle je bovendien in de daarop volgende song, onder de begeleiding van een twangy gitaar en strijkers.

Elders op de plaat vallen de arrangementen meermaals op. De poëtische teksten van Cappelle worden vandaag al eens ingekleurd met blikkerige synths van Tom Pintens (‘De Vrede’), nerveuze marsritmes (‘Liefde’) of een vlucht violen (‘Onderbemand’).

De plaat werd genoemd naar het hellegat waar vluchtelingen en mensensmokkelaars in éénzelfde jungle beland raakten, en opnieuw verdreven werden. Dat maakt van Calais geen vrolijke luistertrip. Maar was Nie Voe Kinders of Ploegsteert dat dan wél? Een kwade protestzanger is evenwel ook niet verloren gegaan aan Cappelle, maar dat hoeft gelukkig ook niet. Loodzware onderwerpen als het klimaat, vluchtelingenproblematiek, psychische sores en extremisme worden niet vanaf de kansel of de barricades bezongen, maar eerder door een romantische idealist die doorweekt en in stille wanhoop aan uw deur komt kloppen.

Er wordt nog steeds meer gelogen dan geloofd, maar vertrouw ons nu maar: sterke plaat. (Unday / N.E.W.S.) (GVA)

Amongster - Trust yourself to the water

Alweer een melancholische Belgische elektropopgroep? Ja, maar dan wel eentje met prachtige, broze liedjes. De band rond de Gentenaar Thomas Oosterlynck schuilt in hetzelfde spookbos waar ook Warhola en Faces On The TV hun Weltschmerz te lijf gaan. Oosterlynck koos evenwel voor een plekje waar het bladerdek het meeste zonlicht doorlaat, zo blijkt uit dit debuut. 

Met klankentapper Jasper Maekelberg in de rug jaagt hij de melancholie tot in de nok van de songs om ruimte te bieden aan gloedvolle hoop. ,,Teacher, I’ve become all you want / and now the burden falls upon me”, zingt hij, worstelend met zijn eigen schaduw. Maekelberg serveert tedere jarentachtigpop à la Talk Talk, dan weer vlijt zachtaardige electronica zich tegen Oosterlyncks treurende stem aan, à la Ben Christophers. 

Ondanks die productionele ingrepen blijft Trust Yourself To The Water opvallend behoudsgezind. Melodie en harmonie domineren, beats en texturen kleuren het schilderij behoedzaam in. Voorbeeldig. (V2) (SVS)

Amongster ©Amongster

Dijf Sanders - Moonlit Planetarium 

U heeft ons door: dit is niet de twaalfde, maar dértiende plaat in onze Belgium Douze Points. Niet helemaal eerlijk? Ach, het kalf is sowieso verdronken. In feite dateert Moonlit Planetarium immers ook al van 2015. Alleen kwam ze pas dit jaar officieel uit. Als extraatje willen we deze wonderlijke plaat dan ook niet onthouden voor fans van experimentele exotica, de buitenwereldse geluidslandschappen van Board of Canada en Flying Lotus of de gekte van Dijf Sanders.

‘Wakeboard’ is bij momenten onze persoonlijke favoriet, met een rol voor de onnavolgbare blaaskaak Jon Birdsong. Maar goed: elke dag verandert die keuze weer. Zelfs het artwork op de plaat is trouwens een pareltje: ‘De Slangenbezweerder’ van Franse kunstschilder Henri Rousseau is niet alleen meer in Musée d’Orsay te zien, maar nu ook in uw (digitale) platenkast. Met dank aan Dijf. (N.E.W.S.) (GVA)