Euthanasie

'The New Yorker' plaatst vraagtekens bij Belgisch euthanasiebeleid

"Te weinig inspraak, te snelle beslissingen"

3 Kerstin Huygelen: "Ze beloofde haar brein te schenken aan de wetenschap, en opeens kon de euthanasie niet snel genoeg gaan." ©Wouter Van Vooren

In een omvangrijk artikel bestudeert het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker euthanasie bij niet-terminaal zieke mensen. Drie Belgische familieleden staan centraal. Ze klagen over te weinig inspraak en te snelle beslissingen.

Margot Vandevenne ©Wouter Van Vooren
"De zaken die worden aangehaald zijn uitzonderingen. In 99,9 procent van de gevallen wordt euthanasie in familiaal verband behandeld. Een enkele keer is dat niet mogelijk." Dat zegt oncoloog Wim Distelmans in een artikel dat de problematiek die in The New Yorker wordt aangehaald dieper uitwerkt. Over de dochter van Lily Boeykens zegt neuroloog Peter De Deyn: "Die vrouw zou je kunnen vergelijken met Dimitri Bontinck, die wordt ook door alle media opgevoerd maar is weinig geloofwaardig."

'Vanaf wanneer moeten mensen met een niet-terminale ziekte hulp krijgen om te sterven?' Dat is de titel van een van de meest gelezen artikels op de website van The New Yorker. Journaliste Rachel Aviv trok naar ons land om te spreken met artsen, ethici en nabestaanden. Het is vooral die laatste groep die aan het woord komt. Tom Mortier, Margot Vandevenne en Kerstin Huygelen verloren alle drie hun moeder na euthanasie. Alle drie ook stellen ze de beslissing van de artsen ter discussie. Mortier en Vandevenne klagen aan dat ze pas na het overlijden op de hoogte werden gebracht, Huygelen stelt dan weer dat er geen ruimte was voor overleg en dat er te snel tot euthanasie is overgegaan.

Vandevenne is blij dat het stuk is verschenen. Haar moeder stierf bijna twee jaar geleden, nadat ze euthanasie aanvroeg voor haar depressie. "Niemand in de familie wist ervan. Ze was nog maar een jaar depressief, en daarvoor werd ze nooit behandeld." Vandevenne is niet tegen euthanasie, ook niet in het geval van ondraaglijk psychisch lijden. "Maar dan moet alles geprobeerd zijn. Bij mijn weten is mijn moeder nooit naar een psycholoog of psychiater geweest."

Share

'Niemand in de familie wist ervan. Ze was nog maar een jaar depressief, en daarvoor werd ze nooit behandeld'

Margot Vandevenne, haar moeder was depressief

Niet te vanzelfsprekend

Wim Distelmans ©RV
Share

'De journalist heeft er een aantal zaken uitgepikt en uitvergroot. Het is geen correcte representatie'

Wim Distelmans (VUB), euthanasievoortrekker

Bij de moeder van Huygelen, feministe Lily Boeykens, werd alzheimer vastgesteld. "Ze beloofde haar brein te schenken aan de wetenschap, en opeens kon de euthanasie niet snel genoeg gaan."

De betrokken artsen ontkennen met klem dat er zich tijdens de euthanasieprocessen onregelmatigheden voordeden. LEIF-arts en euthanasievoortrekker Wim Distelmans (VUB) vindt dat het verhaal in het tijdschrift tendentieus is. "De journalist heeft er een aantal zaken uitgepikt en uitvergroot", klinkt het. "Het is geen correcte representatie."

Familieleden van de patiënt worden op de hoogte gebracht als die laatste hiervoor zijn fiat geeft, legt de professor uit. Volgens hem brengt toestemming vragen aan alle familieleden ons te ver van huis. "Kiezen voor euthanasie is een elementair mensen- en patiëntenrecht."

Ook professor psychiatrie Dirk De Wachter (KU Leuven) is door The New Yorker gehoord over levensbeëindiging bij niet-terminaal zieken. "Het mag vooral niet te vanzelfsprekend worden." De Wachter gelooft dat bijkomende criteria bij ondraaglijk psychisch lijden misschien nuttig kunnen zijn. "Het is een veel complexer gegeven dan terminaal lichamelijk lijden."