Boeken
OPINIE

Fifty Shades of Grey: feministisch manifesto?

Lisa De Bode is studente internationale relaties aan The Fletcher School at Tufts University in Cambridge, Massachusetts, en auteur van De stille revolutie. Mijn zoektocht naar de nieuwe vrouw in de Arabische wereld.

©null
Auteur E.L. James ©PHOTO NEWS

Vijftig tinten grijs is geen echte literatuur, maar vrouwenliteratuur. Een genre gedoemd om geen literaire prijzen te winnen, niet serieus te worden genomen, en beschoren tot een stiekeme lezing op het scherm van een Kindle in de metro, zonder onthullende cover die rode kaken uitlokt. Want iets succesvols kan niet goed zijn.

Tot zover de kritiek op E.L. James' stomende debuut, waarna een literair hanengevecht losbarstte. Het volk zou graag pulp lezen en geen kwaliteit meer weten te appreciëren. De auteur vond haar lezerspubliek online, zonder reguliere uitgever: de heiligschennis was compleet.  

Een slap verhaaltje had dergelijke commotie niet kunnen losweken, hoewel het plot weinig om het lijf heeft. Misschien is hier dan ook meer aan de hand. Zou het literaire canon mannelijker zijn dan we zouden mogen veronderstellen in onze samenleving? En uitdagers van de norm moeten worden aangevallen, gemarginaliseerd, bespot.

Een Amerikaanse mediawereld waar vrouwen doorgaans slechts drie procent van alle invloedrijke uitgeversposities bekleden, kan moeilijk representatieve beslissingen maken. Wat vrouwen écht willen, blijft voorlopig een mysterie. Redacteurs kunnen zich wel voor het hoofd slaan dat ze James' manuscript initieel afwezen. Het onbegrip is wijd verspreid.

'Ik kan me niet inbeelden dat de miljoenen lezeressen van Vijftig tinten grijs aan de leiband zouden willen lopen van een ondernemerstype," zei Pieter Aspe in De Standaard. Dat willen miljoenen vrouwen dan ook niet. Als een prinses worden behandeld daarentegen, daar dromen velen stiekem wél eens van.

Want Anastasia Steele is een prinses, Christian Grey's prinses welteverstaan, die wordt vergast op dure kleren, helikopterritjes, citaten uit haar favoriete boek, complimentjes over haar uiterlijk, en bovenal, lekkere seks. En wanneer ze dit laatste niet kan krijgen op haar voorwaarden - een liefdevolle relatie -- beëindigt ze de zaak. Een appartement en beloftevolle job wachtten haar op. Daar zouden meer feministes een puntje aan kunnen zuigen, vooraleer het meisje af te schrijven als een volgzame slavin.

Het boek bulkt weliswaar van de clichés: de calimero treedt uit de schaduw van haar beste vriendin, slaat een knappe man aan de haak, en ontpopt zich tot mooie zwaan. Het Amerikaanse tienertaaltje is ronduit storend ('Holy shit! ... 'Jeez, this is hot.') en de gesprekken van Carla Adams met haar dochter ('Men aren't really complicated, Ana, honey. They are very simple, literal creatures.') lijken op een slechte pastiche van Men Are from Mars, Women Are from Venus.
Maar James' zonde lijkt onvergeeflijker voor criticasters dan Brusselmans' wellustige oeuvre, wat ik als vijftienjarige bakvis verslond, en niet wegens haar literaire kwaliteiten. Of platter dan Houellebecq's illustere sekscènes in dat andere internationale kassucces, waar elementair genot voor de vrouwelijke protagonisten een secundaire aangelegenheid was. Waarom?

Virginia Woolf, feministisch icoon van de vorige eeuw, beschreef de taak van de schrijfster als een onthuller van wat echt is. Misschien is dat wel de sleutel tot het succes van deze trilogie, die ons beeld van een zogenaamd kuise realiteit in vraag stelt, en een herziening van het rollenpatroon plastisch aan de man - of vrouw, liever - brengt.

De vrouw als openlijk seksueel wezen, en niet als loutere receptor.
Een vrouw die de lusten van haar innerlijke godin volgt, niet haar verstand - zoals schrijfster Annelies A.A. Vanbelle eerder in deze krant poneerde. En daarmee maatschappelijke conventies, blootgelegd in Betty Friedman's The Feminine Mystique in de jaren zestig, maar nog steeds niet ontmanteld, aan haar kinky laars lapt.