5 vragen

Helpt de deeleconomie ons echt uit de ratrace?

De deeleconomie voor dummies

Het is de deeleconomie die ervoor kan zorgen dat we ons niet meer te pletter werken, meneer. Althans, dat argumenteerde economiefilosoof Rogier De Langhe in een erg goed gelezen opiniestuk op onze site. De wabliefteconomie? We zochten voor u uit wat De Langhe zo doet snakken naar dat nieuwe fenomeen.

Het was een opinie die journalisten wel eens als 'viraal' durven bestempelen, die van economiefilosoof Rogier De Langhe. Onder de titel 'Waarom we onszelf te pletter werken' fileert hij onze huidige jobs. Die zijn zo gestandaardiseerd dat ze ons ongelukkig maken, schrijft hij. Bovendien is het dezer dagen niet alleen moeilijk om in 'het systeem' te geraken, mensen moeten zich ook dubbelplooien - en meelopen met de eeuwige ratrace - om erin te blijven.

De oplossing die hij aanreikt is die van 'de deeleconomie'. "In de deeleconomie gaat het niet zozeer om wat je bezit, maar om wat je kan gebruiken; wat je hebt is dus minder belangrijk dan wie je kent", legt hij uit. "En waarom bang zijn om je job te verliezen, als je zo weer een nieuwe hebt? Je moet er vaak langer werken, maar dan wel op een manier die je niet reduceert tot een instrument van economische en sociale groei."

Jamaar wacht eens, wat houdt die deeleconomie precies in? Kloppen de troeven die De Langhe naar voren schuift? En zijn er ook nadelen? Een poging tot verduidelijking.

1. Wat is dat nu eigenlijk, een 'deeleconomie'?

De term deeleconomie - ook wel eens 'peer-to-peereconomie' genoemd - overkoepelt een aantal trends die wijzen op een nieuwe manier van produceren, diensten aanbieden, werken, handel drijven en geld verdienen. De voorbeelden van pakweg Uber - taxichauffeur spelen voor elkaar - of Airbnb - je eigen hotelkamer creëren - zijn klassiek.

Eigenlijk is dat principe van ruilen en onderling diensten aanbieden zo oud als de straat, zeker in arbeidersmiddens en bij mensen met een migratieachtergrond. Maar het alomtegenwoordige internet maakt de opmars van allerlei online deelplatformen nu veel makkelijker dan ooit. "De middenklasse heeft die sociale praktijk herontdekt", zo zei de Amerikaanse sociologe Juliet Schor vorig jaar op een lezing in Antwerpen. Met andere woorden: iedereen die nu iets aan te bieden heeft, kan dat haast probleemloos doen, via het web of een simpele smartphone-app. Je houdt er vaak zelfs wat centen aan over. Nieuw daarbij is bovendien dat je nu kunt 'sharen' met eender wie, niet enkel met de mensen binnen jouw sociale cirkel.

Het is overigens niet alleen makkelijker geworden, de geesten zijn meer dan ooit rijp voor zulke initiatieven, nu discussies over werkbaar werk, files, het klimaat, consumptie en verspilling volop woeden. Bestaande waarheden en systemen worden uitgedaagd en in vraag gesteld met de kleinschaligere, bevattelijkere principes van de deeleconomie als potentieel alternatief.

2. Welke troeven zou de deeleconomie kunnen bieden?

"De lonen zijn er lager, maar je werkt wel binnen structuren die jou als doel hebben, in plaats dat jij je te pletter moet lopen voor de structuren. Je doet er werk waarin je al je talenten kwijtkunt (thuiskok, hoteluitbater, taxichauffeur), in plaats van één aspect ervan eindeloos te moeten exploiteren." Rogier De Langhe gebruikt in zijn opiniestuk een beetje dezelfde argumentatie als Uber-CEO Travis Kalanick.

Die laatste ziet in de deeleconomie een oplossing voor de werkloosheid: "Frans onderzoek toont aan dat 24 procent van de mensen die voor Uber rijden tevoren werkloos was, en dat 40 procent onder hen meer dan 3 jaar werkloos was geweest", schreef hij eerder dit jaar in een opiniestuk.

Bovendien is de flexibiliteit van het werk een extra argument. "Chauffeurs vertellen ons dat ze ervan houden hun eigen baas te zijn en hun dag zelf in te delen. En op de vraag of ze een vaste dagtaak met wat voordelen en een vast loon zouden verkiezen boven flexibel werk als Uber, antwoordde bijna driekwart dat ze zouden kiezen voor flexibiliteit."

