Steak Number Eight wint 30ste Humo's Rock Rally - Terug naar (Rock-'n-Roll High) School

Jengelende gitaren, wankele stemmen en de doordringende geur van Clearasil: dat bleken de voornaamste ingrediënten voor de finale van Humo's Rock Rally. Steak Number Eight kwam als laureaat uit de strijd, met een set die de postrock van And You Will Know Us By The Trail of Dead in gedachten bracht. De gedoodverfde winnaar The Hong Kong Dong viel verbazend genoeg helemaal uit de boot.

In Engeland bestookt piepjong rocktalent al veel langer de hitlijsten, en die trend lijkt zich nu ook naar Vlaanderen door te zetten. Maar liefst vier van de tien finalisten in Humo's Rock Rally zitten op dit ogenblik nog steeds op de schoolbanken, wat de gemiddelde leeftijd van de deelnemers op 20 jaar bracht.

Opmerkelijk genoeg lag het niveau in de finale dan weer beduidend hoger dan tijdens de laatste editie, al begon het concours middelmatig met Berriegordies (**). De Limburgse band liet zich voorstaan op aspirineblanke soul, maar leek hun eigen songs ondermaats te coveren. Zo herkende je een knappe popsong met Motownallures onder het oppervlak van 'Home With Me', maar de soulvolle achtergrondzangeresjes struikelden te onbeholpen over de ruwe keelzang van Marco Zanetton om echt te behagen. "Het Vlaamse antwoord op The Style Council", klonk de groepsomchrijving bij Humo; wij hielden het eerder op Soulsister aan een tergend traag toerental.

Wat een verschil met Roadburg (****), die je niet enkel inpakten met hun onbezonnen enthousiasme, maar ook met een doldrieste wals en ingenieuze jazzy structuren. Die bizarre songopbouw verried gelijk dat de frontman voor burgelijk ingenieur studeert. 'Turn The Radio Off' klonk als een uitstekende popsingle, waarbij de onzekere vocals knap weggemoffeld werden door springerige gitaarriedeltjes en hyperkinetische drumroffels. In het breed uitwaaierende 'Dead Man's Call' maakte een saxofoon dan weer zijn opwachting. Hoewel hun set soms nog overkwam als een work in progress, lijkt een meesterwerkje dan toch op zijn minst in de maak.

De postrock van Steak Number Eight (***) spatte daarna als groene pus uit een zweer, en bracht soelaas voor de in zwart gehulde metalkids vooraan in de zaal. De groepsleden waren nog maar net hun korte broek ontgroeid, maar als je je ogen tot fijne spleetjes kneep, leken de veertienjarige snotapen heuse rockers. Hun muziek zorgde voor een sonische schokgolf in slow motion, waarbij de Apocalyps heel even nakende leek. Helaas eindigde hun set in mineur door technische problemen -een basgitaar gaf knetterend de geest. Zonde.

Way (**) beet zich daarna vast in Britse ladrock, maar deed dat zo opzichtig dat het lachwekkend werd: zo kreeg je een "cheers" naar je hoofd gekeild tussen twee nummers, terwijl een "merci" eigenlijk volstaat als je uit Deurne komt. Daarnaast namen de groepsleden gretig alle poses van de broertjes Gallagher over: de zanger raakte nog weg met Liams arrogante flair (snuivend trok-ie zijn hemdskraagje omhoog aan het eind van de set), maar hun songs was je sneller vergeten dan de naam van je hotel na een nacht zuipen in de Britse straten. Wat rest dan nog? Een fletse Oasis-kloon: No Way, Sis.

The Tabasco Collective (**) was evenmin memorabel. Hun set grossierde in de nineties-rock van Dildo Warheads en John Spencer Blues Explosion, maar een beschimmelde geur kroop te snel in je neus. Zelfs in de knappe coda 'Once Around The Block' sprong de groep nooit echt inventief om met hun instrumenten. Voor verdienstelijke muzikanten zonder songs van betekenis is er écht geen hoop.

Nee, dan liever Jasper Erkens (****). Deze piepjonge krullenbol zou wel eens dé ontdekking van deze Rock Rally kunnen zijn. Muzikaal zou hij Damien Rice naar de kroon willen steken, maar vaker kwam hij uit bij een knappe Kooks-song. Ook niet mis natuurlijk. Zijn geestige bindteksten ("mijn eerdere overwinning heb ik gevierd met Kiddibul"), maar ook zijn snuggere cover van 'Crazy' van Gnarls Barkley had hem zo de zege mogen opgeleverd hebben. Erkens is immers pas 15 jaar oud, maar nu al in het bezit van de ballen om alléén te staan op een podium en daar ook nog eens te overtuigen.

Het pletwalsgeluid van The Porn Bloopers (***) zorgde daarna voor een uiterst agressieve wake-up call, al deed de groep niet de minste moeite om verder te kijken dan de verbitterde agressie van Shellac, en de betonsound van elfendertig bands. Niet origineel, wél behoorlijk goed.

Veel minder heavy, maar des te verslavender was Team William (***). De groep leek in 'Londen Lo-fi' They Might Be Giants te molesteren, terwijl ze Clap Your Hands, Say Yeah en The Libertines in het achterhoofd hielden. De manische toetsenist deed intussen alle moeite van de wereld om ontoerekeningsvatbaar verklaard te worden, en slaagde daar behoorlijk in. Vreemd genoeg stond hun hyperactieve gedrag niet eens zo erg in de weg van de songs: 'Hotel' bleef na afloop nog lang nazinderen onder onze hersenpan.
Amusant, maar zonder méér was Galacticos (**). De groep bestond uit de twee kernleden van Roadburg, maar moest het met mindere songs stellen. We zagen veel halsbrekende toeren van de zanger/gitarist, maar hoorden slechts één song: 'Xerox Machine', met de wereldzin we are the Xerox generation, do you copy that?

Die enthousiaste broekjes moesten het evenwel afleggen tegen The Hong Kong Dong (***), de meest besproken band in het concours. Die groep wordt namelijk bezet door de kroost van Humo-cartoonist Kamagurka, met het genie Geoffrey Burton op gitaar, en een drummer in de rangen, die twee jaar terug Humo's Rock Rally won, bij The Hickey Underworld. Bovendien trad de groep al aan in De laatste show, wat blijkbaar van te veel succes getuigde voor het underdog-minnende publiek. Voor het eerst weerklonk immers boegeroep in de zaal, toen de Dong aangekondigd werd. Toch maakte het kwartet geen halfslachtige indruk. Boris Zeebroek zong af en toe zo toononvast als een dronken Aziaat in de karaokebar, maar de stotterende drums en het Evil Superstariaanse gitaarwerk zorgden voor een cadans die zelfs te opgewonden ware geweest voor de funkateer in Zappa. En hoewel die laatste nog creatiever omsprong met geluidswaanzin, ligt er voor hun epigonen ongetwijfeld ook een brede wereld open. (Gunther Van Assche)