Jazz voor dummies

100 jaar jazz: deze vier jazzcats tippen hun favoriete nummers

Brussel viert een eeuw jazz

Jazz wordt honderd en daarom zetten AB en Flagey de swingende eeuweling het hele jaar in de kijker. Want ondanks de leeftijd, blijft het een moeilijk genre om te leren kennen. Melanie De Biasio, Lander Gyselinck, Kurt Overbergh en Marc Van den Hoof vertellen over hun eerste stapjes, en geven dé perfecte introductie voor dummies.

Lander Gyselinck (29), drummer bij STUFF.

Lander Gyselinck. ©rv

“Mijn keuze voor jazz was niet evident, maar ik ben op dat vlak altijd wat raar geweest. Of omgekeerd, ik vond de anderen wat raar. Thuis was er een gezonde belangstelling voor cultuur en muziek is toch een van de grootste trademarks van de Belgische cultuur. Op heel vroege leeftijd speelde ik al drums en ik had snel goesting om veel met muziek bezig te zijn.

“Op mijn twaalfde ging ik samen met mijn broer en vader naar een concert van Aka Moon. Die Belgische groep was toen nog aan het debuteren, maar het was meteen duidelijk dat hij een nieuwe klank bracht. Dat was mijn eerste aanraking met jazz. Ik had het voordien allicht al eens gehoord, maar was er toen niet meteen op ingehaakt.

“Thuis is er altijd veel muziek geweest, maar het was mijn broer die de eerste jazzplaten in huis heeft gehaald. Die ben ik op mijn beurt gaan beluisteren. ‘Giant Steps’ van John Coltrane is zo’n plaat waar ik toen vaak naar luisterde. Of alle platen van het tweede Miles Davis Quintet, zoals ‘In a Silent Way’.

Share

'Ik ben in jazz gesleept dankzij overgeproducete, groteske fitnessjazz'

Lander Gyselinck

“Wat me echt in jazz heeft gesleept, was een fragment op de Nederlandse televisie waarin ze stukken van concerten van het North Sea Jazz Festival uitzonden. Een van de dingen die ik zag, was de Chick Corea Elektric Band. Dat wordt wel eens bestempeld als foute fusion, een genre waar mensen nooit naar zullen verwijzen als het gaat over hun beste jazzplaat. Het is niet de jazz van het rokerige café, eerder een overgeproducete, groteske fitnessjazz. Maar veel gasten van mijn generatie zijn via die cheesy muziek in de jazz gerold.

“Als zestienjarige, die toen vooral bezig was met hiphop, was dat voor mij een keerpunt. Ik had dat fragment opgenomen en elke vrijdagavond na schooltijd keek ik ernaar. Later heb ik die video zelfs omgezet naar MiniDisk, waardoor ik er nog meer naar heb geluisterd. Ik blijf dat nog altijd erg bijzonder vinden. 

“Misschien dat het ritmische van die fusion me als drummer aantrok. Maar vooral dat klankspectrum van die synthesizers en elektrische piano’s vond ik fijn. Ik had al een uitgesproken voorkeur voor de seventies en eighties klanken voor klavieren. Die nieuwe jazz sprak me toen ook meer aan dan alles van voor 1958.

“Toch was keuze voor jazz aan het Conservatorium niet evident. Ik speelde al drums sinds mijn vierde, maar had geen ervaring met jazzdrums. Op die traditie heb ik me een jaar toegelegd, alles wat ik moest kunnen om te slagen voor een toelatingsproef. Ik heb toen veel naar Seven Steps: The Complete Columbia Recordings of Miles Davis 1963–1964 geluisterd. Eigenlijk was dat een verzameling van verschillende takes van dezelfde nummers. Dan lette ik vooral op het drumwerk van Tony Williams die toen net zestien was geworden en waarmee ik me logischerwijs vereenzelvigde.”

Melanie De Biasio (38), jazzzangeres

Melanie De Biasio. ©RV Frank Loriou

“Als tiener kende ik niets van jazz. Ik was meer bezig met rock-n-roll en blues. Mijn vader was een vurige fan van dat genre en luisterde altijd en overal naar muziek. In de auto, in de keuken. En dan hield hij ervan om met zijn handen mee te drummen, tikkend op het ritme. Een album waar ik nog altijd mooie herinneringen aan heb, is ‘It Serves You Right to Suffer’ van John Lee Hooker. Met een simpele maar prachtige, warme line-up.

“Toen ik op mijn zeventiende begon na te denken over wat ik later wou doen, was muziek vrij evident. Maar ik stond voor de keuze: aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel kon je jazz of klassiek studeren. Omdat jazz voortkomt uit de blues, koos ik voor mijn bluesroots.