©thinkstock
Share

In plaats van alweer een nieuwe auto aan te schaffen, kan je gerust eens in je buurt kijken of iemand de zijne verhuurt/uitleent/verkoopt

Ook vaak gehoord zijn de milieuvoordelen: door de lokalere manier van werken, neem je de druk op het klimaat weg die de globalisering met zich meebrengt. Kleinere afstanden, minder uitstoot, is daar de redenering. Daar zit bovendien ook nog eens de factor 'consuminderen' in. Mensen hebben tal van spullen/diensten/compententies in de aanbieding die vandaag ondergebruikt worden. In plaats van alweer een nieuwe auto aan te schaffen, kan je gerust eens in je buurt kijken of iemand de hare verhuurt/uitleent/verkoopt. Het zijn kleine puzzelstukjes die overconsumptie tegengaan en de afvalberg ook helpen reduceren.

Tenslotte wordt ook steevast het argument aangehaald dat de deeleconomie ons dichter bij elkaar brengt. Je opent je eigen kleine sociale kringetje voor anderen, mensen die je van haar noch pluim kent, binnen een systeem dat toch wel veel vertrouwen vergt in elkaar. Bovendien help je elkaar naar de juiste producten en diensten door dingen aan te raden of een quotering te geven.

3. Klinkt als een erg 'links' fenomeen, toch?

Die 'linksige' perceptie is wel degelijk aanwezig bij de deeleconomie, zo schrijft Laurens Deprez, doctorandus in de sociologie, op Critica.be. De term 'postkapitalisme', die vaak in dezelfde context valt, zegt het al een beetje. "Decentralisatie, duurzaamheid, verbinden van gemeenschappen, oppositie tegen hierarchische en rigide bureaucratische systemen. Het is de taal van coöperatieven en burgergroepen. (...) De deeleconomie roept beelden op van lokale buurten, dorpen, en interacties op menselijke schaal. In plaats van goederen te kopen in het warenhuis van een multinational kunnen we ze delen met onze buren."

Toch overstijgt het principe de links-rechtstegenstellingen eigenlijk wel. Alle partijen zien ergens wel voordelen in de opkomst van de deeleconomie. Aan de rechterzijde wordt die bijvoorbeeld gezien als een manier om onze welvaartsstaat nieuw leven in te blazen: minder passiviteit, meer manieren om zelf geld te verdienen met nuttige diensten en producten. Misschien is de deeleconomie een manier om het tekort aan jobs voor laaggeschoolden en de langdurige werkloosheid te counteren, zo luidt daar de redenering.

4. Maar kloppen al die genoemde voordelen wel?

Juliet Schor. ©youtube

Dat de deeleconomie in theorie een enorm potentieel heeft, daar is iedereen het wel min of meer over eens. Maar de grote vraag is of die manier van werken de 'postkapitalistische' verwachtingen in de praktijk wel voldoende inlost. Sociologe Juliet Schor is een van de gerenommeerde onderzoekers die het fenomeen al jaren probeert af te toetsen. Haar conclusie is minder optimistisch. Zo ziet ze nu al dat vooral de bedrijven en investeerders van bestaande deelplatformen profiteren en veel minder de mensen die er zelf aan deelnemen.

Op een site Airbnb zijn bijvoorbeeld almaar meer bedrijven actief. In sommige populaire buurten worden huizen en appartementen opgekocht om ze dan op Airbnb te huur te stellen, wat de lokale vastgoedprijzen de hoogte in drijft. Op TaskRabbit, het Amerikaanse klussersplatform, konden lokale klussers aanvankelijk veel bijverdienen, maar naarmate het aantal gebruikers steeg, daalde de vergoeding. "Zo gaat het vaak", zei Schor vorig jaar in De Volkskrant. "Zodra deeleconomiesites voor diensten beginnen te groeien en bekender worden onder het grote publiek, verslechteren de arbeidsvoorwaarden."

Niet dat de klanten ervan profiteren trouwens. Schor wijt dat aan de investeerders die erbij betrokken raken. "Die sturen aan op snelle groei. Je ziet het nu ook gebeuren bij Uber, dat probeert een zo groot mogelijk marktaandeel te halen door te stunten met lage prijzen. Als zo'n platform de markt eenmaal domineert, gaan die tarieven flink omhoog."

Share

'Het is duidelijk dat de commerciële vleugel de taal van het collectieve en het progressieve gecoöpteerd heeft voor eigen financieel gewin'

Laurens Deprez, doctorandus sociologie

Ook Laurens Deprez ziet potentiële uitwassen in de vorm van "precaire jobs onder controle van super-machtige multinationals". Volgens hem is de deeleconomie "geen beginnend postkapitalisme maar een herschikking van het bestaande kapitalisme". "Het doet de grens tussen werk en privé vervagen via een technologisch platform waardoor we constant beschikbaar moeten/kunnen zijn voor de werkgever. Werkenden zijn dan geen 'loontrekkenden' maar micro-ondernemers en hierdoor zal de concurrentie op de arbeidsmarkt versterkt worden met alle gevolgen vandien. (..) Het is duidelijk dat de commerciële vleugel de taal van het collectieve en het progressieve gecoöpteerd heeft voor eigen financieel gewin."

