Opinie

Waarom betogers op bankiers lijken

2 Vakbondstoppers voeren de betoging in Brussel aan. 'Zoals in 2008 bleek dat bankiers niet hadden kunnen weerstaan aan de 'hebzucht', zo blijkt nu dat ook de vakbonden te ver gingen', stelt Rogier De Langhe. ©Belga

Rogier De Langhe (1982) is economiefilosoof aan de UGent.

©kos

Misschien stellen we vandaag wel iets vast over onze welvaartsstaat wat we enkele jaren geleden al konden vaststellen over onze financiële markten: dat het op hol geslagen systemen zijn die niemand nog overziet of controleert. Steeds vaker wordt zelfs het einde van het kapitalisme voorspeld, nu zijn twee centrale instituties in crisis verkeren: markt en staat. Er zijn alvast enkele opvallende parallellen te trekken tussen de financiële crisis en de afbrokkeling van de welvaartsstaat.

Zoals bij de banken zit het overgrote deel van onze staatsschuld buiten de balans, in dit geval in de vorm van allerlei beloofde verworven rechten waarvoor geen provisies zijn aangelegd en onderinvestering in cruciale infrastructuur. Buiten de balans kunnen schulden ongehinderd aangroeien tot gigantische proporties, omdat niemand ze telt en de rente erop pas later moet worden betaald. Pas wanneer de tunnels instorten, worden alle kosten ineens zichtbaar. Zoals in 2008 bleek dat bankiers niet hadden kunnen weerstaan aan de 'hebzucht', zo blijkt vandaag dat ook de vakbonden te ver gingen. Ze verwierven meer rechten dan duurzaam over de generaties heen konden worden voorzien.

Share

Zoals in 2008 bleek dat bankiers niet hadden kunnen weerstaan aan de 'hebzucht', zo blijkt vandaag dat ook de vakbonden te ver gingen

Dat het geld nu op is, is een understatement. Ook onze toekomst is verkocht. De economische groei van de komende dertig jaar is al grotendeels uitgegeven in de vorm van beloftes op toekomstige verworven rechten. Om die beloftes waar te maken, zit er bij ongewijzigd beleid ook voor al wie droomt van een andere wereld weinig anders op dan het aanhouden van onze industriële groei. Hoeveel kerncentrales, files en burn-outs zijn de vervroegde pensioenen van enkelen ons eigenlijk waard? Het wordt het centrale politieke dilemma van de komende dertig jaar. Want hoe meer beslag wordt gelegd op de toekomst, hoe minder maakbaar die wordt.

Hoge pensioenleeftijd

De bedragen waar het om gaat, zijn zo gigantisch dat een vermogensbelasting weinig verschil maakt. Zeker in een land als het onze illustreert het discours over de 1 procent vooral dat het makkelijker is de schuld bij een externe vijand te zoeken, dan bij onszelf.

Waar zal het geld dan wel vandaan komen? Dat is eenvoudig te voorspellen. De politieke logica van de neergang is universeel: het zal altijd makkelijker zijn om geen nieuwe rechten meer toe te kennen dan ze af te nemen van wie ze al kreeg.

Een voorbeeld is het optrekken van de pensioenleeftijd om de kost van de vergrijzende babyboomers te dragen. Dit geldt pas voor wie na 2030 met pensioen gaat, het jaar nadat de laatste babyboomer met pensioen is. Jongeren zullen daardoor systematisch disproportioneel opdraaien voor de rekening van sociale verworvenheden waarvan ze zelf nauwelijks hebben genoten. Het grootste gevaar voor onze welvaartsstaat is daarom niet eens zijn betaalbaarheid, maar zijn legitimiteit. Ook de banken vielen niet door een tekort aan geld, maar door een tekort aan vertrouwen.

Share

Dat het geld nu op is, is een understatement. De economische groei van de komende 30 jaar is al grotendeels uitgegeven in de vorm van beloftes op toekomstig verworven rechten

Een herverdelingssysteem is maar legitiem voor zover het een transfer is van sterke naar zwakke schouders. Gaandeweg zijn we die gelijkheid steeds meer gaan organiseren ten koste van ongelijkheid tegenover buitenstaanders: van niet-gesyndiceerden naar gesyndiceerden, van de toekomstige zwakkeren naar de rechthebbenden van vandaag. Niet enkel de vermogens, ook de sociale rechten waren nooit ongelijker verdeeld dan vandaag.

De sociale partners hebben in ons land een grote autonomie gekend in de uitbouw van de naoorlogse welvaartsstaat. Nu die uiteenrafelt, is het normaal dat ze ter verantwoording worden geroepen. Paradoxaal genoeg blijkt het monopolie van de vakbonden net de grootste hindernis voor de bouw van een rechtvaardiger systeem. Nu ze hun verantwoordelijkheid niet nemen, verschuift het debat naar aanleiding van hun acties steeds meer naar de rol van die vakbond zelf. Terecht. De krampachtige acties waarmee ze zich vastklampen aan hun macht, verhinderen net datgene waar ze zouden moeten voor staan: de eerlijke herverdeling en de maakbaarheid van de maatschappij. Net als de bankiers proberen de bonden hun historische verantwoordelijkheid te ontlopen.

Er zijn natuurlijk ook verschillen. Zelfs de banksters waagden het niet het land plat te leggen uit protest tegen het instorten van het kaartenhuisje dat ze zelf hadden gebouwd.

nieuws

zine