Share

‘Improvisatie kan ook heel saai worden’

Melanie De Biasio

“Voor mij betekent jazz blues. Maar ook improviseren, in de zin van constructie. Je probeert een verhaal te vertellen. Want improvisatie kan ook heel saai worden als het louter om de noten gaat. Als ik geen verhaal in mijn muziek kan leggen, gaat het niet over mij. Ik heb een timing, een beat én een verhaal nodig.

“De eerste man die me dat heeft doen inzien, was Miles Davis. Hij was de eerste jazzartiest die ik ontdekte, met Kind of Blue. Mijn ouders durfden die plaat al eens ’s avonds opzetten en dat zorgde voor een bijzondere sfeer. Het is een moody album, gemakkelijk om erin te komen. Natuurlijk wordt er ook op geïmproviseerd, maar het vertelt ook een verhaal met een eigen geluid. En niet eens met zo heel veel noten.

“De traditionele jazz bestond vaak uit een thema, enkele solo’s, opnieuw dat thema en dan ‘dank je wel’, gedaan. Daar vond ik mijn weg niet in, het is zo voorspelbaar. Maar ik heb als student ook veel jonge mensen op het podium gezien die probeerden om op hun eigen manier, mét elkaar een verhaal samen te stellen. Je zou dat freejazz kunnen noemen, al is dat een gevaarlijke term. Het betekent alles en niks, er is ook veel bullshit. Maar de nieuwe scene blijft me ook vandaag mateloos boeien.”

Kurt Overbergh (46), artistiek directeur bij Ancienne Belgique

Kurt Overbergh. ©rv Tina Herbots

“Zoals bij zovelen is ook mijn introductie in de jazz er via een omweg gekomen. In 1990 schreef ik mijn thesis over hiphop. Ik was altijd al veel met muziek bezig geweest en wou altijd weten waar alles vandaan kwam. En in hiphop wordt heel vaak gebruikgemaakt van funk- en soulsamples, van artiesten die ik al kende zoals bijvoorbeeld James Brown. Maar ik was ook grote fan van A Tribe Called Quest en die gooiden het over een andere boeg, met veel jazz.

“In de liner notes ging ik op zoek naar de oorsprong van die samples en zo ontdekte ik namen waar ik nooit eerder van gehoord. Het ging om muzikanten zoals Charles Mingus of Roy Ayers, maar ook Miles Davis. Vaak rapten ze ook over Trane, wat dus verwees naar John Coltrane. Zo ben ik beginnen te graven naar die originele platen.

Share

‘Ik heb jazz ontdekt dankzij A Tribe Called Quest’

Kurt Overbergh

“De eerste jazzplaat die ik kocht, was een heel toegankelijke plaat van een man waarvan ik al veel had gehoord: Billie Holiday. Tenminste, tot dan dacht ik dat Billie Holiday een man was. (lacht) Ik draai ‘Lady Sings the Blues’ nog altijd, ook al klinkt die bij momenten wat overproduced en te dwingend qua klankkleur.

“In die tijd was acid jazz erg populair, een afschuwelijke naam voor dansbare jazz. Het is de combinatie van factoren die de deuren van die wonderlijke wereld voor mij heeft opengezet. Ik heb me toen The Penguin Guide to Jazz gekocht. Het was de pre-internetperiode en door mij was dat dikke boek de bijbel. Het gebruikte een classificatiesysteem waarbij de allerbeste platen vier sterren en een kroon kregen. In een schriftje schreef ik de titel van elke plaat met die hoogste quotering over. Als ik dan een meesterwerk van vroeger wou kopen, checkte ik eerst in dat boekje. En dat doe ik nog steeds.

“Een van mijn beste kameraden had per toeval ook die Penguin Guide gekocht en zo trokken we elkaar vooruit in onze zoektocht. Niet dat we die zo serieus namen. We hadden er vooral plezier in om de goeie, warme jazz te ontdekken. Ver weg van de intellectualistische zweem die er vaak rond dat genre hangt.

“Je eigen weg vinden in de jazz, dat is de grote moeilijkheid. Welke soort ligt je het best? Miles Davis heeft wel vijftig reguliere platen uitgebracht en verschillende genres gespeeld, van bebop tot cooljazz. Dat is vandaag wel anders als je fan bent van Queens of the Stone Age of Kanye West. Die hebben één geluid, waar maar een beetje evolutie in zit. Ze maken wel eens een radicalere plaat, maar veranderen nooit radicaal van genre.

“In die honderdjarige periode is de klank van jazz erg veranderd. Ook aan elk label hangt een andere klankkleur vast. Ik hou nogal van het geluid uit de jaren 40 tot een stukje in de jaren 60. Het was de gouden periode, waarin volgens mij de beste platen zijn gemaakt en waaruit de grootste muzikanten zijn voortgekomen. Hoewel ik professioneel met de muzikale toekomst bezig ben, kan ik genieten van die time warp.