En de laaggeschoolden en werklozen dan? "Uit mijn onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat mensen met een redelijke baan en een mooie woning het meeste succes hebben op de deelplatforms", zei Schor in De Volkskrant. "Voor hen is het verhuren van hun auto of logeerkamer een aanvulling op het eigen inkomen. Tegelijkertijd worstelen mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt om rond te komen binnen diezelfde deeleconomie."

Nederlands innovatiewetenschapper Koen Frenken is milder, zo laat hij in Sampol doorschijnen. "Kijk, ik was eerst erg bezorgd dat op die platformen mensen tegen elkaar zouden worden uitgespeeld, dat we naar een nog rauwere versie van het kapitalisme zouden gaan. Maar ik verander stilaan van mening. Die platformen kunnen een gemeenschappelijk aanspreekpunt zijn en dus dé manier om zelfstandigen te organiseren. De markt was vroeger een stelsel van regels of zelfs gewoon een fysieke plek. Nu wordt de markt georganiseerd door platformen. Het zijn de instituties van morgen."

Share

'De deeleconomie zal een opstap blijken naar een meer circulaire economie'

Innovatiewetenschapper Koen Frenken

Ook de milieuvoordelen zijn nog niet hard gemaakt, vindt Schor. Haar redenering is namelijk dat iets 'delen' het ook goedkoper maakt, waardoor de consumptie net oploopt en de vervuiling in hand wordt gewerkt. Kijk naar Airbnb: "Wat doen mensen met het geld dat ze besparen door niet in een duur hotel te overnachten? Ze gaan vaker op reis. Dat kan het milieu niet ten goede komen. Het zelfde geldt voor autodelen. Mensen die eerder geen taxi konden veroorloven, kunnen nu wel een Uber-taxi betalen."

Deprez voegt daar aan toe: "Bij de voorstanders van de deeleconomie wordt zelden of nooit rekening gehouden dat er achter dat hele digitale netwerk van de informatie revolutie wel degelijk een materiële infrastructuur zit van serverfarms, glasvezel kabels, robots en processoren. Deze hele infrastructuur wordt opgebouwd door een ouderwets industrieel proletariaat (ook grotendeels vergeten) dat in de ontwikkelende economieën migreert van het platteland naar de steden waar de fabrieken zijn."

Koen Frenken ziet op lange termijn wel de positieve milieuaspecten van delen. "De deeleconomie zal een opstap blijken naar een meer circulaire economie", vertelde hij aan De Wereld Morgen. "Het is zaak van de politiek om dan te volgen. Ze moet de productie en de sloop van producten meer belasten en het gebruik ervan minder belasten. Een auto bezitten moet duurder worden, een auto gebruiken goedkoper."

Hoe zit het met het gemeenschapsvormende aspect? Nederlands onderzoek wees eind vorig jaar uit dat gebruikers wel degelijk het gevoel hebben dat de deeleconomie voor meer persoonlijk contact en samenhorigheid zorgt. Uit diezelfde enquête bleek echter ook dat het delen vooral binnen de eigen sociaal-economische klasse plaatsgrijpt - "een vrolijk onderonsje van gelijkgestemden" werd het genoemd - waardoor de illusie van 'sociaal wondermiddel' nogal bruusk getackeld wordt.

5. Oké, dat is forse kritiek, maar valt dat niet op te lossen?

Share

'Het is geen kwestie van toelaten of verbieden, maar van nieuwe regels bedenken en telkens evalueren'

Innovatiewetenschapper Koen Frenken

Het grootste probleem is dat de bedrijven die de deeleconomie op gang gebracht hebben nu ironisch genoeg zelf gigantische multinationals zijn geworden. Schor denkt dat er nog kansen zijn als de aanbieders van producten en diensten zelf hun eigen deelplatform oprichten. Meer inkomsten en meer vrijheid zouden daar het resultaat van kunnen zijn.

Ook is er een rol voor de overheid, zo concludeerde ze in De Volkskrant: "Gemeenten kunnen ook websites bouwen waarop bijvoorbeeld zorgverleners hun diensten kunnen aanbieden. Tegelijkertijd moeten overheden beter reguleren. Die regels zullen per branche verschillen, maar ik zou zeggen: stel in elk geval eisen aan de veiligheid, verzekeringen en het minimuminkomen."

Nieuwe non-profitplatformen, een betere regulering, Koen Frenken is het ermee eens. "De economische kracht van platformen is geen autonome ontwikkeling waar je als politiek geen vat op zou hebben. Juist door regels te stellen bij een praktijk die anderszins zich ongebreideld zou ontwikkelen, kunnen initiatieven beter in overeenstemming worden gebracht met de uitstekende principes van de deeleconomie. Het is geen kwestie van toelaten of verbieden, maar van nieuwe regels bedenken en telkens evalueren. Dat wordt onvermijdelijk een zoekproces."