“Maar ik hou ook van nieuwe dingen. Toen mijn thesis af was, ben ik een half jaar naar de VS getrokken om iets voor Studio Brussel te maken over de hiphopscene. Toen heb ik het geluk gehad om de saxofonist John Zorn aan het werk te zien in de befaamde Knitting Factory. Tot dan was ik alleen geconfronteerd met de klassieke werken. Die muziek was zo radicaal. Voor het eerst hoorde ik de rock-n-roll in de hedendaagse jazz.”

Marc Van den Hoof (70), jazzkenner en oud Klara-presentator

Marc Van den Hoof. ©© VRT - Lies Willaert

“Onlangs vond ik een schoolrapport terug uit 1960. Ik was toen veertien, zat op een kostschool en de leraar schreef dat ik me te veel bezighield met die ‘dwaze, lege muziek’. Dat was dus jazz, een genre dat in die tijd nog erg controversieel was. Je moest toen oppassen, het was verdacht als je daarmee bezig was. Wie van jazz hield, zette zich wat af tegen de volwassenenwereld of leeftijdsgenoten die met andere dingen bezig waren. En ik heb het vrij vroeg leren kennen.

“Toen ik heel klein was, repeteerde op zondagen bij de overburen een dansorkestje waarin een van hun zonen meespeelde. Dat soort muziek werd door de mensen jazz genoemd en leunde ook min of meer aan bij de jazz. Daar is mijn eerste fascinatie ontstaan voor die muziek en voor de instrumenten waarmee ze werd gemaakt. En het is ook bij die overburen dat ik later – we waren al geen buren meer - in de echte jazz ben geïntroduceerd. Zij wisten wat jazz was. Bij hen hing er bijvoorbeeld een fotootje van Lester Young en ik hoorde er praten over Duke Ellington, Lionel Hampton, Count Basie …

Share

'De leraar schreef in mijn rapport dat ik me te veel bezighield met die ‘dwaze, lege muziek’'

Marc Van den Hoof

“Op mijn twaalfde kregen mijn oudere broer en ik een 45 toerenplaatje van Louis Armstrong en zijn All Stars. Armstrong was toen nog dé belichaming van de jazz. Op de ene kant stond ‘On the Sunny Side of the Street’, op de andere ‘New Orleans Function’. Dat laatste was een soort evocatie van een uitvaart in New Orleans. Een verhaal dat door Armstrongs ongelooflijke stem werd verteld. Met een treurmars waarop de aflijvige ter aarde werd besteld en dan een vrolijk deuntje omdat hij in het hiernamaals was verlost van slavernij en problemen. Dat was iets totaal anders dan de eerder banale amusementsmuziek die je in die tijd hoorde. Het had een andere dimensie.

“Geld om veel platen te kopen, had ik niet. Maar ik kocht wel het Nederlandse boek 6 over Jazz waarin zes specialisten iets over hun favoriete stijlperiode hadden geschreven. Er zat ook een plaatje bij met 20 fragmenten van telkens 20 seconden, met onder meer een klein stukje Dave Brubeck, Miles Davis en The Jazz Messengers. Daar heb ik – bij gebrek aan meer – veel naar geluisterd. Ik ben toen ook Franse tijdschriften over jazz beginnen te lezen. Er was veel muziek waar ik heel veel over gelezen had voor ik ze veel later voor het eerst hoorde.

“Bij de overburen hadden ze me ook het Carnegie Hall Jazz Concert van Benny Goodman aangeraden, een boekje met drie 45 toerenplaatjes, drie ep’tjes. Het betrof een opname uit 1938 van een concert waarop echt ongeveer iedereen meespeelde. Het was het eerste grote jazzconcert waarbij Goodman blanke en zwarte muzikanten had samengebracht in een soort overzicht van de jazz op dat moment. Dat was mijn echte entree. Uiteindelijk zat ik in een groepje vrienden waar iedereen wel eens een nieuwe plaat kocht, die we dan samen beluisterden.

“Ik herinner me ook een televisie-uitzending van een concert van Duke Ellington in het Concertgebouw in Amsterdam. Het hoogtepunt was een versie van ‘Diminuendo and Crescendo in Blue’ met saxofonist Paul Gonsalves als solist. Zo indrukwekkend dat ik wist: dat wil ik ook kunnen. Ik heb dat ook min of meer gedaan. (lacht) Sinds mijn pensionering speel ik weer vaker. Maar een echt groot talent ben ik niet, vrees ik.

“Hoe ouder ik word, hoe meer ik weer naar die Louis Armstrong van toen luister. Hij heeft heel wat opgenomen en beschouwde zichzelf niet als een groot kunstenaar maar eerder als een entertainer. Toch heeft hij prachtige dingen gemaakt.”

Alle info over Jazz 100 op abconcerts.be en flagey.be.

Lees ook het stuk over 100 jaar jazz: Waarom we dit jaar 100 jaar jazz vieren

nieuws

zine